De prijs van een big

Enig idee wat een big kost? Ik niet. Tot vandaag dan. Hier in dorpje B. op de Veluwe valt wekelijks een krantje op de mat. Nieuwtjes uit het dorp, akelig veel sport, en pagina-grote redactionele artikelen over het feit dat Modehuis Huppelepup een modeshow voor gezette modellen heeft gehouden ter gelegenheid van de nieuwe lentecollectie. Brandweer haalt koe uit gierkelder. In het lokale museum – “een enorme toeristische trekpleister”- een  boeiende tentoonstelling over de geschiedenis van vogelzaadjes. Loopt nog tot in de zomer, met veel platen en ook leuk voor uw kinderen.  Een bespreking van een boek van dominee Die-en-die over de zonde van de onanie, geplaatst in oud-testamentisch perspectief.  Een lezing om half tien ‘s ochtends over God, die in een verbond contact zoekt met mensen, en waarbij een liefdegave wordt gevraagd voor de onkosten. Een uitnodiging om naar de Open Dag te komen van de Familie Pater ( daar zijn er hier velen van, dus ik kan rustig deze naam gebruiken ), om eens een kijkje te komen nemen in de nieuwe opfokstal met nieuw revolutionair roestvrijstalen voer- en ventilatiesysteem. Een verslagje van het jaarlijkse geslaagde concert van de accordeonvereniging.
Wat gaan jullie zaterdag avond doen?”
“Wel, wij gaan gezellig naar het jaarlijkse concert van de accordeonvereniging. Het zal wel laat worden. Toch zekers wel tien uur!”
Een advertentie waarin kippen worden aangeboden: “Inruil oude kip mogelijk”. Wat gebeurt er met die oude kip dan. In de shredder? Met kuikentjes schijnt dat hier te gebeuren.

Vandaag las ik een intrigerend artikeltje met als opgewekte titel “Biggenhandel boert niet slecht”. Voor een stadsmens als ik gaat er dan een wereld voor je open. Er blijkt een geheimzinnige document te bestaan  wat  ‘NVV Biggenprijs Onderzoek’  heet. Uit dat rapport blijkt dat de toeslagen op biggennoteringen in 2009 zijn opgelopen, alleen de Weser Ems-notering liep enigszins terug.  Ook de koppelgrootte van de deelnemers nam afgelopen jaar toe.  Het was geen slecht jaar voor de vermeerderaars. En de DPP-notering moest in oktober zes euro omwisselen.

Ik begrijp al totaal niet meer waar dit allemaal over gaat, u ongetwijfeld ook niet.  Het enige wat ik er met enige moeite uit kan destilleren is dat een big  €48,65 kost. Denk ik. Ik ken een big eigenlijk alleen maar als een stapeltje plakjes in de supermarkt.
‘s Nachts, als ik wel eens lig te denken waarom ik hier ben komen wonen, hoor ik soms een door merg en been gaand geluid. Gruwelijk gegil en gekrijs, gebonk, in de stilte van de nacht. Een kilometer hier vandaan, schat ik zo. Varkens of  biggen zijn het, die in een veewagen worden gedreven. Dat schijnt ‘s ochtends heel vroeg te moeten gebeuren, zo’n razzia, dan zijn ze rustig en slaperig en gillen ze het minst. Op naar de slacht, gaan ze dan. Op naar een biggen-notering.  Ze boeren niet slecht hier.  En ik woon hier verder ook niet gek. Nog even doorbijten dus maar.

Share

 


Kerst in dorpje B. op de Veluwe

lightLeeswaarschuwing: dit stukjes is alleen maar interessant voor omwonenden in de wijde nachtelijke omgeving van de A30  bij dorpje B. op de Veluwe

Het waren de donkere dagen voor Kerst, behalve in het dorpje B. op de Veluwe. Daar straalde het licht, zelfs midden op de dag! Hoe dat zo kon gebeuren, staat in onderstaand kerstsprookje.
Er waren eens twee  handelaren. Jarenlang hadden ze vanuit een eenvoudige nering hun spulletjes aan de man gebracht en centjes bijeen geschraapt. En je weet, wie eenmaal van muntjes de geur heeft geroken en de klank heeft gehoord, die heeft nooit meer genoeg, die wil altijd meer, meer, meer.

