Ouderavond

‘t Is ouderavond. De school vult zich al ruim voor tijd met vaders en moeders, die allemaal wat onwennig aan hun bekertje koffie nippen en nu eindelijk de omgeving te zien krijgen waarover zoon- of dochterlief meestal niet anders weet te reageren dan met “O, wel goed, niks bijzonders gedaan!” wanneer gevraagd wordt wat er vandaag allemaal op school is gebeurd. Ik spreek nu over pubers, die op die leeftijd nu eenmaal altijd A moet zeggen als de ouders B beweren.  Aan de andere kant zijn ze de volgende ochtend allemaal wel weer vreselijk nieuwsgierig naar wat de leraar “over mij te zeuren had”. En als je ze dan een pluimpje geeft, dan zwellen ze van trots. Het blijven kinderen, tenslotte. Die ouders eigenlijk ook wel een beetje. Ook hier zijn er die te laat komen, gedoemd tot ongemakkelijke bankjes aan de zijkant, want de zaal is mudvol. Men heeft gelukkig nog interesse in wat het kind te wachten staat, ook al is het maar aan het begin van de schoolloopbaan dat je ze allemaal zo bij elkaar hebt. De volgende keer dat de zaal weer zo vol zit, zal zijn bij de diploma-uitreiking, over een aantal jaren, met daartussen nog wat tien-minutengesprekken, zo hoop je.

De docenten staan langs de zijkant van de aula, zien de volle zaal, lichting nummer zoveel van de vele die zijn gepasseerd, en zoeken naar gelijkenissen in uiterlijk en gedrag. “Ah, dat is vast de vader van Pietje, en die mevrouw zit er net zo bij als haar dochter. De directie spreekt. Het gaat over missie, visie, plannen, de onderwijsinspectie. De aanwezigen laten alles gelaten over zich heen komen. Stapels vaktermen, exameneisen, normeringen; het is lang geleden.

Heel braaf loopt men na de algemene toespraak met de mentoren mee naar de lokalen, en neemt afwachtend plaats achter de tafeltjes. Het is buiten al donker, de beamer zoemt, en bijna wordt het knus. Ouderavonden hebben altijd iets rustgevends vind ik. Zeker de individuele gesprekken, in de stilte van het bijna verlaten schoolgebouw, de leerruis verstorven, de boel aan kant, waar je hoort van huiselijke narigheid, echtscheiding, onhandelbare pubers, en gelukkig ook van ideale gezinnen vol pais en vree, die helaas steeds meer een zeldzaamheid beginnen te worden.
Dit keer heb ik ze allemaal. Een klas vol, dertig stuks zijn er op komen dagen, je geeft ze allemaal een hand. Je bent ineens weer een beetje de Meester. Soms zegt een leerling dat nog tegen je: “Meester!” en heel soms, waar ze dan gelijk van schrikken: “Papa!”. Ze voelen zich dan blijkbaar thuis. Da’s het belangrijkste, de rest komt vanzelf.
Die school moet een veilige plek zijn, een plek waar je alle leerlingen dat kunt bieden wat ze nodig hebben, of ze nou lijden aan ADHD, PDD-NOS, Asperger, dyslexie,dyscalculie,schizofrenie,Borderline, zelfmutilatie, NLD of noem maar op lijden, of dat ze doodnormaal of juist hoogbegaafd zijn: je krijgt ze allemaal bij elkaar en je dient er wat van te maken. De ouders zien soms net zuilke beren en bergen als hun kinderen. Wat gaat er allemaal gebeuren, gaat mijn kind straks wéér gepest worden, krijgt mijn kind wel de juiste aandacht, op de specifieke manier die bij zijn of haar stoornis hoort?  Je probeert een sfeer te creëren die je ook in de les hebt. Gezellig, een grap en toch aandacht.

Het gaat over mobieltjes. We moeten ons kind toch bereiken meneer. De herkenning wanneer het gaat over het eindeloze getuur op dat kreng tijdens de maaltijd. Eeuwig met dat mobieltje in de weer. Het gaat over huiswerk: er staat nooit niks meer wat in hun agenda meneer, hoe kan dat nu. Het gaat over reizen: mijn dochter moet al om vijf uur op voor die-en-die les. Over schoolfeesten: ik heb gehoord dat daar nogal gedronken wordt, houden jullie dat een beetje in de gaten. Worden er bij jullie ook drugs gebruikt. Hoe zit het met het pesten. Kunnen wij ook een bericht krijgen telkens wanneer er huiswerk wordt opgegeven. Die schoolboeken zijn zo duur, wat als ze nog geen boeken hebben. Moeten ze persé mee naar Barcelona, mogen ze op buitenlandstage als ze 15 zijn.

Grote zorgen, enorme zorgen, en voor iedereen terecht. Ouders geven tenslotte hun kostbaarste bezit in jouw handen. “U mag mij bellen als er problemen thuis met uw kind zijn”. Hilariteit alom. Dat moet ik dus even nuanceren, want voordat je het weet staat de hele week de telefoon roodgloeiend. Na afloop , om tien uur, de tijd vliegt, blijft er nog iemand dralen. Dan weet je: daar komt een groter thuisprobleem dan alle andere die je vanavond gehoord hebt. En ja, je hoort van plotseling geconstateerde kanker bij een ouder, een zware operatie in het verschiet met ongewisse afloop, en of we alsjeblieft rekening willen houden met het kind waarvan jij de mentor bent. Dat kind wat thuis al een paar weken zo vreselijk veel heeft gehuild en wat op school stoer en ogenschijnlijk onaangedaan door de gangen liep, waar het dolgraag thuis bij de zieke op schoot zou kruipen en roepen van “laat me nu niet in de steek, ik zit hier net op school en ik wil zo graag dat je weet hoe ik het hier doe”.

Het hoort er allemaal bij. School, een maatschappijtje in het klein, waar onze toekomstige bloem der natie wordt klaargestoomd voor de grote wereld straks. Een zwaar beroep, maar die leerlingen zelf, die willen allemaal wel. Er zitten etterbakken tussen, dictators, onderdrukte volkeren, politici, bankiers, minder bedeelden, criminelen, brave burgers, sporters en wereldverbeteraars. En het is heerlijk om daar samen met die ouders aan te schaven en te vormen. Dat er nog maar vele ouderavonden mogen komen.

YouTube Preview Image

Share

 


De grote boze wereld

Zo zit je zondags een beetje voor je uit te staren en je vraagt je af wat te gaan doen en wat er vanavond op tv is, en zó zit je diezelfde avond nog in het vliegtuig naar Brisbane, alwaar mogelijk ingegrepen moet worden om wat stage-lopend kroost tot de orde te roepen.
Want wat moet je als ouder. Loslaten natuurlijk, een beetje afstand nemen en van daaruit kijken hoe het vogeltje de wijde wereld verkent. Maar niet zo ver weg, dat het onzichtbaar wordt. 
Nu is dat makkelijk: alle jonge vogeltjes hebben tegenwoordig Hyves, Skype, Whatsapp en Facebook, daarbij niet altijd beseffend dat de ouden ook niet meer helemaal van gisteren zijn en dus op gezette tijden een bezorgde blik werpen op de tak waar het jonge vogeltje al stuntelend is geland en luidkeels piepend of twitterend de wereld verkent. 
En wat ze daar zien is niet altijd verheffend. Veel uitvliegende vogeltjes hebben tegenwoordig de onhebbelijke gewoonte om verder en onvoorzichtiger  te vliegen dan eigenlijk de bedoeling was, en dan is er altijd wel ergens een loerende kater op vogeltjesjacht of een ruit waar men zich tegenaan werpt. 

De ouders vliegen hevig schreeuwend boven het slachtoffertje rond, doen schijnaanvallen op de dader maar kunnen meestal weinig uitrichten. Een dag later lijkt de narigheid al weer vergeten en wordt noest gewerkt aan een nieuw broedsel. 
Helaas hebben wij, menselijke ouders, niet altijd de verstandelijke vermogens van onze gevederde vrienden, dat zou soms een enorme hoop zorg en stress schelen. Het is echter meer dan instinct. En als er een noodgeval dreigt te ontstaan, dan kun je niet anders, kost wat kost, er op afvliegen. Dan maar geen dure zomervakantie naar Indonesië , waar je drie weken voor dacht uit te trekken. In plaats daarvan binnen in een week heen en weer naar de andere kant van de wereld, het groot deel van de reis nachtbrakend, piekerend en peinzend in de meest krankzinnige houding in een vliegtuigstoel. Toch  word je zo wel gedwongen je gedachten even te ordenen en het gemaal tot rust te laten komen; misschien valt het allemaal mee, je hebt ze toch een keurige opvoeding gegeven, en zelf was je in je doen en laten vroeger ook niet altijd even fris op die leeftijd.
Zijn de gevaren tegenwoordig groter, zoeken we meer de grenzen op? Het maakt niet uit. Als ouder schiet je je kroost te hulp, als is het gevaar nóg zo groot en is de grens reeds lang overschreden. Geen berg te hoog, later ook geen ‘had ik maar’.
Snel vliegen dus, en hopelijk is het allemaal niet nodig, hopelijk heb je je veel te veel in het hoofd gehaald. 

Deel 1 zit er op. Doe Australië in drie dagen. Het vogeltje is gevonden en onder de hoede genomen. Zo’n reis, binnen 7 dagen,  42000 km via Amsterdam, Frankfurt, Singapore, Brisbane, Hong Kong, Londen, Amsterdam, is een ook een beetje een waanzinnige reis door je eigen geest, waar je in het zelfde razende tempo indrukken opdoet als in de buitenwereld. Je vliegt van de ene uithoek van je geest naar de andere, van laag naar hoog, van hoog naar laag. Vaders praten moeilijk met hun dochters, praten liever met zichzelf soms. Praten moet je leren, begrijpen moet je leren, invoelen moet je leren. Je zelf en je kind tegenkomen is een kunst, die ik nu in een snelcursus van zeven dagen heb aangeleerd. Verschrikt en eerst hulpeloos heb ik naar het vogeltje gezocht, en ook gevonden. Over een paar dagen vliegt het mee terug, op eigen kracht, maar wel naar huis. De goede richting.  

Share

 


Onderwerpen:

Laatste reacties

    • LEHTI: Herstel: Over kunst doe ik wel een uitspraak: onderstaand schilderij is erg mooi qua…. alles. Kan er...
    • LEHTI: Over kunst doe ik geen uitspraak. Ook heet ik geen Jelle of Nelle. Wel ben ik blij te lezen dat er opnieuw een...
    • Jeroen: Leuke blog! Kan mij dan ook volledig in je positie verplaatsen! Zelf ben ik ook echt gadget gek, kan dan ook...
    • Erik Boeschoten: Dank voor een heerlijk positief inkijkje in je praktijk. Dat is weer een onderwijspareltje online ;-)
    • Frank: Het lijke me eerder een probleem welke raampjes je gebruikt en hoe je ze afdicht. Twee glaasjes in formaat...

Archief