Doe mij maar een trapharmonium

In dorpje B. op de Veluwe zijn de gemoederen de laatste dagen ernstig verhit. We leven in een tijd die gekenmerkt is door ik-gerichtheid. Dat wordt natuurlijk ook wel een beetje gestimuleerd door het over ons gesteld gezag, waaraan we ons natuurlijk dienen te onderwerpen, en wat we ook enigszins zelf over ons hebben afgeroepen. Ook de Veluwe ontkomt daar niet aan: we moeten steeds meer zelf ons hoofd boven water houden wanneer we niet in de gelukkige positie van VVD , CDA of PVV-stemmer ( “Ingrid, doe mij nog drie blikkies bier!” ) zijn. Er wacht ons dan de dreiging van uitzetting ( wanneer we bijvoorbeeld voor het milieu opkomen of anders denken dan rechts ) of van het totaal inhouden van subsidie of geldelijke steun ( wanneer we iets voor de medemens in onderontwikkelde landen willen doen  ). Heb je zoals ik ook nog de pech om in het onderwijs te werken, dan mag je ook nog de opvoedkundige taak van ouders overnemen en de verzorgende taak van instanties die zich tot voor kort met “rugzakleerlingen” bezig hielden.
Van dit kabinet mogen vrijwilligers allerlei taken overnemen. En zijn die er niet, dan is dat jammer, maar er is helaas geen geld meer om dat soort economisch niet interessante zaken te ondersteunen. Bedrijven en banken hebben dat geld tenslotte méér nodig, want anders komt volgens de logica van onze regeerders onze economische positie in gevaar. Dat gezeur van die chronisch zieken, dementerende bejaarden, psychische gestoorden en andere niet-winstgevende types ook. Die zijn hinderlijk aanwezig. Typisch gevalletje van mandje met aandelen verkeerd beleggen en te eerlijk zijn om zwart geld bij elkaar te sprokkelen.

Toch zijn er nog lieden die zich het lot van de ander aantrekken en zonder eigenbelang anderen helpen. Ook in dorpje B. op de Veluwe. Zulke mensen zouden dus wel eens een aardigheidje verdienen, dacht men daar. Geen geld naturlijk, maar wanneer je ze nou eens allemaal tracteerde op een leuke circusvoorstelling in het plaatselijke theater; zoiets schept toch een band en houdt de sjeu er een beetje in. Men zocht en vond, en kwam uit bij het Wintercircus van ene meneer Martin Hanson: goochelaars, gedresseerde honden, wat mensen die op elkaars schouders leuke dingen doen, en tamme eenden die een aardige act opvoeren vóórdat ze met de kerst in een driedubbele salto achterwaarts gehoekt geheel zelfstandig in de braadpan springen. Muziekje erbij, beetje feestverlichting, een avondje gezelligheid voor jong en oud. Geen sex, geen gevloek, het hoogtepunt van erotiek mogelijk een juffrouw in een strak glitterpakje die met kegels jongleert. De avond raakte al snel vol geboekt, want gratis en cultuur, en ook nog eens iets met elkaar en voor elkaar doen, dat zijn begrippen die tegenwoordig nog maar moeilijk samen gaan.

Hoe sneu nou toch dat in dorpje B. er lieden zijn, die in een gezellig ongedwongen avondje genieten de hand van de duivel himself zien. De lokale SGP maakt bezwaar tegen dergelijk werelds vermaak, want de muziek en het licht roepen een uitbundige sfeer op, en dat mag natuurlijk niet wanneer je in God gelooft. Stel je voor zeg, een beetje lachen om iets leuks, klappen om iets moois en dat ook nog eens onder een verlichting die als “feestelijk” te omschrijven is, dat kan onze lieve Heer nooit bedoeld hebben.  Of je al met één been in de hel beland bent. Tot overmaat van ramp treden er ook acrobaten op, die daarmee “hun leven in de waagschaal stellen”. ”Acrobaat dodelijk getroffen door neervallende gekleurde sjaal”, zou wel eens de sensationele krantenkop de day after kunnen zijn. Zo moet het dus niet. Wanneer er in dorpje B. al überhaupt iets te vieren valt, dan doen we dat met stemmige samenzang bijvoorbeeld, onder begeleiding van een amechtig trapharmonium op hele noten. Dat vinden alle vrijwilligers vast leuk. Het is vét uit je dak gaan tegenwoordig, daar in dorpje B. op de Veluwe. Komt allen!

Noot: Volg de discussie in de lokale krant hier.

Share

 


Dierendag in dorpje B. op de Veluwe

Een reformatorische maraboeTijdens mijn dagelijks fietstochtje naar het eerbiedwaardige onderwijs instituut waar ik mijn centjes zuur verdien, passeer ik geregeld een geheel in het zwart geklede man, die met peinzende blik zijn ook geheel zwarte hond aanschouwt, terwijl dit dier zijn behoefte doet in het aanpalende plantsoen. Dit is dus een reformatorische hond, waarvan er in dorpje B. op de Veluwe vele zijn. Een buitenstaander zou denken dat zo’n hond een wat tobberig, somber en drukkend leven leidt: je wereld gaat niet verder dan het nabij gelegen perkje, waar een enkel grassprietje tussen de drollen door een hopeloze strijd voert. Misschien twee keer op een dag het rondje om de kerk, dat wel. Als reformatorische hond kom je een enkele keer een lotgenoot van de andere sexe tegen, maar dan is het nog maar even afwachten of dit ook een reformatorisch exemplaar betreft, want anders kan van enige ontmoeting geen sprake zijn,  laat staan dat andere, waaraan honden zich soms te buiten willen gaan, ongeacht hun kerkelijke achtergrond. De  verschillen in geloofsbeleving strekken zich dus ook tot de dierenwereld uit. Wat doet de doorsnee reformatorische hond verder? Ja, wat heen en weer wandelen van de mand naar het plantsoen, wat ruiken aan een lantaarnpaal, en op zaterdag een wandelingetje door het buurtbos.

Men zegt wel eens dat dieren op hun baas lijken en omgekeerd. Texelaars lijken op schapen, boxers hebben een bokser als baas, dat werk.
Religies zijn er in ongelooflijk veel variëteiten, en in de meeste religies houdt men huisdieren. Ieder zoekt het dier wat bij hem of haar past. Zo zie ik dus reigers, maraboes, gnoes als typisch reformatorische dieren: een beetje kleumerig, treurig, schuwig. Donker verenkleed of vacht, zich statig verplaatsend. Een reformatorische kanarie zal niet gaan. Je leert zo’n beest eenvoudig niet om op hele noten te zingen. Evangelischen houden weer een ander slag dieren; daar zou je een kanarie kunnen aantreffen, maar die heeft toch meer iets rooms-katholieks, iets van het goede leven. Nee, ik vind de spreeuw een typisch evangelische vogel, en bijvoorbeeld het stokstaartje een typisch evangelisch dier. Blij, kwiek, in grote groepen druk geluiden makend en bij elkaar hokkend, een luchtig en vluchtig bestaan. Kijkend naar de hemel. Zou er eigenlijk een dierenhemel bestaan? Daar zou je toch wel in moeten geloven, als je tenminste een beetje van je dier houdt.

De gewone doorsnee gereformeerden doen het weer wat rustiger aan: ik zie daar goudvissen ( twee, in een kommetje met een plastic plantje ). In zo’n aquarium heb je alle tijd voor momenten van stilte en bezinning, door het glas zie je de wereld aan je oog voorbij trekken. Bij gewoon gereformeerden horen ook wandelende takken en bijvoorbeeld  zo’n kaalgeplukte grijze roodstaart papegaai, met zo’n roze, veerloze nek, knabbelend op een nootje ( pepermunt-smaak ).
Ja, en dan onze islamitische medemens, die is volgens mij niet zo huisdierderig…het schaap is ook zo’n dooddoener.  Een valk zou kunnen, of zo’n dromerig ezeltje in een zonovergoten landschap, de hoeven schrapend in het zand.

Verder hebben we  hier wat atheïsten. Eigenlijk ook een geloof: de één gelooft dat er Iets is, de ander dat er Niets is. Atheïstische dieren zie je in dorpje B. op de Veluwe niet veel. Hier en daar een verdwaalde pitbull of een Deense dog, en laatst lag er nog een platgereden egel langs de weg, vlakbij de inrit van een enorm groot kerkgebouw aan één der invalswegen.

Ik heb twee katten. Die zijn een beetje eigenzinnig, soms onvoorspelbaar, bewandelen geregeld een weg die je niet verwacht. De eigenaar lijkt op zijn dier, ja. Die gaan dus op Dierendag, verwend worden, hetgeen inhoudt dat ze restjes taart krijgen van de afgelopen verjaardagen hier in huis. Alle dieren zullen op die dag verwend worden, alleen voor de reformatorische exemplaren is het wel een beetje sneu. Deze keer geen feest voor hen. Dierendag valt namelijk dit jaar op een zondag. Eens kijken of ik voor de buurkat niet stiekum een schoteltje taart kan neerzetten. Zo’n beest mag ook wel eens verwend worden. Het is van harte gegund.

