The Return of Dr. Hannibal Lecter

Ik heb een fantastische baan op de meest fantastische school van Nederland. Wat wil je dan nog meer? Nou, een Open Dag bijvoorbeeld, om nóg meer fantastische leerlingen naar die fantastische school te krijgen. Ik lieg niet. Wij zijn gewoon heel erg goed. De leerlingen zeggen het, de oud-leerlingen zeggen het, het bedrijfsleven zegt het. Al jaren zijn wij een begrip. Bij ons geen vernielingen, vechtpartijen, geen bewakingspoortjes, geen diefstallen. Er is geen afgunst, geen groepsvorming, geen pesterij. Bij ons overheerst de gezelligheid. Je kunt gewoon de kamer van je kantoortje open laten staan.  Op welke MBO-instelling in Nederland vind je nog zoiets?  Wel bij ons dus.
En toch willen we meer leerlingen, want er zijn namelijk andere scholen op ons vakgebied, die vanzelfsprekend ook in onze vijver vissen. En wij willen voor onze leerlingen het beste, dus we willen dat ze allemaal bij ons komen.

Wat leren ze dan bij ons? Wel: “Iets met dieren”  Dat is wat de meesten zeggen als ze bij ons op intake-gesprek komen. Iets met dieren, met paarden, met koeien, met varkens, met tractoren, vogelspinnen, dolfijnen of wurgslangen.  Dat trekt een apart publiek, wat vredelievender denk ik.  Op schoolfeesten zijn er natuurlijk best een stel die zich een slag in de rondte zuipen, en er zullen er best wel enkelen zo af en toe een blowtje en een pilletje nemen, en ze hebben allemaal last van gierende hormonen en ze zijn best niet altijd even braaf, zoals ze daar soms in de bank hangen met dikke jassen aan, terwijl de verwarming op 21 staat, met petjes op het hoofd, spelend met de mobieltjes, gapend, geeuwend, slungelend of lawaaiierig.  Het hoort er allemaal bij.

Op zo’n open dag trek je dus als school alles uit de kast om ze binnen te krijgen en binnen te houden. Tot voor kort deden we dat altijd zelf, en zochten we ze op op beurzen, in scholen, en sinds vorig jaar ook op internet op Hyves en Google. Want dáár vind je jongeren: online, niet meer suffig in een advertentieblaadje of het lokale krantje.
Dit jaar moet dat allemaal anders, want nieuw en buiten de deur is altijd beter, en als het veel geld kost helemaal. We hebben dus als school een duur wervingsbureau ingeschakeld wat een frisse kijk op jongeren heeft, een kijk die wij met jarenlange onderwijs- en jongerenervaring blijkbaar niet hebben. Dat heeft geresulteerd in een prachtig glossy rapport met mooie kreten over de Generation Y ( noooooit van gehoord ), en met termen als SWOT ( Strengths, Weaknesses, Opportunities, en Threats ). Veel Engels doet het altijd goed bij de over ons gestelde overheden en machten.
Daar is dus nu ook een website voor ontwikkeld en een postercampagne met een thema. Op die posters zie je hokken en kooien van divers formaat.  Hier is er eentje ( althans het grootste stuk ervan ):

  

Ja, en de titel van dit blogje verpest de onbevangen blik natuurlijk al weer een beetje.  Wat zien we hier? In een hard en onbarmhartig ligt staat hier een kooi in een morsige omgeving die associaties oproept met de kelder van Fritzl persoonlijk: is dat gestold bloed daar links op de vloer? Gaat hier een doodvonnis voltrokken worden? Is het nertsenbevrijdingsfront langs geweet? Is dat een mensenbot in die kooi? Is zojuist Dr. Hannibal Lecter ontsnapt en staat die nu stilletjes achter onze rug te hijgen? Ik mis nog wat zwepen en andere SM-werktuigen aan de muur. Om ons heen horen wij angstkreten en gerochel, rammelende kettingen, heimelijk geritsel. een gure tocht trekt over de vloeren van deze bedompte  en klamme ruimte.  Wat voor soort lieden kom hier op af? Weg gezelligheid, weg sfeer.  Wie nog andere associaties heeft ( ik wil tenslotte niet alle gras voor uw voeten wegmaaien ) mag hieronder van harte  reageren !

En die Open Dag, komt dat wel goed?  Jawel, wij hebben een naam en reputatie hoog te houden. Het gaat ongetwijfeld weer heel erg druk worden. Laten we het er maar op houden dat de poster een idee geeft van hoe het er op andere scholen aan toe gaat. Niet zo goed als op de onze. :-)

  • Share/Bookmark

 


Verhuizing

ellisDocenten zijn een soort onderwijskundige slangenmensen. Tot op hoge leeftijd moet je je in allerlei onderwijsvernieuwende bochten kunnen wringen om alle veranderingen te volgen. Wij verbazen ons dus in het algemeen nergens meer over en laten de meeste wijzigingen, die vanzelfsprekend altijd verbeteringen zijn, maar over ons heen komen.  Het management loopt in al deze zegeningen natuurlijk voorop en geeft daaraan met ferme pas leiding en goed voorbeeld. Dat is een hele troost, en daardoor voelen wij ons natuurlijk een stuk minder onzeker.