Gelukkig dachten de bestuurders van het dorp er net zo over. Die wilden ook alleen maar meer , meer en meer. Ze haalden het geld weg van de arme burgers en gebruikten dat om grote terreinen, hallen, kantoren en wegen aan te zodat er nog meer handelaren naar B. zouden komen en er nog meer bijeengeschraapt kon worden.

Zo kwam het, dat met het verstrijken van de jaren, er een steeds naargeestiger sfeer in de straten en steegjes kwam te hangen. Waar je ook keek, zag je grote, sombere en meestal leegstaande kantoorgebouwen, blauw verlichte en ook leegstaande parkeergarages, door pech tot stilstand gekomen treinen, parkeerterreinen waar eens de mooie groene natuur was, met vuilnis en gifgrond vol gestorte wateren, industrieterreinen waar grote gele vrachtwagens af en aan reden, steeds meer lawaai maakten en alle regels aan hun laars lapten, of enorme gebouwen waar mensen in sombere stemming op sombere en dreigende zondagen bij elkaar kwamen, soms van heinde en verre.

De twee handelaren en de bestuurders hadden dat allemaal niet in de gaten, verblind als zij waren door de geldtekens in hun ogen en hun hang naar pracht en praal. In achterkamertjes kwamen zij in het geniep bij elkaar en bespraken hun plannen voor de toekomst: “Als jij nou dit voor mij doet, dan doe ik dat voor jou!”

Op een dag, in de aanloop naar Kerst, kregen de twee handelaren een fantastisch idee. Zij hadden genoeg van die oubollige kerstsfeer, met van die suffe kaarsjes, en een simpel kerstboompje, en dat gedoe met zo’n kerstster. Die zag je helemaal niet. Zij zouden dat wel even anders aanpakken. Zij zouden het èchte kerstlicht naar de aarde en in hun portemonnee brengen.

Zo kwam het, dat de bewoners van B. in die donkere dagen voor kerst, op een avond ineens getroffen worden door een verblindend licht aan de hemel, een schijnsel zoals nog nooit iemand op aarde gezien leek te hebben. Verbaasd en verbijsterd vroegen zij zich af hoe dit toch kon, gewend als zij waren aan het serene en zachte licht van de echte kerstster, die nu geheel verwenen leek te zijn.

Wanneer het ’s nachts bewolkt was, kon men van heinde en verre een koud, wit licht langs de hemel zien stralen, de wolken weerkaatsten het duizendvoudig over de landerijen, hoeven en huizen. Tot in de wijde omtrek zag men dit schijnsel, en wie niet anders wist, zou menen dat de hemel in brand stond met een koud, kil en onbarmhartig licht.
De beide handelaren, en de bestuurders van de stad juichten van blijdschap: dit was het ware licht, waar zij al die jaren naar hadden gezocht! Eindelijk was dat grote, dat wonderbare licht tot heel dicht bij de aarde gekomen. Ja, het raakte iedereen aan die er naar keek. Dit was het grote licht van het GELD! Het enige ware licht, en de handelaren en de bestuurders warmden en koesterden zich aan dit licht: nu zou alles in een ander schijnsel komen te staan, nu zou dit licht nòg meer geld, handelaren en bedrijven aantrekken, en het dorp zou groeien en groeien met nog meer wegen, fabrieken en bedrijven, en het zou vanzelf nog veel meer ligt gaan uitstralen daar over die eens zo donkere velden en bossen van de Veluwe. De natuur zou vanzelf dood gaan, de dieren zouden wegtrekken, op zoek naar de geborgenheid van de nacht; zo zouden de handelaren en de bestuurders zich daar ook niet meer druk om hoeven te maken. Een grote vrede kwam in hun harten, en zij keerden zich als één man naar dat prachtige licht, zo’n dertig meter boven de horizon.

Maar, zij wisten niet dat dit een koud licht was, dat dit licht geen warmte uit kon stralen. Het was een boosaardig licht, wat geen rekening hield met de gewone burgers en de dieren en de natuur. Daar houdt het geld niet van. En de harten van de bestuurders en de handelaren verkilden meer en meer, totdat zij enkele nog dachten dat zij alleen op de wereld waren, levend in een roes, in een schijnsel van waan dat zij zelf geschapen hadden.

