Recept voor de eeuwige jeugd: onderwijs

Voor wie het nog niet wist: ik kan u een blijde mare verkondigen. Het middel om eeuwig – nou ja, een beetje eeuwig – jong te blijven bestaat en het heet onderwijs. Je moet het wel een beetje in de vingers hebben, want boze tongen beweren bijvoorbeeld dat je het op de lerarenopleidingen niet meer leert. Daar zit soms een kern van waarheid in, maar dat weegt allemaal niet op tegen de voordelen van het eeuwig jong zijn. Heb je zo’n opleiding eenmaal afgerond ( je bent geslaagd voor de reken- en taal-toelatingstesten, je hebt wat verdere theorie geleerd en wat dingen over lesgeven ) dan begint de eeuwige jeugd. Je moet dan nog een beetje orde leren houden en zo, en eigenlijk bijscholen tot in lengte van dagen – geen probleem bij eeuwig leven- ; je moet zorgen dat je het management niet teveel voor de voeten loopt, dat je op tijd je pip- pop- en pap-formuliertjes invult. Dat zijn wat hinderlijke bijkomstigheden.

Het eigenlijke recept krijg je elke dag toegediend op het moment dat je de klas in stapt: voor jou alziende docentenblik ontrolt zich een boeiend landschap gevuld met jongeren van allerlei pluimage, in mijn geval een doorsnee MBO-schoolbevolking: allemaal het mobieltje in of bij de hand, petjes, jassen aan, en allemaal in de bloei van hun leven en vaak ook nog eens in een wolk van gierende hormonen, waar elke puber vroeg of laat door heen gaat. Nu verkeer ik wel in de gelukkige omstandigheid dat ik op een school werk waar eigenlijk nooit narigheid in de vorm van vechten, diefstal en andere onbetamelijke zaken gebeurt. Het mag wel even een keer gezegd worden: het Groenhorst College in Barneveld   ( ik ben niet zo van de reclame, maar soms ontkom je er niet aan ). Bij ons geen beveiligingspoortjes, geen bewakers, geen bedreigingen en niet al te veel nare filmpjes op YouTube.

Gebeurt er dan helemaal niks? Natuurlijk wel; ook bij ons zitten leerlingen die hun portie narigheid met zich meenemen, net als op elke andere ROC of AOC. Vaak zit die narigheid echter vooral van binnen, en uit het zich niet in irritant gedrag. Ik hoef hier niet het hele scala aan problemen op te noemen waar een helaas toenemend aantal pubers onder te lijden heeft, maar in mijn onderwijsloopbaan sinds 1976 heb ik wel zo ongeveer alles wat je je kunt voorstellen zien langskomen, en je kunt je gelukkig prijzen dat jouw kinderen bepaalde dingen niet meegemaakt hebben. Jongeren lopen daar niet altijd mee te koop, de steeds hardere en ik-gerichte maatschappij laat dat niet toe, maar uiten doen ze het wel: bijvoorbeeld in de vorm van irritant gedrag in allerlei variaties.
Soms krijg je een grote mond van een leerling, soms is er eentje volledig onhandelbaar. Korte lontjes, niet in de hand houden, direct weggooien. Na de knal blijkt het eigenlijk vuur al lang ergens anders gesmeuld te hebben, soms heel lang, en dat hoor je dan via een omweg als zo’n woedeuitbarsting, of tijdens een presentatie over de gevaren van alcoholmisbruik, waarbij dan blijkt dat de beschreven verslaafde met Korsakov de vader van die leerling is.

Hoe naar ook: dat zijn de verborgen parels in de oesters van het onderwijs. Bij het dieper duiken kom je elke dag schatten tegen. Een grote,  vriendelijke slungel van een knaap die je tijdens het mee fietsen naar een andere locatie onbeholpen meedeelt dat hij eigenlijk gameverslaafd is, écht gameverslaafd, omdat hij anders zo gaat zitten nadenken en piekeren over alle spoken in de geest die op hem af komen, en dat hij daar niet echt met anderen over kan praten.  Op sommige monenten zou je al die leerlingen een knuffel willen geven of hen in je huis een veilig en vooral zorgeloos onderdak willen bieden.
Er zijn meer parels, ook wanneer het niet om persoonlijke narigheid gaat: dat bijdehante meisje, dat jou elke keer op een leuke manier gevat van repliek dient, zodat je soms met je mond vol tanden staat. Het spel met woorden en taal, en de ervaring dat ze toch allemaal graag iets willen leren en best wel hard werken voor een cijfer. Het figuurlijke schouderklopje wat je ze geregeld moet geven, niet uit gewoonte, maar omdat ze het verdienen. Je ziet ze glunderen en gloeien wanneer je iets leuks zegt over hun uiterlijk, wanneer je interesse toont in wat voor appjes ze op hun mobieltje hebben, en wanneer je weet wie er de finale van één van die vreselijke talentenshows waarmee we worden doodgegooid, heeft gewonnen.  Op schoolfeesten laat je een enorme geluidsbrij gelaten over je heen komen, en afhankelijk van je leeftijd – boven de dertig ben je hoogbejaard – dans je nog wat mee. “U was er gisteravond ook, hè, meneer!”

Je moet voortdurend op je tenen lopen, voortdurend alert zijn. Er wordt op jou gelet. Ze zien aan de naad van je spijkerbroek welk merk het is, en ze vragen onverbloemd waarom je dezelfde blouse als eergisteren aanhad. Het is dus voortdurend investeren, en zonder een goede duikuitrusting ga je die parels dus niet vinden.  Er zijn momenten waarop je je dodelijk vermoeid voelt. Eindeloze vergaderingen, onafzienbare bergen administratieve rompslomp, stompzinnige formulieren uit de koker van bureaus die op Mars lijken te staan.
Maar eenmaal voor die klas, én wanneer je het in je vingers hebt, laaf je je weer aan de jeugd en haal je er je deel vandaan.

Een redelijk lyrisch stukje, zie daar het effect van een dagje lesgeven :-)  Het werkt dus. Werken in het onderwijs houdt je dus jong, alleen jammer dat onze regering dat maar steeds niet wil inzien, en de omstandigheden waaronder dat werken moet gebeuren, steeds verder verzwaart. Zeker nooit jong geweest, die lui.

