De prijs van een big

Enig idee wat een big kost? Ik niet. Tot vandaag dan. Hier in dorpje B. op de Veluwe valt wekelijks een krantje op de mat. Nieuwtjes uit het dorp, akelig veel sport, en pagina-grote redactionele artikelen over het feit dat Modehuis Huppelepup een modeshow voor gezette modellen heeft gehouden ter gelegenheid van de nieuwe lentecollectie. Brandweer haalt koe uit gierkelder. In het lokale museum – “een enorme toeristische trekpleister”- een  boeiende tentoonstelling over de geschiedenis van vogelzaadjes. Loopt nog tot in de zomer, met veel platen en ook leuk voor uw kinderen.  Een bespreking van een boek van dominee Die-en-die over de zonde van de onanie, geplaatst in oud-testamentisch perspectief.  Een lezing om half tien ’s ochtends over God, die in een verbond contact zoekt met mensen, en waarbij een liefdegave wordt gevraagd voor de onkosten. Een uitnodiging om naar de Open Dag te komen van de Familie Pater ( daar zijn er hier velen van, dus ik kan rustig deze naam gebruiken ), om eens een kijkje te komen nemen in de nieuwe opfokstal met nieuw revolutionair roestvrijstalen voer- en ventilatiesysteem. Een verslagje van het jaarlijkse geslaagde concert van de accordeonvereniging.
Wat gaan jullie zaterdag avond doen?”
“Wel, wij gaan gezellig naar het jaarlijkse concert van de accordeonvereniging. Het zal wel laat worden. Toch zekers wel tien uur!”
Een advertentie waarin kippen worden aangeboden: “Inruil oude kip mogelijk”. Wat gebeurt er met die oude kip dan. In de shredder? Met kuikentjes schijnt dat hier te gebeuren.

Vandaag las ik een intrigerend artikeltje met als opgewekte titel “Biggenhandel boert niet slecht”. Voor een stadsmens als ik gaat er dan een wereld voor je open. Er blijkt een geheimzinnige document te bestaan  wat  ‘NVV Biggenprijs Onderzoek’  heet. Uit dat rapport blijkt dat de toeslagen op biggennoteringen in 2009 zijn opgelopen, alleen de Weser Ems-notering liep enigszins terug.  Ook de koppelgrootte van de deelnemers nam afgelopen jaar toe.  Het was geen slecht jaar voor de vermeerderaars. En de DPP-notering moest in oktober zes euro omwisselen.

Ik begrijp al totaal niet meer waar dit allemaal over gaat, u ongetwijfeld ook niet.  Het enige wat ik er met enige moeite uit kan destilleren is dat een big  €48,65 kost. Denk ik. Ik ken een big eigenlijk alleen maar als een stapeltje plakjes in de supermarkt.
’s Nachts, als ik wel eens lig te denken waarom ik hier ben komen wonen, hoor ik soms een door merg en been gaand geluid. Gruwelijk gegil en gekrijs, gebonk, in de stilte van de nacht. Een kilometer hier vandaan, schat ik zo. Varkens of  biggen zijn het, die in een veewagen worden gedreven. Dat schijnt ’s ochtends heel vroeg te moeten gebeuren, zo’n razzia, dan zijn ze rustig en slaperig en gillen ze het minst. Op naar de slacht, gaan ze dan. Op naar een biggen-notering.  Ze boeren niet slecht hier.  En ik woon hier verder ook niet gek. Nog even doorbijten dus maar.

  • Share/Bookmark

 


Uit

Lichtelijk ontreddering in huize Wauwel. Al weer 23 jaar ben ik in het gelukkige bezit van een aantal dochters. Eerst eentje, toen twee en tenslotte drie. En dan nog de vrouw die daarvoor zorgde. Die laatste , mijn echtgenote dus, is vanmiddag afgereisd naar de Franse Alpen om zich daar een beetje op ski’s van een berg af te storten. Een jaarlijks terugkerend fenomeen, niet te stoppen, en al weken wordt er in dit huishouden over gepraat. Nu zou ik dik tevreden zijn met het zachtjes heen en weer gereden worden in een arreslee, dik ingepakt over een deken en met een fles kruidenbitter in de hand, maar de wederhelft  moet  zo nodig gevaarlijk doen. Dat wordt dus mogelijk over een week een dagelijkse gang naar de gebroken benen-kliniek.

Een aantal jaren geleden, toen de dochters nog jong en redelijk onbeholpen waren ( dat laatste komt trouwens nog geregeld voor als het hen zo uitkomt ) betekende zo’n wintersportweek dat ik een soort nauwkeurig uitgestippelde campagne in werking zette, die zorgvildig was voorbereid door mijn vrouw: de wasmachine op stand 3 voor de donkere was, en stand 2 voor de witte was. De droogtrommel leegruimen na gebruik en niet in de wasmand laten zitten, want kreukels. Beha’s en andere enge dingen in een speciaal stoffen zakje voordat het in de machine gaat.  De groentenman komt op donderdagmiddag. Alleen paar grapefruits kopen, want sinaasappelen nog genoeg.  Het orkest afzeggen en niet vergeten naar ouderavond van jongste te gaan. Door de weeks van de chips afblijven. Proberen eens een keertje te stofzuigen.  En er ligt nog opgedroogde kattenkots onder het plantentafeltje in de serre, vanochtend ontdekt. Even opruimen graag.

Er moet een standbeeld komen voor werkende moeders die ook nog huisvrouw zijn. Maar: er moet ook een standbeeld komen voor werkende vaders die bloedjes van kinderen moeten opvoeden wanneer de moeder op vakantie is.  Vanavond kwam ik doodmoe thuis na hectische dag op school ( waarover in een komend blog uitgebreid meer ) : niemand die wat opgeruimd had.  Twee dochters hevig aan het telefoneren met vriendjes en vrienden van vriendjes want er moet vanavond uitgegaan worden in Utrecht. Om een uur of acht denk je dan. Maar nee, om half twaalf (!) weg. Of ze ook de auto meemogen. In de binnenstad. Langs dronken hordes. Visioenen van ingeslagen ruiten en gebroken spiegels.  Of ze nog wat geld mee krijgen. En ik maar koken en redderen ondertussen.  Maar goed, alles is nu aan het tutten en opmaken, de ene na de andere verkering druppelt binnen en straks, om twaalf uur, begint voor mij het grote zappen, hangend op de bank,ongegeneerd de benen op de tafel, een klein bakje chips ( ik moet lijnen ) . Twitteren zonder schuldgevoelens. En om één uur naar bed, al een redelijke uitspatting qua tijd. Of vijf uur, als de dames thuiskomen. Net waar ik zin in heb. Heerlijk zo’n weekje voor jezelf. Dat het nog maar even mag duren! En morgen ga ik m’n haar maar weer eens laten verven. Gewoon, m’n gang gaan.

  • Share/Bookmark

 


Relatie-crisis

Mijn personal coach ontwijkt mij. Zij is boos omdat ik 371 dagen niet op haar gereageerd heb, en haar adviezen in de wind heb geslagen. Het is dan ook haar schuld dat ik maanden hinkepinkend door het leven heb moeten gaan. Ik heb het over die bleekgrijze dame van de Wii Fit, die altijd zo nauwkeurig bijhield hoeveel ik was AFgevallen, en die mij voortdurend complimentjes gaf waardoor mijn dag niet meer stuk kon en die mij het idee gaven er uit te zien als Arnold Schwarzenegger.

Was mijn trainer een man geweest, dan had ik toen al veel eerder het bijltje er bij neer gegooid, maar uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen voor de vrouwelijke trainer kiezen en de meeste vrouwen voor een man.

Zo heb ik op mijn nieuwe TomTom natuurlijk zonder aarzelen gekozen voor de zoetgevooisde stem van de Vlaamse Eva.  Mannen hebben dus blijkbaar  iemand van de andere sexe nodig om zich voor uit te sloven of zich te gedragen. Kom je tijdens het joggen op de Wii Fit een vrouwlijke hardloopster tegen, dan hou je blijkbaar onbewust je buik in. Gelukkig heb ik mij daar niet op kunnen betrappen, in het echt zou het mogelijk anders geweest zijn. Vlaamse Eva zou er voor kunnen zorgen dat mannen rustig over de weg gaan tuffen. Ze staat dan ook op nummer 1 in de TomTom-stemmen toptien. Op nummer 2 staat trouwens geloof ik Kim Holland, een derderangs porno-ster, die mannen ook weer op ontspannen wijze door het verkeer zou moeten loodsen met haar stem. Dat is dan wel weer typerend voor het op uiterlijk gericht zijn van mannen. Het feit dat u zojuist op het linkje van Kim heeft geklikt, geeft aan dat u een man bent. Vrouwen klikken er niet op ( denk ik )

Mijn personal coach heeft er echter voor gezorgd heeft dat ik tijdens het joggen voor de beeldbuis een enorme zweepslag opliep. Bij elke stap in de weken die volgden, werd ik door stekende pijn weer herinnerd aan haar onaangedane blik in haar leikleurige gezicht ( je gaat haar in zo’n situatie steeds afstotender vinden ). De zin om je voor haar uit te sloven was dan ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Vandaar onze langdurige scheiding.

Maar zoals het in het echte leven ook zou moeten kunnen: je kunt in een wispelturige bui of een vlaag van midlife-crisis een nieuw profiel aanmaken, een nieuw slank  uiterlijk kiezen, en met een schone lei beginnen. Straks dus maar weer eens op de Wii Fit om te beginnen. Ik doe gewoon net of ik haar niet ken.

  • Share/Bookmark

 


Even tussendoor: gewoon mooi

Soms hoor je ergens een muziekje en dat slaat dan in als een bom. Het speelt de hele dag door je hoofd. En dat wil je dan delen.  Heeft niks met onderwijs of zo te maken. Of je nou in Barneveld of – ik noem maar een dwarsstraat- Oegstgeest of zo woont. De beste man lijkt een beetje een soort zingende Osama Bin Laden met die baard. Maar goed. Het is  gewoon errug mooi ( vind ik  dan. En dan ook nog die beelden. Kippevel geeft het…echt waar ) Bij deze.

YouTube Preview Image

  • Share/Bookmark

 


Huishoudbeurs

In de trein mag ik het laatste  plekje tussen een groepje hevig blond gekapte en geparfumeerde dames van iets jonger dan ik in mijn bezit nemen. Zij gaan naar de huishoudbeurs, “Nederlands grootste vriendinnenbeurs”. In de grote stad, in Amsterdam. Zo te zien en te horen gaan er meer in mijn coupé die kant op: veel goudstiksel op laag uitgesneden truitjes, veel blikkerende sieraden en veel blijdschap en opwinding over het komende optreden van ene Thomas Berge. Als ik het programma nu op de site bekijk, is die al de eerste dag geweest, maar mogelijk gaan ze dus vandaag voor de tweede keer, zó leuk is het daar. Ze zullen daar genieten van een interview met Patty Brard, u weet wel, van die klysma’s ( neem nog een kop koffie ). Er zitten ook een paar mannen tussen, die mogen of moeten denkelijk ook mee. Wat moet een man daar op Nederlands grootse vriendinnenbeurs? Ik stel mij zo voor dat daar een soort speelhoek is ingericht, met computerspelletjes, een paar glimmende motoren, een stapeltje Playboy’s met daarin Patricia Paay ( je zou daarna nooit meer aan sex willen denken ), een beeldscherm met filmpjes van snelle auto’s. Of de kamerdebatten. Uit de luidspeakers schalt door de ruimten een stem: “Meneer Wauwel wil graag opgehaald worden door zijn vrouw! Herhaling: Meneer Wauwel…”

Eigenlijk is het wachten op een fabrikant van bijvoorbeeld dweiltjes of een apparaatje wat ongunstig afstekende haartjes van de bovenlip verwijdert, die mij eens  een dagje, tegen een aardige vergoeding, laat ronddwalen op die beurs en die mij er over laat bloggen of twitteren; om de vooroordelen weg te nemen. Laat mij nu eens uit mijn dak gaan bij Jan Smit of Marianne Weber. Mag ik ook eens met een aansteker heen en weer deinen, graaien tussen de bakken met  koopjes, mij volproppen met hapjes van de onvermijdelijke topkok Cas Spijkers en mij een breuk sjouwen aan tassen met folders en overjarige tijdschriften, met proefverpakkingen maandverband, afwasmachineblokjes, of wc-verfrissers. Even terzijde: waarom gaan vrouwen altijd in groepen – zo mogelijk gezellig gearmd -  naar het toilet? Iemand een zinnig antwoord. Ik zie dat mannen nog niet doen.  Maar dit is weer een typisch mannelijk visie op het gebeuren, en dus ongetwijfeld totaal fout.
Ik bekijk even verder het programma: een mega-workout onder leiding van Carlos Lens. Dat betekent de tassen aan de kant en hikkend en boerend de zojuist verorberde hapjes een dolledans door de opgezwollen maag laten maken. Jong voelen. Hip! Daarna een gratis peeling. De beursprijs voor witte tanden bedraagt slechts € 245,-. Je komt met een geel rattengebit, je gaat met een Pamela Anderson-achtige uitstraling, afhankelijk van waar men heeft zitten peuteren.

De vrouwen in de coupé om mij heen hebben er duidelijk en hoorbaar zin in. Thuisgekomen, aan tafel, waar op dat moment twee van de drie dochters en mijn vrouw aanwezig zijn, check ik even mijn informatie. Wat vinden jullie nou aan zo’n huishoudbeurs. Prompt barst men los. Dat wij mannen dat niet begrijpen. Dat het gewoon leuk is, en gezellig. De dochters blijken al precies te weten wie wanneer optreedt.  Ik begrijp dat toch niet, krijg ik te horen. “Ga jij nou maar met je iPhone spelen!”

Ja, dat zijn wij mannen. Speels. Wij hebben het niet zo op huishouden. Dat bestaat uit nare klusjes. Stofzuigen , afwasmachine in- en uitruimen ( “Ik heb de hele dag gewerkt en gekookt, dus dat mag jij nou eens doen!” ). Eeuwig de was ophangen en afhalen.  Eeuwig vuile mannensokken overal vandaan halen omdat ze niet in de wasmand zijn gegooid.  Eeuwig  baardhaartjes uit de wastafel poetsen.  Eeuwig de overal rondslingerende afstandsbedieningen weer op een net plekje bij elkaar leggen. Eeuwig een nieuwe wc-rol in het houdertje klemmen omdat mannen het zo’n gedoe vinden en belangrijker zaken aan hun hoofd denken te hebben. En die WC’s: eeuwig de boel schoonsoppen omdat wij het vertikken te gaan zitten.
Wij spelen liever.  Met onze computers, onze afstandsbedieningen, onze iPhones. Grote kinderen.

Petje af, huisvrouwen van Nederland. Geniet er van, zo’n dagje.