Zo kwam het , dat de donkere dagen voor kerst in dorpje B. nooit meer donker waren. De burgers trokken weg, en met hen de sfeer, de gezelligheid, en de dorpse gemoedelijkheid.
Kerst in dorpje B., waar de allerhoogste voortaan EURO heet……

Share

 


Wereld Eidagen!

rotten-eggsHet zal u vanochtend bij het oppeuzelen van uw eitje misschien zijn ontgaan, het nieuws wijdde er ook geen itempje aan en zelfs Obama heeft het in zijn toespraak ter gelegenheid van z’n vredes Nobelprijs niet genoemd, maar het zijn vandaag wel even de Wereld Eidagen in dorpje B. op de Veluwe, een gebeurtenis van galactische omvang. Zo, nu kijkt u wel even wat anders aan tegen dat gladde ovale kogeltje wat kort geleden nog uit de pulserende kont van een kip-achtig wezen in de legbatterij is gerold!  
Een ei hoort erbij, en dus moet zoiets gepast gevierd worden, bij voorkeur in dorpje B. , van oudsher een broeinest van kippen. Ook dit jaar is daar weer een Commissie van Wijzen op gezet, met een heuse visie en een heuse missie, allemaal terug te lezen op een enerverende en zinnenprikkelende website: www.wereldeidagen.nl.  Gisteravond barssten de festiviteiten in het dorp al in alle hevigheid terug, en Wauwel raakte dus tijdens het boodschapjes doen verstrikkeld in een zinderende optocht van toch wel dertig kleumende kindertjes op skelters, die – voorafgegaan door een blaaskapel, een aantal op eieren gelijkende voorwerpen met zich meevoerden. Te bezorgen bij de restaurants in B. Dan ben je snel klaar, want dat zijn er maar een stuk of zeven, die allemaal ook nog eens romantisch gelegen zijn, bijvoorbeeld met uitzicht op een enorme veevoedersilo of een parkeerplaats vol blik.

Vandaag is het halve dorp weer in rep en roer met het spectaculaire “plastic eieren van de kerktoren werpen”, een gebeurtenis waarbij de opening van de Olympische Spelen in Beijing tot een verjaardagspartijtje bij de buren wordt gereduceerd. Natuurlijk treedt ook – heel toepasselijk – een shantykoor op, en kunnen belangstellenden een boeiende excursie maken naar een eier-verwerkingsbedrijf , waar je bijvoorbeeld kunt zien hoe eiworst - een witte, lillende massa in een plastic condoom – wordt gefabriceerd, of men kan een heuse eierkeuring meemaken in het pluimvee-museum ( de plaatselijke Hermitage ) alhier. 

Ik zou willen voorstellen om langs de route naast eieren ook kalmerende middelen uit te reiken, want de opwinding  zou anders wel eens te veel kunnen worden, en dan wordt dorpje B. alwééér negatief op de kaart gezet, na alle consternatie over de twee enorme refo-domes aan de rand van het dorp.

De rest van de week kent nog veel spectaculaire activiteiten; ik zou dus zeggen, komt allen naar dorpje B. op de Veluwe ( maar niet op zondag ), en geniet van een lekker gratis hapje cholesterol. Voor volgend jaar zou ik het organiserend comité nog wat uitdagende activiteiten willen voorstellen, zoals het gooien met ròtte eieren van en nu ook eens nààr de toren, of een vlootschouw in de Barneveldse Beek van feestelijk versierde kippenmestpramen, af te nemen door de burgemeester en de stram in de houding staande en saluerende wethouders. Dat wordt weer een jaar niet slapen van de zenuwen.

YouTube Preview Image

Share

 


Brand!

27on1Alleen de titel van dit blogje trekt al bezoekers. Ja hè, anders was u hier vast niet gekomen. Om duistere reden wordt een groot deel der mensheid altijd aangetrokken door sensatie, zonder dat is er blijkbaar niks meer aan.

Beschaafde lieden generen zich wel een beetje, maar toch, als er ergens een mooie fik is, dan stormen we daar graag op af, zolang het niet om woonhuizen of  branden met persoonlijke ongelukken gaat – wat mij betreft dan. Ik spreek uit ervaring: ooit zelf brand gehad in huis, ‘s nachts op de slaapkamer van één der kinderen, zo’n nachtmerrie wens je je ergste vijand niet toe. Ik ga soms ‘s avonds nog wel twee keer naar beneden om te kijken of ik de kaarsjes wel ècht goed heb uitgeblazen. Voer voor psychiaters.

