De Hel

Onlangs zag ik een filmpje voorbij komen op Twitter. Nu komt daar van alles voorbij, van lieve-katten-die-met-een-eendje-spelen-filmpjes tot en met onthoofdingen met een bot mes, en je kunt soms niet alles ontwijken. Soms begint al iets te spelen op het moment dat je er langs scrollt; de katten-filmpjes bekijk ik, de onthoofdingen klik ik zo snel mogelijk weg en soms blokkeer of negeer ik degene die dat daar geplaatst heeft.
Soms blijf ik echter hangen, wanneer het bijvoorbeeld gaat over onderwijs, waar men er ook een handje van heeft om horror-filmpjes te produceren, maar met het keel doorsnijden valt het daar tot nu toe mee.
Docenten die de klas uitgepest worden, docenten die op de vuist gaan met een leerling die hen het bloed onder de nagels vandaan trekt: de vernietiging van een verdere loopbaan en idealen in 58 schokkerige seconden.
Dit keer was het onderwerp een vermoedelijke brugpieper, flinke tas op de rug, ik meen in een knalgeel regenjack, die het aan de stok kreeg met een klasgenoot, die hem geheel in het gangbare rappers-dialect toe beet “Door jou werd ik bijna geschorst!” Wat het doodsbange slachtoffertje ook probeerde met overredingskracht en goedmaken en verontschuldigingen, het hielp niet. Er moest en zou gemept en geschopt worden. Resultaat: gebroken neus en andere verwondingen, de dader kreeg bezoek van de politie.
Het zal je kind zijn, en dan bedoel ik het slachtoffer. Eentje voor wie de dagelijkse gang naar school een marteling vol doodsangst is geworden of misschien al was.
De school is voor sommige kinderen de Hel. Een jarenlange pijniging, vernedering, die nachtmerrie gewoon overdag doorgaat, en waaruit je niet opgelucht wakker kunt worden, want je weet dat er weer zo’n dag aankomt.

Je voedt je kind als ouder naar beste weten op, je leert van goed en kwaad, je leert gedrag, je geniet van die knul of dat meisje en dan moet je constateren dat het ongelukkiger en ongelukkiger wordt en dat je daar eigenlijk niets tegen kunt doen; verder dan de wens zo’n pester nu zelf eens verrot te schoppen komt het niet. Je kunt niet naast je kind in de school gaan zitten, je kunt niet meegaan onderweg. Ze weten hem wel te vinden, in real live of op social media. Eens moet je het loslaten, een doodsbang en hulpeloos vogeltje wat fladderend uit het nest, stuiterend van tak tot tak de bodem bereikt, waar de rovers en de moordenaars loeren, en dan begint het echte overleven.

Soms helpt verhuizen. Waar ben je dan mee bezig. Soms helpen pest-programma’s, maar vaak ook niet. Je kind lijkt het aan te trekken, draagt het als een juk met zich mee van school naar school en van plaats naar plaats. Pesten vaak om niks. Geen flaporen, geen jampotbril, geen stinkzweet en geen stotteren, en toch is het daar. Die ongrijpbare en onbenoembare aanleiding om iemand het leven zuur te maken. Om de school tot hel te maken.
Iedereen kijkt toe, filmend met de mobieltjes, is dat even leuk, en tien minuten later staat jouw kind, jouw middelpunt waar alles om heeft gedraaid, op internet. Ook de hel voor jou, terwijl je toch meestal als ouders niets te verwijten valt.
Deze maatschappij wordt harder en harder. De afgelopen kabinetten hebben een onverschilligheid gekweekt voor de zwakkeren in deze samenleving, die geen samenleving meer is. Het zachte, het kwetsbare is mikpunt geworden. Want het verdedigt zich niet. Het geeft geen grote bek. Het kan niet meer opkomen voor zichzelf. Het is murw gebeukt, omdat het niet mee wil of kan in de race naar beter, leuker, vètter, geiniger, rijker, gevatter, groffer, stompzinniger. Omdat het anders is dan wat deze wereld ons nu dicteert.
Elke week krijg ik wel een puber met een pestverleden in mijn kantoor. Stuk voor stuk aardige kinderen, die niet kunnen omschrijven waarom ze vroeger gepest werden. Dikke tranen bij de herinnering. Ze komen vaak naar mijn school omdat ze het vertrouwen in mensen verloren hebben en aangezien wij iets met dieren doen, lijkt dit voor hen de plek. Dieren kwetsen je niet, dieren belazeren je niet, dieren kun je vertrouwen.
Ik vind dat overigens een verkeerde keus. Het is een vlucht, maar wel een begrijpelijke vlucht, en het werkt meestal ook nog eens. Een dier vindt jou leuk omdat je het vreten geeft. Anders is het niet.
Bij ons wordt nauwelijks gepest, en toch zijn het dezelfde pubers als op de grote ROC’s waar je door bewakingspoortjes en langs beveiliging moet en waar je je in een of ander ghetto waant. Ze hangen allemaal over hun mobieltjes gebogen, ze zien er soms niet uit, ze maken rommel, ze zijn soms luidruchtig, zo proberen een docent uit, maar ze pesten eigenlijk niet.

Het kan dus wel. De Hel kan voorbij gaan, en een klein stukje van de Hemel overnemen. Tijd kan ook meewerken, ouder en wijzer worden kan helpen. De wereld kán een stukje zachter worden, ondanks alle krachten die daarbij tegenwerken. Een beetje hoop, dat moeten we blijven houden. Anders wordt het niks meer.

 

65

U dacht dat ik al doodrollator-jorg was hè? Ruim een jaar niks meer geschreven, dus Wauwel zal wel verder wauwelen in het hiernamaals, of kwijlend wegteren achter een bordje pap in een verzorgingstehuis.  U dacht ook niet van “Goh, zal ik eens even informeren hoe het met hem is, met die man die altijd zulke smakelijke stukjes met een cynische ondertoon schrijft?”
Niet even een leuk berichtje achterlaten, wat door wenende nabestaanden als een lichtpunt in de voortaan eeuwige duisternis wordt gezien. Maar goed, ik ben er dus nog. Vorige week werd ik vijfenzestig; vroegâh was dat een memorabel moment. Je mocht stoppen met werken, je kreeg een toespraakje van de baas, een horloge met inscriptie, iets om in te lijsten voor bijna 45 jaar trouwe dienst.

Das war einmal. Ik had gepland zelfs al eerder te stoppen. Extra sparen via je werk, met een berg geld in het vooruitzicht ( de prospectus beloofde toch wel zo’n 120.000 gulden tegen de tijd dat je ’s ochtends op de tast je kunstgebit uit een bakje moest vissen ). Op je 63e. Genieten van het leven. Ik mag blij zijn als er straks omgerekend nog zo’n €18000 wordt uitgekeerd, waarvan de belastingdienst dan bijna nog de helft gaat pakken. Ik kan ook níks! Zelfs sparen lukt niet. De over ons gestelde overheden hebben anders besloten.

Ik werk dus nog. Nog een extra jaartje. Tot 1 september 2019 denk ik. Met slepende tred, nog zonder kunstgebit of rollator, begeef ik mij dagelijks door een apocalyptisch lelijk Barneveld naar mijn verheven bezigheden: het begeleiden van aan hun mobieltje verslaafde pubers op hun weg naar de volwassenheid. En dat is nog steeds aardig om te doen. De vergaderingen zijn horror, de papierwinkel is een gruwel, de logge bureaucratie een ramp, maar die pubers houden je jong. Ik geef geen lessen meer,  maar voortdurend krijg ik ze in mijn kantoor, met vragen over de toekomst, wat ze het beste kunnen doen, wat ze moeten kiezen, die toekomst die nog geen einde lijkt te hebben en waarin iemand van 32 al stokoud is. Met mijn 65 moet ik in hun ogen wel ongeveer Methusalem zijn, zó oud, daar kun je je gewoon geen voorstelling bij maken.

Het grote voordeel: het houdt jong. Een beter middel bestaat er niet. Ik blijf dus puberaal gedrag vertonen – hoewel dat natuurlijk ook beginnende dementie kan zijn – , ik blijf tegen de richting in roeien, ik blijf van cynische humor houden en ik blijf weer dwarsig gedrag vertonen; niets heerlijker om af en toe wat stijve collega’s of wildvreemden de stuipen op het lijf te jagen met weer een tegendraads of ontregelend iets. Ik zit op Twitter (www.twitter.com/reinbijlsma): bijna 4400 mensen zien blijkbaar iets in mijn geprik en gesteek. U mag mij daar volgen ( “Als u mij niet volgt, ontsteek ik in schuimbekkende razernij” staat er in mijn profiel ) en hevig met mij in discussie gaan over wat ik nou weer te mopperen of te zeuren heb. U mag mijn kunstwerken zien op Facebook, waar ik mijn hele kunstzinnige hebben en houden aan de gansche wereld ten toon stel en waar vooral veel Chinezen enthousiast over zijn.

Naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer energie lijkt wel. Ik ga dus nog een tijdje door. Met werken in het onderwijs nog een jaar, met kunst maken nog zo lang mogelijk, met Twitter en Facebook nog een hele tijd, en ik ga ook weer vileine stukjes op dit weblog schrijven. Ik wil geen 65 zijn. Ik wil weer twintig zijn, of dertig, of desnoods nog veertig of vijftig. Pas dus maar op voor mij.

Dodenherdenking

Auschwitz1kleinZag men vroeger tegen Dodenherdenking op wegens de herinneringen aan het onnoemelijk leed en het onpeilbaar verdriet, tegenwoordig moet je met angst en beven afwachten welke rel er nu weer losbarst rondom ons nationale eenheidsmoment.
Ik heb de oorlog niet meegemaakt, ik kan me – ondanks mijn rijke fantasie – dus ook geen enkele voorstelling maken van de verschrikkingen die mijn beide ouders wel zijn overkomen. Een weldenkend mens kán zich zoiets ook niet voorstellen als het hem niet zelf is overkomen.
Ja, we hebben 9/11 ervaren, de oorlogen in het Midden-Oosten, de aanslagen zoals bijvoorbeeld in Parijs. Het staat op het netvlies gegrifd, maar het was altijd elders, we zagen het vanuit onze veilige stoel via de buis en internet tot ons komen. Maar hoe je het ook wendt of keert, we zitten niet meer in een wereldoorlog.
Mijn ouders leven niet meer. Zij leefden in een wereld die wel door een totale oorlog verscheurd werd. Zij hadden geen weet van wat er elders in de wereld aan verschrikkingen gebeurde, wat zij beleefden, beleefden zij zelf of -met vertraging – via kranten of radio. De wereldoorlog was voor hen eigenlijk een lokale oorlog, de wereld was voor hen de stad waar zij woonden, met misschien nog een klein stukje daarbuiten, Duitsland, België, Engeland en Frankrijk misschien, maar dat was het dan wel.
Zij kenden geen beelden van vluchtelingen in rubberen bootjes op de Middelandse Zee, zij kenden geen kleurlingen, de zeldzame zwarte medemens was een rariteit.
De getroffenen door oorlog waren naast henzelf vrienden, familie, een broer in de strafgevangenis van Scheveningen, Joodse vrienden die moesten onderduiken. Zij vreesden de Duitse legerwagen die voor een razzia de eigen straat  inreed.  De wereld was klein en overzichtelijk, maar net zo wreed. Wat daar buiten gebeurde, was volledig onzichtbaar.

Jarenlang herdachten zij die wereld, tot hun dood aan toe. 4 mei was om acht uur ’s avonds de Waalsdorpervlakte, de totale stilte op straat, het ontroerend en hoopvol zingen van een merel in een struik daar bij die fakkels in de duinen.
Ik kreeg dat mee en blijf daar eeuwig dankbaar voor: de verhalen, het verdriet, de angst, de haat eerst tegen “de moffen”. Een haat die langzaam overging, die voorzichtig weg-ebde naarmate hun wereld wijder werd en de jaren vergleden. Tijd heelt vele wonden, maar laat flinke littekens achter.

Op 4 mei ben ik blij dat zij er nu niet meer zijn, hoewel dat een van dagen is waarbij de herinneringen aan hen, aan het moment van de dodenherdenking mét hen, mij het meest dierbaar zijn. Zij zouden het nu niet meer begrijpen. Zij zouden niet begrijpen dat een dominee, voor hen toch altijd een symbool van gezag en verstand en ook steun, de dodenherdenking, de herdenking van hún doden, zou gebruiken voor iets wat vér buiten hun wereld vandaag lag, voor iets wat niet van hen was.
Zij zouden de wereld nu niet meer begrijpen. De vluchtelingen in de bootjes, moskeeën waar eens kerken stonden, de halal-supermarkt, hipsters, internet, twitter, asielzoekers, de vrachtwagen in Stockholm, Temptation Island en virtual reality. Zij zouden hun eigen zoon nauwelijks meer begrijpen. Ze zouden zich omdraaien in hun urn.

Ik begrijp hen wel. Ik begrijp ook de vluchtelingen, de virtual reality, de bagger op tv, de mensen die op de PVV stemmen, Groen Links, de graaiers bij de VVD en de goede bedoelingen van Aboutaleb. Ik begrijp de Antifa, maar ook Geert Wilders, de oorlogen op social media, het correcte en het nep-nieuws. Je moet steeds meer begrijpen om niet gillend gek te worden. Dat lukt alleen nog als je alles een eigen plek geeft, een eigen specifiek moment, en die plekken en momenten gaan niet samen. Daarvoor is de wereld te complex geworden.

Vanavond om 8 uur herdenk ik dus niet de op de Middelandse Zee gestorven vluchtelingen van nu, ik herdenk niet de doden uit de oorlog in Syrië of in Midden Afrika, ik herdenk niet de slachtoffers van 9/11. Ik herdenk ook niet de Joden die in het hedendaagse Israël door Palestijnen worden doodgestoken, ik herdenk ook niet de Palestijnse kinderen die stierven tijdens een Israelisch bombardement op de Gaza-strook. Het is er het moment niet voor.

Ik herdenk de Nederlandse doden uit de oorlogen van mijn ouders, of ze nu verzetsstrijder, Joodse onderduiker of gewone burger waren. Ik herdenk mijn ouders, hun verdriet, ik herdenk de doden op de Erebegraafplaats van Overveen, ik herdenk de doden op de gedenkplaatsen die ik tijdens mijn bezoeken aan de concentratiekampen als Auschwitz en Mauthausen heb gezien, en ik denk aan iedereen in Nederland die nog op enigerlei manier te lijden heeft onder de oorlogen uit de tijd dat de wereld nog klein en iets begrijpelijker was.

Zolang er nog direct betrokkenen en directe nabestaanden leven: gun hun die Dodenherdenking zoals die vele jaren was, gun hun dat laatste stukje waar ze zichzelf nog in kunnen vinden.

3D

Oplettende lezertjes zullen misschien al weten dat ik een nieuw speeltje heb, namelijk een HTC Vive Virtual Reality-bril. Daar zitten diverse programma’s bij, waaronder Tilt Brush. Daarmee maak je virtuele kunst. Je schildert met diverse soorten kwasten en materialen letterlijk in de ruimte. Het is een mix tussen beeldhouwen en op het platte vlak schilderen, en biedt dus heel veel nieuwe mogelijkheden. Normaliter kun je het eindresultaat alleen maar zien wanneer je als toeschouwer ook zo’n bril hebt, maar er zijn wat trucjes om je werk te exporteren naar speciale viewers waardoor je in een browser, als je tenminste de goede hebt, ook kunt kijken. Een kwestie van op de afbeelding klikken met je muis, en vervolgens kun je alle kanten op draaien, in- en uitzoomen, etc.

In de bril is het reslutaat nog veel mooier, met animatie, lichtgevende objecten, sterretjes en langsdrijvende wolken, dus wil je dat een keertje zelf ervaren, dan moet je even een seintje geven.

Blinde engel

IMG_3731Hoe is het om niets horen en ook nog eens niets te zien? En dan vanaf je geboorte. Kun je dan überhaupt denken, want dat doe je toch in beelden en woorden; hoe meer beelden en woorden je jezelf eigen maakt, hoe meer het denken zich ontwikkelt. Je kunt alleen nog communiceren met behulp van geur, gevoel en mogelijk smaak. Misschien ben je wel hoog-intelligent, maar wordt door je beperking dit niet onderkend. Doofblind; in Nederland zijn ongeveer 100 mensen die echt zo geboren zijn. De overigen is het gedurende hun leven op enig moment overkomen, volledig, of in gradaties, vaak gelinkt aan een andere lichamelijke en/of geestelijke handicap.

We leven in een maatschappij die in toenemende mate gericht is op volmaaktheid en excellentie, en daar ook steeds meer op is ingesteld. Wie niet aan dat ideaalbeeld voldoet dreigt op allerlei manieren uit de boot te vallen en lijkt steeds meer hinderlijk aanwezig; het rigoureus en harteloos korten op steeds meer voorzieningen voor mensen die steun behoeven is daar een voorbeeld van. De ideale maatschappij is een harde, koude maatschappij aan het worden, die zich letterlijk buiten het beeld van de doofblinde voltrekt.

Wat rest is de eigen wereld: een wonderlijke, voor ons bijna onvoorstelbare wereld, gevormd uit klanken, vage beelden, aanrakingen, ervaringen, soms slechts vibraties, lichtflitsen. Een levend geworden schilderij van Dali, waaruit steeds delen missen of ineens kortstondig opdoemen in een wervelende kaleidoscoop. Een duistere diepzee, waarin hier en daar een enkel lichtpuntje naderbij zweeft en weer weg ijlt in het zwart, soms gonzende geluiden in je oor naast de druk van het alom aanwezige water dat aan je trekt, op je drukt en je onbekende richtingen op duwt.

Ik was bij een voorstelling door doofblinden in Kalorama, een zorginstelling waarin ook een centrum voor doofblinden is ondergebracht. Via via kaartjes gekregen, omdat mensen in mijn omgeving contacten hadden gelegd over het mogelijk geven van een concert voor doofblinden.
Een prachtige, bosrijke omgeving, op glooiende heuvels. Veel fel gekleurde leuningen, houvast in de onzichtbare wereld. Toneelgroep Mooi Uitzicht had met de bewoners de voorstelling “Perfect” voorbereid. Een mooie titel voor mensen die in deze wereld niet “perfect” zijn, mensen met een weeffoutje, die niet passen in het beeld van volmaaktheid. Wie is wel perfect, eigenlijk? Wie zou willen zijn als Barbie of Ken, wat maakt je dan nog uniek? Het zijn juist de onvolkomendheden die het hem doen bij ieder mens.
Ik keek naar het publiek: een beweeglijk publiek. Her en der werd in plaats van gepraat heftig gebaard: doventaal, of werden tekentjes in de palm van de hand geschreven: doofblinden-taal. De spelers, allemaal prachtig en kleurrijk gecostumeerd en geschminckt, bewogen zich zelfstandig of met behulp van een rolstoel voort. Soms geleid en gestuurd door oIMG_3727nvermoeibare begeleiders, die op de een of andere manier erin slaagden niet opvallend aanwezig te zijn en alle aandacht op hun cliënten te vestigen. Ik werd ondergedompeld en gegrepen door deze bij vlagen surrealistische wereld. Er was muziek, er was film, er was een band, er was beweging als in een voorstelling van Jheronimus Bosch. Er was een aanstekelijke blijdschap in zijn meest pure vorm. Kreten, klanken, beelden, gebaren, het prikkelen van zintuigen die wij – de “normale” mens – verleerd zijn te gebruiken. Daar was een man in een rolstoel, zwarte zonnebril, qua uiterlijk de toetsenist van Rammstein haast, zichtbaar genietend van zijn rol. Een klein pookje stuurde hem door het leven.

De voorstelling verplaatste zich naar verschillende locaties op het terrein. Terwijl de regen neergutste op het tentdoek, terwijl de merels zongen, speelde een doofblinde vrouw, eerst geheel verborgen onder zwart plastic, de sterren van de hemel, voor een publiek dat zij mogelijk niet zag maar slechts kon vermoeden. Een snelle krabbel in haar hand: ze klappen nu voor jou. Nog een krabbel: wel vijftig mensen kijken naar je. En: op het moment dat je in jouw rol over regen praatte, begon het buiten heel hard te regenen.
Wij ruiken wel eens de regen, in bijzondere gevallen. We voelen het ook. Maar we zien en horen het vooral; een grijs gordijn van water kan ons het zicht haast benemen, een ruisende natte wereld.
De wereld van de doofblinde is er een van overweldigende geuren, van druppels voelen op je huid, op je gezicht. Een wereld de zich in stilte om je heen wentelt. Waar je door een aanraking op je schouder weet dat je begeleider in de buurt is, dat je die of die kant op moet gaan. Dat je niet alleen bent. De begeleider waarvan je je geen of slechts een vaag beeld kunt vormen van hoe hij of zij er uit ziet. Je begeleider is die hand, die vingers die je aanraken of die als snelle maar onmisbare wervelingen voor je niet ziende ogen heen en weer bewegen. Je begeleider is de geur van haar parfum.

Hoe is zoiets. Ik kan me er eigenlijk geen voorstelling van maken. Voelt het als gevangen in een cocon van zwart en stilte? Als een cel die steeds smaller en kleiner wordt? We worden elke dag gebombardeerd met beelden en klanken, meer dan iemand uit de middeleeuwen gedurende zijn hele leven te verwerken kreeg. Een wereld die geen einde lijkt te kennen, maar die voor een doofblinde lijkt gereduceerd tot een oppervlakte van hooguit enkele meters. Waar je zonder hulp eigenlijk niet kunt overleven. De top van de Mount Everest, verdwaald in de Sahara, van de aarde afgesneden in een wegtollend verongelukt ruimteschip, totdat de zuurstof op is en de zon niet meer is dan een verre ijle ster.

Totdat je later sterft.  Totdat je laatste nog resterende zintuigen stoppen met werken. Toch heb je een mooi leven gehad. Eruit gehaald wat er in zat. In onze ogen misschien beperkt, maar dat is betrekkelijk en relatief. Wij worden lang niet altijd van de wieg tot het graf ondersteund en beschermd door mensen, die ervoor gekozen hebben ons te begeleiden omdat wij niet perfect zijn en anderen wel. Groot respect voor hen die dit tot hun roeping gemaakt hebben. Wij hebben verleerd onze zintuigen tot het uiterste te benutten. Daarin zijn we zeker imperfect.

Perfect was voor mij gisteravond de blinde engel, in een rolstoel, prachtig zingend, boven het ruisen van de regen en het zingen van de merels uit. IMG_3730

De andere wereld

SolusProjectHet is ongelooflijk koud. Voor mij ligt een verlaten strand, bezaaid met stukken rots, grote, vreemd gevormde schelpen, brokken verscheurd metaal. Een onbekende oceaan rolt eindeloos naar de kust. Hier en daar breekt wat schrale vegetatie door de zoutkorst heen, de wind rukt en snauwt. Boven zee zinkt de zon steeds lager in grijze wolkenflarden, wanneer ik omhoog kijk zie ik twee reusachtige hemellichamen tussen myriaden sterren tollen. Voorzichtig, aarzelend,  stap ik langs een plant waarvan de bladen snappend dichtklappen als ik in de buurt kom. Ik moet opschieten, want het wordt donker en ik ben verdwaald. Ginds is iets wat op een grot lijkt. Een burcht van bazaltblokken rijst om mij heen. Mijn meters tonen dat ik nu heel snel een schuilplaats moet vinden. Ik balanceer van blok naar blok, mag niet misstappen, want onder mij wacht de afgrond.
Duizelig bereik ik de steeds donkerder wordende schemer van de grot. Buiten hoor ik de wind bulderen boven het geluid van de golven uit. Ik pak een lichtstick. Het groenige schijnsel komt niet ver; in een bol van bleek, koud licht schuifel ik dieper de grond in, te midden van dansende schaduwen. Voorzichtig stappen nu. Een schaduw kan ook een gat zijn waar ik in kan vallen. Dieper en dieper ga ik naar binnen, zwarter en zwarter wordt mijn wereld. Mijn lichtstick raakt leeg, flakkert, dooft langzaam uit tot een klein groen puntje, als de ogen van een dier in de nacht. Intense duisternis omringt mij nu. Ik durf niet verder te stappen, moet bukken om nog een paar centimeter grond te onderscheiden. Ik tast als een blinde. Mijn wereld is gekrompen tot mijn pak, een dunne laag bescherming tegen alles wat daar vijandig buiten is. Heel ver weg klinkt nog de wind door mijn ontvangers, heel vaag gloeien nog de meters om mijn pols en op het vizier van mijn helm.
Dan is daar een ander geluid. Een soort schuifelen, zacht krabbelen, krassen over de rotsgrond. De richting is moeilijk te bepalen. Er komt iets onmiskenbaar op mij af. Iets wat mij kwaad wil doen, iets wat mij wil verscheuren.

Ik zet even mijn bril af. Dit wordt even te gortig. De gordijnen staan half open, ik ben weer in mijn werkkamer, de computer zoemt, er staat een kop lauw geworden koffie voor mijn neus. Alles is veilig. Barneveld is zoals gewoonlijk weer heel gewoon, de vreemde oceaan is ver te zoeken. Mijn bril is een HTC Vive Virtual Reality-bril, met lange kabels verbonden aan mijn pc, een week in huis nu. Jaren op gewacht, en na lang wikken en wegen besteld, want voor dat bedrag kun je ook leuk op vakantie. Maar waarom  zou je dat nog willen? Ik kan nu gaan wanneer ik wil, naar de meest exotische oorden, het heelal verlaten zelfs. Het blijft natuurlijk een solistisch gebeuren, hoewel je met een VR-bril virtuele ontmoetingen kunt hebben met mede-brildragers over de hele wereld in bijvoorbeeld AltSpace, een wereld waar je van alles kunt doen, van vergaderen tot taaltrainingen of gamen op exotische locaties; je kunt het zo gek niet bedenken. Wat je nodig hebt is een virtual reality-bril, een headset en een stevige computer.
De mogelijkheden met VR zijn ongekend, en de ervaring is niet met enige andere tot nu toe te vergelijken. Wandel door je toekomstige huis via de makelaardij, bezoek vast je vakantieadres, kijk mee in het ISS-ruimtestation, duik in de hersenen van een patiënt op de operatietafel, genees van spinnen-, vliegangst of hoogtevrees, maak eindeloze ritjes in spectaculaire achtbanen, kijk vanaf de bank thuis bioscoopfilms in het formaat van een enorme zaal, repareer een laptop zonder enige voorkennis of -en daar heb ik mijn bril voornamelijk voor aangeschaft- maak drie-dimensionale virtuele kunst, die je dus niet aan de muur kunt hangen, maar die je op internet kunt bekijken en waar je met behulp van een VR-bril aan alle kanten doorheen kunt wandelen, waarbij je niet gehinderd wordt door ruimte en afmetingen. In het programma Tilt Brush tover ik met mijn controllers virtuele kunstwerken, die licht geven,  wolken sterrenstof uitwerpen, die wervelen en draaien en alles doen wat in je fantasie opkomt. Updates gaan de komende tijd veel nieuwe mogelijkheden toevoegen. Kunst wordt wat het nog nooit eerder geweest is.

Een eerste versie van zo’n consumentenbril kent natuurlijk tekortkomingen; je hebt een sterke computer nodig. De scherpte is nog niet optimaal, je ziet beeldpuntjes als bij een ouderwetse televisie. Er hangt een dikke kabel van je hoofd naar de pc. Wil je met bril en al goed kunnen bewegen en het virtuele gevoel écht tot zijn recht laten komen, dan heb je toch minimaal een vrij oppervlak van 2×2 meter nodig om in rond te lopen en niet met je controller de lamp van het plafond te slaan ( of je belangstellende gade een blauw oog ). Breng huisdieren, planten en kostbare Chinese vazen in veiligheid. Alle tekortkomingen vallen echter in het niet bij de immense ervaring die de onderdompeling in de virtuele wereld met zich meebrengt. Na een paar minuten merk je er niets meer van.
Zorg ook voor een grote vriendenkring, want niets is zo leuk als het kijken naar gasten die voor het eerst zo’n bril op hun hoofd zetten en die dan in de diepzee op oud scheepswrak in elkaar duiken wanneer er een enorme walvis rakelings over hen heen zwemt.
Virtual Reality wordt dit jaar de nieuwe verslaving voor wie daar gevoelig voor is. Maar wel een heel leuke. Neem eens een shot, zou ik zeggen.
13346514_10154316815246661_1554512002697742444_n

Leven zonder internet

talkingOnlangs las ik een opmerkelijk berichtje dat 10 % van de inwoners van Nederland nog nooit van internet gebruik heeft gemaakt. Daar zit natuurlijk een flink gedeelte bejaarden bij, mensen die dus nóg stokouder zijn dan ik, en een deel baby’s en peuters, hoewel er veel hippe ouders zijn die zich de afschuwelijke gewoonte hebben eigen gemaakt om bij de geboorte van hun eerste kind ook maar gelijk een Facebook-account en een email-adres voor de kleine spruit op te zetten. Ze vergeten daarbij dat tegen de tijd dat het kind kan schrijven en lezen, email en vermoedelijk ook Facebook, hopeloos uit de mode zijn. Daar zit je dan straks als moderne puber met die antieke zooi mooi mee opgescheept.

In het berichtje stonden ook enkele overwegingen van lieden die bewust kozen om zonder internet door het leven te gaan. Eentje verloor anders het ware contact met de aarde en het wij-gevoel met de natuur, en de ander zag het als een bedreiging voor Gods schepping en het contact met de medemens.  Er is zelfs een Vereniging zonder Internet. Daar vind je dus geen website van.
Nu heb ik de grote eer al bijna veertig jaar in het onderwijs actief te zijn, om daar de heffe des volks en de bloem der natie naar ongekende hoogten te begeleiden, en ik kan daar constateren dat de moderne jongere zonder internet zou veranderen in een geestelijk en lichamelijk kwijlend wrak. Er is in de tijd dat het internet bestaat een nieuw ras geëvolueerd met als nieuw ledemaat het mobieltje, onlosmakelijk met het lichaam verbonden, waarbij uitval van mobiel bereik zoiets is als het amputeren van een been of desgewenst hoofd. U weet als ervaren ouder wel hoe uw kroost reageert bij opmerkingen over het gebruik van mobieltjes aan tafel, of bij dreigementen dit genotsvoorwerp af te pakken. Hoeveel feestelijke maaltijden en bijeenkomsten zijn er al verknald door dat eeuwige getuur op hun telefoontje of tablet of door de bliepjes die de Snapchat- of Whatsapp-berichtjes veroorzaakten? Kinderen ontwikkelen tegenwoordig ook een soort mobiel-bochel, we groeien dus langzaam weer terug naar de voorovergebogen lichaamsvorm van de Neanderthaler.
Ik denk aan de bijna twee weken zonder internet dat mijn dochters chagrijnig beneden op de bank zaten, zomaar in de woonkamer, de plek waar mensen vroeger wel eens een leuk gesprek met elkaar plachten te hebben in real life. De kreten waarmee zij opsprongen en de kamer uit stormden toen zij ineens gelijktijdig een “Nieuw-bericht-bliepje” op hun apparaat binnenkregen. Er was weer verbinding met het leven!

Wat deed u eigenlijk in de jaren dat u nog geen verbinding met de wereld via internet had, en u nog gewoon gesprekken op de bank moest voeren met uw partner; keek u toen de hele dag door tv, of las u het ene na het andere boek uit de bibliotheek ( daar leende je vroeger boeken ), maakte u een legpuzzel van de bollenvelden met strakblauwe lucht of ging u een kathedraal van luciferhoutjes in schaal 1: 2 nabouwen? Hoe vreselijk moet dit geweest zijn, zoiets als de tijd van de crisis in 1929 of de aanvallen van de Gothen, Hunnen, hordes van Djengiz Kan of de uitroeiing van de mensheid door de Zwarte Dood in de Middeleeuwen.

Een paar jaren geleden doorkruiste ik de woestijn van Wadi Rum in Jordanië. Het landschap was buitenaards, roodachtig van tint, miljoenen jaren geleden ontstaan uit een grote zee, en de surrealistische rots-structuren  gaven je het gevoel op Mars te zijn. Geen wind, ’s nachts miljoenen sterren aan de hemel en absolute stilte; zó stil dat je in je oren het bloed door je aderen hoorde ruisen. Een ander universum. En toch: verdwalen kon niet meer. Op je mobieltje zag je tot op een paar meter nauwkeurig waar je je bevond, en wanneer je een tijdje rondreed op het hotsende schip der woestijn, zag je altijd wel ergens in de verte een GSM-mast.  Nergens kun je meer verdwalen, ook al zou je dat heel romantisch willen. Je bent altijd bereikbaar, vindbaar, traceerbaar, op misschien een paar plekken in de Stille of de Atlantische Oceaan na.

Na de jaren 80 van de vorige eeuw brak dan eindelijk de nieuwe Verlichting aan, het zegenende Tijdperk van Internet. Daar passen natuurlijk geen zonderlingen zonder internet in. Er is geen plek meer voor kluizenaars en mensen die de wereld buiten willen sluiten, wat hun redenen ook mogen zijn. Je plakt ze ook gelijk een etiket op: boomknuffelaars, geitenwollen sokken-types, reli-gekkies, stel je er maar iets aparterigs bij voor. De enige plek waar je je nu nog een klein beetje kunt afzonderen is je eigen hersenpan.

Is leven zonder internet geen leven? Ondraaglijk lijden, om in overtrokken pubertermen te blijven? Zelf denk ik wel de nodige afkickverschijnselen te ervaren. Twitter opzeggen, Facebook stoppen, digitale zelfmoord, de computer ongeveer de deur uit en geheel afhankelijk zijn van stokoude media als krant, televisie en Radio Bandoeng. Nog even zoeken tussen de oude rommeldozen of daar nog ergens een gewone telefoon ligt, en of er überhaupt nog wel een aansluiting aan de wand zit waar ik dat ding in kan pluggen. Vakanties plannen via een reisbureau in een straat met echte winkels, wachten op de papieren bankafschrijvingen in de brievenbus. De grote Bos-Atlas maar weer eens uit de kast trekken en kijken welke landen er allemaal verdwenen of bijgekomen zijn. Een avond vakantie-dia’s van 30 jaar geleden er doorheen jagen. Je leven uit de steentijd terugkijken: toen je nog niet bestond uit nullen en enen. Toen je nog offline was.