Share

 


Porno

 

In B, mijn geliefde dorpje op de Veluwe, vind je een keur aan winkels. Daaronder ook een naar verhouding behoorlijk aantal lingeriewinkels. Nu zal dat voornamelijk vrouwen interesseren, en als je daar een man ziet, is dat zo van “Ik ben hier wel maar ik wil hier eigenlijk niet zijn”. Het slachtoffer staart wat onwennig voor zich uit, maar dat kan nog lastig zijn, want voor je het beseft staar je naar een schaarsgeklede dame met een droomboezem, en dat is ook weer zo wat. Ze gaan mogelijk raar van je denken dan. Blik je vervolgens weg, dan is er wel weer een andere grote poster. Nergens een vrij plekje aan de wand.
‘t Is altijd een hele opluchting om een dergelijke winkel weer verlaten te hebben, zodat je met blij gemoed naar Halfords kunt gaan om autoradio’s of fietsendragers te bestuderen. Nu is er in B. al weer geruime tijd een nieuwe lingeriewinkel neergestreken, waarvan het assortiment nogal afwijkt van de gebruikelijke vleeskleurige step-ins en corsetten. Bovendien is deze zaak gevestigd in een wat morsig steegje, met als buren een Chinees restaurant, verborgen in de catacomben van het pand, en aan de andere kant een bedrijfje waar financiële adviezen of zoiets worden gegeven. Het ondergoed, nadrukkelijk in de etalage tentoongesteld, is op zijn zachtst wat afwijkend te noemen van de hier geldende normen en waarden. Temidden van veel roodachtige verlichting ontwaarde ik daar een heer, slechts gekleed in een zwart leren slipje, waarop een plukje rood dons was bevestigd. Zijn hoofd werd getooid door een Spiderman-kapje.  Een soort speelsetje voor de moderne man, blijkbaar.
Ooit moest in Alkmaar de politie in een huis op onderzoek omdat men vanuit de slaapkamer hulpgeroep en bonkende geluiden hoorde. Eenmaal op de plaats des onheils gearriveerd trof men daar een vrijwel naakte, op het bed vastgebonden en om hulp roepende vrouw des huizes aan. Voor het bed stond een grote kast, waarvan de deuren op slot waren, maar waaruit een zwaar gebonk en gekreun opklonk. Nadat men ook deze deuren had geforceerd vond men daar de door een gebroken been onmachtige echtgenoot, slechts gekleed in een Zorro-cape met bijbehorend maskertje.
De man was van plan geweest tijdens het liefdesspel zijn vrouw in zijn nieuwe outfit vanaf de kast onder het slaken van ferme Zorro-kreten te bespringen, maar daarbij door de bovenkant heen gezakt ( van de kast, niet van zijn vrouw natuurlijk ), met alle nare gevolgen van dien.
Dergelijke gruwelbeelden bezochten mijn geest bij het bezien van de etalage, en het idee om daar nu ook nog naar binnen te moeten om op zoek te gaan naar een gewone witte onderbroek als verjaardagscadeau voor mijzelf vervulde mij met grote angst. Toch troonde mijn gade mij mee, en liep ik, star voor mij uitkijkend, naar de herenafdeling om te kijken of daar ook wat minder heftigs lag. En maar luchtigjes doen tegen de vriendelijke verkoopster, en vooral snel wegblikken van strakke leren rokken, die van voren slechts enkele veters vertoonden, kledingstukken met open kruizen ( “Of je met een gewonde Milva ligt te knarren”, zei Wim de Bie ooit ), en allerlei enge potjes met onbestemde crèmes. ‘t Is allemaal zo’n gedoe. Man van de wereld in B. 
Maar misschien komt dit alles wel door een traumatische ervaring heel vroeger, aan het begin van mijn carrière in het onderwijs. Het was eind jaren zeventig. Ik gaf toen les aan een huishoudschool, als jong docentje van nèt twintig, en dan allemaal meiden van rond de zestien in de klas. De wanden van het klaslokaal leden werkelijk onder de enorme druk van de hormonen die daar rondgierden.
Er was daar in Haarlem ook een videotheek, waar ik wel eens een video huurde, zo’n enorm zwart gevaarte wat in een nog veel groter Betamax-apparaat geduwd moest. In die videotheek was ook een aparte afdeling, een open poortje gaf je toegang tot dat gedeelte. Boven de ingang stond met grote letters: “Pornotheek”.  Nu had ik wel eens snelle steelse blikken in de richting van dat poortje geworpen, en dan zag je daar diverse mannen die met kennersblikken al die banden bestudeerden. Maar iedereen kon je daar dus zien, dus zoiets was een fantastische drempel voor mij. Toch won op een gegeven moment mijn nieuwsgierigheid het van mijn angst, en zo stapte ik – nadat ik eerst had gecontroleerd of er verder niemand in de zaak aanwezig was, door het poortje. Dat zou een stap door de poorten van de hel worden, maar dat besefte ik op dat moment nog niet. Doodsbang pakte ik een willekeurige band uit het rek. Op dat moment stortte mijn redelijk onbezorgde leventje ineen.
“Dag meneer B, kunt u het goed zien???”, schalde een blijde stem door de ruimte. Het was ineens vol geworden, en iedereen keek naar mij. En daar, voor mijn dodelijk verschrikte blikken, terwijl ik een hoofd als een pioen kreeg, ontwaarde ik in de ingang van het poortje één van mijn leerlingen, samen met haar grijnzende ouders, en zocht ik hulpeloos en vergeefs naar woorden om uit te leggen wat ik daar met “Big Boobs Special Part 4″ in mijn hand deed.
Thuisgekomen biechtte ik direct alles op, en vervolgens zon ik op manieren om de volgende dag nooit meer naar school te hoeven; ik zou haar gelijk het eerste uur al hebben. In mijn geest zag ik visioenen van een gierende menigte meiden, een haag waar ik diep gebogen doorheen moest lopen, boze ouders, een schoolbestuur met  de ontslagbrief reeds in de hand. Ik overwoog zelfs de volgende morgen op te bellen om met verdraaide stem te zeggen dat er een bom in de school lag, in de hoop dat men in de consternatie mijn escapade zou vergeten. Nooit heb ik een zwaardere gang naar school beleefd.
De les verliep zonder problemen, als altijd. Na afloop kon zij het toch niet nalaten te vragen – toen iedereen weg was-  wat ik daar nu deed. “Ik weet het ook niet meer”, zei ik. Zij had van haar ouders nadrukkelijke instructies gekregen om niets verder te vertellen. Ik ben hen eeuwig dankbaar. Nooit meer porno voor mij.

Share

 


Waarom Sint nooit naar Barneveld komt

Het was winter. Al weken loeide een gure wind door de straten van Barneveld, een lieflijk dorpje op de Veluwe. Dat dorpje werd wel enigszins ontsierd door enkele hoge en vooral erg leegstaande gebouwen, zoals bijvoorbeeld het Transferium, of door enkele lelijke kale plekken in het landschap, zoals de plek waar ooit het Muziektheater zou verrijzen.
Maar dat deed er nu even niet toe, want de gehele bevolking – nou ja, een flink deel dan – verheugde zich heel erg op de naderende komst van de goedheiligman, en dan wil je natuurlijk niet je stemming laten bederven door allerlei zaken als een met belastinggeld smijtend gemeentebestuur.
Overal in het dorp rook je de heerlijke geuren van versgebakken speculaas en pepernoten: de hangjongeren, de hangboa’s ( door een lezer gesignaleerd ) en de hangouderen zongen stemmige sinterklaasliedjes,  de winkeliers hadden hun etalages mooi versierd, op het door te hoog gegrepen bouwplannen ernstig bedreigde Dijkje was zelfs een winkel met beha’s in Sinterklaasmotief, en in vele huizen waren kinderen  – moe geworden van het belagen van andere scholieren – bezig met het zetten van hun schoen, want het was bijna zover! Ze hadden wel tevergeefs geprobeerd bij de plaatselijke bibliotheek wat Sinterklaasliedjes te lenen, maar daar deed men er niet meer aan, omdat de hele Barneveldse bevolking zich op het internet helemaal suf kopieerde. Een kniesoor die daar op let.
Ook de Sint werd natuurlijk al zenuwachtig, want het was toch altijd een hele toer om in Barneveld te komen vanwege de wat geïsoleerde ligging. Dit jaar had hij zich voorgenomen om extra veel pakjes mee te nemen, omdat de bevolking toch al zo te lijden had onder allerlei zaken waar zij niks aan kon doen. Er was zelfs haast geen geld meer voor een eenvoudig biertje, de toekomst zag er somber uit, de coalitie vertoonde scheurtjes en ook op de vroeger zo knusse koopavonden meed men nu het centrum in toenemende mate, maar dat kon natuurlijk ook andere oorzaken hebben.

Nee, het waren barre tijden. Extra verwennen dus maar, dacht de bejaarde kindervriend. En zo brak de grote dag dan eindelijk aan. Zoals vanouds zou Sint de trein nemen, een degelijk en altijd betrouwbaar middel van vervoer.Hij had natuurlijk ook de auto kunnen pakken en die dan bijvoorbeeld kunnen parkeren in het Transferium, en dan met het openbaar vervoer verder, maar dat naargeestig blauw verlichte gebouw was zo’n eenzame en desolate plek, daar durfde je als bejaarde je voertuigje natuurlijk niet meer te stallen, zeker niet als je bijvoorbeeld vandaar door wilde naar Apeldoorn, want dan moest je eerst weer helemaal terug naar Amersfoort. En dan stond er ook nog eens een vreemd ijzeren gevaarte te stomen, maar daar was inmiddels iedereen wel een beetje aan gewend. Op naar Amersfoort dan maar, en vandaar richting verwachtingsvolle schare in Barneveld.