Dorpje B. op de Veluwe. Donderdagavond, zeven uur. Ik maak mij op om na een zware werkdag vol onderwijskundige taken nu eens helemaal uit mijn dak te gaan tijdens het oefenen van de tango bij de plaatselijke dansschool. Zoiets is op mijn leeftijd niet altijd een eenvoudige opgave. Toch neem ik mij elke keer weer voor mijn partner vurig door de zaal te smijten, daarbij met een wild gebaar mijn smetteloos witte overhemd open rukkend zodat alle knoopjes in het rondvliegen, en zij – mijn gade – haast bezwijmd ter aarde zijgt bij de aanblik van mijn bezwete tors.  Zo zie je dat op tv tenminste. In mijn geval zou de voorstelling toch meer doen denken aan twee parende zeekoeien, dat lijken mij ook niet meer van die vlotte dieren.
Ik stap dus naar buiten en ontwaar daar aan het zwerk enorme zwarte rookwolken. Elke keer denk ik bij de aanblik van zoiets allereerst aan mijn school, maar telkens blijkt het weer een gruwelijk eind verder uit de buurt te liggen.  Het liefst was ik gelijk derwaarts gevlogen, maar ja, die dansles hè, dat gaat voor. Zo voltrokken zich dus de samba en de jive in een tergend  traag tempo, terwijl buiten mogelijk de halve wereld in de fik zou kunnen staan.
Of we eventueel nog even een klein stukje die die kant op zouden rijden, stelde ik mijn vrouw voor toen we weer buiten stonden. Wonder boven wonder, je verwacht dat niet direct van vrouwen, ging zij akkoord. Zo stuurde ik dus quasi ongeïnteresseerd richting rookwolken, voorzichtig voorstellend of we toch maar niet naar huis zouden rijden. Maar nee, ik mocht nog een stukje verder. Stel je voor dat ze had gezegd: ja, ga maar weer linksaf naar huis.  Het leed zou niet te overzien zijn geweest.

Het liefst was ik natuurlijk plankgas, met loeiende toeter naar de plaats des onheils gescheurd, volkomen vergetend dat ik slechts een dun bezweet overhemd aan had onder een dun colbertje.  Half dorpje B. op de Veluwe spoedde zich inmiddels lopend, hollend, fietsend en racend derwaarts, eigenlijk had men – eenmaal aangekomen – de auto midden op de weg met draaiende motor achter willen laten om toch vooral niets te missen. Ook wij vonden ergens een plekje en zo wandelden wij kalmpjes, of je de een brief op de bus ging doen, naar het kolkende inferno toe.  Graag had ik gerend en iedereen die in de weg liep opzij gekegeld. Uit de weg! Wauwel moet de brand verslaan! Maar ja, je wilt niet al te zeer op het op sensatie beluste gepeupel lijken, daar hoor jij natuurlijk niet bij, dus loop je je de laatste honderden meters op te vreten en bovendien nog te vernikkelen van de kou. Ook maar hopen dat je geen bekenden tegenkomt, dan sta je gelijk als Hart-van-Nederland-kijker in beeld. En ja hoor: tientallen leerlingen, bekenden uit het dorp. Hallo Wauwel, jij ook hier? Niet gedacht van u zeg! – Ach nee, ik kwam toevallig langswandelen, zes kilometer van huis, om hier een brief op de bus te doen.

Hoe gaat dat verder met zo’n brand. Wel, het is heel gezellig, de sfeer wordt steeds joliger naarmate er meer muren instorten en er zwaardere ontploffingen klinken, je zou wensen dat er een rijdende snackbar langs kwam, en iedereen verbroedert in de gloed van de vlammen. Je slaat je wildvreemde buurman nog nèt niet op de schouders. Allemaal zijn we weer een beetje pyromaan, en allemaal willen we eigenlijk weer brandweerman zijn net als vroeger toen we nog kind waren. Allemaal zijn we jaloers op die kerels in die vuurvaste pakken, op de herrie en het lawaai waarin zij werken, de flitslichten en de rook. En we blijven maar staren naar die vlammen, net als de oermens naar het eerste vuur. We zijn nog niks veranderd.

Share

 


Dierendag in dorpje B. op de Veluwe

Een reformatorische maraboeTijdens mijn dagelijks fietstochtje naar het eerbiedwaardige onderwijs instituut waar ik mijn centjes zuur verdien, passeer ik geregeld een geheel in het zwart geklede man, die met peinzende blik zijn ook geheel zwarte hond aanschouwt, terwijl dit dier zijn behoefte doet in het aanpalende plantsoen. Dit is dus een reformatorische hond, waarvan er in dorpje B. op de Veluwe vele zijn. Een buitenstaander zou denken dat zo’n hond een wat tobberig, somber en drukkend leven leidt: je wereld gaat niet verder dan het nabij gelegen perkje, waar een enkel grassprietje tussen de drollen door een hopeloze strijd voert. Misschien twee keer op een dag het rondje om de kerk, dat wel. Als reformatorische hond kom je een enkele keer een lotgenoot van de andere sexe tegen, maar dan is het nog maar even afwachten of dit ook een reformatorisch exemplaar betreft, want anders kan van enige ontmoeting geen sprake zijn,  laat staan dat andere, waaraan honden zich soms te buiten willen gaan, ongeacht hun kerkelijke achtergrond. De  verschillen in geloofsbeleving strekken zich dus ook tot de dierenwereld uit. Wat doet de doorsnee reformatorische hond verder? Ja, wat heen en weer wandelen van de mand naar het plantsoen, wat ruiken aan een lantaarnpaal, en op zaterdag een wandelingetje door het buurtbos.

Men zegt wel eens dat dieren op hun baas lijken en omgekeerd. Texelaars lijken op schapen, boxers hebben een bokser als baas, dat werk.
Religies zijn er in ongelooflijk veel variëteiten, en in de meeste religies houdt men huisdieren. Ieder zoekt het dier wat bij hem of haar past. Zo zie ik dus reigers, maraboes, gnoes als typisch reformatorische dieren: een beetje kleumerig, treurig, schuwig. Donker verenkleed of vacht, zich statig verplaatsend. Een reformatorische kanarie zal niet gaan. Je leert zo’n beest eenvoudig niet om op hele noten te zingen. Evangelischen houden weer een ander slag dieren; daar zou je een kanarie kunnen aantreffen, maar die heeft toch meer iets rooms-katholieks, iets van het goede leven. Nee, ik vind de spreeuw een typisch evangelische vogel, en bijvoorbeeld het stokstaartje een typisch evangelisch dier. Blij, kwiek, in grote groepen druk geluiden makend en bij elkaar hokkend, een luchtig en vluchtig bestaan. Kijkend naar de hemel. Zou er eigenlijk een dierenhemel bestaan? Daar zou je toch wel in moeten geloven, als je tenminste een beetje van je dier houdt.

De gewone doorsnee gereformeerden doen het weer wat rustiger aan: ik zie daar goudvissen ( twee, in een kommetje met een plastic plantje ). In zo’n aquarium heb je alle tijd voor momenten van stilte en bezinning, door het glas zie je de wereld aan je oog voorbij trekken. Bij gewoon gereformeerden horen ook wandelende takken en bijvoorbeeld  zo’n kaalgeplukte grijze roodstaart papegaai, met zo’n roze, veerloze nek, knabbelend op een nootje ( pepermunt-smaak ).
Ja, en dan onze islamitische medemens, die is volgens mij niet zo huisdierderig…het schaap is ook zo’n dooddoener.  Een valk zou kunnen, of zo’n dromerig ezeltje in een zonovergoten landschap, de hoeven schrapend in het zand.

Verder hebben we  hier wat atheïsten. Eigenlijk ook een geloof: de één gelooft dat er Iets is, de ander dat er Niets is. Atheïstische dieren zie je in dorpje B. op de Veluwe niet veel. Hier en daar een verdwaalde pitbull of een Deense dog, en laatst lag er nog een platgereden egel langs de weg, vlakbij de inrit van een enorm groot kerkgebouw aan één der invalswegen.

Ik heb twee katten. Die zijn een beetje eigenzinnig, soms onvoorspelbaar, bewandelen geregeld een weg die je niet verwacht. De eigenaar lijkt op zijn dier, ja. Die gaan dus op Dierendag, verwend worden, hetgeen inhoudt dat ze restjes taart krijgen van de afgelopen verjaardagen hier in huis. Alle dieren zullen op die dag verwend worden, alleen voor de reformatorische exemplaren is het wel een beetje sneu. Deze keer geen feest voor hen. Dierendag valt namelijk dit jaar op een zondag. Eens kijken of ik voor de buurkat niet stiekum een schoteltje taart kan neerzetten. Zo’n beest mag ook wel eens verwend worden. Het is van harte gegund.

Share

 


Braderie

frikanTot ongeveer de meest gruwelijke  ervaringen die je als dorpsbewoner kunnen overkomen, behoort de jaarlijkse braderie. Hier in dorpje B. op de Veluwe wordt dat – heel toepasselijk – de Oud Veluwse Markt genoemd. Enkele weken lang vindt deze manifestatie elke donderdag plaats, en tout zich op de naburige campings vervelend frikandellen-volk stort zich dan op de oud-hollandse ambachten, de Barneveldse sprits ( die in een volgend dorp gewoon Sint Willibrordse Sprits of Stadskanaalse Sprits heet ), het klompendansen, het kantklossen, de t-shirts met opschrift “Lik mijn lollie!”, het optreden van Grad Damen of welke brallende tokkie dan ook, het mandenvlechten en andere vreselijke zaken.

In een dichte massa dromt men zweterig langs de kramen, buggy’s met jengelende en ijs morsende kinderen met zich mee-zeulend, van het ene eind van de dorpsstraat naar het andere en vervolgen maar weer terug.  Op de rommelmarkt koopt de liefhebber bejaarde videobanden, grote letter-boeken, de volledige Lekturama-serie, Flippo-albums, of hij kiest uit een breed aanbod van zwaar Christelijke literatuur, want B. blijft natuurlijk wel een reformatorisch bolwerk. Op dat gebied is er dit jaar echter concurrentie, want een groot deel van bevindelijk Nederland reist af naar de Gezinsbeurs, die ook deze week is neergestreken in het naburige park. De naam zegt het al, dit is een beurs voor gezinnen, liefst grote, en die worden dan onthaald op een landelijke ambiance met een hoog paard-, beschilderde melkbussen, jachtkledij en oude tractoren-gehalte. Body-painting zul je er niet aantreffen.

Dat betekent donderdagmorgen heel vroeg boodschappen doen en vervolgens maar afreizen naar het Zandvoortse strand, het Sodom en Gomorra naar de begrippen van dorpje B. op de Veluwe.

Share

 


Tweet tweet!

mammoet

 Wanneer er een Jumbo neerstort in het Emmer Dierenpark  of eentje van een ander model in de buurt van de Polderbaan, dan is dat nieuws. De laatste dagen werd Twitter veel genoemd als nieuwe brenger van het ( slechte ) nieuws.  Zoiets is natuurlijk maar betrekkelijk.  Stel, ik begeef mij met bedachtzame pas door het dorpje B. op de Veluwe ( daar wonen veel bedachtzame mensen ) en 2 meter van mij vandaan slaat een mammoet die uit de lucht komt vallen een diep gat in het plaveisel. Zoiets maak je niet elke dag mee, dus snel pak in mijn iPhone, maak een foto van het hele gebeuren en plaats die vervolgens met een bijbehorend sensationeel berichtje op Twitter. Tien seconden later mailt CNN of Reuters mij of ze de foto voor een flink bedrag mogen kopen.

Niet dus. Want CNN en Reuters volgen mij niet en zullen dus tot in lengte van dagen onwetend blijven van de gebeurtenis die in B. nog  jaren later in het gemeentegidsje genoemd zal worden ( je zou kunnen bedenken dat de evolutietheorie in de vorm van een mammoet in het creatonistische B. als een bom insloeg, maar nou draaf ik weer wat door )
Hooguit komt er na tien minuten een journalist van de Barneveldse Krant langsfietsen ( want die volgt mij wel ), en misschien na anderhalf uur nog een journalistje- in-opleiding van de Volkskrant ( want die volgt mij om ondoorgrondelijke redenen sinds vandaag ook ) . De rest van de wereld zal het via Twitter nooit te weten komen, mogelijk wèl via de omweg van de Barneveldse Krant en de Volkskrant. Maar dan heb je het ook gelijk in de vorm van een helder artikel, want hoe gaat dat met Twitter: je leest de laatste berichtjes het eerst, en gaat vervolgens in regeltjes van maximaal 140 tekens  terug in de tijd.

“Het opgezette dier staat nu een beetje uit het zicht in het evolutiehoekje van het Nairacmuseum” 
“Een hoop kerels in witte pakken is aan het snijden en hakken”
“S
topt nu een bestelbus van het Natuurhistorisch Museum in Leiden of zo”
“Er zijn denk ik wel tien winkelwagentjes geplet!”
“De krater is zeker drie meter diep”
“Komt nu een heleboel politie en brandweer aan!”
“Het gebeurde naast mij op 2 meter afstand op de parkeerplaats van de AH!”
“Mammoet neergestort in dorpje B. op de Veluwe!”

Geen lezen zo natuurlijk, en als je de Tweets dan ook nog eens verspreid tussen de berichtjes van alle andere uit je Twitterkudde ziet staan, dan valt er al helemaal geen touw meer aan vast te knopen, tenzij je toevallig de onderste regel als eerst oppikt. Reken maar dat je dan ineens een hoop extra volgers krijgt. Twitter als medium om een boek te publiceren: dat wordt dus een soort Curious Case of Benjamin Button. Je begint met de laatste zin, en gaat vervolgens helemaal terug in de tijd. Het nieuwe schrijven.

Twitter is eigenlijk een enorme spreeuwenkolonie, zoals je die tegen de avond wel ziet en al helemaal hoort. Een miljoen kwetterende vogeltjes, die allemaal iets te zeggen hebben. Daar filter je er een stel uit die enigszins op hoorafstand naast je in de boom zitten. De kans dat één van hen een serieus nieuwtje heeft, is één op een miljoen. Als – ie tenmiste z’n mobieltje bij zich had. Maar gezellig is het wel, in zo’n kolonie.

Share

 


Piemel (of: De Wraak van Mulisch )

In het dorpje B. op de Veluwe, is deze week iets vreselijks gebeurd. De lokale krant berichtte er al over. Het dorp praat er over in bedekte termen. Er is een man geweest, die heeft zijn piemel laten zien. “Schennis gepleegd”. Heel vervelend allemaal, want hij deed dat bij een groepje kinderen op een plek waar je dat al helemaal niet zou verwachten, namelijk de plaatselijke bibliotheek. Dat is dezelfde bibliotheek die de landelijke pers haalde door ongeveer als enige in Nederland het boek “Twee Vrouwen” van Mulisch niet gratis aan de lezers uit te delen, wegens het “aanstootgevende karakter” van sommige passages in het boek. Dat zoiets nu uitgerekend in die bibliotheek moet gebeuren.  Die bibliotheek waar in de boeken woorden als “piemel” direkt worden doorgestreept door een hele schare geschokte lezers.  Piemels en soortgelijke lichaamsdelen bestáán gewoon niet meer in deze bibliotheek. Die worden vernietigd.

Men heeft de beelden van de bewakingscamera geobserveerd, maar helaas was het gezicht van de dader niet herkenbaar. Het móet Mulisch zelf wel geweest zijn. Als wraak. Want waarom zou je je gezicht onherkenbaar maken als je geen bekende Nederlander was.  Het personeel van de bieb heeft beloofd de komende tijd mogelijke piemels scherp in de gaten te houden. Je moet toch wat als alles al doorgestreept of weggescheurd is.

Je bent ook wel een beetje zielig als je juist in die bibliotheek met je piemel gaat lopen zwaaien. Het lijkt me ook zo’n gedoe trouwens, zeker in de winter, met al die jassen en dikke broeken aan. Een mens zit gelukkig perfect in elkaar. Alles is redelijk verborgen. Want stel je voor dat wij geboren waren met onze geslachtsdelen – ik noem maar wat – boven op ons hoofd? Dan waren de sociale contacten heel wat moeizamer verlopen. Je kon als man je hoed niet meer fatsoenlijk voor een dame afnemen. Of iemand lekker over z’n bol aaien. Schaamhaar op je hoofd. Niet meer jezelf eens even vragend op je hoofd krabben. Al die shampoo-reclame op tv in één keer verbannen naar de later avonduren. En kappers en kapsalons, heel onsmakelijk allemaal.  Iedereen met zo’n Unox ijsmuts op. Ziet u het al voor zich. 

Ik draaf weer door. Ik ga maar even een wandelingetje maken. Het is koud, dus muts op.

Share

 


Dans, meisje.

Dans voor eeuwig

Onlangs was ik bij een voorstelling jazzdance van dansschool Yvon Tomasoa, waar één van mijn dochters met enorm veel plezier les heeft en waar men – zichtbaar aan het resultaat – met enorm veel plezier lesgeeft en ook nog eens opvoedt.
Een volle sporthal, ouders met bloemen, een grote groep kwetterende jongste leerlingen aan de zijkant, net musjes, en de gevorderden daarachter. Helaas, haast geen jongens. Twee slechts, in een eldorado. Waarom missen mannen dat gevoel voor esthetiek? Muziek zwelt aan, de lichten doven, een aantal musjes zwaait nog even snel naar vader en moeder op de tribune. De voorstelling begint…. het wordt een wervelende show. De kleintjes huppelen en springen, kijken haastig naar elkaar, en genieten ondanks alle zenuwen, geroutineerd begeleid door de juffen. De groten dansen fanatiek, geven zich voluit. Soms een misstap, het valt nauwelijks op, het publiek kijkt ademloos. Stilzitten lukt niet meer, mij althans niet. Sommigen dansen met een strakke blik, concentratie. Maar ook zijn er die stralen, die dansen onbezorgd, ze zweven bijna. Die meiden, die zijn nu op hun top. Ze zijn allemaal prachtig om te zien. Een vloer vol engelen op het hoogtepunt van hun geluk.

En de zaal valt weg, verandert in een enorme ruimte, een stadion, een uitgestrekte vlakte. En daar, midden in de leegte, een danseres in de nacht, één spot op haar gericht. Zij danst, zij danst, de muziek is om haar heen en in haar geest. Alles ligt nog voor haar, de tijd is als een mist en glijdt als in een draaikolk om haar heen. Het leven lacht haar toe, alles is nog mogelijk. Geen zorgen nog, geen pijn, nog geen verdriet. Geen starend stil staan voor de spiegel, kijkend naar de eerste grijze haar, naar lijnen onder het betraande oog, het haar in pieken langs ‘t gelaat. Geen vent die haar belazert, of een kind dat haar verlaat. Geen ziekte en geen angst voor dood. Geen eenzaamheid, de wereld lacht nog toe en roept haar naam. Dans, meisje, dans. Blijf altijd dansen in het leven.

Share

 


Het Koninkrijk Gods

Niet iedereen kan zeggen dat achter zijn of haar huis het Koninkrijk gods verrijst. Ik wel dus. Ik woon in Barneveld, een onbeduidend dorpje ergens op de Veluwe, waar een groot deel van de bevolking uit godvrezende lieden bestaat. Dit bevolkingsdeel heeft het idee opgevat dat het tijd werd voor enige nieuwe kerkgebouwen en daarbij het oog laten vallen op de weilanden achter mijn huis.

Dus wordt er nu zes dagen per week gearbeid in het zweet des aanschijns, vaak tot ‘s avonds laat, en zie, reeds verrijzen de contouren van een kolossaal bouwsel waar straks niet minder dan 3000 gelovigen èn hun voertuigen zich een flink aantal malen per week zullen verzamelen. Zo zullen zij daar elke samenkomst een portie zwavel en as over zich uitgestort krijgen en er terdege aan herinnerd worden dat de hel nabij is als straf voor alle loos geploeter en najagen van wind. Of dat nog niet genoeg is, zal er àchter dit toonbeeld van gezelligheid en feestelijkheid nòg een kerkbouwsel verrijzen, maar dan van een ander kerkgenootschap, wat iets zwaarder of minder zwaar in de enige ware leer is. Maar ook weer plek voor zo’n 2500 zwart en duister geklede lieden. Van die bij elkaar 5500 gemeenteleden gaan er dus elke week wel een paar dood, in angstige afwachting van wat dan hun straf zal zijn, en de lezer zal begrijpen dat de parkeerplaats dagelijks gevuld zal zijn met kerk- en/of begrafenisgangers, er is daar niet veel verschil.

Toen ik tegen een buurvrouw in de straat opmerkte niet zo gelukkig met deze gang van zaken te zijn en dat ik mogelijk bezwaar zou aantekenen, werd mij geschokt te verstaan gegeven dat ik dan een belemmering zou opwerpen voor het Koninkrijk Gods. Ja, en welk weldenkend mens haalt het dan nog in zijn hoofd om dat tegen te willen houden? Dus bevind ik mij nu in de gelukkige omstandigheid dat ik met een select clubje straatbewoners kan stellen dat mijn uitzicht nu langzamerhand geheel gevuld wordt met het Koninrijk Gods. Wat kan men zich nog meer wensen, nu het zonlicht langzamerhand verduisterd wordt door de slagschaduwen die de bouwsels in mijn richting werpen. Lezers van de avonturen van Ollie B. Bommel zullen zich misschien de Zwarte Zwadderneel voor de geest kunnen halen: een geheel in het zwart gekleed mannetje dat altijd een parapluutje bij zich draagt om zich te beschermen tegen de regen uit een duister wolkje wat altijd boven zijn hoofd hangt. Straks achter mijn huis: 5500 Zwarte Zwaddernelen, met bijbehorende wolkjes en regen. De zondvloed lijkt nabij.

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief