De prijs van een big

Enig idee wat een big kost? Ik niet. Tot vandaag dan. Hier in dorpje B. op de Veluwe valt wekelijks een krantje op de mat. Nieuwtjes uit het dorp, akelig veel sport, en pagina-grote redactionele artikelen over het feit dat Modehuis Huppelepup een modeshow voor gezette modellen heeft gehouden ter gelegenheid van de nieuwe lentecollectie. Brandweer haalt koe uit gierkelder. In het lokale museum – “een enorme toeristische trekpleister”- een  boeiende tentoonstelling over de geschiedenis van vogelzaadjes. Loopt nog tot in de zomer, met veel platen en ook leuk voor uw kinderen.  Een bespreking van een boek van dominee Die-en-die over de zonde van de onanie, geplaatst in oud-testamentisch perspectief.  Een lezing om half tien ’s ochtends over God, die in een verbond contact zoekt met mensen, en waarbij een liefdegave wordt gevraagd voor de onkosten. Een uitnodiging om naar de Open Dag te komen van de Familie Pater ( daar zijn er hier velen van, dus ik kan rustig deze naam gebruiken ), om eens een kijkje te komen nemen in de nieuwe opfokstal met nieuw revolutionair roestvrijstalen voer- en ventilatiesysteem. Een verslagje van het jaarlijkse geslaagde concert van de accordeonvereniging.
Wat gaan jullie zaterdag avond doen?”
“Wel, wij gaan gezellig naar het jaarlijkse concert van de accordeonvereniging. Het zal wel laat worden. Toch zekers wel tien uur!”
Een advertentie waarin kippen worden aangeboden: “Inruil oude kip mogelijk”. Wat gebeurt er met die oude kip dan. In de shredder? Met kuikentjes schijnt dat hier te gebeuren.

Vandaag las ik een intrigerend artikeltje met als opgewekte titel “Biggenhandel boert niet slecht”. Voor een stadsmens als ik gaat er dan een wereld voor je open. Er blijkt een geheimzinnige document te bestaan  wat  ‘NVV Biggenprijs Onderzoek’  heet. Uit dat rapport blijkt dat de toeslagen op biggennoteringen in 2009 zijn opgelopen, alleen de Weser Ems-notering liep enigszins terug.  Ook de koppelgrootte van de deelnemers nam afgelopen jaar toe.  Het was geen slecht jaar voor de vermeerderaars. En de DPP-notering moest in oktober zes euro omwisselen.

Ik begrijp al totaal niet meer waar dit allemaal over gaat, u ongetwijfeld ook niet.  Het enige wat ik er met enige moeite uit kan destilleren is dat een big  €48,65 kost. Denk ik. Ik ken een big eigenlijk alleen maar als een stapeltje plakjes in de supermarkt.
’s Nachts, als ik wel eens lig te denken waarom ik hier ben komen wonen, hoor ik soms een door merg en been gaand geluid. Gruwelijk gegil en gekrijs, gebonk, in de stilte van de nacht. Een kilometer hier vandaan, schat ik zo. Varkens of  biggen zijn het, die in een veewagen worden gedreven. Dat schijnt ’s ochtends heel vroeg te moeten gebeuren, zo’n razzia, dan zijn ze rustig en slaperig en gillen ze het minst. Op naar de slacht, gaan ze dan. Op naar een biggen-notering.  Ze boeren niet slecht hier.  En ik woon hier verder ook niet gek. Nog even doorbijten dus maar.

  • Share/Bookmark

 


Boer

Op mijn school gaan leerlingen op stage. Ze doen “iets met dieren”; dat betekent dus dat ze uitwaaieren naar dierenparken, asiels, kennels, boerderijen en trimsalons, om maar wat te noemen. Als docent moet je daar dan ook een kijkje nemen, informeren hoe  zo’n leerling het doet, gewichtig kijkend aantekeningen maken op een lijst en begrijpend knikken als de boer iets voor jou volkomen onbegrijpelijks  vertelt over uierontsteking of zo.  Zo’n stagebezoek kan een enerverende ervaring zijn, ik schreef daar al eens over.  Er zijn bedrijven waar je beleefd doch dringend de beduimelde, van vastgeplakte hondeharen voorziene mok koffie afwijst, ook al zou het je laatste mogelijkheid zijn om ooit nog een bakje te doen. Soms krijg je de neiging om na een stagebezoek al je kleren te verbranden en zelf poedelnaakt in een bak loog te stappen. Ook de auto waarin je na afloop plaats neemt, zou vernietigd moeten worden. Nu ben ik geen docent meer, maar soms mag ik dan nog zo’n stagebezoekje doen.