Zo is het eerbiedwaardige onderwijsinstituut waar ik werk, onlangs weer eens gefuseerd, dit keer met een aanpalend gebouw, waarin een kwijnende instelling met steeds meer moeite het hoofd boven water hield. Overnemen dus, die hap. Sinds deze week rijden onze verhuiswagens af en aan, en wordt het pand leeggehaald om plaats te maken voor dure architectenteams, aannemers en borende en zagende bouwvakkers. Ons  gehele management staat in de startblokken om de veroverde en gerenoveerde burcht over te nemen. Gisteren vond, onder aanvoering van onze burchtheer, een eerst inname plaats, maar de troepen moesten onverrichterzake terugkeren wegens ernstig boren en frezen en de daarbij horende stofwolken.
Het boren en frezen zal trouwens vermoedelijk een hoogtepunt bereiken tijdens de aankomende toetstweek, dat is bij ons zo langzamerhand een traditie. Onder het dreunend geraas van drilboren, grasmaaimachines en bladblazers ploeteren onze leerlingen met hun opgaven, en er is er – wonder boven wonder- nooit eentje die naar het LAKS rent. Als je ze er maar vroeg aan went heb je geen een landelijk actie-comité nodig.

Ook wij als eenvoudige docenten moeten deels weer eens verhuizen. Als een soort Bataven worden wij tijdens de Grote Volksverhuizing heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop, altijd op de vlucht voor de Hun, en nèt wanneer je aan een vers opgehangen muurkast bent gewend krijg je te horen ( nog geen twee maaanden later ), dat die kast weer ergens anders heen gaat en dat jij mee moet.  Daartoe worden ruim van te voren ingewikkelde schema’s verspreid – waar niemand zich aan houdt – en zo is dus deze week het moment van mijn verhuizing aangebroken. Toen ik dan gistermorgen na een welverdiende herfstvakantie mijn kantoortje binnenwandelde, was mijn meubilair voorzien van grote stickers, waarop vermeld stond in welke ruimte het straks geplaatst zou worden. Mijn bureau en stoel moeten naar kantoor 8, vanwege “de gelijke kleurstelling en uitstraling”. De personen die in kantoor 8 zitten mogen zowaar blijven, maar hun meubilair heeft minder eenheid en gelijke uitstraling, dus dat gaat naar kantoor 11, waar ik ook heen mag. In mijn optiek was het eenvoudiger geweest om kantoor 8 totaal ongemoeid te laten en ons mèt eigen meubilair in zijn geheel rechtstreeks naar 11 te verhuizen, maar daar zit ongetwijfeld een hogere onderwijskundige bedoeling achter waarvan ik als eenvoudige docent de werking toch niet begrijp.

We gaan ook anders bellen, via internet, heel modern allemaal. Op mijn bureau bevond stond namelijk een fonkelnieuw toestel ter grootte van een stevige flipperkast te pronken- “Nog niet aankomen!”-, met een hoorn van het type waarmee men in vroeger tijden via de hotline naar het Kremlin belde om de naderende atoomoorlog aan te kondigen. Er naast lag een stevige geplastificeerde handleiding. Waar ik thuis een kèk klein handsetje heb met een handig verlicht displaytje, moet ik  voortaan eerst de leesbril en een zaklamp erbij halen om in het grote donkere scherm tussen alle informatie  de juiste gegevens te vinden. Druk je per ongeluk op een van de vele verkeerde knopjes, dan kan het zò maar gebeuren, dat je de directeur zelf aan de lijn krijgt. Mogelijk kan hij vanaf zijn eigen supercentrale ook alle gesprekken elders in het pand volgen. Mijn eigen nieuwe  toestel zou ook met gemak ruimte kunnen bieden aan een verborgen camera.  Maar mijn fantasie slaat denkelijk een beetje op hol.
Belt iemand jou straks, dan klinkt het luchtalarm, en worden er meer collega’s gebeld, dan zal dat vanaf vijf verschillende kanten  door ons nieuwe kantoortje schallen. Ja, als wij hier iets doen, dan doen wij het goed.

In Japan kunnen vrouwen voor hun nèt gepensioneerde man een soort lucht- en geluid-dichte cabine kopen, mèt een raampje , die in de woonkamer geplaatst kan worden. Zo’n man, die z’n hele leven als een gek gewerkt heeft, kan dan een beetje wennen aan het leven zonder werk, naast z’n vrouw, thuis, en zich geregeld in die cabine terugtrekken om wat met z’n bomsai-boompjes te klungelen en even weg te zijn van z’n vrouw. Ingebouwd telefoontje, voor als de sushi klaar staat. Zoiets zou naar het onderwijs vertaald moeten worden. Ik pleit voor de aanschaf van zo’n cabine voor elke collega: makkelijk en geregeld te verplaatsen, en je kunt ze nog stapelen ook. Leve de verhuizing!

  • Share/Bookmark

 


Kleider machen Leute

pakDe titel van dit schrijfseltje had natuurlijk ook gewoon in het Nederlands gekund, maar als onderwijsgevende heb je toch altijd dat docerende in je bloed en wil je altijd het punbliek verblijden met je kennis van in dit geval de Duitse taal ( iets wat vroeger nog wel eens in het onderwijs aan de orde kwam ). Dit is dus Duits en het betekent: “Kleren maken de man” , wat weer zoiets inhoudt als “Wanneer je er netjes uit ziet, voel je je ook een stuk beter”.