  • Share/Bookmark

 


Toeval

Dit wordt even een kort serieus stukje. Onlangs had ik met iemand een gesprek over toeval. Is alles voorbeschikt of is alles toeval?  Ik moest denken aan een stukje uit een gedicht van iemand met de intrigerende naam Piet Paaltjens, een dichter die in de 19e eeuw onder meer de volgende regels schreef:

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

De rest van het gedicht “Aan Rika”is hier te vinden, trouwens.

Er zijn gebeurtenissen waarvan je denkt: dit kan geen toeval zijn. Zo kom ik op de gekste plekken van de wereld bekenden tegen. Iemand liep eens door een dorpje in de binnenlanden van Afrika, en die zag daar zijn oude auto staan, compleet met de nummerplaten en de stickers van de Efteling er nog op. Wie de ware ontmoet, te midden van 7 miljard andere aardbewoners, meent dat dit geen toeval kan zijn: er is een klik en die kan bepalend zijn voor de rest van een leven. Was ik twintig seconden later langs die etalage gelopen, dat had ik nooit de blik van die ander in de spiegelruit gezien. Twintig seconden, die het verloop van een heel leven  of het wel of niet plaatsvinden van een ramp kunnen bepalen.

Er is een theorie, dat elke situatie, elke persoon die je je maar kunt voorstellen qua uiterlijk of gedrag, ergens bestaat, hier op aarde of in het heelal. De ideale partner bestaat dus, de ideale omstandigheid is er ook, het is alleen zaak die te vinden, en gelukkig helpt daar dan het toeval soms een handje bij. Aan de andere kant moet het vrij wanhopig zijn te weten dat een gewenste persoon of situatie wel bestaat, maar desondanks onbereikbaar is, ook weer door dat toeval. We zitten allemaal in een sneltrein, het leven vliegt voorbij, het is dus zaak je ogen heel goed open te houden voor wat over het andere spoor passeert. Want voor je het weet, heb je hem gemist, en dan duurt het wachten lang….

  • Share/Bookmark

 


Piemel

Zo’n titel trekt geheid bezoekers. Lange tijd kreeg ik veel blog-visite van lezers die – om ondoorgrondelijke redenen  – op zoek waren naar het ook nog eens zeer archaïsche woord “piemel”. Ik heb blijkbaar de naam in Google opgebouwd  dat je voor piemels bij Wauwel moet wezen. Het zij zo. Als man van mijn leeftijd leer je met dat ding berusten. ‘t Is bovendien een wat meer verzachtende term dan de gangbare benaming die je nu overal, ook in de hoogste kringen, hoort bezigen. Het heeft iets potsierlijks, iets aandoenlijks, lachwekkends.  Je staat toch knap voor lul als je het nog over ‘penis’ hebt.

Taal is aan verandering onderhevig. ‘Hun’ moet nou ook kennen, is er door gerenommeerde taalwetenschappers besloten, want als hullie vinden dat ze dat wel kennen, wie ben ik dan om nog dwars te gaan leggen, iemand die het nog over piemels heb ergens in zijn weblog.

De taal verarmt, vind ik. Ook in het onderwijs worden steeds meer docenten niet meer gehinderd door enige kennis van zaken, en kom je in allerlei uitingen, van management tot lesmateriaal, de meest gruwelijke taalfouten tegen. Als de bedoeling maar overkomt, is het credo  onder de bedenkers van het moderne onderwijs.
Binnen afzienbare tijd spreken we allemaal een soort sms-taal, en het zwaardere werk, zoals redevoeringen, wetenschappelijke discussies, kamerdebatten  en preken zal zich verplaatsen naar Twitter.  De Algemene Beschouwingen in 140 tekens.  Denk eens in, welk een enorme tijdwinst daarmee geboekt gaat worden.  Alle preken, en dat zijn er nog  al wat,  hier in dorpje B. op de Veluwe, in 140 tekens! Sta je in een kwartier weer buiten. Er is hier een kerkelijke gemeente die nog een stapje verder gaat. Elke zondagmorgen zit een sporthal vol met blije, enthousiaste lieden, die zelfs zó ver gaan dat zij een taal spreken die helemaal niet meer voor buitenstaanders verstaanbaar is. Even voor de vuile heidenen onder de lezers: ‘Spreken in tongen’, wordt dit genoemd. Men is zó gegrepen door de Geest Gods, dat men zich over geeft aan reeksen onsamenhangende klanken. De voorganger van die kerk zit ook op Twitter: het wachten is op het moment dat hij ook in tongen gaat twitteren, en zijn volgelingen mèt hem.

Wauwel twittert ook natuurlijk, want op mijn leeftijd hol je hijgerig met allerlei trends mee, totdat het moment komt, dat je ook dàt tempo niet meer bij kunt houden en je enige vertier nog zal bestaan uit het in een kringetje spannend doorgeven van de Medizin-bal tijdens het dagelijkse sport-uurtje van het bejaardentehuis. Voorlopig wil ik dus nog even een rots in de taalbranding blijven, waarvan het fundament aan alle kanten wordt aangeknaagd door taalverruwing, – versimpeling en -verarming. Zoek je dus piemels en andere uitdrukkingen uit de steentijd, kom dan naar Wauwel.

Een aardig filmpje over een aandoenlijke piemel tot slot:

 YouTube Preview Image

  • Share/Bookmark

 


Sha-la-lie

Nederland kan bogen op een eeuwenoude cultuur, die in de Gouden Eeuw haar hoogtepunt bereikte en ons Rembrandt, de VOC ( je krijgt het woord sinds Balkenende trouwens nauwelijks meer fatsoenlijk over je lippen ) , Frans Hals, Delfts aardewerk en andere hoogtepunten bracht. Grote geleerden heeft ons land voortgebracht, grote werken hebben we verricht, en daarmee onze naam in de wereld gevestigd. Naast wat al genoemd is, wil ik niet onvermeld laten de Deltawerken, de Nachtwacht, een grote dirigent als Bernard Haitink, en binnenkort het absolute hoogtepunt en de culminatie van vele eeuwen noeste arbeid en denkwerk , het liedje “Sha-la-lie”.
Straks gaan wij met dit liedje naar dat andere toppunt van Europese cultuur, het Eurovisie songfestival, waar wij de verzamelde volkeren versteld zullen doen staan met dit staaltje verfijnde muziek, in combinatie met diepzinnige tekst, die uitstijgt boven het grauw, als de Acropolis boven Athene.

Wauwel is dermate gegrepen en ontroerd door de verfijndheid van dit staaltje muze, dat ik de tekst hieronder even integraal plaats:

Ik ben vergeten waar ik dit liedje heb gehoord, in de zomerzon
Ik geloof dat het toen daar met jou op het strand was in Lissabon
Of was het daar toen in Parijs
Achter een coupe vers mokkaijs?
Het kan ook zijn dat het was met zijn tweeën overzee in die luchtballon

Shalalie shalala, shalalie shalala
Het gaat niet uit m’n kop
Shalalie shalala, shalalie shalala
Ik sta d’r ’s morgens mee op

Ik ben verliefd op jou
Daardoor vergeet ik alles gauw en weet ik het niet meer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer

Ik ben verliefd, ik ben verliefd
Ik ben verliefd, dat kun je zo zien

Het kan ook zijn dat ik hoog in de lucht in een vliegtuig naar Oslo zat
Of klonk het uit een café in zo’n straatje – ik was ooit in Trinidad
Of was het met een goed glas wijn
Op dat terrasje in Berlijn?
Misschien toen in de sneeuw op een arreslee in Leningrad?

Hoe kan ik dat, hoe kan ik dat…
Hoe kan ik dat, hoe kan ik dat…
Hoe kan ik dat nou vergeten?

Shalalie shalala, shalalie shalala
Het gaat niet uit m’n kop
Shalalie shalala, shalalie shalala
Ik sta d’r ’s morgens mee op

Ik ben verliefd op jou
Daardoor vergeet ik alles gauw en weet ik het niet meer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer.

Shalalie shalala, shalalie shalala
Het gaat niet uit m’n kop
Shalalie shalala, shalalie shalala
Ik sta d’r ’s morgens mee op

Ik ben verliefd op jou
Daardoor vergeet ik alles gauw en weet ik het niet meer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer
Shalalie shalala, shalalie shalala
Zo gaat het ongeveer

Als u na het lezen van dit mooie conterfeitsel niet reeds amechtig ter aarde bent gezegen, ga ik weer even verder. Er is namelijk wat beroering ontstaan bij de Tros, die omroep waar de grootste familie van Nederland zich thuis voelt, want als organiserende instantie is men wat ongelukkig met het woordje ‘Leningrad’, waar dichter des vaderlands Pierre Kartner het in een vlaag van helderheid van geest over heeft.

Hij heeft de achternaam en de leeftijd om een Oostfrontsoldaat te zijn geweest, misschien verlangde hij terug naar oude tijden, maar dat Leningrad ligt politiek gevoelig. De gemiddelde Tros-kijker zal daar geen benul van hebben, die denkt vermoedelijk dat Leningrad de naam is van een kroeg aan de Spaanse Costa Brava, maar tegenwoordig heet de plaats Sint Petersburg. Al weer sinds 1991 trouwens. Ja, weet die Kartner veel, die was in 1991 ook al reeds zo dement als een deur, dus hem kun je niks kwalijk nemen.

Het wordt nu dus Moskou, en een keur aan Nederlandse artiesten, behorende tot de groten die ons land heeft voortgebracht, zal een favoriet bandje of favoriete zanger coachen en promoten , in de hoop dat die dan het liedje in Oslo mogen vertolken. zo hebben we Marianne Weber ( wie kent haar niet ), die iets of iemand die ‘Sieneke’ heet zal begeleiden. Grad Damen, die volgens eigen zeggen ‘niet goed in zijn vel zat’,  zal een zanger aansturen die zich de naam ‘Vinzzent’ heeft aangemeten ( “We noeme ons soontje Vinzzent”), Albert West  ( na 45 jaar nog een goed gehoor en goed ter been ) zal tussen zijn drukbezette optredens in bijvoorbeeld de feesttent Hoek of het Vismijnbedrijf  te Breskens ( je zal er naar dat personeelsfeest moeten )  pogen ene ‘Peggy Mays” tot de toppen van roem te loodsen, en niemand minder dan Frans ’Ochtendjas’ Bauer zal iets wat “LOEKZ’ heet  aan een carrière in verlopen feesttenten en kermispodia in de Peel helpen. Vroeger was er ook iemand die Corry Konings heette en die een liedje zong over huilen. Zij koos voor het meisje Marlous, en hieronder staat een filmpje met een mooi diepte-interview:

YouTube Preview Image

De Tros ziet het helemaal zitten. Leningrad wordt veranderd in Moskou, en we gaan het helemaal maken. Eigenlijk denk ik ook dat de Tros er verstandig aan doet de registratie van het liedje ook mee te laten dingen op het filmfestival van Cannes, een gooi te doen naar een aantal Oscars, voor beste songtekst, beste acteerprestaties, beste make-up, beste hoofd- en bijrol, ik noem maar wat.
Mogelijk kunnen de koppen van Pierre Kartner en de vertolkers van het liedje worden uitgehakt in de Vaalserberg, om een en ander voor het nageslacht te bewaren en zo ook op zijn minst Mount Rushmore te evenaren. Ik zie ook wel wat gelijkenis tussen de kop van Lincoln en die van Vader Abraham. Op toekomstige gymnasia zal men met ontzag Sha-la-lie behandelen, een tekst die de schrijfsels van Homerus doet verbleken. We hebben het hier wèl even over Nederlandse cultuur hè! Als ik een beetje door fantaseer acht ik Kartner nog wel een kanshebber voor de Nobelprijs voor de Vrede, want er gaat niet boven gezellig in een polonaise met z’n allen meedeinen op “Uche, uche, uche, uche, uche, het stikt hier van de mugge!” 

Wanneer archeologen over enige duizenden jaren opgravingen verrichten op de plek waar eens de Tros-Studio stond, in een reeds lang verdwenen land waar niet veel meer van bekend is, dan zullen zij daar stuiten op de wonderbaarlijke goed geconserveerde mummie van Vader Abraham, die daar, om hem op zijn laatste reis te vergezellen, een aantal exemplaren van zijn hoogstaande oeuvre heeft meegekregen, waaronder het reeds lang verloren gewaande heldendicht “Sha-la-lie”. En ons volk, onze cultuur zal dan weer een passende naam krijgen;  net zoals wij nu spreken over bijvoorbeeld de Klokbekercultuur, zal men dan vol ontzag spreken over “de Smurfencultuur”, als kenmerkend voor het Nederlandse gedachtengoed in de 21e eeuw……

“Sha-la-lie, sha-la-la, het gaat niet uit mijn kop”….. mag ik nu even in de badkuip braken? En doen we allemaal gezellig mee! Allemaal! Jaaaaaa!

  • Share/Bookmark

 


Stilte

Echte stilte bestaat eigenlijk niet meer. Waar je tegenwoordig ook bent: je hoort altijd wel ergens lawaai. Mijn kantoortje wordt bijvoorbeeld begrensd door twee lokalen. Wanneer daar twee klassen zitten, kun je de leerlingen zo ongeveer horen ademen. Bleef het daar maar bij. Een moderne scholier kan zich ongeveer een kwartier lang op iets concentreren, zonder al te veel herrie te produceren, zo is uit onderzoek gebleken. Daarna verwordt de adolescent tot ongeveer een geestelijk en lichamelijk kwijlend wrak. Wie als docent dus de onuitsprekelijke eer bezit om aan vijfentwintig van dergelijke lieden iets onoverkomelijk ingewikkelds uit te  moeten leggen – eenvoudige spelling of de grondbeginselen van het rekenen, ik noem maar wat – voelt zich dus na afloop van zo’n les lichtelijk verhit.

Een leerling wil ook altijd discussiëren, onderhandelen, en vooral: uitspelen. “Meneer Jansen heeft voor de dag na de vakantie geen huiswerk opgegeven, en u als enige wel!” Straks krijgt meneer Jansen precies hetzelfde verhaal te horen.  Wie als docent brult dat ze dit of dat voor morgen uit het boek moeten leren, die wordt niet gehoord. Fluister je echter dat ze morgen het eerste uur vrij hebben, dan blijkt iedereen over een uiterst scherp gehoor te bezitten. Ik ben sowieso ernstig voor fluisterend lesgeven. Heel zachtjes beginnen, op samenzweerderige toon begin je een nietszeggend verhaal tegen de stuudjes op de voorste banken, de schreeuwers acheraan worden dan vanzelf nieuwsgierig naar waar het over gaat en houden dus ook hun mond dicht, ook al duurt het wat langer.

Maar echt stil, nee, dat is een zeldzaamheid. Mensen kunnen er ook niet meer zo goed tegen, lijkt wel. Een test: vijf minuten lang iedereen in doodse stilte laten noteren wat voor geluiden er nog geproduceerd worden. Zoiets gaat na een paar minuten al mis. Geheid gaan er een stel giechelen. anderen MOETEN met die pen klikken. Er MOET iets vastgehouden worden waarmee je kunt friemelen, kreukelen, tikken of klikken.
 Lawaai lijkt ook nog eens op de meest ongelegen momenten voor te komen. Altijd wanneer ik eens het nieuws wil horen op de radio, begint de klok in de kamer te slaan. Zin om dat ding dwars door de muur heen te rammen. Daarbij komen dan ook nog soms gezinsleden die zich minder lijken te interesseren voor wat zich in de wereld afspeelt en die dus bewust of onbewust ( ik denk bewust )  met stoelen gaan schuiven, met borden gaan rammelen, mobieltjes laten afgaan en hele gesprekken met elkaar voeren.
Een stilte-coupé in de trein is ook een plek bij uitstek om eens flink herrie te produceren. De enige manier nog om je daar van lawaai af te sluiten is koptelefoontjes in je oor te proppen en het geluid op maximum te zetten.

Over een tijdje is de helft van de Nederlandse jeugd grotendeels doof, zo heeft onderzoek aan getoond. Althans, tegen de tijd dat ze veertig zijn. Gevolg van de mp3-spelers. Als je ze daar nu voor waarschuwt, dan horen ze je niet. De beste leerlingen die ik ooit heb gehad, waren stokdoof. Hoe komt zoiets. Doordat ze totaal niet afgeleid werden door enige vorm van omgevingsgeluid, konden ze zich volledig concentreren op de kern van het lesgeven: een docent die iets uitlegt. Door de aanwezige doventolk misten ze geen woord van wat gezegd werd, en ik meen dat doventaal ook nog eens de essentie van zinnen in gebaren omzet. De perfecte lessituatie dus. Door stilte te ervaren kom je dus soms weer tot de kern van allerlei zaken, zou je kunnen zeggen.

Toch, stilte valt niet mee. Ik ben allergisch voor geluiden die ik niet zelf produceer of waar ik niet zelf bij betrokken ben. Mijn vrouw vindt trouwens dat ik zelf altijd enorme herrie produceer, in haar mening ijverig gesteund door onze drie dochters: ik mag niet snuiven, niet kuchen, niet schrapen en ook op mijn manier van ademen krijg ik geregeld commentaar. “Als je achter de computer zit maak je ook geen geluiden!” . Wij mannen hebben het zwaar, wij mogen nooit wat.

Jarenlang hadden wij enorm luidruchtige buren. Diep in de nacht radio aan, herrie. Of een buurjongetje wat er genoegen in leek te scheppen om de halve dag met hamertje tik in de weer te zijn, totdat ik het idee kreeg dat hij uit pure verveling enkel nog met zijn kop tegen de muur aan het bonken was. Was het dan eens een enkele keer stil, dan kwam je niet tot rust, maar dan zat je gespannen als een veer de hele avond te wachten op het eerste geluidje, om vervolgens woedend te kunnen verkondigen: “Zie je wel, het is hier ook nooit eens stil!!!”

Het buurjongetje aan de andere kant, ik schat een jaar of zes nu, beschikt over de stem van een misthoorn. Zijn zusje van enkele jaren ouder zit sinds kort op saxofoonles. En van de zomer krijgt het jongetje van zijn ouders, die blijkbaar ook niet goed tegen stilte kunnen, een drumstel met bijbehorende drumles.  Ik ga dus denk ik maar eens emigreren. Naar Antarctica of zo. Hoewel, dat druppen van die smeltende poolkappen kan nog wel eens tot een irritant geluid verworden.

  • Share/Bookmark

 


Ramp

Dit jaar is er – naar ik meen – voor 65 miljoen euro aan vuurwerk verstookt. Mijn euro’s zitten daar niet bij. Sinds lang geleden gillende keukenmeiden tussen mijn broekpspijpen doorschoten heb ik een gezonde angst voor vuurwerk ontwikkeld, die nog eens stevig werd aangewakkerd door mijn moeder, want die was werkelijk overal bang voor. Wilde je op een avond in november nog even langskomen met de auto, dan was het steevast: “O nee, doe maar niet, in Rusland ligt al een dik pak sneeuw en hier kan het ook dus ook  zo maar glad worden!”"  Mocht er mogelijk ergens een boom of een beer op de weg staan, dan werd die ook direct gesignaleerd. Overal bang voor dus, als kind. Daar kom je maar moeizaam van af. Nog steeds maak ik mij veel meer zorgen over allerlei zaken dan mijn vrouw; die is in mijn ogen ronduit roekeloos, waar een ander haar niet anders dan voorzichtig zal vinden.
IJs is ook zoiets. Nooit op het ijs lopen na een paar dagen vorst!  Stel je voor dat je er door zakt! Die enkele keer dat ik het nog deed, toen er na dooi al weer een aardig laagje water op stond, ging het dan ook prompt mis: ik speelde, samen met een vriendje, op de eendenvijver bij ons in de buurt, dat ik de ijsbreker “Dr. Vedemius” was. Dat was de naam van een schooldokter, en die vond ik wel toepasselijk klinken voor een reusachtige ijsbreker die zijn rondjes op de eendenvijver voer. Het staat op mijn netvlies geschreven. Plotseling zakte ik met één been tot aan mijn lies door het ijs. Gruwelijke momenten, begrafenissen  en huilende ouders schoten door mijn hoofd. In ontreddering mee naar het huis van mijn vriendje, die een moeder had die – voor zover ik mij kan herinneren – eeuwig aan het wassen en strijken was, dus daar kon nog wel een natte broek bij. Mijn ouders hebben het nooit geweten, dat ik daar de rest van de middag Donald Ducken heb zitten lezen tot mijn broek weer droog was. Waren ze er wel achter gekomen, dan had ik waarschijnlijk alle andere winters gedurende de rest van mijn leven binnen moeten blijven vanwege het gevaar van mogelijk door het ijs zakken, mogelijk uitglijden en een pols breken ( ook gebeurd trouwens ) , of vanwege mogelijk lawinegevaar in Overveen.

Enge dingen zijn dus niet aan mij besteed, en in pretparken zal men mij niet aantreffen in toestellen die zich meer dan één meter boven de grond verheffen. Wat een overbezorgde opvoeding met het plezier in je leven kan doen. Ik kom daar nog wel eens op terug, op zo’n dagje pretpark. 

Nu weer naar naar de titel van dit stukje, want we dwalen af. Dat geld voor dat vuurwerk, wat heeft dat met de ramp in Haïti te maken. De nationale hulpactie heeft op het moment van schrijven  een moeizame € 6,5 miljoen  opgebracht. Daar gaat nog wat bij komen met de onvermijdelijke tv-avond, waaraan vermoedelijk weer een groot aantal – veelal uitgerangeerde of in de nadagen van hun carrière -  bekende Nederlanders “geheel belangeloos” zal meewerken. Ik verwacht Jody Bernal, Ben Cramer, Peter Koelewijn, wat sporters, de Toppers ( Koop onze nieuwe single!) , mogelijk zal Patricia Paay haar rollator even loslaten en voor het goede doel een stukje nipple-gate doen, Chiel Beelen natuurlijk, de cast van GTST, Brigitte Kaandorp, en een afvaardiging van het kabinet: Balkenende en Bos zullen een duet ten gehore brengen. Veel herrie, veel popmuziek, veel sms-sen , en alles wordt gepresenteerd door Tooske of zoiets. We sluiten af met polonaise op de tonen van een nieuwe carnavalskraker: op “Haïti”  kun je heel wat rijmen.

Waarom kunnen we wel 65 miljoen aan zinloos en milieuvervuilend vuurwerk de lucht in knallen, waarom kopen we wel een recordbedrag aan staatsloten, en waarom gaan we pas serieus geven als er eerst een nationale actie wordt gorganiseerd en we door een stel derderangs artiesten worden opgepept?
We hebben het niet zo op die derde wereld. Het past niet zo bij ons luxe leefpatroon. Als wij een paar duizend euro spenderen aan een luxe zomervakantie, een borstvergroting, een luxe stereo-installatie met  3D-entertainment, dan willen we niet herinnerd worden aan slachtoffers van burgeroorlogen, aids, een tsunami of een aardbeving.  Alleen als zoiets via een actie kan , dan kunnen we er ook tijdens de koffie of bij de kapper of  de uitgaansavond met anderen over kletsen zonder voor geitenharen-sokken-milieufreak uitgemaakt te worden. “Hee, heb jij ook al gegeven? En gaan jullie deze zomer weer door de USA toeren?”

Die derde wereld, die narigheid, herinnert ons pijnlijk aan onze overdaad-cultuur, aan onze drive-in gewoonten. We willen doorgaan met vuurwerk af steken, met botox-behandelingen, met roken, drinken en excessief uit ons dak gaan. Prima ! Moet kunnen. Nationale tv-actie is ook goed. Het levert geld op, het is een mooi initiatief. Maar het vergroot niet onze betrokkenheid bij hen die al die luxe moeten missen. Het is slechts een moment van betrokkenheid, en morgen hebben we weer andere, belangrijker zaken aan ons hoofd.

Op een pakje sigaretten wordt belasting geheven, op muziekdragers wordt belasting geheven. Soms staat er een sticker op: Roken  is dodelijk.  Misschien wordt het tijd om op meer producten, zoals sigaretten, drank, vuurwerk, theaterkaartjes, staatsloten, Mona-toetjes, auto’s, vliegvakanties,  noem maar op, een andere sticker te plakken, de ramptax-sticker : “Een deel van het aankoopbedrag van dit product is bestemd voor een betere leefwereld voor hen die het allemaal veeeel minder hebben dan wij”. Zo worden we dagelijks betrokken en sparen we mee voor een potje  voor bijvoorbeeld Haïti. Een beetje eerlijker zullen we alles delen. Heal the world, spread the word.

  • Share/Bookmark

 


Mijn foto's op Flickr

    photo Voor de kust van Hurghada DSC01870 Egypte 2008, Memphis P1000320 Christmas (1) P1030060 Pharaoh Beach Resort Hurghada 1 P1000472

Wauwel twittert