De telefoon ging. Het was een collega die mij vertelde dat twee van mijn leerlingen weg waren bij de boer waar ik een bezoekje zou brengen.  Er is iets gebeurd. Je denkt dan meteen aan hitsige types die met geile oogjes zich aan een onschuldig deerntje pogen te vergrijpen, maar deze man was bijna bejaard, had in zijn hele leven ongeveer nog  nooit een vrouw gezien en woonde nog nèt niet in een hut uit de steentijd op een plaats die door de Tomtom  nog tot onontgonnen terrein wordt verklaard.   Toch leek het er een beetje op. De man had wat bepaald onhandige dingen gemompeld, van het een kwam het ander en uiteindelijk escaleerde de situatie zo, dat verontruste ouders diep in de nacht naar een uithoek des lands scheurden om hun dochters uit de klauwen van de mogelijke sexmaniak te bevrijden. Heel begrijpelijk,  vanuit de ouders gezien; ik zou beslist niet anders, en mogelijk nog erger gedaan hebben. Het kroost was inmiddels door de politie bij de dader weggehaald, het hele dorp in rep en roer,  de boer volslagen ontredderd en handenwringend volhoudend dat het allemaal niet zo bedoeld was.  Wat uiteindelijk ook bleek. Het was één groot misverstand,  begonnen met iets onbeduidends als het onschuldig vragen naar welke slaapkamer de dames lagen ( om daar boven op zolder wat rattengif en muizenvallen te deponeren, omdat deze diertjes voor enge voetstapgeluiden zorgden  ) en eindigend in paniekerige telefoontjes waarin  met messen werd gezwaaid en de boer op het punt leek  te staan hen beiden te vermoorden.

De volgende dag nam de boer de telefoon niet op. Deed-ie altijd wel, volgens verontruste collega. Visioenen van oude boer, ergens bungelend op de hooizolder, of eigenhandig gespietst aan een riek. Wordt pas over jaren gevonden.  Gelukkig bleek de man  gezond en wel, en volgende week mag Wauwel afreizen naar barre oorden aan de Waddendijk, om de vermeende lustmoordenaar maar weer een handje te schudden en te vertellen dat het allemaal een ongelukkig misverstand was.  Ach, het is weer eens iets anders  op een doordeweekse onderwijsdag. Mijn belevenissen daar komen dus rond die tijd online!

  • Share/Bookmark

 


Uit

Lichtelijk ontreddering in huize Wauwel. Al weer 23 jaar ben ik in het gelukkige bezit van een aantal dochters. Eerst eentje, toen twee en tenslotte drie. En dan nog de vrouw die daarvoor zorgde. Die laatste , mijn echtgenote dus, is vanmiddag afgereisd naar de Franse Alpen om zich daar een beetje op ski’s van een berg af te storten. Een jaarlijks terugkerend fenomeen, niet te stoppen, en al weken wordt er in dit huishouden over gepraat. Nu zou ik dik tevreden zijn met het zachtjes heen en weer gereden worden in een arreslee, dik ingepakt over een deken en met een fles kruidenbitter in de hand, maar de wederhelft  moet  zo nodig gevaarlijk doen. Dat wordt dus mogelijk over een week een dagelijkse gang naar de gebroken benen-kliniek.

Een aantal jaren geleden, toen de dochters nog jong en redelijk onbeholpen waren ( dat laatste komt trouwens nog geregeld voor als het hen zo uitkomt ) betekende zo’n wintersportweek dat ik een soort nauwkeurig uitgestippelde campagne in werking zette, die zorgvildig was voorbereid door mijn vrouw: de wasmachine op stand 3 voor de donkere was, en stand 2 voor de witte was. De droogtrommel leegruimen na gebruik en niet in de wasmand laten zitten, want kreukels. Beha’s en andere enge dingen in een speciaal stoffen zakje voordat het in de machine gaat.  De groentenman komt op donderdagmiddag. Alleen paar grapefruits kopen, want sinaasappelen nog genoeg.  Het orkest afzeggen en niet vergeten naar ouderavond van jongste te gaan. Door de weeks van de chips afblijven. Proberen eens een keertje te stofzuigen.  En er ligt nog opgedroogde kattenkots onder het plantentafeltje in de serre, vanochtend ontdekt. Even opruimen graag.