Share

 


Leraar, elke dag ( heel ) anders

In afwachting van een functioneringsgesprekHet levenspad van de gemiddelde docent kent pieken en dalen, en is vol gevaren.  Van alle kanten wordt de arme beambte bedreigd, aangevallen, beschimpt door lieden als Ton Elias en andere onwelwillende politici, op het matje geroepen door een stoet van management- en bestuursleden, ter verantwoording geroepen door boze ouders en leerlingen en in zijn schrieperige salarisje nog meer gekort door ongeveer de gehele resterende wereld. Daarnaast wordt het slachtoffer gekweld door een tot aan de hemel reikende berg administratieve rompslomp, moet hij of zij geregeld op bij-, na- en herscholingscursus en is tot diep in de nachtleijke uren bezig met correctie en lesvoorbereiding. Op verjaardagspartijtjes zit de betrokkene stil en schuwig in een hoekje, knabbelend op wat nootjes, meewarig aangekeken en befluisterd door de overige feestvierders, die allemaal wèl in het leven geslaagd zijn en niet tot de risée der maatschappij horen. Eén keer per jaar  mag de leraar een aantal uurtjes op de tv genieten van aandacht, en de dag na Dierendag is het de Dag van de Leraar, maar zowel dier als leraar wordt geacht zich niet te ver buiten de mand te begeven en als volgzaam hondje te baas te gehoorzamen.

Vóórdat nu allerlei enthousiaste types die ook allemaal verstand van onderwijs pretenderen te hebben maar het niet actief bedrijven woedend wegzappen vanwege veel te cynisch en zo want het is toch zo fijn om onderwijsadviseur of zo te zijn, wil ik ook even opmerken dat er ook heel leuke kanten aan dit vak zitten, namelijk het lesgeven zelf. Dat gebeurt namelijk zo ook nog af en toe. ‘t Is toch een beetje een soort van roeping, van ontwikkelingshulp samme maar zeggen, en wanneer je maar geregeld ‘s avonds met zwavelstokjes langs de deuren gaat kun je je salaris nog een beetje aanvullen zodat je af en toe trillend en bevend kunt bijkomen in een weekendje Landal.

Zie het als een uitdaging, dat doet het altijd goed. Nou, die uitdagingen die zijn er hoor! Het boeiende instituut waar ik werk heeft besloten nog boeiender te worden, en dat kan in de vorm van nieuw- en verbouw. Als school wil je natuurlijk met je tijd meegaan en daar hoort een eigentijdse en inspirerende leeromgeving bij met leerpleinen, campussen, doe-afdelingen en wat dies meer zij. Niks mis mee, want het gaat uiteindelijk om de inhoud, de kwaliteit van de lessen, en die is op mijn school ronduit goed, dat durf zelfs ik hier wel te stellen. Het oude pand stond ook een beetje op instorten en je wilt niet ‘s avonds met allerlei narigheid in Hart van Nederland gepresenteerd worden. Sinds het begin van dit cursusjaar zijn dus horden goed geschoolde ( want MBO ) bouwvakkers met veel enthousiasme overal in het boren, zagen, spitten  en beuken en de plannen zien er veelbelovend uit. Over een jaar moet alles klaar zijn, en de door de werkzaamheden weggevallen ruimte is elders in het dorp teruggevonden in de vorm van een deels leegstaand schoolgebouw, wachtend op uiteindelijk sloop, maar nu nog voor onderwijsdoeleinden bruikbaar.

Nu bestaan er op de wereld geen flexibeler lieden dan docenten en  hun leerlingen. Een groot deel van hen is dus verhuisd naar de noodlocatie, die echter wel heel erg de nadruk op ‘nood’ legt. Dat vraagt enig improvisatievermogen. Ook mij is de eer te beurt gevallen te resideren in de noodopvang, in een tot kantoor omgebouwd lokaaltje met nog 19 andere collega’s, inclusief alle verhuisdozen met toetsen die van de inspectie tot het einde der tijden bewaard moeten worden. We hebben twee telefoons, twee ramen die een beetje openkunnen maar dan zit de rest op de tocht, en als docent 1 een beetje over zijn ‘bureau’ gaat hangen met het hoofd tegen de muur, is er nét genoeg ruimte voor docent 2 om het pand in overspannen toestand te verlaten. Dat laatste is niet geheel zonder gevaar: het bouwsel is uitsluitend te bereiken of te ontvluchten na een gevaarlijke tocht over een soort rotspad, en dat heeft al menig naaldhak het leven gekost. Met klimijzers zie ik nog wel wat mogelijkheden, maar voor de komende winter verwacht ik toch en sterke schooluitval van lieden die nooit meer boven water komen omdat zij ergens onderweg in een ravijn zijn gevallen of door kolkend ijswater zijn meegesleurd.

De leerlingen zitten wat lijdzaam in de gangen, hurkend en schurkend tussen proppen papier, snoepverpakkingen en rondslingerende jassen en tassen, want er zijn helaas geen kapstokken of kluisjes- daar is geen ruimte voor. In de ochtendpauze van een kwartier stop ik dan wat eerder met mijn les van 45 minuten om mij haastig van gebouw A naar gebouw B te begeven, waar ik nog 1 minuut heb om even te plassen en een kop koffie ( wanneer het wat uitloopt moet dat mogelijk op het toilet ) te nuttigen. Geregeld spoed ik mij dan gedrurende de middagpauze weer terug naar gebouw A voor de rest van de lessen, om de dag te besluiten met een dodenrit weer naar gebouw B omdat iemand bedacht heeft dat daar vergaderd moet worden over bijvoorbeeld het observeren van je collega volgens het STARRT-principe. Dat laatste is trouwens prima. Naast de nodige zelfspot en kritiek dient een leraar ook eens open te staan voor opmerkinfen en tips van een ander. Alleen vervelend dat dat nu weer in de vorm van een ellen lang formulier moet.

Tegen de avond rest dan nog de rit naar huis met een tas vol beoordelingsformulieren van negen kantjes elk van de kwalificerende toets “Gesprekken voeren” op 2F niveau, inspectieproof, en die nog aangevuld gaat worden met vier andere kwalificerende toetsen, die allemaal in twintig weken geoefend, afgenomen, nagekeken, geherkanst en weer nagekeken moeten zijn, want o wee, de inspectie. Soms heb ik nog wat tijd om rudimentair wat aan de spelling te doen, of iets met de woordenschat, die elk jaar beperkter lijkt te worden. Snap de vraag maar eens wanneer je de woorden die er in staan al niet meer begrijpt…

Ik lijk wel gek. Welnee, ik ben bij mijn volle verstand, en wanneer je eenmaal voor de klas staat vergeet je alle treurnis om je heen. Voor de zoveelste keer maar weer het Kofschip, het Sexy Fokschaap, het verschil tussen liggen en leggen, kennen en kunnen, hen en hun. Ze leren er wat van, en dat is na al die jaren telkens weer een opsteker. Elke dag leraar is – wanneer je niet te veel stil staat bij alles wat er op je afkomt – heel aardig uit te houden. En zowaar: e;ke dag anders dan je van te voren verwacht!  Nog een jaartje, en dan kan ik tot mijn 68e  uitkijken over het hypermoderne leerplein, vanuit mijn hypermoderne kantoor bij een hypermodern klaslokaal….ook weer anders!

Share

 


Diploma

Hoeveel hoogtepunten heeft een mens eigenlijk in zijn leven? En hoeveel dieptepunten staan daar eigenlijk tegenover? En, naarmate dat leven verder gaat, beleef je dan meer diepte- dan hoogtepunten?  Het vervelende van hoogtepunten is, dat je die niet altijd beseft op de momenten dat ze plaats vinden; meestal denk je pas achteraf van ‘had ik maar meer’. Die dieptepunten, die hakken er vaak veel meer in. In de afgelopen weken was ik bij twee begrafenissen: de ene van een jonge moeder die vier kleine kinderen en een steeds zieker wordende , dove man in een rolstoel achterliet. Zij had zo dolgraag nog heel veel hoogtepunten willen meemaken in het leven wat nog voor haar lag. Als je jong bent, lijkt daar geen einde aan te komen. De andere begrafenis was van een leerling, nog veel jonger, 19 jaar oud, die in zijn leven wat nog voor hem lag alleen nog maar dieptepunten zag en besloot dat niet meer mee te willen maken. Een dieper dieptepunt bestaat er niet, een eindpunt is het na een veel te korte reis. Twee jaar verwijderd nog slechts, van een van de eerste hoogtepunten die je als jongere, met de toekomst nog voor je, kunt meemaken, namelijk de uitreiking van je diploma.  Het onbeschrijfelijke gevoel van vrijheid wat je ervaart met dat papiertje in je handen, de eindeloos lijkende grote vakantie in het vooruitzicht met de verre reizen en de volgende stap – een studie, een baan – in het verschiet.

Alles kan, alles is mogelijk, je bent maar één keer jong. Gelukkig kunnen we niet in de toekomst kijken, en gelukzalig staan we met de klas op de foto die nog één keer met z’n allen samen gemaakt wordt. Ik heb een oude klassenfoto die kort voor de oorlog is gemaakt in toenmalig Nederlands-Indië. De klas, leerlingen met verwachtingsvolle en ernstige blikken, geschaard om hun onderwijzer, trots in het midden. Drie jaar later zou die man in een kamp door de Japanners onthoofd worden.

Iedereen op z’n paasbest, zoals ik gister weer heb kunnen constateren bij de diploma-uitreiking van mijn laatste nog thuiswonende dochter. Een hoogtepunt om trots op te zijn, en dat er nog vele mogen komen.  Nu verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik dit jaarlijks kan meemaken, ook al zijn dat niet mijn eigen kinderen. Toch zijn daar ook elk jaar weer leerlingen bij, waarvan je later hoort: die jongen ligt nu in een ziekenhuis, met een enrstige hersentumor, dat meisje is in de prostitutie terechtkomen, en die leerling wordt mishandeld door haar vriend. Er zijn er bij, waarvan je bij het schoolverlaten al van te voren weet: dat wordt nooit wat, die gaan het niet redden in deze maatschappij, die niet iedereen met open armen ontvangt. Voor hen bestaat het leven enkel uit een aaneenschakeling van dieptepunten, ondanks een diploma tóch gezakt. Zo’n uitreiking van een diploma is dan zo’n beetje gelijk het laatste hoogtepunt.
Feestvieren dus, zolang dat nog kan, genieten zolang dat nog kan, en jong zijn zolang dat nog kan. Zorgeloos zolang het nog kan. Wat dat betreft is het werken in het onderwijs een fantastische baan. Je werkt met kinderen die – in het algemeen dan – redelijk zorgeloos door de wereld gaan, en dat stralen ze uit en daar laaf je je aan. Die dieptepunten soms, ja, die horen er helaas wel bij, maar die jaarlijks hoogtepunten bij een diploma maken alles weer goed.

Share

 


Leve de toets, en de rest bomt niet.

Een onderwijsdeskundige en een organisatieadviseur: een gruwelijker combinatie kan een mens zich niet voorstellen wanneer het gaat over lieden die menen hoe het in het kwakkelende onderwijs beter kan en moet. In een artikel op Managementsite.nl hebben twee ervaren stuurlieden het ultieme licht gezien en lezen de docenten in het basisonderwijs op gepaste wijze de les. Dat gepruts van die eigenwijze koninkjes in hun eigen koninkrijk moet maar eens afgelopen zijn, en er is nog maar één ding wat telt, en dat is de Cito-eindtoets. Wanneer een kind namelijk 2 punten meer scoort, 542 in plaats van 540, is het kind gered van een zinloos leven in bijvoorbeeld het VMBO en krijgt het een HAVO/VWO-advies: “Dat zou voor u en uw dochtertje een wereld van verschil kunnen uitmaken”. Het staat er echt.

Wat fijn dat meneer Kerklaan en mevrouw Verhoeff in hun functies als organisatie-adviseur en onderwijskundige dit zo mooi voor mij en het merendeeel van de Nederlandse ouders en hun kinderen hebben bedacht. De zon begint zo ongeveer te stralen over het kommervol bestaan van driekwart van de Nederlanders. Je kind zal toch naar het VMBO moeten, je kind zal toch een score van minder dan 542 hebben.

In hun alziende en ongetwijfeld duur betaalde wijsheid gaan deze lieden gemakshalve maar even geheel voorbij aan het feit dat er ook nog zoiets is als het geestelijk welbevinden van een kind op de school waar het zich bevindt. Dat geestelijk welzijn wordt gerekend tot “ruis en slecht controleerbare pr-activiteiten”. Daar heb je niks aan, zoiets valt niet in een cijfertje of iets meetbaars ( “met een druk op de knop” ) aan te tonen. Daar koop je niks voor in een maatschappij waarin alleen nog het resultaat telt, zowel voor de school als in de portemonnee van al die onderwijs- en organisatieadviesbureaus die het onderwijs hebben gemaakt tot de onoverzichtelijke puinhoop die het nu is. Het aantal organisatieadviseurs is sinds 1980 met ongeveer 1600 procent gegroeid ( “Bullshitmanagement”, Jos Verveen, 2011 ), en dat is ook ongeveer het moment waarop het onderwijs begon aan zijn steeds snellere aftakeling. We zijn nu in een situatie beland waarin de ene helft van Nederland de andere helft adviseert, en waarin die andere helft ook klakkeloos dat advies overneemt.

Leerlingen en docenten moeten zorgen voor “een betere performance” wanneer men niet aan de Cito-normen voldoet, aandacht voor “leuke zaken” ( wat zijn dat? ) moet “on top of” ( ik verbeter gelijk maar even de Engelse  spelfout in het artikel ) en niet “in plaats van”. Dat komt allemaal omdat de huidige leerkracht “geen professionele kenniswerker meer is”. Een beetje een sukkel dus, die leuke dingen met z’n kinderen wil doen op het moment dat daar ruimte voor en behoefte toe is. Zijn  die leerkrachten helemaal gek geworden, een beetje leuke dingen doen in plaats van rekenen en ontleden? Dat doen ze maar in hun vrije tijd ( die ze trouwens niet hebben omdat ze zo onprofessioneel hun stapels extra werk indelen ).

Kinderen mogen blijkbaar geen kinderen meer zijn, mogen vooral niet lager dan de norm scoren, want dan tellen ze niet volwaardig meer mee. Een regelrechte schoffering van allen die zich een slag in de rondte werken om kinderen te geven waar het in de eerste plaats op school om gaat: geborgenheid, een veilig leer- en leefklimaat, en het gevoel iets te betekenen en te zijn, ongeacht of je nu hoog of laag scoort volgens het Cito, ongeacht of je een beperking hebt of  niet. Beide dure onderzoekers gaan in hun kille advies-ijver geheel voorbij aan het feit dat dit de randvoorwaarden zijn voor een fatsoenlijk menselijk bestaan, juist voor kinderen die op dat gebied al zoveel ontberen.

Het zijn duidelijk voorstanders van de harde lijn. Voor straf ga jij maar naar het VMBO, voor straf word jij als docent ontslagen. Welnu, wanneer er hier straf uitgedeeld moet worden, dan is dat wel aan deze beide slechtste stuurlui aan de wal: ga in de hoek staan en ga je kapot schamen! En laat ik jullie niet meer zien!

 

Share

 


Voeg jij me effe toe

Het ideale middel om tot op hoge leeftijd jong ( en eventueel wild ) te blijven bestaat, en het heet: onderwijs. Niets houdt de mens zo fris en fruitig als de omgang met leerlingen, dus wat dat betreft kan ik iedereen een baan in dit dynamische wereldje aanraden. U bent altijd op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen op mode- en muziekgebied, u ziet wat voor gadgets er op de markt zijn en u weet alles over tot voor kort raadselachtige termen als social media, Facebook , Twitter, WhatsApp en Draw something. U hoort over de laatste dancefestivals, welke lineup er staat, u weet alles van pilletjes, paddo’s, flashmobs, schuren, bubbelen en afterparty’s. Voor de basisschool gelden deze begrippen op een wat lager tandje, maar je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. U herleeft uw jeugd en denkt de hele wereld aan te kunnen.

Nu zijn docenten door alle eeuwen heen echter ook de meest behoudende lieden op aarde, en ze lezen in het algemeen slechts één boek per jaar: de Elseviers Belansting Almanak ( dat laatste heb ik trouwens niet van mezelf, maar er zit soms een kern van waarheid in ). Naarmate ze ouder worden, verstart hun houding nog verder, en wars van alle vernieuwingen strompelen zij van weekend naar vakantie naar weekend naar pensioen. Zelf nader ik ook inmiddels die leeftijd, en mocht ik tot die tijd niet alsnog in totaal overspannen toestand het schoolpand hebben verlaten en in een gekkenhuis zijn beland, dan is het te verwachten dat ik net als velen met mij de hakken nog verder in het zand ga zetten en bij voorbaat overal tegen ben.

Tot de 21e eeuw zich aandiende, met als gruwelijke bijkomstigheid de social media als Twitter en Facebook. Je wilt als docent natuurlijk door je leerlingen voor zo jong mogelijk versleten worden en door je directie voor zo oud en breekbaar mogelijk en dus te ontzien, dus is het voor ons leraren een beetje schipperen geblazen. Er was een tijd dat een docent een persoon was die gezag uitstraalde en ontzag inboezemde, nu dien je – zo vinden sommigen – onder invloed van media, Den Haag, management en allerlei onderwijsadviesbureau’s zo laag en diep mogelijk tot het niveau van de leerling af te zakken en mag  je nog uitsluitend een soort voorzichtig begeleidende rol op je nemen. Dat wordt dus behoedzaam manouevreren tussen de oude en de nieuwe tijd. Wat kun je wel, wat kun je niet, wanneer verword je tot een potsierlijke clown?

Op Twitter ontstond gisteren een discussie over wat je je als docent kunt permitteren naar leerlingen toe wanneer je heel hip en vooruitstrevend besloten hebt om je nieuw aangeschafte mobieltje ook te benutten voor het contact met hen, binnen of buiten lesverband. Jongeren vinden het prachtig wanneer je op de hoogte bent van hun leefwereld, en je kunt je ongekend populair maken door met het momenteel meest begeerde mobieltje te gaan rondzwaaien.  Ze vinden het leuk wanneer je je een beetje vlot kleedt en er niet bij loopt als de typische docent in oude C&A-spijkerbroek, een flodderig ruitjesjasje met elleboogstukken en krijtstrepen en wat pennen uit de borstzak. Er wordt sterk op je gelet, en een beetje leerling ziet aan de stiknaad van je jeans welk merk het is en of dat nog wel verantwoord is of niet. Je krijgt dat dan ook terstond te horen, en moedeloos fiets je die dag naar huis omdat je blijkbaar net weer de verkeerde winkel bent binnengestapt voor je schaarse kledingaankopen.

Voor jonge docenten is het heel makkelijk en verleidelijk om volledig in de wereld van hun publiek mee en soms ook op te gaan; die wereld ligt immers nog maar kort achter hen. Voor ouderen, en dan bedoel ik boven de dertig, wat in de ogen van een leerling al stokoud is,  is  het lastiger. Laat je je nog bij je voornaam noemen, tutoyeer je elkaar of niet,  net zoals als het voor jongere docenten lastig is om met “u” en “Meneer” aangesproken te willen worden.
En er is meer: een beetje docent 2.0 zit tegenwoordig op Facebook en Twitter, en de wat behoudender types onder ons teren nog een beetje op Hyves. “O meneer, zit u op Facebook?”, en voor je het weet krijg je de mededeling dat die en die vrienden met je wil worden op Facebook, Hyves of dat je door je klas gevolgd wordt op Twitter. Vriend worden, met een leerling, in de toch wel behoorlijke anonimiteit van het internet, is iets anders dan vriendelijk zijn tegen diezelfde leerling in de vertrouwde omgeving van het klaslokaal. Voor een leerling is internet een deel van hun leefwereld, die betaat uit vrienden in real life en vrienden op Facebook, twee werelden die steeds nauwer met elkaar vervlochten zijn en waarin het begrip “vriend”een totaal andere betekenis heeft gekregen dan die wij er aan toekennen. Het is vooral een wereld van leeftijdgenoten, lotgenoten, soortgenoten; een wereld waar je je als school niet in moet mengen. In  de tijd dat een dagboek nog niet vervangen was door Twitter of een tijdlijn op Facebook, wilde je tenslotte ook niet dat je ouders of je leraar daar in ging zitten koekeloeren. In feite vraag je als leraar of je alles in de agenda of het mobieltje van de leerling mag bekijken. Je overschrijdt een onzichtbare maar duidelijke grens, die jouw wereld en die van de leerlingen scheidt.

Zie Twitter en Facebook als een enorme kroeg waar leerlingen buiten schooltijd in rond hangen, vaak dag en nacht. Stap je als onderwijsgevende in werkelijkheid de uitgaansgelegenheid van de leerlingen binnen wanneer ze daar op zaterdagavond aan het stappen zijn? Ik dacht het niet. Omgekeerd zit je er als docent ook niet op te wachten dat een leerling dag en nacht in de privé-sfeer van jouw woonkamer zit mee te gluren en alles ziet en weet wat je doet. Toch ben je daar wel mee bezig wanneer je leerlingen gaat volgen op Twitter of wanneer je ze een verzoekje om vriend te worden op Facebook stuurt. Omgekeerd ook, wanneer je op hun volg- of vriendschapsverzoek ingaat. Het is niet anders dan ‘s avonds laat op de bank thuis met een leerling over allerlei zaken gaan telefoneren. Men zou raar opkijken.

Alles wat je op het internet plaatst, staat daar in principe voorgoed, en kan door anderen gebruikt of misbruikt worden. Een grappig bedoelde opmerking kan snel verkeerd worden uitgelegd en een geheel eigen leven gaan leiden, kan honderden malen geretweet worden naar alle vrienden van de leerlingen die dat ook weer naar hún vrienden door sturen, ook als je zelf de tweet al weer hebt verwijderd. Je loopt als docent voortdurend langs de rand van een afgrond die Facebook en Twitter heet, of  langs de grens van de docenten- en de leerlingenwereld. Blijf daar dus een beetje uit de buurt vandaan, wanneer je geen geldige reispapieren hebt.

Nooit meer of Facebook of op Twitter dan? Natuurlijk niet, beide zijn een bron van informatie en vermaak. Je kunt ook als docent op beide media contact met je leerlingen onderhouden, en ze fantastisch gebruiken bij je lessen. De mogelijkheden zijn enorm! Maar alleen met een duidelijk herkenbaar school-account, een officiële schoolfoto, onder strikte afspraken en protocollen die elk school dient vast te leggen, en spelregels die er voor zorgen dat je je privé en je werk op dit gebied strikt van elkaar gescheiden houdt. Dan maar wat minder vrienden en volgers op Facebook en Twitter. Een goede buur is beter dan een vage digitale vriend.

Share

 


“Mijn spreekbeurt gaat over eh.. sexueel misbruik”

Een veel gehoorde klacht over het beroepsgerichte onderwijs ( eerst heette dat ‘competentiegericht onderwijs’ maar dat mocht niet meer omdat het teveel werd geassoicieerd met allerlei gefröbel, dus nu is er hier en daar nog steeds veel gefroöbel maar dat duurt dan weer een tijdje voordat men het in de gaten heeft ) is dat de leerlingen zich alleen maar bezighouden met geknutsel in het portfolio en spreekbeurten en presentaties. Deels gebeurt dat ook wel zo, maar soms blijkt een dergelijke activiteit nog wel wat toe te voegen.

Ik ben niet zo van de starre, dus de leerlingen van mijn klasje mochten zelf kiezen waar ze een 10 minuten durend betoog over mochten houden, wat dan ook weer volgens een stappenplan met argumenten onderbouwd moest worden, Powerpoint erbij ( de ideale spiekbrief ) en losbranden maar.

Nu zijn de meeste leerlingen niet bepaald onbekwaam wanneer het gaat om luidkeels kakelen – bij voorkeur door de docent heen – , maar een degelijk verhaal voor een klas pubers bezorgt toch menigeen ernstig vlekken in de nek en zenuwachtig gefrummel met handen, balpennen en blaadjes.

Voor de klas nu een leerlinge die was opgevallen door regelmatige afwezigheid, en daardoor al een aardige achterstand had opgelopen. Je kunt natuurlijk stug volhouden dat wie ook een inhaaltoets heeft gemist,  gewoon pech heeft, maar af en toe ga je op je intuïtie af en gun je een select clubje nog een extra herkansing. Een school dient leerlingen voor te bereiden op een harde maatschappij, maar wanneer we de draconische ideologie van de heer Wientjes nu ook hier al rigoureus gaan toepassen, schop je sommige leerlingen, die toch al weinig kansen hebben, helemáál de goot in.

“Mijn spreekbeurt gaat over eh… sexueel misbruik, wat zwaarder bestraft moet worden”. Op  zo’n moment wordt in een klap duidelijk waardoor het vele verzuim is veroorzaakt, en waarom die leerlinge vaak als een stil en ineengedoken vogeltje in de les zat. Stille wateren hebben soms wel gruwelijk diepe gronden.  Na een wat hakkelend begin komt dan het gruwelijke verhaal van een martelgang langs onwillige instanties, vernederende confrontaties, het zich desondanks schuldig voelen, wantrouwen jegens alles en iedereen en het zelfs wegblijven bij bepaalde lessen omdat de collega  die dat vak verzorgde, in alles zo sprekend op de dader leek. Een gebroken jeugd ontrolt zich daar in 10 minuten, in een omgeving die blijkbaar zó veilig werd geacht dat deze spreekbeurt ook een voorzichtige stap was in de lange weg terug omhoog. Eindelijk ook een beetje terugkerend vertrouwen blijkbaar, want ik zat daar tenslotte wel als man, een eigenschap waarvoor je je soms bijna zou gaan generen wanneer je hoort wat dit soort leerlingen namelijk allemaal heeft meegemaakt.

Nu was op de presentatie zelf nog wel het nodige aan te merken: te veel tekst op het scherm, een wat rammelend stappenplan, de mimiek. Allemaal zaken waarbij je tegenwoordig een door de inspectie goedgekeurd en landelijk geborgd protocol van drie kantjes moet afvinken, volgens de eisen van de Kwalificerende toetsen Nederlands “Spreken en Gesprekken voeren”, waarbij de deelnemer in staat wordt geacht op eenvoudige wijze een gesprek te kunnen voeren en zich te uiten op een niveau wat voldoet aan de vastgestelde Europese referentiekaders op 2F-niveau.

De boom in met je referentiekaders en je beroepskwalificaties. In Den Haag en bij de vele onderwijsbegeleidende instanties vergeet men nog wel eens dat leerlingen geen klanten zijn, maar mensen; dat in cijfers uitgedrukte eindresultaten soms minder belangrijk zijn dan de manier waarop je daar naar toe werkt; dat docenten en leerlingen geen robots zijn die volgens eindeloos vastgelegde programma-code klakkeloos en eenduidig in de maat lopen, met als hoogste doel: het eindcijfer voor een kwalificatiedossier.

Helaas werken we niet meer met stempeltjes en snoepjes als beloning voor leerlingen in het MBO. Het effect zou soms verbluffend kunnen zijn. Eigenlijk zou ik deze leerling naast een dikke voldoende – die ik dan ook genoteerd heb – ook nog een grote taart of een bos rozen willen geven, wanneer we toch aan het belonen zijn. In de kabinetsplannen voor het toekomstige onderwijs, waar je tot over je oren in het werk met minder leerkrachten, minder tijd en minder geld klassen van 40 pubers moet gaan bolwerken, is helaas alleen nog maar tijd voor een volgens de regels opgesteld mager vijfje en een uitgedroogd biskwietje, in plaats van een taart. Om over de ( figuurlijke) bloemen, die een leerling soms nodig heeft, nog maar te zwijgen.

Voor nu in elk geval: Knap gedaan, meisje!

Share

 


De iPad-school. Dokt u maar.

Maurice de Hond heeft iets nieuws bedacht, nadat de aandacht voor zijn Newconomy en de Deventer moordzaak weer een beetje is verslapt. Maurice heefdt een dochtertje van drie, en vermoedelijk heeft het kind van vader een iPad cadeau gekregen, en dat heeft geleid tot een geheel nieuw onderwijsconcept wat mogelijk nog veel meer weerstanden gaat oproepen dan het idee wat ik afgelopen week op VK-Opinie lanceerde.  Ik heb ook een iPad. Beetje ouderwets, want dit is een iPad 2, en inmiddels is er een Nieuwe iPad, die om duistere redenen geen iPad 3 mag heten. Hiervoor ( nog geen jaar geleden) had ik een iPad 1, en dat illustreert mijns inziens precies mijn gevoel dat de iPad-school een vroege dood gaat sterven.

Een school opzetten die zich geheel afhankelijk verklaart van één bepaalde lesmethode uit één bepaald boekje, is geen toekomstbestendig initiatief, ook al noem je hem naar Steve Jobs, die de tand des tijds ook niet heeft doorstaan en aan wiens ideeën ook binnen Apple wordt geknaagd, getuige de toch wat tegenvallende reacties op de nieuwe iPad.   Hierna komt namelijk wèl de iPad 3, en daarna de iPad 4, en zo verder. Hoe mooi ook, in dit geval lijkt de iPad de functie over te nemen die vroeger ( en dat is nog maar kort geleden ) een computerlokaal had op een Open Dag: “Kijk ons eens mooie spullen hebben, het komt dus helemaal goed met ons onderwijs!” Je raakt de dure investering, in een tijd waar steeds meer scholen nadenken over het begrip “Bring Your Own Device” ( BYOD) aan de straatstenen niet meer kwijt. De iPad-school is eigenlijk een school die 25 jaar teruggaat in de tijd en die eigenlijk aan de weg timmert met de kreet: “Kom bij ons, want wij gebruiken als eerste de Commodore 64!”

Schoolbesturen, en ouders die zich laten verblinden door dure bling bling om daarmee de ultieme school neer te zetten, hebben blijkbaar geen visie op alle andere aspecten van onderwijs, en vergeten gemakshalve dat de wereld wordt overspoeld met soortgelijke apparaten die allemaal meer of minder hetzelfde doen, die allemaal in een steeds hoger tempo verouderen, maar die uiteindelijk niets meer dienen te zijn dan een hulpmiddel bij het geven van onderwijs aan een steeds diversere groep van afnemers met steeds diversere eisen.

Ik vind het een leuk ding, die iPad, ik ben er behoorlijk aan verslaafd, maar in het najaar wordt het er toch eentje met een heel ander besturingssysteem, namelijk Windows 8, om de eenvoudige reden dat daarmee ook nog een enorme hoeveelheid reeds lang bestaande onderwijsprogramma’s tot je beschikking komt, misschien zelfs wel uit de tijd van de Commodore 64. Niet alles wat oud is, is namelijk verkeerd. € 479 is voor veel kinderen en ouders toch een hoop geld voor iets wat in feite de functie heeft van een stukje schoolbordkrijt. Je kunt er trouwens wèl leuk mee tekenen, maar sommigen doen dat toch nog steeds liever op een echt stuk papier. Geef hun dan ook die ruimte.

Share

 


Disco!

Het leven van de gemiddelde huisman is zwaar. Het wordt nog zwaarder wanneer de echtgenote besloten heeft dat het weer tijd is voor de jaarlijkse week wintersport. Zo komt dit berichtje nu tot u vanuit een wachtende stapel wasgoed, boodschappen, plantjes water geven, hond uitlaten, etc. Onvoorstelbaar hoe snel een mens kan vervuilen en tot een staat van lichtelijke barbarij kan vervallen.
Gelukkig is daar dan – en dat is inmiddels traditie – de afhaal-Chinees die de eerste vrijdagavond dragelijk maakt.  Er zijn meer voordelen: je kunt een week lang eindeloos zappen, je eigen muziek zo hard mogelijk draaien, je sokken laten rondslingeren en ongegeneerd met de auto naar je werk omdat er even niemand is die er op toe ziet of je wel voldoende beweging krijgt, en je dus vriendelijk doch dringend aanraadt dat kleine afstandje even met de fiets te doen.
Nadeel is wel weer dat bepaalde activiteiten uitsluitend in tweetallen kunnen worden gepleegd. Ik doel hier op de wekelijkse dansles, die gevolgd wordt hier in dorpje B. op de Veluwe; niet bepaald een bruisend plaatsje waar men zich overgeeft aan wufte bezigheden als een potje salsa-dansen, maar gelukkig bestaat deze mogelijkheid hier wel, en dat zorgt voor een wekelijkse ontsnapping uit alle beslommeringen van het drukke onderwijsleven.
Wauwel gaat dan met partner een uur lang uit z’n dak op zwoele Zuid-Amerikaanse ritmes. Zoiets vergt oefening, zeker met mijn teer gestel, want reeds ernstig de pensioengerechtigde leeftijd naderend. Die oefening schiet er geregeld bij in. Elke keer weer nemen wij ons plechtig voor het geleerde de komende week flink door te nemen, wat nooit lukt, maar gelukkig hebben wij een zeer geduldige en meelevende dansjuf, die zich door al het stram gestrompel op de dansvloer nooit uit het veld laat slaan.

Nu ben ik een vrij eenkennig tiepje, en de aankondiging van een Classic 80′s Disco Party werd door mij dan ook met de grootst mogelijke argwaan ontvangen. Dansen en ouderwetsch degelijk  losgaan, prima, maar dan wel in de veilige beslotenheid van de woonkamer en met de gordijnen dicht, liefst ook nog zonder verdere aanwezigen. Wanneer een en ander opgenomen met een verborgen camera op YouTube geplaatst zou worden, zou ik ongetwijfeld een kijkcijferkanon zijn. Ik weet echter zeker dat er meerdere lotgenoten zijn die zich ‘s avonds met behulp van de afstandsbediening als microfoon, een ster op de disco-dansvloer wanen. Een mens moet – ook als hij of zij wat ouder is – altijd wat te dromen en te fantaseren hebben, anders wordt het leven wel erg saai.

Na zachte drang door een van de dansgenoten via Social Media, besloot ik met licht frisse tegenzin toch maar af te reizen naar de dansschool, want geen andere smoes te verzinnen en er was toch niks op tv. Het aanvangstijdstip was redelijk te noemen, rond 22:30 uur, eigenlijk een garantie dat er niet te veel jong grut aanwezig zou zijn. Een van mijn dochters kondigde laatst aan nog even naar een verjaardagsfeestje in Amsterdam te gaan. “Hoe laat begint dat dan? ”  ”O, om 01:00 uur, duurt tot een uur of vijf”. Zo gaat dat.

Op schoolfeesten, waar ik uit hoofde van mijn functie nog wel eens moet vertoeven, probeer ik altijd zoveel mogelijk mijn snor in de danszaal te drukken om te voorkomen dat een of andere jolige leerlinge je op je ouwe dag nog de dansvloer optrekt, om daar ten aanschouwen van alle klassen de clown uit te hangen. Afgelopen week kon ik ook al niet aan de examenstunt ontsnappen ( meestal probeer je zo’n ochtend aangenaam verpozend op het docententoilet door te brengen ) dus moest ik gruwelijkheden ondergaan in de vorm van het verplicht de Kabouter Plop-dans doen. De schrik zat er dus nog goed in.

Nu is het zo dat de beste muziek in mijn optiek nog steeds in de jaren ’80 gemaakt werd, dus de ambiance was aangenaam ontspannend, en het gemis van mijn gade werd daardoor iets minder wrang. Gewoon even gezicht laten zien, en na een half uurtje weer beleefd naar huis. Met behulp van een goed gesprek ( je kon elkaar gewoon verstaan zelfs ) en een glaasje rum werd mijn weerstand dan toch uiteindelijk overwonnen en het resultaat was dan ook dat uw geliefde blogger toch maar de dansvloer opzocht, en zowaar geheel in John Travolta-sferen geraakte. Een wit pak met wijde pijpen ontbrak er nog aan, maar muziek is altijd een feest van herinnering en herkenning, dus zo was ik weer even een aantal uurtjes(!) de persoon die ik was in de jaren die gisteren leken, maar toch al weer zo eindeloos lang geleden.  Tijd is een kostbaar goed, geniet er dus van. Volgende keer graag ook nog de Seventies!

Share

 


Hollands next top school!

Het onderwijs maakt barre tijden door. Her en der storten kolossen met donderend geraas ineen, hordes docenten, waardeloze diploma’s  en radeloze studenten met zich meenemend. Een enkeling, die de toorn van het Haagse  en die van Elias heeft doorstaan, grijpt nog naar een laatste strohalm die onlangs in de hysterische tombola van onderwijsideeën werd gelanceerd: de excellente school. We hadden al excellente leerkrachten, dus nu ook een school die blijkbaar al die lieden in zich dient te verenigen. Wanneer je dan de pech hebt om ergens in een achterstandswijk met moeite een redelijk veilig plekje aan een groepje hangleerlingen te bieden, en hun mogelijk ook nog een bescheiden plekje op de arbeidsmarkt in het vooruitzicht kan stellen, dan heb je wel pech, want ook wanneer je als school voor een dubbeltje geboren bent word je nooit tot de Haagse adelstand verheven. Om een en ander allemaal ordentelijk te laten verlopen heeft onze minister ook al vast een onafhankelijke jury in het leven geroepen. Ik zie daar naast de voorzitter, een heuse professor nota bene, een panel van deskundigen aanschuiven, lieden die natuurlijk ook iets met de jeugd van doen hebben. Marco Borsato, Jeroen van der Boom, Zanger Rinus bijvoorbeeld; allemaal aansprekende lieden die in meer of mindere mate een soort van schoolopleiding hebben gevolgd, dus al snel ter zaken kundig. Misschien kunnen Sterretje en Barbie uit Oh Oh Cherso ook nog even als mistery-guest aanschuiven, en dan sms-en maar mensen, de lijnen blijven nog een kwartier open, de kanshebbende directeuren en Colleges van Bestuur staan in innige omstrengeling, hand en hand en in angstige afwachting tot het publiek en de vakjury het verlossende woord hebben gesproken.  Het onderwijs u aangeboden door John de Mol. Het wordt een harde strijd, en de opdrachten voor de kandidaten zijn dan ook haast onmenselijk te noemen: prop bijvoorbeeld 45 leerlingen met allerlei gedragsstoornissen in een klas en probeer met zo weinig mogelijk geld en zo min mogelijk begeleiding de hoogste score van de CITO-toets of de PISA-ranglijst te halen in de snelste tijd tot nu toe. Afvallers worden genadeloos door de vakjury neergesabeld en verlaten in overspannen toestand het pand, gedoemd tot eeuwig competentiegericht lesgven in een achterstandswijk aan onwillige slagersleerlingen die tot hun eenentwintigste op school moeten blijven. De winnende school krijgt een contract, een hippe en kekke inrichting met veel ict-gadgets en jonge, flitsende en lekker  uitziende excellente docenten en docentes.

Dit kabinet lijkt er langzamerhand een halszaak van te maken om elke week wel weer met een wild plan op de proppen te komen, dat net als alle andere ten doel heeft onze positie op de wereldkennisranglijst te verstevigen en daarnaast de wat minder bedeelden nog verder in de modder te trappen. Men is verblind door resultaten, harde cijfertjes en nog hardere euro’s, en gaat daarbij over onderwijslijken. Scoren, scoren, of we de Olympische spelen op onderwijsgebied dan maar binnen proberen te halen, nu er inmiddels al 188 miljoen is weggegooid aan geldvretende lobby voor de echte Spelen.  School is geen sport, mevrouw Bijsterveldt, het gaat niet alleen maar om presteren, bijvoorbeeld tot je 21e terwijl je daar absoluut niet geschikt voor bent. En het geld wat men aan de excellente scholen besteedt, gaat dat bij de verliezers vandaan? Gaan we alleen nog met doping werken in deze tak van sport? Ook in de sport zijn er deelnemers die nooit hoger komen dan de eerste tree van het klimrek, of die de eerste de beste toegeworpen bal finaal door de vingers laten glippen, gewoon, omdat hun kwaliteiten elders liggen. Sport verbroedert en is goed voor lijf en leden, maar topsport kan verdwazen en leidt tot blessures. Dat kost nog veel meer.

Share

 


Neandertaal

Zo af en toe is het nodig om in de klas een horrorverhaal te vertellen, om de aandacht erbij te houden en de orde te herstellen, zeg maar. Er was een klas die net van een zware toets terugkwam, dus de aandacht was niet optimaal. Scholen zouden daar trouwens eens een beetje meer naar moeten kijken: hoe, waar en bij wie, waarvoor en wanneer rooster je een klas in? Dat aspect stroomt nogal eens onder, in een tijd waarin alleen nog maar belangrijk is dat de absenties zijn ingevuld,  ook al is de hele schoolbevolking absent, en dat het rooster klopt, ook al heefrt het gros van de leerlingen vaak een spanningsboog van niet langer van 15 minuten, waarna men in een geestelijk en kwijlend wrak verandert. Onderwijs is verworden tot het aan de inspectie en directie tonen van kloppende lijstjes met cijfertjes en statistieken.

Maar ik dwaal weer helemaal af. Het ging over een horrorverhaal, en dat was mijn constatering een alinea eerder ook wel, maar dat sloeg niet op de situatie van dat moment. Ook weer om de inspectie te gerieven was ik mijn klasje aan het voorbereiden op een zogenaamde “Kwalificerende toets lezen, niveau 2F”. Men krijgt daartoe een stapeltje teksten onder de neus ( zowaar niet digitaal, werkelijk een unicum)  plus een aantal blaadjes met multiple choice-vragen. Dat laatste is fijn, want uit de media konden we afgelopen dagen vernemen dat het handschrift van veel leerlingen is gedegradeerd tot een soort rudimentair gekras; dit alles veroorzaakt door het veelvuldig gebruik van mobieltje, tablet en – heel ouderwetsch – het toetsenbord. Komt daar dan ineens zo’n mastodont van een docent die zegt dat je een pen moet gaan pakken en een stuk op papier moet gaan schrijven, ja dat is vragen op problemen en vóór je het weet heb je dan woedende ouders of directie op je dak.

Nu hanteren veel pupillen hun schrijfgerei al alsof ze een kolenschop of een dood varken in de hand hebben, dus dat slechte handschrift is mij reeds tijden bekend. De trend is tegenwoordig ook een beetje van ‘als de bedoeling of de boodschap maar overkomt’ , dus je bent als docent snel geneigd het goede in de leerling te zoeken. Laatst moest ik een toets ‘brieven schrijven’ nakijken, waarin werd gesteld dat voor het onderdeel spelfouten maximaal 3 punten van het via uiterst ingewikkelde berekeningen te bepalen eindcijfer mochten worden afgetrokken. Gebruikt een leerling daar dus uitsluitend spijkerschrift, dan is het nog voldoende, als maar duidelijk is wat bedoeld wordt.

En wéér terug naar het horrorverhaal. Je hebt soms snel in de gaten of het toch niks meer wordt met de aandacht of niet, en soms ga je daar dan maar in mee. Ik vertelde van een documentaire die ik eens had gezien over een docent in Japan, maar het kan ook Korea geweest zijn. Hoe die man aan kwam wandelen door de gang, en een klas van een stuk of vijftien puberknapen hem netjes in een rijtje bij het lokaal opwachtte. De man naar binnen, na de nodige buigingen, en vervolgens gezeten achter het bureau. De jongens werden een voor een naar binnen geroepen – mijn eigen klas was nu een en al aandacht -, maakten bij de docent een buiging en kregen vervolgens stuk voor stuk een ongenadige mep met een stuk bamboe over hun achterwerk, waarna weer een buiging en de leerling zonder een spier te vertrekken ging zitten. Zo werd de hele klas afgehandeld en dat elke dag. Tucht en orde. Mijn klas verbijsterd,  jullie hebben het maar goed,  jongens.

Om de zaak nog wat gruwelijker te maken vervolgens de waargebeurde doch droevige geschiedenis van twee andere Japanse leerlingen, die door een wat kribbige collega op een slechte vrijdagmiddag in het kolenhok van de school werden opgesloten.
“Meneer, wat is een kolenhok?”, klonk het door de klas. Ja, daar heb je leerling 2.0. Wat is een kolenhok. Na de geduldige uitleg ging het verhaal verder.  Die leraar ging dus opgelucht naar huis en vergat verder volkomen de twee delinquenten in dat hok, die wel zó streng waren gedrild, dat ze het niet in hun hoofd haalden om een beetje tegen die deur te gaan schoppen of te schreeuwen.

Op maandagmorgen werden beide ongelukkigen dood gevonden. En wat kreeg de leraar voor straf? De leraar kreeg een berisping!”. Tja, en toen wist niemand wat een berisping was, waarna ik dit verving door “reprimande”, en, toen dat ook nietszeggende blikken opleverde, door “schrobbering”. Het hele intimiderende en orde-handhavende effect weg, en toen ik ‘schrobbering’  ook nog verving door ‘standje’ was de sfeer inmiddels licht uitbundig. Je eindigt dan als volleerd docent natuurlijk door met een stalen gezicht te zeggen: “Ja nu weer rustig dames en heren, want anders komen we nooit klaar!”.  Wanner je het maar over sex hebt, of ze laat denken dat het daarover gaat, is de spanningsboog ineens gegroeid tot zeker een volledig lesuur.

Wat leren we nu uit zo’n les die anders verliep dan volgens planning? Wel, dat je bijvoorbeeld nog steeds kunt dollen met je klas, en dat moet ook, ongeacht wat voor gruwelijk handelingsplan of prestatiegericht beleid jou en de leerlingen boven het hoofd hangt. Je moet de vrijheid kunnen nemen om eens een keer een les niets  of niet al te veel te doen. Aanhalen en weer vieren is de ideale combinatie.
Helaas leren we ook dat leerlingen – naast het feit dat ze niet meer leesbaar kunnen schrijven, ook qua leesniveau soms weer langzaam maar zeker afdalen tot het niveau van de Neanderthaler. Vertel je een verhaal; ze snappen de clou soms niet meer, lezen ze een tekst; geen idee waar het over gaat. Krijgen ze een vraag: ze snappen hem niet omdat ze sommige woorden te moeilijk vinden; het gaat dus al mis bij de vraag zelf, laat staan bij het antwoord.
De leerling die terug lijkt te gaan naar de Neanderthalers schrijft en spreekt al  een variant daarop: de Neandertaal, in maximaal 140 tekens. ‘As de bootsgap maar overkomp’. Taal wordt Twittertaal, Neandertaal. Maar goed, veel lager afzakken kan het niet, en uit de Neanderthalers van toen zijn wij weer opgeklommen. Er is dus hoop, zolang ze maar blijven lezen, te beginnen bij 140 tekens, en heel geleidelijk weer wat meer. Maar daar moeten we niet te lang mee wachten. En straks weer een rapportcijfer voor schoonschrijven misschien? Van een 1 naar een 6, dat is al een hele vooruitgang.

 

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief