Twitter-Humor
12 October 2009 | 0 Reacties-Klik hier om te reageren
| Internet
Het is weer bijna weekend, dus kunnen de filmpjes weer uit de kast getrokken worden en kan ik als edu-blogger nu zonder het alziend oog van Buma-SStemra het onderstaande schitterende fimpje, bijna regelrecht gejat uit ” Der Untergang “ nog maar eens een keertje laten zien. Het bespottelijke idee van deze prehistorische club om elke weblogger 130 euro te laten betalen voor het op diens website een liedje laten afspelen van – ik noem maar wat Loe Bandy ( in die tijd leeft Buma klaarbijkelijk nog ) – is gelukkig van tafel.
Ik wens de dames en heren van Buma een rustig weekend toe met niet te veel emoties en inspanningen. Geniet van Hilversum 1, zet straks een mooie 78-toeren plaat op en speel nog een potje Halma voor het naar bed gaan.
De 46 stappen in dit blogje komen niet van mijzelf, ik vond ze op het weblog van Shane Nickerson . Maar aangezien we hier in een bescheiden landje aan de andere vkant van de oceaan leven, heb ik een en ander een beetje aangepast in een vrije vertaling….
Tja…. trouwe mede-twitteraars….. is ‘t een beetje herkenbaar? Heeft onze bezorgde partner toch gelijk.In elk geval hebben we nu weer iets om over te twitteren…..
Grubby is een rustige lange slungel van een jaar of 20, schat ik zo. Wie noemt zijn kind nou Grubby? Niemand natuurlijk; het is z’n alter ego in die andere wereld waar wij zo weinig van af weten, de wereld van het de computergames, in dit geval World of Warcraft (WoW). Z’n tegenstander is Sky, een soortgelijke Chinese knaap uit het platteland, naar Beijing getogen om daar, middels twaalf uur oefenen per dag, eeuwige roem te vergaren door Grubby te verslaan.
De documentaire zoals die van de week in Holland Doc te zien was, toont treffend de steeds groter wordende kloof tussen de generatie die nog is opgegroeid en leeft in de dagelijkse huis-tuin-en-keukenwereld, en de generatie die daarnaast nog in heel andere werelden vertoeft, werelden die steeds meer vervlochten raken met hun reëele wereld, zodat het ook steeds lastiger wordt een duidelijk onderscheid tussen die twee te maken. Werelden waar monsters achter elke dreigend kasteel vertoeven, waar tovenaars, feeën en kollen hun spreuken prevelen, waar vierentwintig uur per dag bloedige veldslagen door zo’n elf miljoen spelers online worden uitgevochten. Werelden die een levendige handel in attributen: zwaarden, vergiften, toverdrankjes, bezweringen, bepantsering in de echte wereld te weeg brengen, een handel die harde valuta oplevert.
Er is veel geld te verdienen. Grubby keurt met zijn vriendin een enorm appartement in China, maar nee, het wordt afgekeurd: het internet is er niet snel genoeg. Een halve seconde vertraging in de verbinding is dodelijk.
We zien de berustende ouders van de Chinese Sky, in een armoedig appartement. Zelfs stokslagen hebben de jonge Sky niet van zijn passie af kunnen brengen, en de vader moet zijn zoon op straat verdedigen tegen een groep buurtbewoners, die zo’n gamers-bestaan niet voor vol aan zien, die het niet respectabel vinden, en die vinden dat hij maar een vak had moeten leren, in Naaimachine-Fabriek 420 voor mijn part.
Ach ja, vroeger, en dat is dus nauwelijks langer dan twintig jaar geleden, speelden we ’s avonds nog een half uurtje mens-erger-je-niet, of een potje Monopoly. Daarna lummelde je nog een paar uurtjes op straat of in een clubhuis rond. Hoe suf, hoe vreselijk 2008. … vinden de gamers van nu. Beetje op zo’n kartonnen bord rondhupsen met een pionnetje.
Begrijpen wij onze pubers eigenlijk nog wel? Weten we eigenlijk nog wel waar ze het over hebben? Vragen wij ons eigenlijk wel serieus af hoe het komt dat ze zich zo moeilijk gedragen in het “gewone” leven zoals wij dat kennen? Wij kunnen niet begrijpen hoe het mogelijk is dat Grubby en Sky een stadion vol pubers tot haast hysterisch enthousiasme kunnen brengen. Onze hersenen denken blijkbaar anders. Onze hersenen hebben niet geleerd hoe snel je moet reageren om niet door een vloek van een tovenaar getroffen te worden in een dreigend spooklandschap. We hebben niet geleerd welk strategisch inzicht je moet ontwikkelen om er voor te zorgen dat je kasteel niet door hordes “Undead” onder de voet wordt gelopen. We zien er het NUT niet van in. Bezigheden moeten NUTTIG zijn in onze ogen, moeten iets tastbaars opleveren.
Dat is dus allemaal gedacht vanuit een wereld die niet de hunne is, en die ook nooit meer de hunne zal worden, omdat de ontwikkelingen elkaar steeds sneller gaan opvolgen. We zullen dus haast moeten maken om die kloof niet verder te laten groeien. Inhalen gaat niet lukken.. nooit meer. Maar een beetje verdiepen in waar ze het nou echt over hebben en wat hen naast school nu echt bezighoudt, kan af en toe geen kwaad.
Niet elke puber wordt een glazig kijkende gamer achter het beeldscherm. Maar elke puber leeft tegenwoordig wel in een wereld van mobieltjes, van MSN, van SMS , van Hyves en Twitter. En die toch nog vrij eenvoudige wereld is voor veel ouderen, opvoeders, onderwijsgevenden, noem maar op, al behoorlijk buitenaards. Hoog tijd om in elk geval daar eens een serieus kijkje in te nemen. Nog een mooi citaat: “Spelen met het menselijke ras is wel een beetje saai”
Zo, nu kruip ik weer even in de cockpit van mijn Flight Simulator-vliegtuig voor een kort vluchtje van Schiphol naar London Heathrow.
Ik wil mijn lezertjes niet ongerust maken, maar dit is toch wel even ernstig:
Uit recent onderzoek is gebleken dat 4 van de 10 internetgebruikers verslaafd zijn aan Twitter, de micro-blogdienst die de laatste tijd zo in het nieuws staat. Daabij kan nog onderscheid gemaakt worden tussen mannen en vrouwen: 63% van de vrouwelijke internetters heeft een dwangmatige Twitter-neurose ontwikkeld, tegenover 21% van de mannelijke gebruikers. Onderzoekers verklaren dit verschil uit het feit dat vrouwen van nature meer de neiging hebben om zich te verliezen in gesprekjes over alledaagse onderwerpen, in alledaags eenvoudig taalgebruik. Ook speelt mogelijk mee dat vrouwen overdag meer tijd hebben om te twitteren, aldus de conclusies uit het onderzoek. Het meest wordt er getwitterd in de leeftijdscategorie tussen 30 en 50 jaar.
Op het Twitteren in het openbaar blijkt ook een enorm taboe te rusten. Op feesten en partijen of bij andere sociale verplichtingen is het not-done om openlijk voor je twitter-gedrag uit te komen. Het twitteren gebeurt dan ook op momenten of plekken die voor anderen niet zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op het toilet of ’s nachts. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door het feit dat voor Twitteren tegenwoordig niet meer uitsluitend een computer nodig is. Op steeds meer mobiele telefoons zijn applicaties om te twitteren geïnstalleerd.
Werkgeversorganisaties, bezorgd om het verlies aan werktijd, dringen er bij de overheid op aan om maatregelen te nemen, daarbij gesteund door medici en instanties voor geestelijke gezondheidszorg. Men vreest dat twitterverslaving binnen enkele jaren de plek van alcohol en/of drugsverslaving zal overnemen. Er zijn inmiddels initiatieven ontwikkeld om te komen tot een wetsvoorstel wat het twitteren aan banden moet leggen. Men denkt daarbij aan een soort twitterblokkade zoals dat bijvoorbeeld in China gebeurt, maar dan op bepaalde uren, bijvoorbeeld onder werktijd en ’s nachts. In het najaar zal deze wet aan de Kamer gepresenteerd worden.
Daarnaast zijn twee academische ziekenhuizen gestart met een speciale polikliniek voor twitterverslaving, waarbij inmiddels veelbelovende resultaten worden geboekt met het nieuwe medicijn Twexit. Voorlopig is dit medicijn nog niet in Nederland geregistreerd, maar via internet is het wel in de Verenigde Staten te bestellen. Twexit is trouwens als bedrijf ook op Twitter te volgen.
Bron: WPD 2009
Mark Prensky is een Amerikaanse media-goeroe, die ook behept is met een zoontje van vier. Vanochtend las ik een artikel van hem, waarin hij zich af vraagt of je ook kleine kinderen al met een iPhone kunt of mag verblijden. Hij had er nog eentje liggen, dus na enig wikken en wegen besloot hij het met de kleine maar eens uit te proberen, wèl met de telefoonfunctie uitgeschakeld. Dat wordt dus een nieuw dilemma voor dat kind: moet ik ’s ochtends al op Twitter via mijn iPhone, of ga ik eerst nog een uurtje ontbijt-tv kijken? Het ding wordt dus vooral gebruikt om de eigen stem op te nemen en om gesprekjes met zichzelf te voeren, blijkt na een paar maanden, waarin Prensky tot de conclusie is gekomen dat hij een wijs besluit heeft genomen.
Sterker nog, hij pleit ervoor alle peuters zo’n virtuele speen te geven en waarschuwt alle opvoedkundigen zich al vast voor te bereiden op een totaal veranderde wereld. Ik voorzie een nieuw soort kleuterschool, waarin je de bewonertjes stilletjes in een hoekje ziet zitten, gekluisterd aan het verlichte schermpje van de iPhone, met elkaar in stilte communicerend via Twitter. Het speelplein blijft leeg, want ook op de iPhone kun je met je virtuele zand- en waterbak spelen, je kunt knikkeren en welke speelplaats beschikt er over een heuse achtbaan of de mogelijkheid vanuit een bommenwerper Taliban-terroristen uit te schakelen? De jeugd gaat ook weer lezen, en ’s avonds zit er geen ouder meer naast het bedje, maar ligt er een iPhone op het nachtkastje die met blikken stemgeluid voordraagt uit Jip en Janneke. Zo worden vader en moeder ook niet meer gestoord tijdens het zappen bij de buis, waarachter zij amechtig zijn neergezegen nadat zij zojuist na een lange werkdag tot zeven uur ’s avonds ook nog hun kind uit de crèche hebben moeten halen waar zij het om zeven uur ’s morgens naar toe hadden gebracht want de nanny had een dagje vrij dus moesten ze het zelf doen en ze hadden het zo druk dat ze haast niet aan Twitteren waren toegekomen en alleen maar even konden Twitteren om hun kind vanaf de bank beneden “Welterusten en slaap lekker en heb je je tanden wel gepoetst? De iPhone leest je nog even voor” ( is dat wel 140 tekens? ) toe te Twitteren.
Lange zin hè? Past wel een beetje in de trend van zoveel mogelijk informatie in zo kort mogelijke tijd aanbieden. Kunt u het nog volgen? Ik niet meer. Ik heb altijd een hoge dunk van Prensky gehad, maar elke peuter een eigen iPhone lijkt me niet zo’n goed idee. Misschien wil een kind de blokjes uit zijn blokkendoos ook wel eens echt kunnen vasthouden, in plaats van via het schermpje van z’n mobiel. Misschien wil het kind ook wel eens echt voorgelezen worden, en echt tekenen en kliederen op een echt vel tekenpapier. Zijn we zo niet een beetje bezig allemaal kleine Laura Dekkertjes te kweken, omdat we zelf niet zonder onze gadgets denken te kunnen en we die gevoelens dus ook op onze kinderen projecteren?
We moeten ook eens een keertje nee durven zeggen, ook al hebben ze dan op hun iPhone ontdekt waar Nieuw-Zeeland ligt.
En deze wil ik u ook niet onthouden, want we hebben vandaag alle tijd om onderuitgezakt naar deze voorbij zwemmende walvis op ware grootte op je monitor te kijken. Het duurt ongeveer een kwartiertje voor hij ( of zij? ) voorbij is, compleet met geluid

Wie wel eens een winkel voor tweedehands boeken binnen wandelt, weet: niets is lekkerder dan de geur van oude boeken. Een vleugje schimmel, kindertijd, donkere winteravonden in je bed, spannende avonturen; ze zouden er een parfum van moeten maken.
Gisteren was ik tijdens een congres bij een workshop over “De eReader als vervanger van het schoolboek”. Voor wie gehecht is aan het papieren boek, moet dat een onluisterende ervaring zijn geweest. Het papieren boek is zóóó 2008 . de eReader gaat het worden. Moest je daarvoor eerst nog een tamelijk lomp apparaat meeslepen, nu laat je een kunststof plaat ter grootte van een pocket in je binnenzak glijden, waarbij je dan je gehele boekenkast in één keer met je meetorst. De papieren fossielen kunnen naar De Slegte of de eerstvolgende rommelmarkt van de kerk. Lastig toch wel als je voortaan bij iemand op bezoek komt: het eerste wat ik daar altijd doe is de boekenkast bestuderen. Aan de boekenkast leert men de mensen kennen. Nu moet je vragen of je z’n eReader even mag zien. Leesbrilletjes kunnen ook naar het grof vuil. Je vergroot gewoon het lettertype, en je kunt lezen tot je er bij neer valt, zelfs in het stikkedonker, want de nieuwe eReaders hebben geen leeslampje meer nodig. En wil je je laten voorlezen tot je indommelt, dan kan dat ook.
Nooit meer gezellig struinen in een grote, zonovergoten boekenmarkt onder het bladerdak van de lindebomen. Eén kraampje nog slechts, met een stapeltje eReaders onder het kille licht van de led-lampen. Bibliotheken verworden tot schaars bezochte obscure optrekjes waar een bejaarde bibliothecaresse misschien nog een beduimeld papierwerkje vanachter een stoffige toonbank vandaan weet te toveren.
Boekwinkels bestaan niet meer. Krantenjongens, wat zijn dat ook al weer? Nooit meer op zaterdagmorgen schuimbekkend in gevecht met de spraakcomputer van PCM-dagbladen, om te vragen waar je krant blijft. De krant, dat is een stukje gemodificeerd plastic naast je bord, je kunt er op kruimelen en thee morsen als ware het een placemat, het nieuws verandert terwijl je leest, en dan alleen nog nieuws wat je zelf hebt samen gesteld. Als je hem uit hebt, verandert het uiterlijk van letters in een afbeelding van fris groene appeltjes of ruitjes, geheel passend bij je tafelkleed. Bijltjesdag voor de uitgeverijen is aangebroken. Geween en tandengekners bij de goede doelen die hun inkomsten uit oud papier haalden, wat rest zijn Sinterklaas en de kerstdagen, die beide nog het nodige aan pakpapier opleveren.
Is alles dan reddeloos verloren? Welnee, bij sommige eReaders kun je stickers of een spuitflesje met ouderwetsche boekengeur kopen, en ongetwijfeld zullen er apparaten zijn die het geluid van het omslaan der bladzijden heel natuurgetrouw weten te benaderen. Is er nog hoop voor het lezen in het algemeen? Jongeren, toch al lang geen enthousiaste boekenwurmen meer, zul je niet aan de eReader krijgen. Het lijkt veel te veel op een boek en er staat geen sms-taal in. Bovendien lijkt half Nederland dyslectisch. Het lezen zoals we dat nu kennen zal langzaam uitsterven, en worden vervangen door beelden, geluiden en kreten. Zo gaan we langzaam weer terug naar de oertijd, waar men zich met grommen en grauwen en af een toe een mep met een knuppel ook heel aardig verstaanbaar wist te maken.
U bent een ouderwetse sukkel vanwege het feit dat u zich hier nog een beetje achter de beeldbuis zit in te spannen om dit stukje te LEZEN. Wauwel moet zo langzamerhand maar als eBook gaan verschijnen, vervolgens als gemummelde woorden ( ik word tenslotte ook een dagje ouder ) en ten slotte zullen ook deze tekstjes langzaam wegteren, aangevroten door een digitale boekenwurm. Nu nog even profiteren en hopelijk ook een beetje genieten dan maar. Aan de andere kant: zodra van de zomer de nieuwe BeBook-reader op de markt komt staat Wauwel te trappelen voor de winkeldeur. Want ook zo’n eReader biedt ongetwijfeld nieuwe kansen en mogelijkheden. Uitproberen dus!
Al eerder liet ik hier wat filmpes volgens het time-lapse principe zien: je laat een camera om de zoveel seconden, minuten, uren of dagen een opname maken vanaf een vaste plek. Vervolgens plak je al die foto’s aan elkaar en het resultaat is een filmpje, in dit geval eentje waar een grote rust van uit gaat: een jaar in het bos in veertig seconden. Dat moet voor de gestresste toeschouwer toch vol te houden zijn. De geluiden doen de rest, want eindelijk eens geen bonkende herrie maar gewoon: bos, natuur, rust. In veertig seconden.
Laatste reacties