Hoe ziet de gemiddelde docent er uit? We denken dan natuurlijk direct aan een kleurloos , wat vermoeid ogend type, gekleed in corduroy broek ( met kale knieën ), een ruitjes- of spijkeroverhemd en een jasje van onbestemd snit, motief en model. Het jasje is natuurlijk getooid met leren elleboogstukken en een borstzakje waaruit een stapeltje Bic-pennen steekt. Alom krijtvlekken, want de doorsnee-docent moet niks van nieuwerwetsche media als een digibord hebben. Een versleten leren schooltas van het model waarvoor u en ik als puber al gruwend een uithuisplaatsing naar een gesticht voor moeilijk opvoedbare jongeren riskeerden, en dat alles omdat we graag met een legerpukkel gezien wilden worden. Verder draagt de doorsnee-docent bijvoorkeur sandalen en witte sokken of sokken met een opdruk van Donald Duck of Calimero.

Wie onlangs oplettend naar de verkiezing van docent van het jaar heeft gekeken, ontwaarde daar tussen de tranen van ontroering door een heel ander beeld. De gelukkigen waren zonder uitzondering hippe, foto-modelachtige types, modieus gekleed en tot overmaat van blijdschap gaven zij ook nog eens de antwoorden die onderwijsadviesbureau’s en -ministeries zo graag horen als het gaat om de doorgevoerde onderwijsvernieuwingen als het VMBO-nieuwe stijl en het competentie-leren. De moderne docent is jong, mooi, volgzaam en draagt kleren volgens de laatste mode. Ook zulke types kom je in de dagelijkse praktijk echter nauwelijks tegen.
Het jeugdige docentendeel loopt bij voorkeur in een afgetrapte spijkerbroek ( al dan niet met gaten en andere flarden ), draagt een t-shirt met opdruk van één of ander popconcert of eern variatie op wiet-bladen, hier en daar wat piercings en/of tattoos en het is nog slechts een kwestie van tijd voordat de eerste met een petje op het hoofd, dikke openhangende jas aan, onderuitgezakt op een stoel met de benen op tafel de spellingsregels van het correct Algemeen Beschaafd SMS aan ons uitlegt. FF chillen man, anders gooi ik je er uit.

De tegenwoordige docent gaat steeds meer op zijn doelgroep lijken, terwijl we juist die doelgroep proberen op te leiden zich steeds meer als weldenkende volwassenen te gedragen en als zodanig ook te functioneren om een kans te maken in de maatschappij. We willen tenslotte niet allemaal als Dick Scheringa eindigen. Ik draag dus wel eens een stropdas en een enkele keer een pak. Zoiets geeft telkens weer de nodige consternatie bij binnenkomst in de personeelskamer. Of je aast op een positie in het management, of je naar een begrafenis moet, of je gaat trouwen, of je gaat solliciteren.  Leerlingen waarderen het echter. Een collega op een school voor hotel-onderwijs in Zwolle, loopt altijd in een pak. Met vlinderdas! Er is dus nog hoop. Pubers zijn in deze leeftijd hevig op zoek naar voorbeelden, en één van die voorbeelden hoort ook een docent te zijn. Het spreekwoord is niet zo maar uit de lucht komen vallen. Je voelt je anders in een pak, en je gedraagt je anders in een pak. Een enkele keer dient bij ons op school een klas ook in pak of rok of jurk te verschijnen, bijvoorbeeld bij de presentatie van een project aan een afvaardiging uit het bedrijfsleven. Zo’n klas gedraagt zich dan gelijk anders, ook al zijn de dassen gruwelijk gestrikt en kom je nog gifgroene of oranje overhemden en bruine bandplooibroeken uit de vorige eeuw tegen.
Zo’n stropdas kan best knellen ja, en thuis op de bank is het heerlijk in je geruite pantoffels en een oude slobbertrui op de bank. Toch heb je je even een ander mens gevoeld, een andere uitstraling gehad naar zo’n klas toe. Leerlingen letten heel scherp op iemands uiterlijk, zij zien direct op wonderbaarlijke wijze of jouw afgetrapte spijkerbroek van merk A of merk B is. Reken er dus maar op, dat wanneer je in een kèk mantelpak of pak verschijnt, je nog veel meer indruk maakt. En daar gaat men zich naar gedragen.  Wie weet heeft de Zeeman of de Wibra deze week nog iets in de aanbieding ( ja, we blijven tenslotte toch eenvoudige docenten ), en kunnen we bijvoorbeeld 1 november uitroepen tot dag van de Best Geklede Leraar van het Jaar. Eens kijken wat dat voor effect kan hebben.

Beetje reactionair stukje, misschien kwam dat wel door mijn kleding vandaag. Zo, nu gauw die rotdas af en die knellende schoenen uit.

  • Share/Bookmark

 


Wat zegt u?

Een handig hulpmiddel voor de selctief horende puberEen beetje middelbare scholier is natuurlijk doof op de momenten die daarvoor geschikt zijn. Dat begint dus ’s ochtends bij het wakker worden; de wekker wordt niet gehoord. Ik zeg wekker, maar dat moet natuurlijk zijn : ‘t mobieltje, want een wekker is natuurlijk voor trieste mensen uit de oudheid.
Daarna worden aan tafel allerlei belangrijke aanwijzingen die de hulpeloze ouder aan het kind poogt mee te geven natuurlijk ook niet gehoord. Het gaat dan om je pakketje brood niet vergeten ( je gaat toch ongelooflijk af als daar in de les de conciërge binnenkomt met je pakketje brood in de hand. Brood gooi je sowieso in de prullenbak want je koopt liever een familiepak chips ). Het gaat ook om je jas, dat je die dicht moet doen of zo en dat je iets op je hoofd moet doen, want het regent dat het giet. Ja het is wel goed. een beetje met dichte jas over straat gaan.

Ook de schoolbel wordt niet gehoord, en als men dan eindelijk in de les is gearriveerd en men zich met veel rumoer heeft geïnstalleerd, hoor je weer niet wat die leraar daar voorin de klas roept, want je hebt je mp3-speler nog aanstaan op maximum volume, en het is maar raar dat die vent schijnt te willen dat je hem uit doet, maar misschien heb je hem verkeerd verstaan.
In de pauzes zitten scholieren gezellig met z’n tweeën om de muziekspeler geschaard, allebei één oortelefoontje in en een Mars-reep in de hand. Huiswerk? Nooit van gehoord. Moet de juffrouw maar niet zo fluisteren.  Het aardige is nu, dat als je als docent fluistert dat ze morgen het eerste uur vrij hebben, dan hebben ze het ineens allemaal gehoord.  Toch sterk, als je je gehoor zo selectief kunt ontwikkelen. Het ligt er ook maar aan waar je interesses liggen. Tijdens een rumoerige les, waarbij alles door elkaar kakelde, had ik geen zin om met een lineaaltje op de tafel te slaan en ook geen zin om heel lang te wachten en niets meer te zeggen, wat altijd heel aardig effect heeft.  Ik riep toen heel hard door de klas : “SEX!”. Op slag was alles en iedereen stil en kon je een speld horen vallen in de golf van aandacht die mij ten deel viel.  Je dient je als docent dus een beetje aan te passen aan je publiek.  Wat trouwens ook patent werkt als het wat druk is: heel zachtjes beginnen te praten, nadrukkelijk tegen de stuudjes die vlak vooraan zitten. De rest, die van nature nieuwsgierig is, houdt dan vanzelf stil om toch maar vooral niets te missen. Zo spaar je je stembanden; zeker aan het begin van het schooljaar hebben die zwaar te lijden.

Waarom nu dit verhaal?  Wel, uit onderzoek onder 1500 jongeren van 12 tot 19 jaar is gebleken dat daar steeds meer gehoorschade voorkomt, vooral door het toenemend gebruik van mp3-spelers en mobieltjes. Die hebben betere accu’s, gaan dus langer mee, en kunnen ook steeds meer liedjes bevatten. Op mijn eigen iPhone tors ik momenteel iets van 32 uur muziek met mij mee.  4 op de tien jongeren gaan volgens het onderzoek problemen ondervinden, en één op de tien krijgt ernstige gehoorschade.  Een jongere kan blijkbaar niet meer zonder lawaai. Je kunt zeer  natuurlijk voor waarschuwen, maar dat is letterlijk en figuurlijk aan dovemansoren gericht. Ook het groepsgedrag speelt daarbij een belangrijke rol: je bent een sulletje als je je muziek op halve kracht zet, en ik moet de eerste puber nog tegenkomen die in de groep vraagt of de muziek wat zachter mag, tenzij het een liedje van Jan Smit is natuurlijk. Bovendien gaat de achteruitgang heel sluipend. Je merkt pas iets als je in de veertig bent, en als je eigen kinderen je toe brullen dat je gulp nog open staat maar dat je niet hoort wat ze bedoelen.

Dat gaat nog wat worden in de klas. Ik zie daar een docent die in een gecapittioneerde ruimte ( je moet tenslotte ook aan je collega’s denken ),versterkt door enorme Bose-boxen een biologie-lesje over het binnenoor staat te geven. De klas hangt voorover geleund in de bank om met behulp van gehoorapparaten op stand 10 nog iets van de les op te vangen. De helft weet niet waar hij of zij het over heeft. Neem nog een Fisherman’s Friendje meneer, want uw stem lijkt het te begeven.  In de ochtendpauze zit het halve personeel al amechtig aan de zuurstof. Mijn beste leerlingen trouwens waren steevast de doostomme leerlingen, die ook op onze school een plekje hadden. Zij hoorden alles wat ik zei, doordat ze gespecialiseerd waren in liplezen, en geholpen werden door een tolk. Straks standaard in de klas

Misschien tijd voor een totaalverbod op mobieltjes en muziekspelers op school, als bescheiden bijdrage in de bestrijding van de te verwachten problematiek. Of horen we zoiets liever niet? En hieronder nog een rustgevend muziekje. Ik geloof dat het Frans Bauer of Andre Rieu is.

YouTube Preview Image

  • Share/Bookmark

 


Eeuwig hetzelfde

YouTube Preview Image

Wat als je alles wat je doet, eindeloos kunt herhalen, verbeteren, perfectioneren zonder dat dat gevolgen heeft?
Gisteravond keek ik naar de film “Groundhog Day”. Die had ik al vaker gezien. Het gaat over een weerman die in een klein dorpje een bepaalde folkloristische gebeurtenis moet verslaan. In stilte is hij verliefd op één van de leden van zijn cameraploeg.
De volgende morgen wordt hij wakker, en dan blijkt het wéér dezelfde dag te zijn, met dezelfde gebeurtenissen, die hij, naarmate er meer dezelfde dagen komen, steeds beter kan voorspellen en waarop hij dus ook steeds beter kan anticiperen. Hij weet dat de volgende dag alles weer precies zo zal lopen als de dag ervoor, met uitzondering van de zaken die hij zelf kan beïnvloeden. Zo komt hij steeds meer te weten over zijn collega en uiteindelijk heeft hij haar veroverd, waarop in de film dan toch echt een andere dag aanbreekt die niet meer het zelfde verloopt. De betovering is verborken; ja, je moet er toch een eind aan breien.

Een aardig gegeven. Je leeft maar één dag, en die wordt eindeloos herhaald. Je gaat niet dood, want de volgende ochtend begin je weer van voren af aan, en je weet nu wat je kunt doen om dat doodgaan te vermijden. Of misschien wil je wel elke keer op een andere manier doodgaan. Bevalt de ene niet, dan probeer je de volgende dag de andere.
Op Twitter reageerde een collega-blogger: het lijkt op het docentenbestaan. Jarenlang doe je hetzelfde.
Je geeft eeuwig dezelfde lessen, de leerlingen gedragen zich eeuwig hetzelfde. Is het onderwijs een tredmolen waarin je altijd maar je rondjes draait? In de film was de hoofdpersoon voortdurend zijn gedragingen aan het aanpassen aan zijn omgeving, om zo het gewenste effect te bereiken.  Elke dag een kans om het beter te doen.

Elke dag opnieuw beleven heeft zo zijn voordelen: je wordt niet ouder, je hoeft je niet meer druk te maken over een aftakelende gezondheid, je kunt alles eten wat je hart begeert, je kunt alles doen wat je niet kunt nalaten. Nadelige gevolgen duren hooguit tot twaalf uur ’s nachts, want daarna begint alles weer van voren af aan.
Stel er is een leerling waar je een gruwelijke pesthekel aan hebt. Die smijt je er dus elke keer met veel plezier en in wisselende variaties uit ( door de deur, uit het raam, van het dak, alles kan . Lak aan boze ouders, lak aan directie, lak aan schosing en processen). Heerlijke opluchting. Ondertussen perfectioneer je je lessen ook nog steeds verder, je leert andere vaskken erbij, op het laatst beheers je werkelijk alles. Ideaal, dat docentenbestaan.

Elke docent echter weet dat je leerlingen anders gaat bezien als je ze langer meemaakt. Helaas heb je daar soms de tijd niet voor. Je hebt een klas bijvoorbeeld tien weken lang, en daarna nooit meer. Dat is jammer, hoewel er natuurlijk altijd wel lieden zijn  waarvan je denkt: blij dat ik daar van af ben. Dat zijn gelukkig uitzonderingen.
Als je nu dus elke dag beschouwt als een dag waarop je de dingen die gisteren niet naar wens verliepen kunt aanpassen en verbeteren, creëer je zo je eigen Groundhog Day. Wel aardig om daar eens bij stil te staan. Maar ook weer niet te lang, want we hebben niet eeuwig de tijd.

  • Share/Bookmark

 


Personeelsuitje

potscherfOp ons boeiende onderwijsinstituut wordt de vakantie jaarlijks ingeluid met een personeelsdagje. Op het weer tijdens een dergelijke festiviteit rust al jaren ”geen merkbare zegen”, om Simon Carmiggelt in “Alleman” even te citeren. Waar wij vorig jaar in gedurig neergutsende regen moesten schuilen in een winderige tent op een golfbaan in de polder, had het organiserend comité ons ditmaal naar de rustieke omgeving van Eibergen gedirigeerd.
In  het programma kon je kiezen uit activiteiten als fietsen heen en kanoën terug, uit kleiduiven schieten ( naar later bleek met een speelgoed lasergeweer ), steppen (!) en een wandeling naar het lokale streekmuseum.  Het weer indachtig koos ik voor het laatste, hopend op een snelle ontsnapping aan de gids. Dat laatste bleek echter een misrekening. Terwijl meer sportief aangelegde collega’s zich lieten doorweken door regen en slootwater tijdens de kanotocht, werden wij opgewacht door een zich zeer serieus van haar taak kwijtend wicht, dat zich voorstelde als de wandelgids.  Wij zouden gedurende een wandeling die “toch zeker wel  3 kilometer” lang was naar het potten- en pannenmuseum gevoerd worden, alwaar ons een rondleiding wachtte.  Daarbij werd ons vriendelijk doch dringend verzocht fel gekleurde oranje hesjes aan te trekken, want zo had het kind het op de opleiding geleerd en stel je voor dat wij op onze tocht door de uitgestorven bospaden en landweggetjes verrast zouden worden door enig snelverkeer. Vreemd genoeg besloeg de wandeling hetzelfde traject wat wij ’s ochtends na de koffie ook al met z’n allen hadden moeten afleggen.

Ik had wel enig medelijden met onze begeleidster. Niets kan erger zijn dan als puber leiding te moeten geven aan een stelletje jolige en bovenal eigenwijze didactici op hun verplichte personeelsdagje. Ze hield de moed er echter in en zo vervoegden wij ons bij een optrekje in het centrum van Eibergen, waar de tentoonstelling gehuisvest was. Daar verklaarde de bejaarde museumgids dat we toch zéker wel twee uur nodig zouden hebben voor het bezichtigen van oude leesplankjes, doopjurken, boekjes van Menno ter Braak, boerderijwerktuigen en gevonden bom- en potscherven; het Louvre viel er bij in het niet.

Gelukkig bevond zich in het pand ook een lift, zodat ik met enkele gelijkgestemden op slinkse wijze de gids kon omzeilen om zodoende bij de plaatselijke Hema te belanden, onder het genot van een kopje koffie kijkend naar wat moedeloos rondscharrelende en in regenjacks gehulde toeristen. Zo brachten wij de middag door, wachtend op het diner.

Op de terugweg verpletterden we met onze bus en passant nog een eend, die vermoedelijk een flink aantal radeloze kuikentjes achterliet. Het was een leuke dag.

  • Share/Bookmark

 


Collega

 

Vanochtend, in de rij bij de koffieautomaat, stond voor mij een nieuwe collega. Lang, kaal, en vaag bekend uiterlijk, zo van achteren. Nu word je in het onderwijs dagelijks geconfronteerd met allerlei wildvreemden die nieuwe collega, ouder, vertegenwoordiger, stageaire of mogelijk alweer een nieuw management-lid kunnen zijn, dus je kijkt nergens meer van op, en niemand lijkt zich tegenwoordig meer voor te stellen als je niet zelf het inintiatief neemt.
Laatst las ik in het personeelskrantje dat er iemand van mijn locatie was vertrokken, wiens naam mij absoluut niets zei, een teken aan de wand. Had anderhalf jaar bij ons gewerkt.

Vlak voordat ik dan toch maar even een handje wilde schudden in de wachtrij voor de koffie, het levenswater van de doorsnee docent, kwam de grote schok. Deze man was helemaal niet nieuw, hij werkte al jaren bij ons op school en twee weken geleden had ik hem nog gesproken. Chemo-kuur. Al zijn haar was weg. Een paar jaar geleden werd bij hem kanker geconstateerd, en na eerst uiterst sombere prognoses leek het toch de goede kant op te gaan, totdat onlangs een flink aantal uitzaaiingen werd geconstateerd en hij te horen kreeg dat menselijkerwijs gesproken, geen herstel meer mogelijk is.

Ik wist er dus alles van, had er geregeld met hem over gepraat, en dan toch nu dit. Wat doe je als je weet dat het vermoedelijk niet meer heel lang zal duren. Hij heeft er voor gekozen tòch zoveel mogelijk naar school te gaan. Geen les geven trouwens;  je bent als docent in het algemeen een volleerd acteur, maar er zijn rollen, die je niveau te boven gaan, en je publiek leeft vaak in een wereldje van dromen over toekomst en er mooi uit willen zien.  Bovendien hechten ze sterk aan zekerheden in hun onzekere pubertijd, en als je daar dan – strijdend tegen de dood-  hun roze wolk komt verstoren, daar wil je ze op die leeftijd toch niet teveel mee confronteren. En jezelf al helemaal niet.

Je kunt natuurlijk thuis gaan zitten, je kunt iedereen van je afstoten omdat die mensen eigenlijk geen deel meer uitmaken van de totaal andere wereld waar je zo tegen je wil en tegen alle hoop in bent terecht gekomen. Er zijn ook mensen die je niet meer aan durven spreken, die ‘kanker’ nog met ‘de ziekte’ aanduiden, die niet weten hoe ze met je om moeten gaan. Je verliest vrienden, maar je krijgt er weer andere vrienden bij. 

Hij gaat dus zo lang mogelijk door. Hoe anders kijk je dan tegen de dagelijkse onderwijspraktijk aan. Er wordt op scholen heel wat afgezeurd en gemopperd, zeker tijdens pauzes in personeelskamers, en in gedachten tijdens de gigantische hoeveelheid vergaderingen. Dat is dus allemaal maar heel betrekkelijk. Volkomen onbelangrijk eigenlijk, vergeleken bij wat jou nu overkomt als je weet dat al die vergaderingen over zaken gaan die jij misschien niet meer zult meemaken.

Je zou er wat voor geven  om je nog weer ongegeneerd te kunnen ergeren aan neuzelende collega’s, aan nog meer onderwijsvernieuwingen, aan ronduit onbeschofte leerlingen, aan ellenlange vergaderingen, aan een puinhoop in de klas. Je zou graag weer op het matje geroepen willen worden door niet-begrijpende ouders, je zou alle rotklussen willen opknappen en 32 uur per week voor de klas willen staan tot je pensioen aan toe. Alles zou je nog willen doen, zolang je maar niet dagelijks geconfronteerd werd met een mogelijk naderende dood.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit, en hij heeft nadat de eerste keer bij hem kanker werd geconstateerd, toch het geluk van zo’n wonder mogen smaken. Een sprankje hoop blijft altijd in de mens ingebakken, denk ik, als een klein sterretje in een donker heelal. Dat hij nu, met nu wel heel sombere prognoses,  in de rij staat voor de koffie, is zo’n sterretje in je directe omgeving, een klein wonder, waar ook anderen uit kunnen putten en van kunnen leren. Bijvoorbeeld het belang van goede collega’s, die je steunen als de wonderen de wereld uit lijken.

Straks is het grote vakantie. Ik hoop hem daarna weer in de rij bij de koffie te zien staan.

  • Share/Bookmark

 


Gezellig coma-zuipen met de meester

YouTube Preview Image

Het gaat goed met het coma-zuipen op de Nederlandse schoolfeesten. Uit onderzoek onder wel 558 scholieren op  wel 43  scholen is gebleken dat er steeds minder alcohol geschonken wordt. Men zit daar weer met glunderende koppen aan een glaasje ranja te sippen en ook dan komt de gezelligheid vanzelf.

Nu vraag ik mij ernstig af in hoeverre je op basis van genoemde aantallen een gefundeerd oordeel kunt geven over de alcoholconsumptie van onze bloem des vaderlands, zeker als je ook deze week verneemt dat de burgemeester van – naar ik meen – Venlo de openbare eindexamenfeesten heeft verboden vanwege de astronomische hoeveelheden drank die er daarbij doorheen gejaagd werden, met alle gevolgen vandien. 
Was in 2005 een kwart van de schoolfeesten alcoholvrij, nu is dat een derde. Nog steeds drinkt echter 65 % van de scholieren op een schoolfeest alcohol. Of daarbij ook het vóórdrinken is onderzocht, weet ik niet. Verder is het heel goed mogelijk dat een fiks deel van de niet ondervraagde scholieren gewoon al te ver heen was om nog een zinnig antwoord op de enquête te kunnen geven.
Ook  is er de trend dat steeds meer scholen de feesten niet meer binnenshuis laten plaatsvinden maar  gewoon in een of andere feestzaal waarbij het alleen in naam nog een schoolfeest is, maar waarbij je dan als school van een hoop verantwoordelijkheid af bent. Zo kun je dus ook aan je teruglopende alcoholconsumptie komen.

Zo af en toe mag ik ook het genoegen smaken om enige tijd in zo’n etablissement te vertoeven, waarbij je na afloop nog twee uur met tuitende en piepende oren loopt vanwege de herrie. De aanwezige docenten houden zich bij dergelijke gelegenheden in een veilig groepje bij elkaar op, liefst enigszins bij de buitendeur, en becommentariëren daar de handel en wandel van de directie, waarvan soms ook heel even een afvaardiging langs komt om wat  te socialiseren.   
Binnen gaat dan het feestgedruis in alle  hevigheid voort, en als je dan even ter helle af moet dalen voor een glaasje fris of een bescheiden biertje, ontwaar je daar een hossende en soms opzichtig schaars geklede massa, die lallend en brullend een nieuw lied inzet op de maat van onverstaanbare geluidsbrij. Tot je blijdschap merk je ook dat veel leerlingen die overdag ernstig ziek waren afgemeld, op wonderbare wijze weer hersteld zijn.
Wanneer je dan even een paar foto’s maakt voor de schoolsite, vliegt men elkaar enthousiast om de hals, heftig morsend uit schommelende glazen bier, en in het ontluisterende licht van de flits zie je dan knalrode ogen, vuurrode blossen, enorme bier- en okselzweetplekken, nadrukkelijke jeugdpuistjes, en zo blijft er weinig over van de redelijk bevallige wezens die je normaal in de les voor je hebt. Ecce Homo.
Je moet altijd snel wezen, want voor je het weet worden ze wel heel erg  joviaal en word je meegesleurd om even midden in de hysterische menigte mee te pogo-en of te headbangen, en niets is zo lachwekkend als een docent op leeftijd die een dansje waagt, en voor je het weet sta je de volgende dag op YouTube.
Vroeg komen dus, op zo’n schoolfeest. Ook weer niet tè vroeg, want in mijn enthousiasme stond ik laatst om half negen voor de deur, en ja, dat is de tijd waarop iedereen nog vrolijk thuis aan het indrinken is tegenwoordig. Een beetje feest begint nu pas om elf of twaalf uur ’s avonds, de tijd waarop bejaarde docenten zoals ik ernstig aan hun bed beginnen te denken of het water voor de kruik op zetten.

En ben je dan weer thuis, dan denk je misschien heel stiekum wel eens: ach, was ik ook maar weer een keertje zestien, want zeg nou zelf, deden wij het vroeger wezenlijk anders?

  • Share/Bookmark

 


Alle scholen dicht

Leslokaal 2010

Die varkensgriep kan mijn niet snel genoeg komen. Alle scholen gaan dan dicht, zo weet o.a. de Telegraaf ons te melden tussen alle songfestivalperikelen door. Niet dat ik een hekel heb aan school, en als de boel dicht gaat zullen wij  als docenten er toch wel zijn, maar zo’n onverwachte sluiting is een uitgelezen kans om ons eens volledig te bekeren tot e-Learning. Enige jaren geleden heerste hier in de regio Mond- en Klauwzeer en ook toen waren wij genoodzaakt de tent enkele weken te sluiten. Het aantal hits op onze internetpagina’s steeg tot astronomische hoogte, en zelfs de docenten en het management zagen het internet-licht en de geneugten die dat met zich meebrengt.

Ik mag dus ernstig hopen dat  het management de griepscenario’s reeds volledig heeft uitgewerkt en een grote rol heeft weggelegd voor Twitter en Electronische Leeromgeving. Vooral Twitter zal een enorme boost door maken, en als het nu niet lukt met  alle digitale zegeningen in het onderwijs, dan wordt het nooit meer wat, en zullen wij tot in lengte van dagen gedoemd zijn tot het krijtje en een stoffig schoolbord.  Die griep die gaat er natuurlijk komen. Gisteren las ik dat wanneer je niest, daarbij zo’n drieduizend miniscule druppeltjes verspreid worden waarin zich zo’n twintigduizend virussen bevinden, die allemaal naarstig op zoek gaan naar het dichtstbijzijnde menselijk wezen.

Het is ook gelijk een mooie gelegenheid om leerlingen langer op school te houden, zoals meneer Hans de Boer, voormalig voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid sinds vandaag graag wil. Ook al wordt het dan een virtuele school, waarin leerlingen op elk door hen gewenst tijdstip kunnen inloggen. Die aanwezigheid is eenvoudig te registreren, zodat iedereen eenvoudig aan z’n verplichte aantallen uren komt, en mocht een leerling de boel willen flessen door ondertussen iets anders te gaan doen, dan verplicht je zo’n booswicht tot het om het half uur indrukken van een toets of een moeilijk woord; zo wordt digitaal spijbelen een stuk moeilijker en leren ze en passant nog een beetje spellen ook.

Voor docenten met ordeproblemen wordt het ook een stuk makkelijker, scholen gaan enorm besparen op verlichting, verwarming, gebouwen etc, en kunnen in de toekomst volstaan met een serverkastje ergens bij de directeur thuis of zo. Vergaderen gaat allemaal middels de webcam, en ook hoogbejaarde docenten die eigenlijk alleen nog maar aan een infuus vegeteren kunnen weer ingeschakeld worden voor het bedienen van enkele knopjes op het toetsenbord. Zo bespaar je ook op ziektekosten. Op het moment dat iedereen weer gezond en wel naar school kan is het hele onderwijssysteem van een geldslurpend log apparaat veranderd in een geoliede digitale leeromgeving, die de student diens gehele leven verder begeleidt. Een Leven Lang Leren in optima forma.

Zo zie je maar weer: van elke bedreiging kun je weer een kans maken, en overdrijven is ook een vak.

  • Share/Bookmark

 


De Wondere Wereld van het Onderwijs!

Veel docenten hebben het niet zo op nieuwe ontwikkelingen; het kost tijd, te veel knopjes, het gaat kapot, getuur op een schermpje, dikke handleidingen en er komt geluid uit. Ach, er staat ons nog zoveel prachtigs te wachten! Daarbij worden mogelijk vreselijke dingen als competentie-leren, de veranderende rol van docent naar coach en de toenemende onbenulligheid van leerlingen tot onbetekenende bijkomstigheden. Ik vind onderwijs al leuk, maar het gaat nog oneindig veel leuker, uitdagender en fascinerender worden. Niet afhaken nu en nee, ik ben niet gek geworden. Wat we nu nog doen, is allemaal hopeloos ouderwets en achterhaald; een beetje roeren met een stokje in de educatieve modder uit de oertijd.

Als je ziet welke technologische mogelijkheden ons straks gaan helpen bij ons onderwijs, dan begin je spontaan te likkebaarden en te kwijlen. Hoe krijg je tegenwoordig aandacht van je leerlingen, wat trekt hen? Met alles wat interactief is, met wat ze zelf kunnen doen, waar ze zelf controle over hebben en vooral: als het maar beweegt en licht geeft. Wat dat betreft zijn we nog steeds oermensen: wij kijken verlekkerd naar glinsterende en glimmende kraaltjes, we staren geobsedeerd naar het eerste vuur, wat een hypnotiserende werking op ons heeft. Onze aandacht is gevangen en we vergeten de wereld om ons heen.

Hoe gaat straks bijvoorbeeld een gymles er uit zien? Je slaat tegen een digitale bal, de mogelijkheden worden onbeperkt voor een spelletje voetbal met echte spelers maar een holografische bal. Kijk naar het filmpje hieronder:

YouTube Preview Image

De smaak al een beetje te pakken? We geven straks aardrijkskundeles in een mysterieuze, half duistere ruimte met in het midden een grote wereldbol, die we als een soort planetenbouwer bedienen, alle kanten uitdraaien en waarmee we met een vingerbeweging inzoomen tot we ons eigen klaslokaal van bovenaf binnen zweven:

YouTube Preview Image

En ben je als docent een keertje ziek, of in vergadering, dan ben je voor je leerlingen altijd nog beschikbaar als hologram:

 YouTube Preview Image

Kortom: je zou haast willen dat je nog geboren zou worden, zóveel nieuwe ontwikkelingen staan ons nog te wachten. Leuk beroep hoor, onderwijzer!

 

 

  • Share/Bookmark

 


Mijn foto's op Flickr

    Interrail2010 (18) Egypte 2008: Market near Edfo Interrail2010 (99) Interrail2010 (2) P1040166 Egypte 2008: Have a seat Jerash 3 P1030146 P1030318