Begrafenis

Stralend weer, een zon-overgoten landschap, en ik was op een begrafenis. Geen begrafenisweer: nevelig, regen, guur, ergens in november. Een collega was gestorven, na tweeëneenhalf jaar vechten tegen de kanker die onoverwinnelijk bleek. Terugkomend van vakantie, was daar een mailtje. Afgelopen vrijdag was hij gestorven. Op dat moment wandelde ik ergens over een stil strand langs de Golf van Aqaba, genoot van de vakantie, van de onmogelijk blauwe zee, de warme woestijnwind die over het water vanuit Saoudie Arabië kwam aanwaaien. Weg van alles, of je in een andere wereld was. En thuis overleed op die dag een collega, met wie je jarenlang had samengewerkt, en waar je tijdens je vakantie helemaal niet aan dacht.
Die eerste maandag op school merkte je het bij het binnenkomen: er was iets gebeurd, en je wist eigenlijk al direct: hij is dan toch overleden. Aan de meeste leerlingen gaat zoiets voorbij. Slechts een enkeling kende hem nog, had nog les van hem gehad. Ze speelden met hun mobieltje, hadden lol en maakten grappen. Toetsen hielden hen bezig, het einde van het schooljaar is een hectische tijd voor leerlingen die niet weten hoe te plannen en die alles uitstellen tot het laatste moment. Voorjaar, hormonen in de lucht. Wie is er dood? O, die ken ik niet. Hebben wij dan vrij, meneer, als de begrafenis is? Dood en pubertijd, dat is een slechte combinatie.  Jongeren en dood ook. Ooit had ik een leerling, zestien jaar was hij, die had leukemie. Daar lag hij in het ziekenhuis in Amsterdam, op een afdeling waar je achter de ramen allerlei jongeren zag liggen, in kamers die zij nooit meer zouden verlaten. Het hoofd kaal, de eens zo stoere knapen en meiden omgeven door kinderknuffels en tientallen kaarten aan de wand, groeten uit een andere wereld die nooit meer de hunne zou worden.

Ik kan daar heel slecht tegen: kinderen in een ziekenhuis. Zoiets hoort niet, zoiets is onnatuurlijk. Je betrekt het altijd op je eigen kinderen. Jongeren maken vaak morbide en groffe grappen over de dood. Het is  iets wat niet bij hun doen en laten past, dan kun je er om spotten. Tot het hen zelf raakt.  Op die momenten leer je wie je echte vrienden zijn. Dat zijn uiteindelijk niet je Hyves-vrienden, die honderden vluchtige contacten. Hyves is ineens niet zo belangrijk meer; toch vind je op dergelijke netwerken soms intrigerende uitingen die alles te maken hebben met de dood, met het overlijden van een vriend op Hyves of Facebook. Sommigen leven door op Hyves, zelfs een jaar na hun dood zijn hun profielen nog te bekijken, kun je nog krabbels achterlaten, heb je ‘contact’. Leven na de dood op Hyves of Facebook, hoe bizar.  Hyves als het hiernamaals.

Die leerling van toen, die is al jaren dood. Je zult niets van hem op internet vinden, er was toen zelfs nog geen internet. Ik moest daar aan denken tijdens de begrafenisdienst, in dat zonnige kerkje in Bennekom, waar een koor opwekkingsliederen zong en waar een zee van bloemen op de kist lag. Voor die collega geen hiernamaals op Hyves, maar een echte hemel na dit aardse bestaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

zeven + 20 =