Er moet een standbeeld komen voor werkende moeders die ook nog huisvrouw zijn. Maar: er moet ook een standbeeld komen voor werkende vaders die bloedjes van kinderen moeten opvoeden wanneer de moeder op vakantie is.  Vanavond kwam ik doodmoe thuis na hectische dag op school ( waarover in een komend blog uitgebreid meer ) : niemand die wat opgeruimd had.  Twee dochters hevig aan het telefoneren met vriendjes en vrienden van vriendjes want er moet vanavond uitgegaan worden in Utrecht. Om een uur of acht denk je dan. Maar nee, om half twaalf (!) weg. Of ze ook de auto meemogen. In de binnenstad. Langs dronken hordes. Visioenen van ingeslagen ruiten en gebroken spiegels.  Of ze nog wat geld mee krijgen. En ik maar koken en redderen ondertussen.  Maar goed, alles is nu aan het tutten en opmaken, de ene na de andere verkering druppelt binnen en straks, om twaalf uur, begint voor mij het grote zappen, hangend op de bank,ongegeneerd de benen op de tafel, een klein bakje chips ( ik moet lijnen ) . Twitteren zonder schuldgevoelens. En om één uur naar bed, al een redelijke uitspatting qua tijd. Of vijf uur, als de dames thuiskomen. Net waar ik zin in heb. Heerlijk zo’n weekje voor jezelf. Dat het nog maar even mag duren! En morgen ga ik m’n haar maar weer eens laten verven. Gewoon, m’n gang gaan.

  • Share/Bookmark

 


Relatie-crisis

Mijn personal coach ontwijkt mij. Zij is boos omdat ik 371 dagen niet op haar gereageerd heb, en haar adviezen in de wind heb geslagen. Het is dan ook haar schuld dat ik maanden hinkepinkend door het leven heb moeten gaan. Ik heb het over die bleekgrijze dame van de Wii Fit, die altijd zo nauwkeurig bijhield hoeveel ik was AFgevallen, en die mij voortdurend complimentjes gaf waardoor mijn dag niet meer stuk kon en die mij het idee gaven er uit te zien als Arnold Schwarzenegger.

Was mijn trainer een man geweest, dan had ik toen al veel eerder het bijltje er bij neer gegooid, maar uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen voor de vrouwelijke trainer kiezen en de meeste vrouwen voor een man.

Zo heb ik op mijn nieuwe TomTom natuurlijk zonder aarzelen gekozen voor de zoetgevooisde stem van de Vlaamse Eva.  Mannen hebben dus blijkbaar  iemand van de andere sexe nodig om zich voor uit te sloven of zich te gedragen. Kom je tijdens het joggen op de Wii Fit een vrouwlijke hardloopster tegen, dan hou je blijkbaar onbewust je buik in. Gelukkig heb ik mij daar niet op kunnen betrappen, in het echt zou het mogelijk anders geweest zijn. Vlaamse Eva zou er voor kunnen zorgen dat mannen rustig over de weg gaan tuffen. Ze staat dan ook op nummer 1 in de TomTom-stemmen toptien. Op nummer 2 staat trouwens geloof ik Kim Holland, een derderangs porno-ster, die mannen ook weer op ontspannen wijze door het verkeer zou moeten loodsen met haar stem. Dat is dan wel weer typerend voor het op uiterlijk gericht zijn van mannen. Het feit dat u zojuist op het linkje van Kim heeft geklikt, geeft aan dat u een man bent. Vrouwen klikken er niet op ( denk ik )

Mijn personal coach heeft er echter voor gezorgd heeft dat ik tijdens het joggen voor de beeldbuis een enorme zweepslag opliep. Bij elke stap in de weken die volgden, werd ik door stekende pijn weer herinnerd aan haar onaangedane blik in haar leikleurige gezicht ( je gaat haar in zo’n situatie steeds afstotender vinden ). De zin om je voor haar uit te sloven was dan ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Vandaar onze langdurige scheiding.

Maar zoals het in het echte leven ook zou moeten kunnen: je kunt in een wispelturige bui of een vlaag van midlife-crisis een nieuw profiel aanmaken, een nieuw slank  uiterlijk kiezen, en met een schone lei beginnen. Straks dus maar weer eens op de Wii Fit om te beginnen. Ik doe gewoon net of ik haar niet ken.

  • Share/Bookmark

 


Even tussendoor: gewoon mooi

Soms hoor je ergens een muziekje en dat slaat dan in als een bom. Het speelt de hele dag door je hoofd. En dat wil je dan delen.  Heeft niks met onderwijs of zo te maken. Of je nou in Barneveld of – ik noem maar een dwarsstraat- Oegstgeest of zo woont. De beste man lijkt een beetje een soort zingende Osama Bin Laden met die baard. Maar goed. Het is  gewoon errug mooi ( vind ik  dan. En dan ook nog die beelden. Kippevel geeft het…echt waar ) Bij deze.

YouTube Preview Image

  • Share/Bookmark

 


Huishoudbeurs

In de trein mag ik het laatste  plekje tussen een groepje hevig blond gekapte en geparfumeerde dames van iets jonger dan ik in mijn bezit nemen. Zij gaan naar de huishoudbeurs, “Nederlands grootste vriendinnenbeurs”. In de grote stad, in Amsterdam. Zo te zien en te horen gaan er meer in mijn coupé die kant op: veel goudstiksel op laag uitgesneden truitjes, veel blikkerende sieraden en veel blijdschap en opwinding over het komende optreden van ene Thomas Berge. Als ik het programma nu op de site bekijk, is die al de eerste dag geweest, maar mogelijk gaan ze dus vandaag voor de tweede keer, zó leuk is het daar. Ze zullen daar genieten van een interview met Patty Brard, u weet wel, van die klysma’s ( neem nog een kop koffie ). Er zitten ook een paar mannen tussen, die mogen of moeten denkelijk ook mee. Wat moet een man daar op Nederlands grootse vriendinnenbeurs? Ik stel mij zo voor dat daar een soort speelhoek is ingericht, met computerspelletjes, een paar glimmende motoren, een stapeltje Playboy’s met daarin Patricia Paay ( je zou daarna nooit meer aan sex willen denken ), een beeldscherm met filmpjes van snelle auto’s. Of de kamerdebatten. Uit de luidspeakers schalt door de ruimten een stem: “Meneer Wauwel wil graag opgehaald worden door zijn vrouw! Herhaling: Meneer Wauwel…”

Eigenlijk is het wachten op een fabrikant van bijvoorbeeld dweiltjes of een apparaatje wat ongunstig afstekende haartjes van de bovenlip verwijdert, die mij eens  een dagje, tegen een aardige vergoeding, laat ronddwalen op die beurs en die mij er over laat bloggen of twitteren; om de vooroordelen weg te nemen. Laat mij nu eens uit mijn dak gaan bij Jan Smit of Marianne Weber. Mag ik ook eens met een aansteker heen en weer deinen, graaien tussen de bakken met  koopjes, mij volproppen met hapjes van de onvermijdelijke topkok Cas Spijkers en mij een breuk sjouwen aan tassen met folders en overjarige tijdschriften, met proefverpakkingen maandverband, afwasmachineblokjes, of wc-verfrissers. Even terzijde: waarom gaan vrouwen altijd in groepen – zo mogelijk gezellig gearmd -  naar het toilet? Iemand een zinnig antwoord. Ik zie dat mannen nog niet doen.  Maar dit is weer een typisch mannelijk visie op het gebeuren, en dus ongetwijfeld totaal fout.
Ik bekijk even verder het programma: een mega-workout onder leiding van Carlos Lens. Dat betekent de tassen aan de kant en hikkend en boerend de zojuist verorberde hapjes een dolledans door de opgezwollen maag laten maken. Jong voelen. Hip! Daarna een gratis peeling. De beursprijs voor witte tanden bedraagt slechts € 245,-. Je komt met een geel rattengebit, je gaat met een Pamela Anderson-achtige uitstraling, afhankelijk van waar men heeft zitten peuteren.

De vrouwen in de coupé om mij heen hebben er duidelijk en hoorbaar zin in. Thuisgekomen, aan tafel, waar op dat moment twee van de drie dochters en mijn vrouw aanwezig zijn, check ik even mijn informatie. Wat vinden jullie nou aan zo’n huishoudbeurs. Prompt barst men los. Dat wij mannen dat niet begrijpen. Dat het gewoon leuk is, en gezellig. De dochters blijken al precies te weten wie wanneer optreedt.  Ik begrijp dat toch niet, krijg ik te horen. “Ga jij nou maar met je iPhone spelen!”

Ja, dat zijn wij mannen. Speels. Wij hebben het niet zo op huishouden. Dat bestaat uit nare klusjes. Stofzuigen , afwasmachine in- en uitruimen ( “Ik heb de hele dag gewerkt en gekookt, dus dat mag jij nou eens doen!” ). Eeuwig de was ophangen en afhalen.  Eeuwig vuile mannensokken overal vandaan halen omdat ze niet in de wasmand zijn gegooid.  Eeuwig  baardhaartjes uit de wastafel poetsen.  Eeuwig de overal rondslingerende afstandsbedieningen weer op een net plekje bij elkaar leggen. Eeuwig een nieuwe wc-rol in het houdertje klemmen omdat mannen het zo’n gedoe vinden en belangrijker zaken aan hun hoofd denken te hebben. En die WC’s: eeuwig de boel schoonsoppen omdat wij het vertikken te gaan zitten.
Wij spelen liever.  Met onze computers, onze afstandsbedieningen, onze iPhones. Grote kinderen.

Petje af, huisvrouwen van Nederland. Geniet er van, zo’n dagje.

  • Share/Bookmark

 


Diploma

Er zijn gelegenheden die je in een staat van lichtelijke geestelijke vervoering kunnen brengen. Nu worden die in het algemeen met het klimmen der jaren wat schaarser, of het moest het moment zijn waarop je je eerste rollator in de zorgwinkel mocht uitzoeken, maar sommige mensen hebben nu eenmaal meer extatische momenten dan andere, en daar ben ik er eentje van.
Gisteren mocht ik genieten van de feestelijke diploma-uitreiking van een van mijn dochters, die vier jaar Hogere Hotelschool had afgesloten.  Zo’n opleiding is het natuurlijk aan zijn stand verplicht de bezoekers te vragen om stijlvol gekleed te verschijnen. Een mooie gelegenheid voor een pak dus,
Er was een presentatie, er waren bloemen, er was applaus en er waren een hoop glunderende vaders, moeders, vrienden en vriendinnen daar in Saxion, Deventer.
Waarom die geestelijke vervoering? Ja, zo’n uitreiking heeft in een klein hoekje ook een melancholiek tintje. Je ziet de schoolfoto’s passeren, je ziet ze met elkaar op werkweek, op stage, en dan ineens is dat weer voorbij.  Vier jaar lang samen van alles ondernomen, en vooral heel veel plezier gehad. Op school kun je fouten maken, vaak een opeenstapeling, zonder al te grote gevolgen. Straks in de maatschappij kan dat niet of in elk geval veel minder. . fouten hebben daar gevolgen.
Ze straalden allemaal gister. Allemaal mooie jonge meiden en knapen, schitterende sterren in hun show. Wat wil je op dat moment nog meer: de hele toekomst ligt voor je open, banen in verre landen, niet ongebruikelijk in deze opleiding, lonken.

Wanneer je werkt in het onderwijs, zoals ik, dan heb je een bevoorrechte baan. Je bent voortdurend in contact met jongeren die kansen willen grijpen en kansen zien. De uitgeblusten die je tegenkomt , zijn niet de leerlingen, maar een enkele collega. Dat kan ook. De wereld lijkt de studenten toe te lachen, maar soms hoor je verhalen, die niet in de koude kleren gaan zitten. Gisteren nog twee huilende meisjes aan mijn bureau, kleine zielige ineengedoken vogeltjes. Handenwrijvend, hun make-up vreselijk uitvlekkend. Vader slaat moeder. Het paard dreigt dood te gaan. Ik moet van mijn kamers af.

Nu kan ik slecht tegen tranen. Van de week nog een krabbeltje op Hyves ( zóóó 2009 trouwens ) , van een oud-leerling. Of ik die en die nog ken. “Nou, die heeft de ziekte hoor, u zou haar niet weer kennen”. Je probeert je dan zo iemand voor te stellen, daar ergens in een steriel ziekenhuisbed, langzaam van binnen wegterend. Misschien verlangend naar de schooltijd, toen het hele leven nog voor hen lag. Ergens op mijn bureau ligt een foto, heel oud, nog van voor de oorlog. Daarop staat een meester met zijn klas ernstig kijkende kinderen. Allemaal bijeen, om hun leraar, hun bron van alle kennis en alle informatie over de verre wereld. Hun internet.  Ergens in Nederlands-Indië, achter in de dertiger jaren. Vier jaar later is die meester door de Japanners met één slag van een zwaard onthoofd.

Kinderen op schoolfoto’s keken vroeger allemaal ernstig. Wanneer is dat eigenlijk veranderd?  Nu is alles vrolijk en opgewekt, de toekomst is blijkbaar anders. ‘t Kan natuurlijk ook zijn dat de Ritalin een behoorlijk opbeurende werking heeft, want een kind wat tegenwoordig een beetje mee wil tellen, heeft ADHD.  Weet ook niet of kinderen van nu meer kattekwaad uithalen in een les dan vroeger.  Onze docenten in het HBO hebben aan mij in elk geval een hele kluif gehad vroeger. Sommigen worden blijkbaar nooit volwassen.  Toch kon je dat allemaal doen. De schooltijd: in het algemeen de leukste tijd van je leven. Alles pleit dus voor een leven lang leren. Niks leukers. En voor een docent is zoiets vreselijk aanstekelijk.

  • Share/Bookmark

 


Assessoren-training; the full story

Het management van het eerbiedwaardige onderwijs-instituut waar ik werk, heeft in zijn onuitsprekelijke wijsheid besloten, dat het voor de medewerkers goed is op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen omtrent de examinering in het Competentie Gerichte Onderwijs (CGO). Ook ik behoor tot de uitverkorenen, dus mag ik vandaag de elementen trotseren om mij te vervoegen in de bossen ergens bij het dorp E. op de Veluwe. Het CGO heeft daar een etablissement afgehuurd, waar wij drie keer een hele dag (!)  zullen moeten leren dat examens van vroeger allemaal knudde waren en dat het licht ons nu gebracht zal worden door de Proeve van Bekwaamheid (PvB), waarbij een leerling gedurende enkele uren allerlei zaken doet die door een examinator ( dat heet dus nu ‘assessor’, net als een huisvrouw  nu  ’domestic manager’ heet ), vermoedelijk gekleed in een lange wittte doktersjas, aantekeningen makend op zo’n blocknote en streng turend door een bril-met-zonder-glazen, worden beoordeeld. Drie dagen lang, op een vrijdag. Ik heb daar natuurlijk enorme zin in, dat begrijpt u wel. De auto heeft geen vier lekke banden, ik heb vannacht niet onverwachts een kind gekregen, en het dorp is niet van de buitenwereld afgesneden door hevige sneeuwstormen… misschien dat iemand nog een suggestie heeft. Via Twitter zal ik u vandaag kond proberen te doen van de wederwaardigheden, tenzij men daar het gebruik van alle mobiele apparatuur blokkeert… En binnenkort natuurlijk meer.

Deel 2:

De eerste dag van de training zit er op.  Na een half uurtje rijden en wat zoeken in het bos belandde ik bij een wat verlopen conferentie-oord, met opengebroken kamertjes en verlaten biljarttafels, en hier en daat wat nettere zaaltjes.  Bij de receptie stond een duidelijk trainerstype, in blijde afwachting van de kandidaten. Aan mijn gezicht moet hij hebben gezien dat ik er eentje was; ik werd tenminste vriendelijk doorverwezen naar een bovenzaaltje, waar nog drie van de zeventien te verwachten collega’s koffie stonden te drinken, in dezelfde berustende houding als ik.  We zouden om haldf  tien beginnen. Uiteindelijk bleken acht collega’s voorgoed verdwaald in de omliggende bossen, maar de  beide trainers hielden de moed er in.

Ga er maar aan staan, een training  geven over een redelijk abstract onderwerp aan een groepje lieden die door hun baas naar de plaats delict zijn gestuurd, op de laatste dag van een drukke wekweek, in het vooruitzicht tot vier uur ’s middags getraind te worden. Ik moet eerlijk toegeven: ze deden hun best, bleven opgewekt en vriendelijk, en leefden ernstig met ons mee, net als de vele twitteraars in het hele land die mij gedurende de dag allerlei opbeurende tweets stuurden als reactie op mijn bevindingen.
We begonnen dus ook met het bekende voorstellingsrondje en het schrijven van het naamkaartje.  Daarna de oefeningen. Ooit was ik op een bijeenkomst waar de trainer ons in groepjes verdeelde, ons allemaal een rieten mandje met ingrediënten gaf ( theedoek, kammetje , enz. ), waarmee wij vervolgens een denkbeeldig land moesten ontwerpen en dat alles met stickers op een flapover moesten toelichten. De dag ontaardde in chaos, waarbij de duur betaalde coach steeds wanhopiger en met steeds hogere piepstem  riep : “Mag ik even orde, orde, ja?”, daarbij met twee handen aanhalingstekens in de lucht makend.  Geen lastiger leerlingen dan docenten.

Ook hier ontbrak tot mijn grote schrik de flapover niet, en we begonnen  met een “oefening”…  Op de vloer werden allemaal speelkaartjes uitgespreid waar we er eentje met een voor ons passende omschrijving uit moesten kiezen. Nu maak ik al dertig jaar onderwijsveranderingen en dienovereenkomstige trainingen mee, dus ik koos voor “kan relativeren”.
De ochtend kabbelde voort: veel peinzend naar elkaar kijkende en zachtjes fluisterende trainers, en cursisten die papiertjes vol schreven met diverse zelfbeschouwingen. Mijn grootste angst was, dat we ergens op de dag in een Sjamaanse zweethut in het omliggende bos zouden belanden, waar we geheel naakt, en al schreeuwend naar elkaar, onze eigen persoonlijke dolfijn zouden moeten leren ontdekken om daarna, geheel wedergeboren, de rest van ons leven met een verzaligd gezicht competentiegerichte toetsen af te kunnen nemen.

Dat bleek mee te vallen. Er was slechts één  gruwelijk moment, toen we na de middagpauze duo’s moesten vormen en tegenover elkaar gaan staan: “We gaan nu tot drie tellen. De eerste zegt: ‘één’, de tweede: ‘twee’ en de eeste dan weer: ‘drie’, en dan de tweede: één’, enzovoort.” 
Gevoelens van machteloosheid en ontreddering begonnen de kop op te steken. Maar het ergste moest nog komen: “Nu zeg je geen ‘één’ meer, maar maak je een geluidje ‘Briep!’ En, nog erger: “Nu zeg  je geen ‘twee’ meer, maar in plaats daarvan maak je een spongetje!”……

De lezer zal begrijpen dat Wauwel op dat moment dienstweigeraar werd. De rest van de uren verliep als in een soort droom, je schrikt wakker uit iets naars en ontdekt dan dat het echt is. Maar, eerlijk is eerlijk, de trainers konden er ook niets aan doe. Het bleven rustige en vriendelijke jongens. De laatste twintig minuten werden besteed aan het naast elkaar leggen van de agenda’s voor de volgende cursusdag. Thuisgekomen, overwoog ik even om mij zelf een alcoholisch delirium te bezorgen, maar ach, een simpel Belgisch biertje deed mijn verhitte gemoed ook weer wat kalmeren. Weekend. En de volgende cursus: wie dan leeft, wie dan zorgt.

  • Share/Bookmark

 


Toeval

Dit wordt even een kort serieus stukje. Onlangs had ik met iemand een gesprek over toeval. Is alles voorbeschikt of is alles toeval?  Ik moest denken aan een stukje uit een gedicht van iemand met de intrigerende naam Piet Paaltjens, een dichter die in de 19e eeuw onder meer de volgende regels schreef:

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

De rest van het gedicht “Aan Rika”is hier te vinden, trouwens.

Er zijn gebeurtenissen waarvan je denkt: dit kan geen toeval zijn. Zo kom ik op de gekste plekken van de wereld bekenden tegen. Iemand liep eens door een dorpje in de binnenlanden van Afrika, en die zag daar zijn oude auto staan, compleet met de nummerplaten en de stickers van de Efteling er nog op. Wie de ware ontmoet, te midden van 7 miljard andere aardbewoners, meent dat dit geen toeval kan zijn: er is een klik en die kan bepalend zijn voor de rest van een leven. Was ik twintig seconden later langs die etalage gelopen, dat had ik nooit de blik van die ander in de spiegelruit gezien. Twintig seconden, die het verloop van een heel leven  of het wel of niet plaatsvinden van een ramp kunnen bepalen.

Er is een theorie, dat elke situatie, elke persoon die je je maar kunt voorstellen qua uiterlijk of gedrag, ergens bestaat, hier op aarde of in het heelal. De ideale partner bestaat dus, de ideale omstandigheid is er ook, het is alleen zaak die te vinden, en gelukkig helpt daar dan het toeval soms een handje bij. Aan de andere kant moet het vrij wanhopig zijn te weten dat een gewenste persoon of situatie wel bestaat, maar desondanks onbereikbaar is, ook weer door dat toeval. We zitten allemaal in een sneltrein, het leven vliegt voorbij, het is dus zaak je ogen heel goed open te houden voor wat over het andere spoor passeert. Want voor je het weet, heb je hem gemist, en dan duurt het wachten lang….

  • Share/Bookmark

 


Piemel

Zo’n titel trekt geheid bezoekers. Lange tijd kreeg ik veel blog-visite van lezers die – om ondoorgrondelijke redenen  – op zoek waren naar het ook nog eens zeer archaïsche woord “piemel”. Ik heb blijkbaar de naam in Google opgebouwd  dat je voor piemels bij Wauwel moet wezen. Het zij zo. Als man van mijn leeftijd leer je met dat ding berusten. ‘t Is bovendien een wat meer verzachtende term dan de gangbare benaming die je nu overal, ook in de hoogste kringen, hoort bezigen. Het heeft iets potsierlijks, iets aandoenlijks, lachwekkends.  Je staat toch knap voor lul als je het nog over ‘penis’ hebt.

Taal is aan verandering onderhevig. ‘Hun’ moet nou ook kennen, is er door gerenommeerde taalwetenschappers besloten, want als hullie vinden dat ze dat wel kennen, wie ben ik dan om nog dwars te gaan leggen, iemand die het nog over piemels heb ergens in zijn weblog.

De taal verarmt, vind ik. Ook in het onderwijs worden steeds meer docenten niet meer gehinderd door enige kennis van zaken, en kom je in allerlei uitingen, van management tot lesmateriaal, de meest gruwelijke taalfouten tegen. Als de bedoeling maar overkomt, is het credo  onder de bedenkers van het moderne onderwijs.
Binnen afzienbare tijd spreken we allemaal een soort sms-taal, en het zwaardere werk, zoals redevoeringen, wetenschappelijke discussies, kamerdebatten  en preken zal zich verplaatsen naar Twitter.  De Algemene Beschouwingen in 140 tekens.  Denk eens in, welk een enorme tijdwinst daarmee geboekt gaat worden.  Alle preken, en dat zijn er nog  al wat,  hier in dorpje B. op de Veluwe, in 140 tekens! Sta je in een kwartier weer buiten. Er is hier een kerkelijke gemeente die nog een stapje verder gaat. Elke zondagmorgen zit een sporthal vol met blije, enthousiaste lieden, die zelfs zó ver gaan dat zij een taal spreken die helemaal niet meer voor buitenstaanders verstaanbaar is. Even voor de vuile heidenen onder de lezers: ‘Spreken in tongen’, wordt dit genoemd. Men is zó gegrepen door de Geest Gods, dat men zich over geeft aan reeksen onsamenhangende klanken. De voorganger van die kerk zit ook op Twitter: het wachten is op het moment dat hij ook in tongen gaat twitteren, en zijn volgelingen mèt hem.

Wauwel twittert ook natuurlijk, want op mijn leeftijd hol je hijgerig met allerlei trends mee, totdat het moment komt, dat je ook dàt tempo niet meer bij kunt houden en je enige vertier nog zal bestaan uit het in een kringetje spannend doorgeven van de Medizin-bal tijdens het dagelijkse sport-uurtje van het bejaardentehuis. Voorlopig wil ik dus nog even een rots in de taalbranding blijven, waarvan het fundament aan alle kanten wordt aangeknaagd door taalverruwing, – versimpeling en -verarming. Zoek je dus piemels en andere uitdrukkingen uit de steentijd, kom dan naar Wauwel.

Een aardig filmpje over een aandoenlijke piemel tot slot:

 YouTube Preview Image

  • Share/Bookmark

 


Mijn foto's op Flickr

    DSC05360 P1020977 P1020790 Egypte 2008, MS 'Sherry Boat' Egypt 2008: Caïro Bazar P1000501 Egypte 2008, Com Ombo Milles Hurghada Snorkelexcursie 3

Wauwel twittert