Doe mij maar een trapharmonium

In dorpje B. op de Veluwe zijn de gemoederen de laatste dagen ernstig verhit. We leven in een tijd die gekenmerkt is door ik-gerichtheid. Dat wordt natuurlijk ook wel een beetje gestimuleerd door het over ons gesteld gezag, waaraan we ons natuurlijk dienen te onderwerpen, en wat we ook enigszins zelf over ons hebben afgeroepen. Ook de Veluwe ontkomt daar niet aan: we moeten steeds meer zelf ons hoofd boven water houden wanneer we niet in de gelukkige positie van VVD , CDA of PVV-stemmer ( “Ingrid, doe mij nog drie blikkies bier!” ) zijn. Er wacht ons dan de dreiging van uitzetting ( wanneer we bijvoorbeeld voor het milieu opkomen of anders denken dan rechts ) of van het totaal inhouden van subsidie of geldelijke steun ( wanneer we iets voor de medemens in onderontwikkelde landen willen doen  ). Heb je zoals ik ook nog de pech om in het onderwijs te werken, dan mag je ook nog de opvoedkundige taak van ouders overnemen en de verzorgende taak van instanties die zich tot voor kort met “rugzakleerlingen” bezig hielden.
Van dit kabinet mogen vrijwilligers allerlei taken overnemen. En zijn die er niet, dan is dat jammer, maar er is helaas geen geld meer om dat soort economisch niet interessante zaken te ondersteunen. Bedrijven en banken hebben dat geld tenslotte méér nodig, want anders komt volgens de logica van onze regeerders onze economische positie in gevaar. Dat gezeur van die chronisch zieken, dementerende bejaarden, psychische gestoorden en andere niet-winstgevende types ook. Die zijn hinderlijk aanwezig. Typisch gevalletje van mandje met aandelen verkeerd beleggen en te eerlijk zijn om zwart geld bij elkaar te sprokkelen.

Toch zijn er nog lieden die zich het lot van de ander aantrekken en zonder eigenbelang anderen helpen. Ook in dorpje B. op de Veluwe. Zulke mensen zouden dus wel eens een aardigheidje verdienen, dacht men daar. Geen geld naturlijk, maar wanneer je ze nou eens allemaal tracteerde op een leuke circusvoorstelling in het plaatselijke theater; zoiets schept toch een band en houdt de sjeu er een beetje in. Men zocht en vond, en kwam uit bij het Wintercircus van ene meneer Martin Hanson: goochelaars, gedresseerde honden, wat mensen die op elkaars schouders leuke dingen doen, en tamme eenden die een aardige act opvoeren vóórdat ze met de kerst in een driedubbele salto achterwaarts gehoekt geheel zelfstandig in de braadpan springen. Muziekje erbij, beetje feestverlichting, een avondje gezelligheid voor jong en oud. Geen sex, geen gevloek, het hoogtepunt van erotiek mogelijk een juffrouw in een strak glitterpakje die met kegels jongleert. De avond raakte al snel vol geboekt, want gratis en cultuur, en ook nog eens iets met elkaar en voor elkaar doen, dat zijn begrippen die tegenwoordig nog maar moeilijk samen gaan.

Hoe sneu nou toch dat in dorpje B. er lieden zijn, die in een gezellig ongedwongen avondje genieten de hand van de duivel himself zien. De lokale SGP maakt bezwaar tegen dergelijk werelds vermaak, want de muziek en het licht roepen een uitbundige sfeer op, en dat mag natuurlijk niet wanneer je in God gelooft. Stel je voor zeg, een beetje lachen om iets leuks, klappen om iets moois en dat ook nog eens onder een verlichting die als “feestelijk” te omschrijven is, dat kan onze lieve Heer nooit bedoeld hebben.  Of je al met één been in de hel beland bent. Tot overmaat van ramp treden er ook acrobaten op, die daarmee “hun leven in de waagschaal stellen”. ”Acrobaat dodelijk getroffen door neervallende gekleurde sjaal”, zou wel eens de sensationele krantenkop de day after kunnen zijn. Zo moet het dus niet. Wanneer er in dorpje B. al überhaupt iets te vieren valt, dan doen we dat met stemmige samenzang bijvoorbeeld, onder begeleiding van een amechtig trapharmonium op hele noten. Dat vinden alle vrijwilligers vast leuk. Het is vét uit je dak gaan tegenwoordig, daar in dorpje B. op de Veluwe. Komt allen!

Noot: Volg de discussie in de lokale krant hier.

Share

 


Kerst in dorpje B. op de Veluwe

lightLeeswaarschuwing: dit stukjes is alleen maar interessant voor omwonenden in de wijde nachtelijke omgeving van de A30  bij dorpje B. op de Veluwe

Het waren de donkere dagen voor Kerst, behalve in het dorpje B. op de Veluwe. Daar straalde het licht, zelfs midden op de dag! Hoe dat zo kon gebeuren, staat in onderstaand kerstsprookje.
Er waren eens twee  handelaren. Jarenlang hadden ze vanuit een eenvoudige nering hun spulletjes aan de man gebracht en centjes bijeen geschraapt. En je weet, wie eenmaal van muntjes de geur heeft geroken en de klank heeft gehoord, die heeft nooit meer genoeg, die wil altijd meer, meer, meer.

Gelukkig dachten de bestuurders van het dorp er net zo over. Die wilden ook alleen maar meer , meer en meer. Ze haalden het geld weg van de arme burgers en gebruikten dat om grote terreinen, hallen, kantoren en wegen aan te zodat er nog meer handelaren naar B. zouden komen en er nog meer bijeengeschraapt kon worden.

Zo kwam het, dat met het verstrijken van de jaren, er een steeds naargeestiger sfeer in de straten en steegjes kwam te hangen. Waar je ook keek, zag je grote, sombere en meestal leegstaande kantoorgebouwen, blauw verlichte en ook leegstaande parkeergarages, door pech tot stilstand gekomen treinen, parkeerterreinen waar eens de mooie groene natuur was, met vuilnis en gifgrond vol gestorte wateren, industrieterreinen waar grote gele vrachtwagens af en aan reden, steeds meer lawaai maakten en alle regels aan hun laars lapten, of enorme gebouwen waar mensen in sombere stemming op sombere en dreigende zondagen bij elkaar kwamen, soms van heinde en verre.

De twee handelaren en de bestuurders hadden dat allemaal niet in de gaten, verblind als zij waren door de geldtekens in hun ogen en hun hang naar pracht en praal. In achterkamertjes kwamen zij in het geniep bij elkaar en bespraken hun plannen voor de toekomst: “Als jij nou dit voor mij doet, dan doe ik dat voor jou!”

Op een dag, in de aanloop naar Kerst, kregen de twee handelaren een fantastisch idee. Zij hadden genoeg van die oubollige kerstsfeer, met van die suffe kaarsjes, en een simpel kerstboompje, en dat gedoe met zo’n kerstster. Die zag je helemaal niet. Zij zouden dat wel even anders aanpakken. Zij zouden het èchte kerstlicht naar de aarde en in hun portemonnee brengen.

Zo kwam het, dat de bewoners van B. in die donkere dagen voor kerst, op een avond ineens getroffen worden door een verblindend licht aan de hemel, een schijnsel zoals nog nooit iemand op aarde gezien leek te hebben. Verbaasd en verbijsterd vroegen zij zich af hoe dit toch kon, gewend als zij waren aan het serene en zachte licht van de echte kerstster, die nu geheel verwenen leek te zijn.

Wanneer het ’s nachts bewolkt was, kon men van heinde en verre een koud, wit licht langs de hemel zien stralen, de wolken weerkaatsten het duizendvoudig over de landerijen, hoeven en huizen. Tot in de wijde omtrek zag men dit schijnsel, en wie niet anders wist, zou menen dat de hemel in brand stond met een koud, kil en onbarmhartig licht.
De beide handelaren, en de bestuurders van de stad juichten van blijdschap: dit was het ware licht, waar zij al die jaren naar hadden gezocht! Eindelijk was dat grote, dat wonderbare licht tot heel dicht bij de aarde gekomen. Ja, het raakte iedereen aan die er naar keek. Dit was het grote licht van het GELD! Het enige ware licht, en de handelaren en de bestuurders warmden en koesterden zich aan dit licht: nu zou alles in een ander schijnsel komen te staan, nu zou dit licht nòg meer geld, handelaren en bedrijven aantrekken, en het dorp zou groeien en groeien met nog meer wegen, fabrieken en bedrijven, en het zou vanzelf nog veel meer ligt gaan uitstralen daar over die eens zo donkere velden en bossen van de Veluwe. De natuur zou vanzelf dood gaan, de dieren zouden wegtrekken, op zoek naar de geborgenheid van de nacht; zo zouden de handelaren en de bestuurders zich daar ook niet meer druk om hoeven te maken. Een grote vrede kwam in hun harten, en zij keerden zich als één man naar dat prachtige licht, zo’n dertig meter boven de horizon.

Maar, zij wisten niet dat dit een koud licht was, dat dit licht geen warmte uit kon stralen. Het was een boosaardig licht, wat geen rekening hield met de gewone burgers en de dieren en de natuur. Daar houdt het geld niet van. En de harten van de bestuurders en de handelaren verkilden meer en meer, totdat zij enkele nog dachten dat zij alleen op de wereld waren, levend in een roes, in een schijnsel van waan dat zij zelf geschapen hadden.

Zo kwam het , dat de donkere dagen voor kerst in dorpje B. nooit meer donker waren. De burgers trokken weg, en met hen de sfeer, de gezelligheid, en de dorpse gemoedelijkheid.
Kerst in dorpje B., waar de allerhoogste voortaan EURO heet……

Share

 


Braderie

frikanTot ongeveer de meest gruwelijke  ervaringen die je als dorpsbewoner kunnen overkomen, behoort de jaarlijkse braderie. Hier in dorpje B. op de Veluwe wordt dat – heel toepasselijk – de Oud Veluwse Markt genoemd. Enkele weken lang vindt deze manifestatie elke donderdag plaats, en tout zich op de naburige campings vervelend frikandellen-volk stort zich dan op de oud-hollandse ambachten, de Barneveldse sprits ( die in een volgend dorp gewoon Sint Willibrordse Sprits of Stadskanaalse Sprits heet ), het klompendansen, het kantklossen, de t-shirts met opschrift “Lik mijn lollie!”, het optreden van Grad Damen of welke brallende tokkie dan ook, het mandenvlechten en andere vreselijke zaken.

In een dichte massa dromt men zweterig langs de kramen, buggy’s met jengelende en ijs morsende kinderen met zich mee-zeulend, van het ene eind van de dorpsstraat naar het andere en vervolgen maar weer terug.  Op de rommelmarkt koopt de liefhebber bejaarde videobanden, grote letter-boeken, de volledige Lekturama-serie, Flippo-albums, of hij kiest uit een breed aanbod van zwaar Christelijke literatuur, want B. blijft natuurlijk wel een reformatorisch bolwerk. Op dat gebied is er dit jaar echter concurrentie, want een groot deel van bevindelijk Nederland reist af naar de Gezinsbeurs, die ook deze week is neergestreken in het naburige park. De naam zegt het al, dit is een beurs voor gezinnen, liefst grote, en die worden dan onthaald op een landelijke ambiance met een hoog paard-, beschilderde melkbussen, jachtkledij en oude tractoren-gehalte. Body-painting zul je er niet aantreffen.

Dat betekent donderdagmorgen heel vroeg boodschappen doen en vervolgens maar afreizen naar het Zandvoortse strand, het Sodom en Gomorra naar de begrippen van dorpje B. op de Veluwe.

Share

 


Stiltecoupé

Laatst zat ik, na een bezoekje aan een hectische beurs vol nieuwe onderwijs-gadgets en hebbedingetjes, in de trein terug naar huis in dorpje B. op de Veluwe, daar waar rust en reinheid heerst, en waar de eenvoudige burger met bedachtzame pas door de verstilde straten schrijdt, vooral op zondag.
Zo had ik dus een plekje gevonden in de stiltecoupé, een jammerlijk mislukte uitvinding van onze Nederlandse Spoorwegen. Na een gang door overvolle en lawaaiierige compartimenten kwam ik  dus in wat de NS als een oase van rust en hard werkende lieden had gehoopt.
De enkele stilte-minnende reiziger zit daar met verbeten trek om de mond nadrukkelijk stil te wezen, maar ja, als je wat van de herrie zou zeggen , haal je je mogelijk de woede van andere stilte-fanaten op de hals en trouwens, vòòr je het weet wordt er voor jou ook een Stille Tocht georganiseerd omdat herrieschoppers tegenwoordig een uiterst kort lontje hebben. Zo eindig je dan mogelijk toch nog in stijl. Alles over je heen laten komen dus maar, en in stilte je ergernis verbijten.

Schuin voor mij zat een man, die ik rond dat tijdstip wel vaker in de trein naar huis ben tegen gekomen. Als er iemand in de stiltecoupé past, was hij het wel. Al tijdens de bouw van de allereerste stoomtreinen moet hij daar al gezeten hebben, zó onopvallend, kleurloos, verstofd en voltooid verleden tijd.
Een open hangende grijsachtig beige, flodderige regenjas aan, daaronder natuurlijk een geruit colbertje van onbestemde snit en kleur, grauw overhemd, grijze terlenka broek, stro-kleurig grijzig haar, een benig, loodkleurig gezicht, een nietszeggende bril met vergrotende glazen, het zou zó maar een docent kunnen wezen.
Dit kon echter geen leerkracht zijn. Dit moest een klerk wezen, zo’n beroep uit “Karakter” van Bordewijk, of uit het werk van Dickens. Zo iemand die in een schimmig bruin betimmerd kantoortje achter glazen wanden de hele dag over stapeld mappen en folianten gebogen zit, onder het gelige licht van een bureaulamp, die groteske schaduwen op de wanden van het kamertje werpt. En inderdaad, vanuit een bruine verschoten leren schooltas werden stapels rapporten tevoorschijn getoverd, waarin met een potlood aantekeningen werden gemaakt.
Als zo’n man thuis komt, prikt hij in stilte met zijn net zo kleurloze vrouw aardappeltjes uit een schaal die precies in het midden van de tafel onder de lamp staat, en roert hij in een grijzige massa doorgekookte Brusselse lof op zijn bord. Elke dag weer, en het is altijd herfst en altijd bewolkt.

Achter mij werd een gesprek gevoerd, goed verstaanbaar boven de herrie van de andere gesprekken en de veel te hard afgestelde koptelefoontjes uit. Een schoolmeisje belde met haar vader: 
“He pap, ik zit nu in de trein naar huis, maar ik moet straks gelijk na het eten weg, wil jij even snel sigaretten voor me maken? Ik heb niks meer!”  Ze zal een jaar of zestien geweest zijn.
“Nou doe maar flink wat, in elk geval minstens tien, de rest maak ik als ik uit ga zelf wel, dan heb ik voor vanavond genoeg.” Waarmee gelijk werd aangetoond dat men overal in de horeca stevig door paft.

Minstens tien, en de rest vanavond. Wat moest dat voor vader zijn? Ik stelde me daar zo’n dikke vent in een wit hemd voor, onderuit gezakt op de bank, paar bierblikjes naast hem op het salontafeltje, en dan zo’n appraatje waarmee je met behulp van tabak en papiertjes sigaretten draait. Vermoedelijk een hele stapel, die er dan in een avond doorheen gerookt wordt. TV de hele dag aan, van stilte heeft men in dergelijke huishoudens nog nooit gehoord, laat staan van stiltecoupé’s. Arm kind. Nu al kansloos en veroordeeld tot net zo’n man als haar vader, en nèt zo’n kind als zijzelf, en nèt zo’n treurig leven zonder stilte.

De trein kwam aan in dorpje B. Etenstijd, op de straten geurde het naar jus en aardappeltjes en sudderlapjes. Stilte alom.

Share

 


Open Huis

Na de eerste passage door de kipschuif

Na de eerste passage door de kipschuif

Vanmiddag was ik bij een open huis van It’s Learning, een bedrijf wat electronische leeromgevingen ( ELO’s)voor scholen aanbiedt. De docent plaatst in zo’n omgeving in eerste instantie puffend en hijgend allerlei interactief en uitdagend lesmateriaal, wat vervolgens door zijn leerlingen flierefluitend opgepikt wordt, want vergeleken bij zo’n snelle puber hebben wij het het reactie- en aanpassingsvermogen van een prehistorische reuzenoester. Gaandeweg zal ook de docent er steeds meer plezier in krijgen, want leerlingen zijn meesters in het tegen elkaar uitspelen van hun leraren, en je wilt als onderwijsaanbieder natuurlijhk niet voor oude zak en achterlijk versleten worden, dus zet je ook je eerste voorzichtige stapjes in de ELO, om te ontdekken dat het eigenlijk heel erg leuk  en makkelijk is.

Maar daar gaat het hier niet om, want dit stukje heet “Open Huis”. Dit vond plaats in een luxueus kantoorpand in de Meern, waar het bedrijf in kwestie zetelt. In deze financieel armlastige tijden had het ook voor de restanten van de Amrobank nog een plekje ingeruimd. Een open huis is altijd een aardige gelegenheid om contacten te leggen en visitekaartjes uit te wisselen, en dat kon onder het genot van een drankje en een hapje in een lounge-achtige ruimte, waarbij de gemiddelde docentenkamer associaties oproept met een bedompte kerker, waar ratten aan het stuiptrekkende onderwijs knagen.
De bar straalde wisselend licht uit in hypnotiserende kleuren, en het enige wat nog ontbrak was een strijkje of een Amerikaanse Big Band met zwoele saxofoontonen. Een lavende onderdompeling, daar in het bedrijfsleven. Hoe jaloers kun je er van worden.

Nee, dan een Open Huis in het dorpje B. op de Veluwe, waar ik domicilie houd. Daar staan in het plaatselijke huis-aan-huisblaadje geregeld wat lompig opgestelde uitnodigingen voor een open huis van bijvoorbeeld een nieuw fokzeugen- of mega-kippenbedrijf, waar de per trekker toegestroomde bezoekers zich ergens in een tochtige ruimte onder het genot van een flesje bier uit een kratje kunnen vergapen aan hypermoderne dubbelloops kipschuiven met het geïntegreerd volautomatisch “Happy Chicken” reinigings- en pluksysteem of zoiets. Komt allen kieken!

Ik weet dus wel wat ik kies, hoewel zo’n kippendinges-systeem ongetwijfeld een vernieuwende vinding zal zijn. Maar voor beide Open Huizen geldt: je krijgt weer enorme zin in je werk, en je kunt haast niet wachten tot je het in de praktijk kunt brengen. Leuk, zo’n open huis!

Share

 


Kabul op de Veluwe

Temidden van kaalgeploegde maïsakkers, onder een neerdrukkend apocalyptisch verduisterend zwerk, ligt Kabul op de Veluwe. Als het ergens somber kan, dan hier altijd nog somberder. Het is een dunbevolkte streek, de eenvoudige bevolking ploetert op het land en de dorpsraad poogt de inwoners tegen de grote boze buitenwereld en haar kwalijke invloeden zo goed en zo kwaad mogelijk te beschermen. Een dag per week – en als dat zo uitkomt liefst nog wat vaker voor een begrafenis of een andere geestelijke vermaning – legt men de landbouwwerktuigen neer en volgt men de dwingende roep van de lokale imans, die hier niet zozeer vanaf de minaretten klinkt, dan wel via overlevering van generatie op generatie, van gemeentelid op gemeentelid, waarbij geen ruimte is voor een afwijkend geluid.

Men kleedt zich overeenkomstig het harde werken in het zweet des aanschijns. Geen tijd en plaats voor fleur of frivoliteiten, en al helemaal niet voor frivole tieten. Dat is de wereld, dat is Kelly of het boze oog, en dat is dus slecht. Dat is sinds heden ook Mulisch, een geperverteerd schrijver uit de grote stad.
Die heeft een onwelgevoeglijk boek geschreven over dingen die hier niet gebeuren. Hier niet. Niet in Kabul op de Veluwe. Het boek gaat over twee deernen, die iets met mekaar hebben. O, gruwel.

Gelukkig wonen er hier een aantal hoeders over de plaatselijke zeden. Zij beschermen ons tegen het kwade, ook hen die eigenlijk wel eens wat meer van dat kwade zouden willen lezen of horen. Een der hoeders bestaat uit de plaatselijke OPENBARE bibliotheek, gevestigd in wat ooit een poel des verderfs, namelijk een schouwburg, was. Kan het treffender. Het goede overwint het kwade. Het goede, dat is: streekromans, grote letterboeken, familieromans over oude, boerengeslachten. Boeken van schrijfsters met dubbele namen, boeken over frissche jongelui die op zaterdagavond een mooie legpuzzel onder het gelige licht van de gaslamp maken. Over meisjes, die gezellig in een clubje borduren of ander verstelwerk voor moeder doen. Over een lekker recept voor aardappelen met jus, spruitjes en een dik stuk doorregen vleesch. Dat zijn nuttige en leerzame boeken. Daar past geen Mulisch bij, geen vieze woorden; die strepen we door of we gebruiken die bladzijde om straks de boekverbranding weer een beetje verder aan te wakkeren. Wij koesteren hier in Kabul onze oude tijden. Wij weten wel wat goed voor ons is…….

Share

 


Feest in B.

Gezellie in de legbatterij, want wij produceren toch maar een Wereldei!

Vandaag ben ik maar extra vroeg opgestaan, want hier in het dorpje B. op de Veluwe zal een feestelijke gebeurtenis plaatsvinden die in de geschiedenis zijn weerga niet kent, en die Koninginnedag in Amsterdam in de schaduw zal stellen. Het zijn hier namelijk de Wereld Eidagen !!!!!! ( Dat het elders in de wereld internationale “Coming Out-dag is, is een beetje hinderlijke en op de Veluwe wat onsmakelijke bijkomstigheid, die mogelijk de Wereld Eidagen wat in de schaduw zal zetten )
Voor de Eidagen is een heuse commissie in het leven geroepen, met de missie om B. de “wereldstad van het ei” te maken. Ook is er een website in elkaar geknutseld die helaas qua layout het ergste voor het voortbestaan van het ei doet vrezen en die associaties oproept met step-ins, steunkousen, corsetten, sokophouders, overvloedig oorsmeer, pedicures, gehoorapparaten, spataderen, lang nadruppelen, steenpuisten waar een bosje zwarte haren uitgroeit, kalknagels, dyslexie, de ambachtschool, Ot en Sien, doorliggen, kunstgebitten, sputums, kantklossen, klederdracht, de veenkoloniën, de watersnoodramp, Balkenende, Staphorst, de verwoesting van Dorestad door de Noormannen en ach, zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Het geheel wordt financieel gesteund door de Fortisbank, dat is ook al niet echt bemoedigend, en nu is het mij ineens duidelijk waardoor de wereldwijde kredietcrisis ontstaan is.

Maar goed, terug naar het feest, want zoiets gebeurt niet vaak in het dorpje B. Een commissielid heeft de grammatica- en de hoe-leer-je-ook-al-weer-schrijven-boekjes nog maar eens van stal gehaald om het programma van de Wereld Eidagen in de plaatselijke huis- aan huiskrant te kunnen zetten.  Het resultaat is een te verwachten feestgedruis waar menig hart sneller van zal gaan kloppen, en nu al voel ik in het dorp een opgewonden sfeer.
Het programma – en af en toe citeer ik even: Ouders kunnen met hun kinderen drie keer naar een ei-lezing, “over het ei en het maken/proeven van hapjes”. Dat kost wel vier euro per volwassene, en twee euro per kind, dus een beetje Veluws gezin ( toch al gauw vier kinderen ) is voor zo’n lezing 16 euro kwijt, maar zoiets is, vooral voor de kinderen, natuurlijk wèl een onvergetelijke ervaring als je de rest van je leven nooit meer van het erf wordt losgelaten. Er is ook een kunstexpositie van namaak-eieren en eierdozen. Daar hebben hordes schoolkindertjes met de tong uit de mond dagen lang op zitten frutselen, met als resultaat vrolijk beschilderde grote klonten door een gloeiend heet lijmpistool aanéén gekitte peuters, eierdozen en eieren. Interessant.
We mogen de inhoud van een reuzenei raden en er zijn standwerkers. Er zijn enkele ei-bedrijven die hun deuren opengooien. Zo kunnen we een “skybox opfokstal” en “legsystemen” bekijken, wat ook voor de allerkleinsten toch een niet te versmaden attractie moet zijn, en bij een ander bedrijf lezen we “Te bezichtigen: Biologische Legpluimveehouder”. Ja, hoe zou zo’n houder er nou toch uit zien?  

Het knallend hoogtepunt van deze orgie van vermakelijkheden wordt echter toch wel het “Eigooien” vanaf de plaatselijke kerktoren. “Nee niet met echte eieren natuurlijk, dat zou zonde zijn en een enorme smeerboel geven. Maar wel met soft kunststof, dus ongevaarlijke raketeieren”. Nadere lezing van deze feestelijkheid leert dat “iedereen die op eigen houtje de toren kan beklimmen mag één ( ! ) keer meedoen en vier raketeieren werpen”.
Ik kan haast niet wachten. Kom je daar totaal buiten adem op de torentransen aan, mag je één keer vier schuimrubberen eieren over de rand knikkeren, die je vermoedelijk vervolgens door de wind weer in het gezicht geblazen worden. Heb ik nu mijn hele leven al willen doen, vier eieren van piepschuim of zo van de toren mikken. Gooi dan gelijk die hele kist omlaag, en spring er desnoods net als Jan van Schaffelaar zelf achteraan, dat geeft nog een beetje effect. Ik voorzie tot diep in de nacht lange rijen wachtenden daar beneden bij de toren.

Feest in B. dus. Wat zal ik ‘ns aantrekken, iets met geel en wit maar.

Share

 


Naaktdeskundige

YouTube Preview Image

Even een waarschuwing vooraf: in bovenstaand filmpje is BLOOT te zien. Het is dan wel een stukje uit het journaal, maar dat is tegenwoordig ook al één grote vieze linkse zooi. Vooral niet klikken dus. En onderaan staat een schilderij van mij met BLOOT ( voor de gelegenheid maar even afgeplakt want het internet is een openbare ruimte. O ja, het is ook onafgeplakt te koop )

Het dorpje B. op de Veluwe staat in den lande nu niet bepaald bekend als een bolwerk van progressitviteit en modernistische denkbeelden. Een groot deel van de bevolking hecht nog aan oude, degelijke normen en waarden zoals men die ook in de tijd van Calvijn koesterde. De grote boze wereld houdt men maar het liefst vèr buiten de deur, en men ziet graag dat de jeugd zich bezig houdt met onschuldig vermaak zoals het zich tot zaterdagavond 24.00 uur klemzuipen in “drankketen”, die ergens op een steelse plek op het erf achter de boerderie zijn neergeplempt, of met nuttige denksporten. Zo organiseert een lokaal kerkgemeenschap in een der buurdorpen binnenkort weer een verkoopmarkt, met kraampjes waar men knutselarijen voor naast de voordeur en echte boeken kan kopen, en – ik citeer even –  ”de jongelui kunnen daar gezellig een potje dammen, schaken of sjoelen” als ze even geen zin hebben om de kleurplaat af te maken.
Ik zou zeggen: zet daar een stel X-Boxen neer zodat de jongelui even vèt buitenaardse monsters kunnen afknallen, maar nee, dat is blijkbaar wat àl te heftig vermaak.
Men houdt hier niet zo van te veel opwinding, de hele week is al heftig genoeg en op zondag heerst hier dus een nadrukkelijke rust.
Zo af en toe halen wij het nieuws als een verlopen tv-persoonlijkheid op het dorpsplein ten overstaan van snorrende camera’s en likkebaardende toezichthouders een stukje bikini laat zien. Maar niet met de “wereld-eidagen”, een aanstaand lokaal evenement waar de gehele bevolking zich blijkbaar buitengewoon op moet verheugen en waarvoor hele schoolklassen worden gecharterd om “eierkunst” te produceren. Zo werden op het schooltje waar mijn vrouw werkt maar liefst 1400 plastic eieren gedropt  die door het ontredderde kindervolkje tot een eikunstwerk moesten worden omgesmeed. Ik voorzie daar een door gloeiend hete klodders uit het lijmpistool aanééngekoekte massa kinderen en eieren, tentoongesteld in een lokaal kippenmuseum.
Nee, B. en kunst, dat bijt mekaar een beetje, terwijl alles wat ook maar enigszins aan huisvlijt doet denken hier tot kunst wordt verheven. Een grote houten stoel, eerst reclame-uiting van een failliete meubelzaak, heet nu kunst. Een rotsblok, afschuwelijk beschenen door gekleurde lampen en veilig geplaatst naast een bejaardenhuis, is ook kunst. Een beschilderde plastic kip is omgedoopt tot kunst. Een beeld van een vent in een ridderkostuum die van pure narigheid van de toren sprong is kunst. Het lokale museum toont een fikse verzameling kantkloskunst. Erg heftig allemaal. De gehele bevolking lijkt de donkere maanden van het jaar televisieloos door te brengen met figuurzagen en het snijden van pijpekoppen tot in de late uurtjes.

Eén keer per jaar vindt in het dorp een “kunstmanifestatie” plaats, waar voornamelijk huisvrouwen met dubbele achternamen hun emoties van zich af plakken, schilderen, knippen en kleien, resulterend in tientallen beschilderde dakpannen, melkbussen, lepelrekjes, macramé-werkjes, boekenleggers en brooddeegfiguurtjes. Het loopt storm daar.

Zo af en toe worden er echter initiatieven ontwikkeld die iets dieper pogen te gaan. Eén daarvan bestaat uit een serie bijeenkomsten waarin voor- en tegenstanders van een bepaalde stelling met elkaar in discussie kunnen. De eerstvolgende avond gaat over “Bloot in de kunst”, in het bijzonder als dit in een publieke ruimte wordt tentoongesteld. Men heeft daar een begenadigd spreker uitgenodigd die tegen dit soort perverse uitingen is. Maar- nu komt het – er moest ook iemand gevonden worden die er wel pap van schijnt te lusten. En hierbij dacht het organiserend comité om ondoorgrondelijke redenen aan de auteur van Wauwel. Nu schilder ik wel eens wat, en ook wel eens iets bloots, maar om mij nu gelijk tot de Spencer Tunick van het dorpje B. te bombarderen, dat was toch wel even een schok. Voor hèn, die niet weten dat er ook wel eens iets bloots in de kunst wordt getoond en dat dat bijvoorbeeld wordt gedaan door Spencer Tunick, hier even een linkje naar een recent project gewoon op straat in Amsterdam, maar ja dat is dan ook wel het Sodom en Gomorra van de wereld. Wat dààr kan, is hier de eerstkomende paar honderd jaar nog uitgesloten. Wat dat betreft, leeft men hier dus nog in de middeleeuwen.

Ik moet mij dus nog even ernstig beramen op de uitnodiging; ik geef mij nog niet bloot, want vòòr je het weet roep je hier een volksgericht met gierwagens, pek en rondvliegende veren over je af. Ook wat dàt betreft, houdt men zich aan oude normen en waarden. Op 17 november weten we meer. Komt allen. Degelijke kleding graag.

P.S. Dit stukje gaat weer een hoop hits op leveren op Google. Want op bloot wordt toch nog het meest gezocht.

Share

 


Autoloze zonde

Waar op Autoloze Zondag in veel plaatsen in het land verkeersregelaars worden ingezet om auto’s uit het centrum te houden, zullen hier in het dorpje B. op de Veluwe deze lieden straks hun best doen om grote stromen automobilisten – tegen de verboden inrijrichting nog wel -  het dorpscentrum in te krijgen. Dat gaat straks gebeuren als één der nieuwe Refo-dome’s uitgaat, een kerkgebouw met de afmetingen van het Vogelnest in Bejing, en een dienovereenkomstige parkeerplaats die momenteel gevuld is met 700 auto’s van het type MPV of ruime gezinswagen. Gelukkig is het begrip “car-sharing” in deze kringen wèl ingeburgerd, want niet zelden komen er een stemmig geklede man of zeven uit zo’n voertuig geduikeld, waar ze eerst een half uurtje in hebben zitten wachten op het begin van de dienst, met draaiende motor en een lekker sigaretje erbij.

Is na twee uur de dienst weer voorbij, dan kunnen ook heidense heilige koe-vereerders hier in B. nog een half uurtje straffeloos de verbodsborden negeren. Daarna gaan ze onverbiddelijk op de bon ( mag ik aannemen, als het gemeentebestuur zich tenminste niet helemaal in een onmogelijke spagaat van bevoordeling wil wringen ) , net als doordeweeks, want de Heere straft hier in deze streken direkt en zonder aanzien des persoons. Nou ja, afhankelijk van de kerkelijke gezindte dan.
Autoloze zondag in B., dat kan natuurlijk niet. Je reinste zonde. Scheuren maar, mensen. Hier is iedereen welkom.

Share

 


Paniek in B.

Kelly heeft een pitbull, dat zegt al genoeg tenslotte....

Grote paniek afgelopen week in B, een klein dorpje op de Veluwe, waar ik ooit in een vlaag van misplaatste ontwikkelingshulp ben komen wonen vanuit het wilde westen. Wat is het geval? Wel, het Wilde Westen kwam in een onbewaakt ogenblik naar B, compleet met camera-ploeg, opgeblazen condooms en een juffrouw die geen juffrouw was maar die wel twee levensechte borsten aan het in afgrijzen versteende winkelvolk toonde.

Nu ging het hier dus om een zichzelf Kelly noemende coryfee van Big Brother, of de Gouden Kooi, dat weet ik even niet, die haar nieuwe webcam-programma moest promoten en daarvoor “truttige dorpen” uit had gezocht. Ik woon dus in een truttig dorp, en daar wonen allemaal truttige mensen. Tussen de middag zitten we allemaal aan de aardappelen met jus ( sjuu ), dat doen we zeven dagen in de week, onze klompen staan netjes naast elkaar op den deel, we staan om vijf uur ‘s ochtends bij het krieken van de dag op, wassen ons bij de lampetkan of liever nog de pomp met een frissche straal koud water waarna we smullen van een met dik goudkleurige boter besmeerd stuk grof bruin boerenbrood, wat we weer wegslikken met een glas schuimende melk, zó uit de koeie-uier. Daarna kuieren wij naar het kippenhok, om wat versche eitjes te rapen, en zó komen wij hier onze dag door, godvrezend en genietend van de natuur.

Kelly ging dus even deels uit de kleren en toonde zomaar BORSTEN. Kan het nog smeriger? Men stond verstijfd, en wat men wilde zeggen bleef steken in het door afgrijzen overmande lijf. De lol was er dus snel af, voor Kelly en haar mededames, die naar de foto’s te oordelen, al nèt zo’n hoog tokkie-gehalte hadden als Kelly zelf: de silconen-boezems hebben blijkbaar gelekt waarna de vloeistoffen ook de hersenen vervangen hadden. En Kelly heeft een pitbull, dat zegt natuurlijk ook al genoeg over je geestelijk niveau.
Ik kan er echter niet mee zitten. Ga op een hete dag in Zandvoort op het strand wandelen en je ziet honderduizend  Kelly’s. Misschien een iets voor het gemeentebestuur van B. om wat ideeën voor dorpspromotie op te doen.

Had men zich ook verder nu maar weer ijverig aan het boodschapjes doen gewijd.  Maar nee, de eerste ontdane reacties hebben de lokale krant al gehaald, die zo vuig was geweest om van het gebeuren een foto te plaatsen. Dat gaat geheid abonnees kosten. De plaatselijke SGP beroept zich nu op artikel 94 van de gemeentelijke verordening, waarbij het gaat om ‘kwetsing van de openbare zedelijkheid’.  ,,Het is verboden op een weg of van daaraf zichtbaar zich te bevinden in een houding, toestand of met kleding, die uit een oogpunt van openbare zedelijkheid als kwetsend kan worden ervaren.”
Dat is natuurlijk niet verstandig, want dan gaat de landelijke pers er helemaal uitgebreid van smullen, en vóór je het weet wordt het imago van het arme B., toch al zo gedeukt door de tv-reportages over de mega refo-domes, nòg verder de grond in gestampt. Misschien tijd om die eeuwige kip als beeldmerk van B. te vervangen door een paar enorme siliconen-eieren?  Dan hebben we toch nog een linkje met ons pluimvee. Ons gemeentebestuur had juist deze week afgesproken jaarlijks 20.000 euro te besteden aan de promotie van B.  Wel, als we dit aan het collectief Kelly/SGP gaan overlaten, mag men jaarlijks wel een miljoen euro reserveren om alle schade te herstellen.

Over enkele weken begint hier weer de zogenaamde Oud-Veluwse Markt, niks meer dan een ordinaire braderie maar volgens de organisatoren elk jaar weer een gebeurtenis, die de sfeer van lang vervlogen tijden oproept. Wel, dat lukt ook wel zonder de Veluwse Markt. Laat dat maar aan de SGP over. Dom dom, dom. En nu is het tijd voor mijn  avondpap, en dan gauw de bedstee in. ( 20:10 uur ).

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief