Verlaat Sinterklaasgedicht

Deze wilde ik u toch niet onthouden. Een dankbare collega vond dit gedichtje in de docentenkamer van een school:

Lieve Sinterklaas,

Ik wil helemaal geen cadeautje,
maar een heel klein bureautje,
in een land hier ver vandaan,
waar geen leerlingen bestaan…..

Share

 


Westerbork

Dit wordt weer een serieus stukje. Mijn hele leven al heb ik een – volgens mijn vrouw – morbide belangstelling voor alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. Zo bezoek ik, bij voorkeur in mijn eentje en liefst bij koud, somber weer, voormalige concentratiekampen in heel Europa en lees ik ongeveer alles wat los en vast zit over het onderwerp. Nachtmerries heb ik er van gehad, het heeft mijn humeur en optimistische kijk op de mensheid geregeld verpest en toch gaat het maar door, elk jaar weer culminerend in de Dodenherdenking op 4 mei. Het is me met de paplepel door mijn ouders in gegoten en ik ben ze daar niet ondankbaar voor. “Wat lees je daar?” hoor ik ‘s avonds in bed, nadat ik naar een interessante documentaire over Raoul Wallenberg gekeken heb. “O, ik lees nu ‘Nazi-Duitsland en de Joden’, een standaardwerk van Saul Friendländer, 857 pagina’s dik”.  Bedlectuur. Van de zomer in Tunesië hing ik gedurende een rit door de woestijn zeker een half uur scheef verdraaid voor het busraampje om een foto te kunnen maken van één van de overgebleven bunkers uit de slag bij Kasserine. In het najaar dwaalde ik door de onderaardse krochten van het Adelaarsnest. En ga zo maar door. Gezellig, zo’n man. Je zal er mee getrouwd zijn. Straks, lekker vlak voor het slapen gaan, deel 1 van een documentaire over de Slag Bij Stalingrad. Iets om me de komende twee weken op te verheugen.
Toch heb ik totaal geen hekel aan de Moffen, om even mijn ouders te citeren. Aardige mensen, mooie taal ook wel. Fijn vakantieland, en – groot voordeel – veel dingen uit de oorlog nog. Die ik nooit heb meegemaakt. Ook geen omgekomen familie of zo. Maar toch…
Ik draag ook al jaren demonstratief een klein zilveren Davidssterretje om mijn nek. “Bent u Joods, meneer?” “Nee, maar ik mag die Palestijnen niet zo erg”. Zoiets is natuurlijk ongelooflijk fout om te zeggen tegenwoordig. Vòòr je het weet zit je aan tafel bij Wilders. Nee, ‘t is politiek totaal niet correct. 
Enkele jaren geleden bestond men het bij mij in de kerk op kerstavond een collecte te houden voor arme Palestijnse kindertjes op de bezette Jordaanoever. Met dodelijke blikken bezwoer ik de rest van mijn gezin toch vooral niets in het zakje te doen. De hele mooie kerstgedachte was gelijk verpest. Ik overwoog standrechtelijke excommunicatie van mijzelf. Beetje geld geven aan Palestijnse kinderen. En dan maar Kalashnikovs kopen zeker. Ja ja. Nee, dan maar wat extra overmaken naar Westerbork, waar ik begunstiger van ben, en waar ik ooit nog eens een schilderij aan geschonken heb ( plaatje ), maar ik geloof dat ze het eigenlijk niet mooi vonden want ik heb het er nooit meer gezien. Maar goed, het paste allemaal mooi in mijn oorlogsfascinatie.

Wat een afschuwelijke man ben ik eigenlijk. Die Palestijnse kindertjes kunnen er natuurlijk ook niks aan doen. Kinderen zijn het toch. Altijd de dupe, of het nou in 1943 of in 2008 is. Ik ga denk ik toch nog maar wat over maken, zoiets is nooit te laat. En hoe dat nou weer ineens komt? Wel, dat komt door een klein gedichtje van Ida Vos op een circulaire over Holocaust Memorial Day, 28 januari van 19.00 tot 21.00 uur, op het terrein van Kamp Westerbork. Een paar regels slechts, die het lot van zes miljoen slachtoffers niet beter kunnen illustreren. Ze hakten er in als mokerslagen. Prachtig wat je met taal kunt bereiken:

Aardrijkskunde

zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag

héél even maar

Share

 


Gymnasium, klas 2a

Drie dochters heb ik, en die zitten ( of zaten ) allemaal op het Johannes Fontanus College, het JFC, hier in Barneveld. Op deze scholengemeenschap voor VMBO, HAVO en VWO wandelt een gemêleerd gezelschap rond, en één van de daar gepleegde activiteiten is het uitbrengen van een schoolkrant, de “Gutsy”. In het laatste nummer stond een alleraardigst gedicht, dat ik als docent ( o.a. Nederlands ) u niet wil onthouden. Wie de auteur is, weet ik niet, hopelijk maakt hij of zij zich nog even bekend, zodat ik de naam er onder kan vermelden.

Tevens hoop ik dat de publicatie van dit stukje poëzie niet tot gerechtelijke stappen leidt, zoals onlangs een uitgeverij in Friesland mij dreigde na door mij gepleegde manipulatie van één van hun ansichtkaarten, dit met betrekking tot de poema, die hier nu al eeuwen rond schijnt te waren.

Gymnasium, klas 2a

Dit is een klas van al te goeden wille,

de brillen blinken van oplettendheid.

‘Aan zo’n gezelschap kun je nog wat kwijt,’

zegt mijn collega die ze elders villen.

Ik heb graag wat verzet tijdens het drillen,

dat geeft eens een verzetje op zijn tijd.

Een klas die kleeft van zoete volgzaamheid,

brengt van weeromstuit mij tot dwarse grillen.

Laatst na de les, bij ‘t reinigen der borden,

kwam er zo’n braverd glimmend naast me staan,

een mini-toonbeeld van Gezag en Orde.

‘Wat moet ik doen,’ zo klampte hij me aan,

‘wanneer ik leraar-Nederlands wil worden?”

Ik grauwde: ‘Naar een psychiater gaan.’

Auteur helaas nog onbekend.

Share

 


Een gedicht (1)

Nou wilde ik vanmiddag iets aardigs bedenken ter gelegenheid van het feit dat over een paar weken mijn klas waar ik mentor van ben weer een jaartje verder gaat . Als Neerlandicus ( nou ja, MO-A ) ga je dan ook in diverse gedichtenbundels op de boekenplank iets over school zoeken. Ja, en dan kom je natuurlijk allerlei andere mooie gedichten tegen, die geen donder met dit weblog of school te maken hebben maar die wel heel erg mooi zijn. 

Hier is er dus één. Lees het een paar keer, en proef de woorden. Prachtig. Misschien iets om dit vaker te doen. Gedichten zeggen vaak, hoe kort en eenvoudig soms ook, meer dan duizend woorden. Heeft u ook een mooi gedicht wat u aanspreekt? Reageer en stuur het op, en vertel waarom.

STANDBEELD

Een lichaam, blind van slaap,

  staat in mijn armen op.

  Ik voel hoe zwaar het gaat.

  Dodepop.

  Ik ben een eeuwigheid te laat.

  Waar is je harteklop?

De dikke nacht houdt ons bijeen

  en maakt ons met elkaar compact.

  ‘Om Gods wil laat mij niet meer los;

  mijn benen zijn geknakt’,

  fluister je aan mijn borst.

Het is of ik de aarde tors.

  En langzaam kruipt het mos

  over ons standbeeld heen.
  Gerrit
  Achterberg

Paar keer gelezen? Mooi he? ( Hangt natuurlijk wel van je stemming af )

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief