Voeg jij me effe toe

Het ideale middel om tot op hoge leeftijd jong ( en eventueel wild ) te blijven bestaat, en het heet: onderwijs. Niets houdt de mens zo fris en fruitig als de omgang met leerlingen, dus wat dat betreft kan ik iedereen een baan in dit dynamische wereldje aanraden. U bent altijd op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen op mode- en muziekgebied, u ziet wat voor gadgets er op de markt zijn en u weet alles over tot voor kort raadselachtige termen als social media, Facebook , Twitter, WhatsApp en Draw something. U hoort over de laatste dancefestivals, welke lineup er staat, u weet alles van pilletjes, paddo’s, flashmobs, schuren, bubbelen en afterparty’s. Voor de basisschool gelden deze begrippen op een wat lager tandje, maar je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. U herleeft uw jeugd en denkt de hele wereld aan te kunnen.

Nu zijn docenten door alle eeuwen heen echter ook de meest behoudende lieden op aarde, en ze lezen in het algemeen slechts één boek per jaar: de Elseviers Belansting Almanak ( dat laatste heb ik trouwens niet van mezelf, maar er zit soms een kern van waarheid in ). Naarmate ze ouder worden, verstart hun houding nog verder, en wars van alle vernieuwingen strompelen zij van weekend naar vakantie naar weekend naar pensioen. Zelf nader ik ook inmiddels die leeftijd, en mocht ik tot die tijd niet alsnog in totaal overspannen toestand het schoolpand hebben verlaten en in een gekkenhuis zijn beland, dan is het te verwachten dat ik net als velen met mij de hakken nog verder in het zand ga zetten en bij voorbaat overal tegen ben.

Tot de 21e eeuw zich aandiende, met als gruwelijke bijkomstigheid de social media als Twitter en Facebook. Je wilt als docent natuurlijk door je leerlingen voor zo jong mogelijk versleten worden en door je directie voor zo oud en breekbaar mogelijk en dus te ontzien, dus is het voor ons leraren een beetje schipperen geblazen. Er was een tijd dat een docent een persoon was die gezag uitstraalde en ontzag inboezemde, nu dien je – zo vinden sommigen – onder invloed van media, Den Haag, management en allerlei onderwijsadviesbureau’s zo laag en diep mogelijk tot het niveau van de leerling af te zakken en mag  je nog uitsluitend een soort voorzichtig begeleidende rol op je nemen. Dat wordt dus behoedzaam manouevreren tussen de oude en de nieuwe tijd. Wat kun je wel, wat kun je niet, wanneer verword je tot een potsierlijke clown?

Op Twitter ontstond gisteren een discussie over wat je je als docent kunt permitteren naar leerlingen toe wanneer je heel hip en vooruitstrevend besloten hebt om je nieuw aangeschafte mobieltje ook te benutten voor het contact met hen, binnen of buiten lesverband. Jongeren vinden het prachtig wanneer je op de hoogte bent van hun leefwereld, en je kunt je ongekend populair maken door met het momenteel meest begeerde mobieltje te gaan rondzwaaien.  Ze vinden het leuk wanneer je je een beetje vlot kleedt en er niet bij loopt als de typische docent in oude C&A-spijkerbroek, een flodderig ruitjesjasje met elleboogstukken en krijtstrepen en wat pennen uit de borstzak. Er wordt sterk op je gelet, en een beetje leerling ziet aan de stiknaad van je jeans welk merk het is en of dat nog wel verantwoord is of niet. Je krijgt dat dan ook terstond te horen, en moedeloos fiets je die dag naar huis omdat je blijkbaar net weer de verkeerde winkel bent binnengestapt voor je schaarse kledingaankopen.

Voor jonge docenten is het heel makkelijk en verleidelijk om volledig in de wereld van hun publiek mee en soms ook op te gaan; die wereld ligt immers nog maar kort achter hen. Voor ouderen, en dan bedoel ik boven de dertig, wat in de ogen van een leerling al stokoud is,  is  het lastiger. Laat je je nog bij je voornaam noemen, tutoyeer je elkaar of niet,  net zoals als het voor jongere docenten lastig is om met “u” en “Meneer” aangesproken te willen worden.
En er is meer: een beetje docent 2.0 zit tegenwoordig op Facebook en Twitter, en de wat behoudender types onder ons teren nog een beetje op Hyves. “O meneer, zit u op Facebook?”, en voor je het weet krijg je de mededeling dat die en die vrienden met je wil worden op Facebook, Hyves of dat je door je klas gevolgd wordt op Twitter. Vriend worden, met een leerling, in de toch wel behoorlijke anonimiteit van het internet, is iets anders dan vriendelijk zijn tegen diezelfde leerling in de vertrouwde omgeving van het klaslokaal. Voor een leerling is internet een deel van hun leefwereld, die betaat uit vrienden in real life en vrienden op Facebook, twee werelden die steeds nauwer met elkaar vervlochten zijn en waarin het begrip “vriend”een totaal andere betekenis heeft gekregen dan die wij er aan toekennen. Het is vooral een wereld van leeftijdgenoten, lotgenoten, soortgenoten; een wereld waar je je als school niet in moet mengen. In  de tijd dat een dagboek nog niet vervangen was door Twitter of een tijdlijn op Facebook, wilde je tenslotte ook niet dat je ouders of je leraar daar in ging zitten koekeloeren. In feite vraag je als leraar of je alles in de agenda of het mobieltje van de leerling mag bekijken. Je overschrijdt een onzichtbare maar duidelijke grens, die jouw wereld en die van de leerlingen scheidt.

Zie Twitter en Facebook als een enorme kroeg waar leerlingen buiten schooltijd in rond hangen, vaak dag en nacht. Stap je als onderwijsgevende in werkelijkheid de uitgaansgelegenheid van de leerlingen binnen wanneer ze daar op zaterdagavond aan het stappen zijn? Ik dacht het niet. Omgekeerd zit je er als docent ook niet op te wachten dat een leerling dag en nacht in de privé-sfeer van jouw woonkamer zit mee te gluren en alles ziet en weet wat je doet. Toch ben je daar wel mee bezig wanneer je leerlingen gaat volgen op Twitter of wanneer je ze een verzoekje om vriend te worden op Facebook stuurt. Omgekeerd ook, wanneer je op hun volg- of vriendschapsverzoek ingaat. Het is niet anders dan ‘s avonds laat op de bank thuis met een leerling over allerlei zaken gaan telefoneren. Men zou raar opkijken.

Alles wat je op het internet plaatst, staat daar in principe voorgoed, en kan door anderen gebruikt of misbruikt worden. Een grappig bedoelde opmerking kan snel verkeerd worden uitgelegd en een geheel eigen leven gaan leiden, kan honderden malen geretweet worden naar alle vrienden van de leerlingen die dat ook weer naar hún vrienden door sturen, ook als je zelf de tweet al weer hebt verwijderd. Je loopt als docent voortdurend langs de rand van een afgrond die Facebook en Twitter heet, of  langs de grens van de docenten- en de leerlingenwereld. Blijf daar dus een beetje uit de buurt vandaan, wanneer je geen geldige reispapieren hebt.

Nooit meer of Facebook of op Twitter dan? Natuurlijk niet, beide zijn een bron van informatie en vermaak. Je kunt ook als docent op beide media contact met je leerlingen onderhouden, en ze fantastisch gebruiken bij je lessen. De mogelijkheden zijn enorm! Maar alleen met een duidelijk herkenbaar school-account, een officiële schoolfoto, onder strikte afspraken en protocollen die elk school dient vast te leggen, en spelregels die er voor zorgen dat je je privé en je werk op dit gebied strikt van elkaar gescheiden houdt. Dan maar wat minder vrienden en volgers op Facebook en Twitter. Een goede buur is beter dan een vage digitale vriend.

Share

 


Rust….

Ut benne hectische tijden. Ik check in- en uit op Foursquare, ik hou mij actiever dan ooit bezig met Facebook,  ik luister muziek op Spotify, ik bel met de halve wereld via Skype en ik sprokkel volgers bij elkaar op Twitter. Daartussen door praat ( of What’s App ) ik af en toe met mijn vrouw, geef ik mijn leerlingen les via de electronische leeromgeving en neem ik soms de tijd voor een slaapje, waarbij de Sleepcycle App op mijn iPhone mijn slaappatronen registreert en mij bij het ontwaken op de hoogte houdt, zodat ik op mijn gemak naar de internet-wekkerradio kan luisteren. Gelukkig kan ik soms ook nog even ontspannen in de natuur, waar ik tijdens een wandeling volgens mijn GPS-systeem kan genieten van de vogels, waarvan ik allemaal de zang kan onderscheiden dankzij mijn Tsjilp-programmaatje.  Verdwalen is er niet meer bij, er is altijd wel ergens iets wat mijn doen en laten registreert. Ik volg en word gevolgd. Je moet toch wat doen, wanneer het Sony Playstation Network er uit ligt en je je dus suf verveelt.

Maar misschien ben ik juist wel heel erg verdwaald. Weggedwaald van waar het toch vaak om gaat: contact met anderen  en tijd voor bezinning op jezelf, op je leven. Daar zou ook een appje voor moeten zijn.  “Bezinning” voor € 0,79 of zo te downloaden in de App store. Een applicatie die je telefoon uitschakelt, je pc uitschakelt, al je apparaten van je werpt en die je digitale bestaan opheft en je verstand eens op nul zet. Een algehele reset.  Niets meer te doen, tijd om iets echts te gaan doen.

Nu word ik dus sinds deze week op Twitter gevolgd door een heuse monnik: Broeder Steve van de Abdij van Egmond. Alsof ik in deze 21e en futuristische eeuw ineens door de Middeleeuwen word ingehaald en bij de arm genomen word. God twittert dus ook.
Bij monniken en abdijen stel ik me nog altijd scènes voor zoals in de film “The Name of the Rose”: duistere krochten en walmende flambouwen, schimmen die verborgen in lange pijen gebogen langs komen schuilen. Kou, verdoemenis, de inquisitie, intriges, de pest. De middeleeuwer kreeg in zijn hele leven net  zo veel informatie te verwerken als een puber nu gedurende één dag. Dat was dus eigenlijk wel relaxed, ook al had het leven in de duistere tijden soms z’n nadelen. Je kon je nog ergens over verbazen, verwonderen, en er waren nog dingen die je niet kon Googelen.
We hadden nog niet de neiging om werkelijk alles wat we deden en dachten aan de wereld kenbaar te maken.
Op de iPhone kan ik nu bijvoorbeeld een applicatie installeren die mijn sexleven registreert: alles wordt bijgehouden, hoe snel en hard je beweegt, hoe hard je mogelijk schreeuwt of kreunt en of je misschien ondersteboven in bed ligt tijdens het moment suprème. Al je vrienden worden direct via twitter op de hoogte gehouden en je prestaties verschijnen op een scorelijst die anderen dan weer kunnen overtreffen….Het is echt waar, hoewel je elke keer weer denkt dat we in het verzinnen van treurig exhibitionisme niet dieper kunnen zinken dan wat we dagelijks al aan pulp op de RTL-zenders krijgen uitgestort.

Het klooster in de 21e eeuw. Ik kon er eens een weekend naartoe, dat leek me heel avontuurlijk. Een weekendje afzien in de koude en duistere gangen, Gregoriaans galmend gezang, om drie uur ‘s nachts op voor de metten, knielend op een hard bankje, verzonken in mijn leenkazuifel. Back to basics. Tót ik hoorde dat dit een weeekend zou zijn in een nonnenklooster en waar de verwarming op 23 graden stond in een redelijk comfortabel en fel neon-verlicht ingerichte slaapkamer….

Dan maar digitaal dus. In plaats van de mis kan nu het woord van de Heer in 140 tekens tot mij komen, bijvoorbeeld in de persoon van broeder Steve, die ook qua naam al heel modern met de tijd is meegegaan. Een broeder Stefanus ware wat toepasselijker geweest. Maar toch: we zijn nog niet helemaal reddeloos ten onder gegaan in de digitale hectiek. Er zijn nog wat rust- en ijkpunten in ons digitale leven. “Weer in mijn oase, het is stil in huis”, twittert broeder Steve. Ik ben echt jaloers.  Soms hebben we allemaal even een broeder Steve nodig. Zoekt en gij zult vinden.

Share

 


Je hebt een massage… ja ja….

Ik word toch zó moe van dit soort spam in de mailbox:

Je hebt een massage!

Hallo mijn beste vriend.

Mij een genoegen om u te ontmoeten, en hoe doe je vandaag?
Mijn naam is Myriam Nkaje Omar, een jong meisje van 23 jaar oud, heeft een ongedwongen, eerlijk, zorgzaam, beleefd, bescheiden, lief, rustig en op zoek naar een volwassen persoon met een goed gevoel voor humor en liefde, eerder te zien als een manier lol, ik zag je profiel op het terrein tijdens het browsen en besloten om contact met u opnemen. Ik zal graag willen dat we vrienden worden. Neem contact met me op het bovenstaande e-mailadres, ik zal meer details over mij tot u op mijn volgende antwoord op jou. hoop van u te horen afgelopen. Een mooie dag verder.

Hoogachtend.
Myriam

Heb je nèt de weduwen en wezen van getroubleerde Nigeriaanse olieministers of bankdirecteuren die op sterven liggen gehad, komen jong meisje van 23 jaar oud mij eerder te zien als een manier lol. Gevoel voor humor en liefde, dicht het computerprogramma wat deze rotzooi verstuurt, mij toe. Hoe heerlijk was het leven toch vóór het digitale tijdperk.  Toen kon je de postduif die een dergelijk berichtje bracht tenminste nog met gevoel voor humor en liefde de nek omdraaien.

Share

 


Twitter-Humor

Moet maar geregeld terugkomen hier: wat relativering van de Twitter-gekte

twitteraddict

Share

 


Weekend, met dank aan BUMA-SStemra

Het is weer bijna weekend, dus kunnen de filmpjes weer uit de kast getrokken worden en kan ik als  edu-blogger nu zonder het alziend oog van Buma-SStemra het onderstaande schitterende fimpje, bijna regelrecht gejat uit ” Der Untergang “  nog maar eens een keertje laten zien.  Het bespottelijke idee van deze prehistorische club om elke weblogger 130 euro te laten betalen voor het op diens website een liedje laten afspelen van – ik noem maar wat Loe Bandy ( in die tijd leeft Buma klaarbijkelijk nog ) – is gelukkig van tafel.

Ik wens de dames en heren van Buma een rustig weekend toe met niet te veel emoties en inspanningen. Geniet van Hilversum 1, zet straks een mooie 78-toeren plaat op en speel nog een potje Halma voor het naar bed gaan.

YouTube Preview Image

Share

 


Twitter-verslaving in 46 stappen

notfollowingDe 46 stappen in dit blogje komen niet van mijzelf, ik vond ze op het weblog van Shane Nickerson . Maar aangezien we hier in een bescheiden landje aan de andere vkant van de oceaan leven, heb ik een en ander een beetje aangepast in een vrije vertaling….

  1. Hoor voor het eerst het woord “Twitter”.  Je lacht er meesmuilend om.
  2. Hoor het voor de tweede keer van iemand anders. Opnieuw meewarig grijnzen.
  3. Hoor het van een BN’er die blijkbaar op Twitter zit. Lach er weer schamper om, maar houd in gedachten dat je er toch eens een keertje naar kijkt.
  4. Log gezellig in op Hyves of Facebook om jezelf weer een beetje vertrouwd en op je gemak te voelen.
  5. Maak toch maar eens onopvallend een accountje aan op Twitter.
  6. Geef het snel op omdat het behoorlijk stompzinnig lijkt.
  7. Drijf overal luid en duidelijk de spot met andere Twitteraars.
  8. Volg  @maximeverhagen , @obama , @ikbendries  ( Roelvink ) , @pauldeleeuw,  @borsato  en nog één andere persoon  die je ècht kent.
  9. Plaats je eerste tweet in de trend van: “Nou, toch maar eens een keer proberen, met dit Twitter-gedoe.”
  10. Probeer je een beetje verder in Twitter te verdiepen.
  11. Het valt je op dat je veelvuldig dit soort woorden tegen komt: “Tweet,” “Twitter,” “Twitterverse,” “Tweetie,” “Tweetdeck,” en een of andere gezheimzinnige afkorting “RT.”
  12. Lach opnieuw meesmuilend, maar ditmaal een beetje onzeker en als een boer die kiespijn heeft.
  13. Vertel je vrienden dat je “dat Twitter eens hebt uitgeprobeerd” maar dat je er niet veel van snapte en dat “het sowieso toch stom was.”
  14. Log weer in op Hyves want aan die site lijk je veel meer te hebben.
  15. Je leest ergens een of ander artikel over Twitter.
  16. Log toch maar weer eens een keertje in op  Twitter, waarbij je wel je wachtwoord moest opvragen, want dat was je vergeten. 
  17. Probeer niet woorden te gebruiken als  Tweet, Twitter, Twitterverse, Tweetie, Tweetdeck, en ReTweet.
  18. Stuur @obama een reactie.
  19. Neem het jezelf kwalijk dat je je er druk om hebt gemaakt.
  20. Bemoei je vier maanden lang niet meer met Twitter.
  21. Log na die tijd maar weer eens een keertje in, alleen maar even om te kijken of er iets verbeterd is.
  22. Plaats een redelijk grappig berichtje.
  23. Iemand citeert jouw tweet met de letters “RT” en jouw naam er voor
  24. Kom tot de ontdekking dat “RT”  betekent “Re-Tweet”.
  25. Besluit dat het belangrijkste doel in je leven wordt dat men jouw berichtjes “Retweet”.
  26. Installeer een  Twitter-applicatie op je mobieltje ( je hebt er speciaal een internet-abonnement voor afgesloten ).
  27. Je geneert je niet langer als je zegt: “Daar zal ik even over Twitteren”
  28. Ga naar bijeenkomsten toe alleen maar om er over te kunnen Twitteren.
  29. Je vraagt in je gebed of jouw berichtjes toch maar vaak “Retweeted” zullen worden.
  30. Ververs je scherm, en nog eens, en nog eens, en nog eens
  31. Sluit je computer af
  32. Start hem toch nog een keertje op, en ververs je scherm nog een aantal malen, want je weet maar nooit.
  33. Je gedachten hebben zich inmiddels beperkt tot zinnetjes van 140 tekens.
  34. Controleer elke dag dwangmatig de hele dag door je mobieltje op je Twitter-berichtjes.
  35. Plaats een Tweet dat je dit op die manier dwangmatig doet.
  36. Probeer afstand te nemen van gewone mensen in je dagelijkse omgeving in een poging indruk te maken op wildvreemden die je eigenlijk helemaal niet kent.
  37. Verlies flink wat kilo’s omdat je vergeet te eten.
  38. Leg je mobieltje naast je kussen neer zodat je dat ‘s ochtends al eerste kunt controleren.
  39. Verdedig Twitter te vuur en te zwaard tegenover mensen die er kritiek op hebben.
  40. Ga bij jezelf te rade, en ontdek dat anderen jou langzamerhand met “die halve zool” aanduiden
  41. Je voelt je als, en je begint je ook steeds meer te gedragen als Dr. Hannibal Lector ( of Emile Ratelband of Patty Brard )
  42. Beloof jezelf plechtig dat je vanaf heden voorgoed zult stoppen met Twitter
  43. Lees nummer 42 nog eens terug en verander van gedachte.
  44. Bedenk dat je dat eigenlijk wel zou kunnen Twitteren.
  45. Herken de ironie in die gedachtengang.
  46. Twitter daar weer over……..

Tja…. trouwe mede-twitteraars….. is ‘t een beetje herkenbaar? Heeft onze bezorgde partner toch gelijk.In elk geval hebben we nu weer iets om over te twitteren…..

Share

 


“Dit huis nemen we niet: het internet is te traag!”

planGrubby is een rustige lange slungel van een jaar of 20, schat ik zo. Wie noemt zijn kind nou Grubby? Niemand natuurlijk; het is z’n alter ego in die andere wereld waar wij zo weinig van af weten, de wereld van het de computergames, in dit geval World of  Warcraft (WoW). Z’n tegenstander is Sky, een soortgelijke Chinese knaap uit het platteland, naar Beijing getogen om daar, middels twaalf uur oefenen per dag, eeuwige roem te vergaren door Grubby te verslaan.
De documentaire zoals die van de week in Holland Doc te zien was, toont treffend de steeds groter wordende kloof tussen de generatie die nog is opgegroeid en leeft in de dagelijkse huis-tuin-en-keukenwereld, en de generatie die daarnaast nog in heel andere werelden vertoeft, werelden die steeds meer vervlochten raken met hun reëele wereld, zodat het ook steeds lastiger wordt een duidelijk onderscheid tussen die twee te maken. Werelden waar monsters achter elke dreigend kasteel vertoeven, waar tovenaars, feeën en kollen hun spreuken prevelen, waar vierentwintig uur per dag bloedige veldslagen door zo’n elf miljoen spelers online worden uitgevochten. Werelden die een levendige handel in attributen: zwaarden, vergiften, toverdrankjes, bezweringen, bepantsering in de echte wereld te weeg brengen, een handel die harde valuta oplevert. 

Er is veel geld te verdienen. Grubby keurt met zijn vriendin een enorm appartement in China, maar nee, het wordt afgekeurd: het internet is er niet snel genoeg. Een halve seconde vertraging in de verbinding is dodelijk.

We zien de berustende ouders van de Chinese Sky, in een armoedig appartement. Zelfs stokslagen hebben de jonge Sky niet van zijn passie af kunnen brengen, en de vader moet zijn zoon op straat verdedigen tegen een groep buurtbewoners, die zo’n gamers-bestaan niet voor vol aan zien, die het niet respectabel vinden, en die vinden dat hij maar een vak had moeten leren, in Naaimachine-Fabriek 420 voor mijn part.

Ach ja, vroeger, en dat is dus nauwelijks langer dan twintig  jaar geleden, speelden we ‘s avonds nog een half uurtje mens-erger-je-niet, of een potje Monopoly. Daarna lummelde je nog een paar uurtjes op straat of  in een clubhuis rond. Hoe suf, hoe vreselijk 2008. … vinden de gamers van nu. Beetje op zo’n kartonnen bord rondhupsen met een pionnetje. 
Begrijpen wij onze pubers eigenlijk nog wel? Weten we eigenlijk nog wel waar ze het over hebben? Vragen wij ons eigenlijk wel serieus af  hoe het komt dat ze zich  zo moeilijk gedragen  in het “gewone” leven zoals wij dat kennen? Wij kunnen niet begrijpen hoe het mogelijk is dat Grubby en Sky een stadion vol pubers tot haast hysterisch enthousiasme kunnen brengen.  Onze hersenen denken blijkbaar anders. Onze hersenen hebben niet geleerd hoe snel je moet reageren om niet door een vloek van een tovenaar getroffen te worden in een dreigend spooklandschap. We hebben niet geleerd welk strategisch inzicht je moet ontwikkelen om er voor te zorgen dat je kasteel niet door hordes “Undead” onder de voet wordt gelopen.  We zien er het NUT niet van in. Bezigheden moeten NUTTIG zijn in onze ogen, moeten iets tastbaars opleveren.

Dat is dus allemaal gedacht vanuit een wereld die niet de hunne is, en die ook nooit meer de hunne zal worden, omdat de ontwikkelingen elkaar steeds sneller gaan opvolgen. We zullen dus haast moeten maken om die kloof niet verder te laten groeien. Inhalen gaat niet lukken.. nooit meer. Maar een beetje verdiepen in waar ze het nou echt over hebben en wat hen naast school nu echt bezighoudt, kan af en toe geen kwaad.

Niet elke puber wordt een glazig kijkende gamer achter het beeldscherm. Maar elke puber leeft tegenwoordig wel in een wereld van mobieltjes, van MSN, van SMS , van Hyves en Twitter. En die toch nog vrij eenvoudige wereld is voor veel ouderen, opvoeders, onderwijsgevenden, noem maar op, al behoorlijk buitenaards.  Hoog tijd om in elk geval daar eens een serieus kijkje in te nemen. Nog een mooi citaat: “Spelen met het menselijke ras is wel een beetje saai”

Zo, nu kruip ik weer even in de cockpit van mijn Flight Simulator-vliegtuig voor een kort vluchtje van Schiphol naar London Heathrow.

Share

 


Twitter-verslaving groot probleem

twitterverslavingIk wil mijn lezertjes niet ongerust maken, maar dit is toch wel even ernstig:

Uit recent onderzoek is gebleken dat 4 van de 10 internetgebruikers verslaafd zijn aan Twitter, de micro-blogdienst die de laatste tijd zo in het nieuws staat. Daabij kan nog onderscheid gemaakt worden tussen mannen en vrouwen: 63% van de vrouwelijke internetters heeft een dwangmatige  Twitter-neurose ontwikkeld, tegenover 21% van de mannelijke gebruikers. Onderzoekers verklaren dit verschil uit het feit dat vrouwen  van nature meer de neiging hebben om zich te verliezen in gesprekjes over alledaagse onderwerpen, in alledaags eenvoudig taalgebruik. Ook speelt mogelijk mee dat vrouwen overdag meer tijd hebben om te twitteren, aldus de conclusies uit het onderzoek. Het meest wordt er getwitterd in de leeftijdscategorie tussen 30 en 50 jaar.
Op het Twitteren in het openbaar blijkt ook een enorm taboe te rusten.  Op feesten en partijen of bij andere sociale verplichtingen is het not-done om openlijk voor je twitter-gedrag uit te komen. Het twitteren gebeurt dan ook op momenten of plekken die voor anderen niet zichtbaar zijn, bijvoorbeeld op het toilet of  ‘s nachts. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door het feit dat voor Twitteren tegenwoordig niet meer uitsluitend een computer nodig is. Op steeds meer mobiele telefoons zijn applicaties om te twitteren geïnstalleerd.

Werkgeversorganisaties, bezorgd om het verlies aan werktijd, dringen er bij de overheid op aan om maatregelen te nemen, daarbij gesteund door medici en instanties voor geestelijke gezondheidszorg. Men vreest dat twitterverslaving binnen enkele jaren de plek van alcohol en/of drugsverslaving zal overnemen.  Er zijn inmiddels initiatieven ontwikkeld om te komen tot een wetsvoorstel wat het twitteren aan banden moet leggen. Men denkt daarbij aan een soort twitterblokkade zoals dat bijvoorbeeld in China gebeurt, maar dan op bepaalde uren, bijvoorbeeld onder werktijd en ‘s nachts.  In het najaar zal deze wet aan de Kamer gepresenteerd worden.
Daarnaast zijn twee academische ziekenhuizen gestart met een speciale polikliniek voor twitterverslaving, waarbij inmiddels veelbelovende resultaten worden geboekt met het nieuwe medicijn Twexit.  Voorlopig is dit medicijn nog niet in Nederland geregistreerd, maar via internet is het wel in de Verenigde Staten te bestellen. Twexit is trouwens als bedrijf ook op Twitter te volgen.

Bron: WPD 2009

Share

 


Elke peuter een eigen iPhone!

iphone_babyMark Prensky is een Amerikaanse media-goeroe, die ook behept is met een zoontje van vier. Vanochtend las ik een artikel van hem, waarin hij zich af vraagt of je ook kleine kinderen al met een iPhone kunt of mag verblijden. Hij had er nog eentje liggen, dus na enig wikken en wegen besloot hij het met de kleine maar eens uit te proberen, wèl met de telefoonfunctie uitgeschakeld. Dat wordt dus een nieuw dilemma voor dat kind: moet ik ‘s ochtends al op Twitter via mijn iPhone, of ga ik eerst nog een uurtje ontbijt-tv kijken? Het ding wordt dus vooral gebruikt om de eigen stem op te nemen en om gesprekjes met zichzelf te voeren, blijkt na een paar maanden, waarin Prensky tot de conclusie is gekomen dat hij een wijs besluit heeft genomen.
Sterker nog, hij pleit ervoor alle peuters zo’n virtuele speen te geven en waarschuwt alle opvoedkundigen zich al vast voor te bereiden op een totaal veranderde wereld.  Ik voorzie een nieuw soort kleuterschool, waarin je de bewonertjes stilletjes in een hoekje ziet zitten, gekluisterd aan het verlichte schermpje van de iPhone, met elkaar in stilte communicerend via Twitter. Het speelplein blijft leeg, want ook op de iPhone kun je met je virtuele zand- en waterbak spelen, je kunt knikkeren en welke speelplaats beschikt er over een heuse achtbaan of de mogelijkheid vanuit een bommenwerper Taliban-terroristen uit te schakelen? De jeugd gaat ook weer lezen, en ‘s avonds zit er geen ouder meer naast het bedje, maar ligt er een iPhone op het nachtkastje die met blikken stemgeluid voordraagt uit Jip en Janneke. Zo worden vader en moeder ook niet meer gestoord tijdens het zappen bij de buis, waarachter zij amechtig zijn neergezegen nadat zij zojuist na een lange werkdag tot zeven uur ‘s avonds ook nog hun kind uit de crèche hebben moeten halen waar zij het om zeven uur ‘s morgens naar toe hadden gebracht want de nanny had een dagje vrij dus moesten ze het zelf doen en ze hadden het zo druk dat ze haast niet aan Twitteren waren toegekomen en alleen maar even konden Twitteren om hun kind vanaf de bank beneden “Welterusten en slaap lekker en heb je je tanden wel gepoetst? De iPhone leest je nog even voor” ( is dat wel 140 tekens?  ) toe te Twitteren.

Lange zin hè? Past wel een beetje in de trend van zoveel mogelijk informatie in zo kort mogelijke tijd aanbieden. Kunt u het nog volgen? Ik niet meer. Ik heb altijd een hoge dunk van Prensky gehad, maar elke peuter een eigen iPhone lijkt me niet zo’n goed idee. Misschien wil een kind de blokjes uit zijn blokkendoos ook wel eens echt kunnen vasthouden, in plaats van via het schermpje van z’n mobiel. Misschien wil het kind ook wel eens echt voorgelezen worden, en echt tekenen en kliederen op een echt vel tekenpapier. Zijn we zo niet een beetje bezig allemaal kleine Laura Dekkertjes te kweken, omdat we zelf niet zonder onze gadgets denken te kunnen en we die gevoelens dus ook op onze kinderen projecteren? 

We moeten ook eens een keertje nee durven zeggen, ook al hebben ze dan op hun iPhone ontdekt waar Nieuw-Zeeland ligt.

Share

 


Twitter-gekte

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief