Auto kopen

autokopenOneindig veel moeilijker dan het kiezen van de juiste vrouw is voor een man toch wel de keuze voor de juiste auto.  Zo’n vrouw kies je – in het gunstigste geval – maar eens in je leven, op jonge leeftijd, wanneer je nog niks gewend bent maar een auto  slijt wat sneller op alle gebied, dus die moet vaker vervangen worden. Een auto is ook het enige in je leven waar je als man een zekere mate van controle over hebt: je duwt of drukt ergens op, en er gebeurt wat je mag verwachten. Een vrouw heeft dan toch meer iets van de eerste Lada’s: je duwt of draait ergens aan, en dan is het vervolgens zeer onvoorspelbaar of het beoogde resultaat ook bereikt wordt. Grillen, dwarsigheid, kwalen; koop geen Lada.

Een auto kopen is dus ook een mannending: de autobladen worden door mannen gemaakt, de programma’s op tv worden door mannen gemaakt, een vrouw mag hoogstens als lardering wat schaars gekleed op een motorkap rondkronkelen. Nu ben ik zo beïnvloedbaar als het maar zijn kan, dus leg zo’n juffrouw op het plaatwerk en ik koop mogelijk dat model ( de auto ), maar hier in dorpje B. op de Veluwe, midden in de BibleBelt zou zulks een waar volksgericht veroorzaken en ik voel me hier soms toch al zo’n nieuwerwetsche westeling uit het boze westen., en in feite ben ik dat als Haarlemse mug ook.

Mannen hebben zeer kleine hartjes, zijn volslagen hebberig en willoos en kicken in heel veel dingen puur op uiterlijkheid. Een dankbaar object voor handenwrijvende autoverkopers, die in drommen op zo’n volslagen technisch onbenul als ik zelf ben afstormen. “Hoeveel pk heeft uw huidige wagen?” Weet ik weel, als iemand zegt dat het er vijf zijn geloof ik dat, en als het er vijfhonderd zijn geloof ik dat ook.  Een beetje verkoper kan mij dus alles wijsmaken. Ik rij dan ook al weer een aantal jaren in een Zafira, de typische docentenauto,  bij steeds dezelfde garage, want mannen vertonen  ook nog eens zeer weinig durf, wanneer het gaat om het overstappen naar een ander merk en dus een andere garage.  En garages, dat is de vijand, die lichten je op en maken je alles wijs, die ogen van zo’n gladde verkoper boren gewoon dwars door je heen, je hóórt hem denken: daar heb je weer zo’n sukkel. En zo’n sukkel ben ik. Twee auto’s ( heule grote, want passend bij ego ), heb ik al naar de Filistijnen geholpen doordat er een rood lampje ging branden, maar wat ook weer vaak wel uit ging, dus blijkbaar tóch niets aan de hand.

Er viel dus vorige week een reclamefoldertje in de bus wat € 2000 extra boven op de inruilwaarde van mijn huidige auto beloofde, bij aanschaf van een nieuwe Opel, plús een tankpas van €500, plús bi-fuel  upgrade ( Watte?) , plús nog iets, maar ik weet niet meer wat dat was. Alléén deze week geldig, dus snel beslissen, waarschuwde het epistel.  Ja dan sta je dus in dubio. Ineens was de oude auto erg wrakkig, viel de bodem er ongeveer uit, zouden de remmen wel eens kunnen weigeren, werd de auto veel te groot nu de kinderen het huis uit waren  en was het parkeerlampje stuk, en alleen het idee al dat ik zoiets zelf zou moeten kunnen vervangen bezorgde me al slapeloze nachten. Weg met dat wrak dus, maar hoe kleed je nu zoiets aan zó, dat je vrouw daarin een beetje meegaat? Ik hoef bij haar niet met hippe kleuren of modellen aan te komen, en vrouwen kunnen zó vreselijk ontmoedigend reageren wanneer jij met krampachtig blij gezicht allerlei voordelen van het bezit van een nieuwe bolide ( ja niet helemaal nieuw hoor) op somt. Je haalt foldertjes in huis, je mist halve conversaties door je getuur in autotests op je iPad, en je komt met allerlei half onderbouwde berekeningen over voordeel in verbruik en kosten waarbij een beetje VVD-staatssecretaris van Financiën  zou verbleken. Je hebt het object van je dromen in de garage zien staan, en er gruwelijk trots een proefritje in gemaakt, waarbij je denkt dat alle medeweggebruikers naar jou kijken, en je bent inmiddels zó verblind door pure hebberigheid dat de nadelen en de gebreken die je in de diverse reviews óók tegenkomt, volledig verbleken of als klinkklare leugens beschouwd worden. Een beetje mijn nieuwe auto-in-spé afkraken, zeg! Je rijdt er natuurlijk even mee naar huis -de hele straat hangt amechtig uit de ramen – , je vrouw komt naar buiten en merkt op: “O, hij is tenminste kleiner dan de vorige” en gaat weer naar binnen om iets onnozels te doen. Deceptie, deceptie. Ik moét die auto gewoon hebben, dat budget, ach, als je een beetje rekent, en liefst creatief, dan kom je als je nog dertig jaar in dat ding rond rijdt, toch nog redelijk voordelig uit.

Nachten wakker  en in bed liggen woelen, sinds die stomme folder in de bus rolde, de tijd tikt voorbij, het kan alléén deze week nog, daarna nooit meer. En de vrouw maar zoet slapend naast je; die wil gewoon niet begrijpen hoe moeilijk de man het heeft, welk een zware last er op zijn schouders rust. Vrouwen komen echt van een andere planeet. Eentje waar geen auto’s rijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 × drie =