Het moment suprème was aangebroken: op het stationnetje had zich een grote menigte verzameld, het stond werkelijk helemaal volgepakt. Het was bijna zó druk, dat het wel een doordeweekse dag op station Barneveld na twee uur wachten leek. Hoog boven de menigte uit torenden enkele bussen, maar de chauffeurs daarvan wisten eigenlijk niet zo goed waarom zij daar stonden. Dat was tenslotte al vaker geschied.

Maar wat er ook gebeurde: er verscheen geen Sint. Het publiek werd wat onrustig, men keek op de horloges en luisterde of er misschien iets werd omgeroepen op de steeds drukker worden perrons. En in het zwerk pakten zich tot overmaat van ramp ook nog donkere wolken samen, dat werd geen maan schijnt door de bomen vannacht. Maar wacht! Daar in de verte doemde een grauwgeel, vrijwel geheel door graffiti bedekt vehikel op, iets wat vroeger een treinstel van de NS was geweest. Terwijl de spoorbomen vrolijk open bleven staan, sukkelde het wagonnetje rustig verder; geen probleem, want met zo’n snelheid kon er niks gebeuren, de nieuwe, snelle treinen waren kapot en bovendien is ook dit verhaal helemaal verzonnen. Toch was er wel iets mis, want dit treinstel kwam uit Ede en niet uit Amersfoort. Geen Sint als passagier dus; was trouwens ook geen plek meer voor. Terwijl het met argeloze forensen volgepropte voertuigje knerpend en rammelend stil viel, kwam ineens de omroepinstallatie op het perron krakend tot leven, voor het eerst in maanden, naar men zei:
“Wegens een technisch mankement rijden er vandaag verder geen treinen meer in alle richtingen. Onze excuses voor het ongemak en misschien staat er wel ergens een bus. We zullen het nooit meer doen – kijk maar in de krant –  maar u kunt wèl fluiten naar uw geld, maar misschien wil de provincie wat van de boete die wij krijgen aan u terugbetalen in plaats van het in onbestemde zakken te steken. Einde bericht!”

Wel, daar was men wel even stil van….. totdat na enkele ogenblikken een klagend gehuil losbarstte uit de vele duizenden kelen, die nu zo ernstig teleurgesteld waren. Wie had dat nu gedacht! Ook de burgemeester en zijn wethouders stonden er wat bedremmeld bij. Zij waren nog wel zó enthousiast geweest over de nieuwe trein, en ze hadden de eenvoudige bevolking zó blij gemaakt met mooie treinbeloften, èn nog een prachtig transferium, èn een station bij Stroe, glasvezelverbinding, Centrumplannen en noem maar op! En nu dit…..

Ondertussen, in Amersfoort, had de in vol ornaat getooide bisschop, temidden van een enorme stapel cadeautjes, hetzelfde nieuws ook zowaar uit de luidsprekers vernomen. Hij ontstak dan ook in schuimbekkende razernij en trok zich van pure frustratie de haren uit de baard, smeet zijn mijter op de grond en vertrappelde het voorwerp tot een onsamenhangend hoopje. Het was ook altijd wat daar! Hij bezwoer plechtig nooit meer naar Barneveld te komen zolang die verbinding niet in orde was.

Wel, beste lezer, nu begrijpt u hoe dit allemaal zo gekomen is en waarom de Sint Barneveld nooit meer zal aandoen. Niet omdat men daar niet gelovig genoeg is, o nee, alleen het gemeentebestuur al is het toppunt van goedgelovigheid. Maar misschien, heel misschien, is dat dit keer wel de reden.
Moraal van dit verhaal: er is er maar één die echt met cadeautjes kan strooien, ons echt lekkers kan beloven en echt onze harten vol verwachting kan doen kloppen. En dat is de Sint. Dank u, Sinterklaasje.

Share

 


Beestjes in de regen

In B, het dorpje op de Veluwe waar ik woon, hecht men nogal aan oude gewoonten. Zo was daar jarenlang een grote tentoonstelling, waar leek het heel de bevolking maanden lang in blijde verwachting naar toeleeft. Kern van de tentoonstelling was een grote verzameling kippen en konijnen, die volgens mij allemaal de eerste of tenminste toch de ereprijs gewonnen hebben, hen toebedeeld door een groep ernstig kijkende controleurs in witte stofjassen, met zo’n map in de handen geklemd waarin allerlei aantekeningen gemaakt worden. Of zo’n beest goed op de poten staat bijvoorbeeld, of de vleugelvoering goed is en of de krop wel helderrood is. Dat soort dingen die een leek als ik totaal niet opvallen. Mooi,  zo’n  fantasierozet, met “Eerste Prijs”erop. De winnaars lijken niet onder de indruk en blikken de bezoeker vanuit hun hokjes stoïcijns aan. Ik onderscheid alleen maar een groot of klein konijn, en een bruine of een witte kip. De tentoonstelling wordt aangevuld met een aantal boeiende onderafdelingen: een drukbezochte hal met Johannes-orgels, waar de bezoekers vooral psalmen op hele noten met dreunende klank de ruimte in doen galmen; een afdeling met roestvrij stalen kalverdranghekken en drinkbakken, likstenen, schrikdraad-installaties en andere aanverwante artikelen; een grote stand waar het Reformatorisch Dagblad aan de man gebracht wordt. Veel kramen met knutselarijen voor de komende winter, bijvoorbeeld 3D-ansichtkaarten, knipvellen, origami. Men verwacht veel sneeuw en lange winteravonden. En oliebollen natuurlijk, die krijg je om ondoorgrondelijke redenen in B. het hele jaar door aangeboden. Is er een goed doel, dan staat er midden in de zomer geheid wel ergens een kraam met oliebollen in de zinderende hitte. Ik pretendeer dan altijd volslagen verbijsterd te zijn als men mij op zo’n moment een zak wil verpatsen.
Zo’n tentoonstelling is hèt uitje voor de hele familie, en iedereen die ook maar enigszins van het erf gemist kan worden, spoed zich derwaarts. Na drie dagen, op zaterdagavond, is het weer voorbij.

Wat rest is de wekelijkse kleindierenmarkt. Elke woensdagmorgen verzamelt zich een groot aantal onbestemde lieden in onbestemde voertuigen met onbestemde dozen en kratten rond een gammele, tochtige markthal, om deze vervolgens te vullen met kooitjes en kistjes in allerlei soorten en maten, waaruit een kakafonie van geluiden opstijgt. Ook vanuit de kofferbakken in de her en der geparkeerde voertuigen wordt al driftig en vooral steels gehandeld. Geen pottenkijkers graag. De hal wordt vooral gevuld met een schier ondoordringbaar rookgordijn, geproduceerd door voornamelijk zeer dikke mannen die er haast allemaal uitzien als een wederrechtelijk aangeklede zeekoe ( ik citeer even Bordewijk ). Vale en verschoten overhemden, dwars over dikke buiken die in bruine, sleetse terlenka broeken worden gepropt. Petten in allerlei soorten en maten, geklos van klompen, (kunst) gebitten waaruit diverse tanden ontbreken, haast allemaal een bungelende sigaret of sigaar in de mondhoek, uitpuilende portemonnees in achterbroekzakken gepropt, bouwvakkers-decolleté’s. Ze hieten Piet en Rinus of Teunis en ze kennen mekaar allemaal. Met geroutineerde gebaren bekijken ze de konten van konijnen en cavia’s of plukken ze een ontsnapte kip van het plaveisel. Her en daar dwaalt dromerig een klein kind, alles om zich heen vergetend, pozend bij de konijntjes die als haringen in een ton bijeengepakt zitten in een sinaasappelkistje.
Er wordt enorm veel koffie gedronken en buiten vormen zich al vroeg lange rijen voor Piet’s Viskraam, waarvan de eigenaar zijn klanten ook allemaal lijkt te kennen. De argeloze bezoeker die na een uur weer buiten staat heeft tranende ogen van de rook en tuitende oren van de herrie die beest en mens produceren.  Een aardige ervaring is het wel, een anachronisme ook,  je waant je na een reisje in de tijdmachine terug in het B. van in de jaren ’50. Dat dat maar zo mag blijven, ook met al die mannen, het hoort bij B. , en er verdwijnt al zoveel.

Vandaag was de hal bezet. Iets met paarden daarbinnen. De markt was voor de gelegenheid naar buiten verhuisd: een doorweekte verzameling kleumende beestjes in van nattigheid uiteenvallende kartonnen dozen, lege kramen en mopperende handelaren in de gietende regen. Niks aan dus. Het moet maar gauw weer droog worden, en gauw weer in die hal.

Share

 


Monument

De argeloze bezoeker, die voor het eerst het dorpje B. op de Veluwe binnenrijdt, heeft daarvoor een aantal invalswegen tot zijn of haar beschikking. Maar welke men ook neemt, de in de verte opdoemende skyline doet vermoeden dat men hier een jaren geleden na een mislukt experiment ontruimd Syberisch centrum voor biologische oorlogsvoering betreedt. Vanuit het noorden is daar leegstand met ontzagwekkende kantoorcomplexen en een verlaten transferium, en een roestig kunstwerk. Vanuit het westen baant de bezoeker zich een weg door een troosteloos bedrijventerrein, temidden van uitgestrekte bouwterreinen, vanuit het oosten aanschouwt men de contouren van een kolossale veevoederfabriek en moet men zich – alweer – door een bedrijven-complex begeven, en het zuiden spant de kroon, want daar verrijst nu een bouwproject wat qua proporties doet denken aan een Chinees stuwdammencomplex ergens in de Yangtse-rivier, maar nadere bestudering leert dat het hier om een onverzettelijk kerkgebouw gaat, wat groot en dreigend het verdere zicht op het dorp ontneemt. Ongeveer dag en nacht wordt daar gebouwd, want stel je voor dat je te laat bent voor het einde der tijden.

Nu is B. al veel langer ongeveer één van de lelijkste dorpen van Nederland. Elk jaar verschijnt er een gemeentegidsje, met op de voorkant een foto van een markant “historisch” plekje. Bij gebrek aan dit soort plekjes heeft men dit jaar de moed maar opgegeven en zien wij op het voorblad twee stalen plantenbakken of zoiets die vermoedelijk ergens in het gemeentehuis ( ook al nieuwbouw ) staan.
Gelukkig lezen wij nu in de krant dat de vroede vaderen besloten hebben twintig nieuwe panden aan de bestaande karige monumentenlijst toe te voegen. Dat zal een hele zoektocht geweest zijn, in een gemeente waar het usance is om wat ook maar enigszins oud en mooi lijkt, te laten verkommeren en vervallen zodat na een aantal jaren herstel niet meer mogelijk is en er alleen nog een fris leegstaand kantoorgebouw voor terug kan komen.
Hierbij doe ik dus het gemeentebestuur de suggestie om monument nummer 21 aan de lijst toe te voegen, namelijk mijn eigen huis. Het stamt uit 1986, en dat is in B. al heel wat!

Share

 


Barneveld kandidaat Olympics 2080

Het gaat financieel en op sportgebied fantastisch hier in het kleine dorpje B. op de Veluwe. Handenwrijvend en in een royaal gebaar heeft de gemeente een toch wel fantastisch evenement binnen gehaald voor het luttele bedrag van slechts 30.000 euro, waaraan ik ook heb mogen bijdragen middels de gemeentelijke belastingen. Een zinderende wielerwedstrijd, met toch zeker wel enkele tientallen bezoekers heeft deze zich voor de sporters als een eldorado presenterende plaats weer eventjes stevig op de internationale topsportkaart geplaatst, en volgend jaar gaat het allemaal nog veel grootser worden want de bepaling van de hoogte van de OZB is inmiddels geheel vrij gegeven.

Maar nu komt het!! Uit betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat deze sportieve gemeente zich kandidaat heeft gesteld voor de <strong>Olympische Spelen van 2080</strong>!!!!. Ja, daar staat U wel even van paf!  Met deze primeur hier vist de Barneveldse Krant toch maar eventjes mooi achter het net!  Alle voorzieningen zijn er eigenlijk al. Een schitterende spoorlijn, enorme hoeveelheden leegstaande kantoorruimte – en dat zal tegen die tijd zeker nog steeds het geval zijn- en natuurlijk ook een schitterend gelegen Transferium ( en dat zal tegen die tijd OOK zeker nog leegstaan! ), een mooi kunstwerk, een muziektheater ( maar het is twijfelachtig of dat tegen die tijd klaar zal zijn ) en – als klap op de vuurpijl – een Olympisch Stadion, waarvan u op onderstaand prentje de fraai ontworpen toegangspoort kunt ontwaren.   Kortom, geen vuiltje meer aan de lucht hier. Komt allen naar Barneveld.

Olympic Stadium: Entrance

Share

 


Groet’n uut Barneveld (4)

Het blijft maar tobben met het Transferium. Zo af en toe krijgt Connexxion het voor elkaar om daar een soort trein te laten stoppen, en tevens lijkt er eentje voorgoed gestrand op een steenworp afstand, inmiddels ten prooi aan vandalisme en graffiti. De Wielerkaravaan die onlangs door het kleine dorpje B. op de Veluwe flitste zou daar eigenlijk een tussensprint moeten hebben gehad op het parkeerdek, ruimte genoeg. Had de 30.000 euro die de lokale wethouder daar zo ruimhartig voor heeft neergeteld, toch nog kunnen dienen ter promotie van dit vooral ‘s nacht fraai verlichte bouwwerk.

Maar, wanhoopt niet, wethouder. Ik heb begrepen dat ook de lokale krant al een suggestie van mijn hand voor een bron van gemeentelijke inkomsten heeft geplaatst; hier is er nog eentje om de te verwachten verliezen voor het Transferium in mogelijk een klein winstje om te buigen. Doe er vooral uw voordeel mee. En ik heb nog veel meer ideeën.

Transferium nieuwe stijl

Share

 


Groet’n uut Barneveld (3)

Na een nachtje slapen kom je soms tot verfrissende ideeën, net als blijkbaar de kunstenaar die het conterfeitsel van een andere kunstenaar met z’n spuitbus heeft bewerkt. Ik vind dat ons gemeentebestuur de zaak slim heeft aangepakt. Het kunstwerk biedt ongekende mogelijkheden om Barneveld of wie dat maar wil te promoten. Natuurlijk heb ik daar direkt dankbaar gebruik van gemaakt nadat ik door de gemeente, die blijkbaar krap bij kas zit, werd benaderd om wat reclame te maken voor mijn website. Vanwege mijn positieve bijdrage en opbouwende kritiek met betrekking tot dit … eh.. kunstwerk, kon dat tegen sterk gereduceerd tarief. Het lijkt mij dan ook dat ook met behulp van deze .. eh .. artistieke ontboezeming Barneveld weer behoorlijk op de kaart gezet kan worden.

Groet'n uut Barneveld, deel 3

Share

 


Groet’n uut Barneveld (2)

Ik moet toch echt nog even een nieuwe ansicht aan u voorstellen uit de serie “Groet’n uut Barneveld”. Al enige dagen staan de kranten namelijk vol met ingezonden brieven die wel heel erg bol staan van de cultuurbarbarij. Iemand uit de grote stad, een soort kunstenaar, heeft namelijk de onuitsprekelijke eer gehad om voor de dankbare bevolking van het dorpje B. op de Veluwe voor 85.000 euro even wat platen oud ijzer tegen elkaar aan te knutselen en dat vervolgens te dumpen ergens in een overwoekerd veldje aan de rand van het dorp. Kunst natuurlijk, het gemeentebestuur was er maar wàt mee in zijn nopjes, na de treurige ervaringen die het had opgedaan met de uitgaven voor het Transferium, u weet wel, dat ‘s nachts paars verlichte superbordeel waar totaal geen klanten lijken te komen en waar nooit een trein stopt. Juist zo’n mooi kunstwerk nu, genaamd “De Trein”, zou dit bordeel tot een drukbezocht oord van genot moeten promoveren.

Ik citeer even de verantwoordelijke wethouder ( gaat u wel eerst even stevig in uw stoel zitten ) : ,,De Trein heeft wel degelijk een sterke relatie met het transferium bij station Barneveld-Noord. Symbolisch draagt het werk bij aan de bevordering van het gebruik van het openbaar vervoer. Door het kunstwerk op deze plaats neer te zetten, valt het transferium meer op. Daarom heeft het gemeentebestuur destijds ja gezegd tegen dit kunstwerk.”

Kijk, dat verduidelijkt natuurlijk de hele zaak, of ligt u inmiddels aan de zuurstof en kunt u niet meer verder lezen? Het is toch elke keer weer lachen en gieren met zo’n guitige wethouder. Hij doet er nog een schepje bovenop: ,,Het kunstwerk daagt uit. Er komen nog enkele attributen bij, die kunnen bijdragen aan een snellere acceptatie.”

Wel, ik weet nog wel wat attributen: een openbaar urinoir, wat extra illegale vuilstort van de plaatselijke grootgrondverwerker hier, een dependance van het gemeentehuis, een hangplek, of de restanten van de wrakke treinstellen die de firma Connexxion af en toe naar het hilarische Transferium laat boemelen.Die mensen met al die zeurderige brieven over hoe lelijk het is, nou, die begrijpen gewoon helemaal niks van kunst en ook niet van de hersenkronkels van ons gemeentebestuur. Domme mensen hoor.

Wat mij betreft was deze kunstuiting nog veel groter geworden, zodat het Transferium geheel aan het zicht werd onttrokken. In elk geval heeft dit prachtige kunstwerk mij weer uitgedaagd tot een nieuwe ansicht in deze aanbevelenswaardige serie. O ja, www.bykerk.nl bestaat niet. Met dank aan fotograaf Hans Lukas Zuurman van de Barneveldse Krant. Mocht hij bezwaar hebben tegen het kunstzinnig gebruik van zijn foto dan hoor ik het graag.

Groet'n uut Barneveld 2

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief