Per seconde dommer

Al ongeveer sinds het ontstaan der mensheid draait op de televisie, het medium wat zoveel weldaad maar in toenemende mate zoveel treurigheid over ons uitstort, de quiz “Per seconde wijzer”.  Een intelligent programma met lastige vragen, en de allerlastigste kunnen worden opgezocht. Vroegâh in een degelijke encyclopedie, tegenwoordig natuurlijk vooral op Google. Daarna klinkt het belletje: gevonden! Een prijs van een paar duizend euro als beloning. Daar trek je geen miljoenen kijkers meer mee, want we willen tegenwoordig weer brood ende spelen, zoiets doet het beter bij de massa, die steeds meer massa begint te worden.

Google is stukken van onze hersenen aan het vervangen. We zoeken pas iets op op het moment dat we het nodig hebben, en dan luiden we het belletje. Daarna slaan we die gevonden informatie niet meer op, maar drukken gewoon weer op delete. Tijd is geld. Stop een doorsnee student in Maastricht in een auto, en geef hem opdracht om naar Groningen te rijden. Wanneer de Tomtom ( een nieuw zelfstandig naamwoord ) uitvalt, zal hij of zij mogelijk eindigen in Parijs. Met het uitvallen van de nieuwe media valt onze hersencapaciteit uit. Wanneer Facebook of Hyves door een storing plat liggen, zijn we 500 of meer vrienden kwijt. Eenzaam en verloren. Wat nu?

De mens stamt af van de aap tot de Neanderthaler, of van Adam en Eva, of welke religie of overtuiging wij maar aanhangen, en evolueert in een opgaande lijn qua lengte en kennis. Die kennis krijgen wij op allerlei manieren aangeboden. Een puber krijgt nu op één dag meer informatie te verwerken dan een Middeleeuwer gedurende zijn hele leven; zoiets kan natuurlijk niet altijd goed gaan. Plaats een kind in een kamer tot aan de nok toe gevuld met snoep en het eet zich ongetwijfeld misselijk. Ga je gang. Eet maar, vreet maar. En dat doen we dus ook. De maatschappij is de kamer, wij zijn de kinderen, en het snoep is de wereld om ons heen. Wij graaien zoveel mogelijk bij elkaar, proppen het in onze zakken, rukken verpakkingen half open, nemen overal een hap van en smijten de rest weg, want er is zoveel meer. Wat we niet lusten, spugen we uit. Meer, meer, steeds groter, steeds extremer, want niet genoeg. De kater komt morgen.

Grenzen dienen overschreden te worden, want anders worden we belemmerd in onze ontwikkeling. Regels, dat is iets voor oude mensen. Alles mag, alles kan, alles móet kunnen. Grenzen verleggen. Kennis vergroten.  We kijken met honderdduizenden naar talentenjachten waarin men kok, zanger of musicalster gaat worden. We genieten via infrarood van een programma waarin wildvreemden in een stikdonkere kamer aan elkaar gaan graaien om vervolgens een stel voor het leven te vormen. We schateren mee om puistige pubers, die door een “vakkundige jury” waarin lieden als Gordon zitten, tot de grond toe worden afgefakkeld omdat ze hun uiterlijk en mimiek nog niet mee hebben. Gaat het slachtoffer in kwestie vervolgens publiekelijk zijn beklag doen, dan wacht hem een boete van John de Mol.  We juichen wanneer kandidaten om een geldprijs levende maden verorberen of een wildvreemde een minuut lang vol in de mond zoenen terwijl die een groot stuk schuurpapier aan het gezicht bevestigd heeft.

We gaan de weg op met een honkbalknuppel, een riek of een pistool op de achterbank, en we gaan vól op de rem wanneer een ander te dicht achter ons zit of wanneer we een kist met geld over het asfalt zien waaien. Kwetsen is de nieuwe norm, het korte lontje vormt het nieuwe karakter. We graaien waar we kunnen: op Google, bij elkaar, van elkaar , uit de geldpot, in de kamer gevuld met snoep. Zo zappen we onze dagen door.

In de Volkskrant stond vandaag een artikel over iemand die een nieuwe draai aan zijn carrière had gegeven door loopbaancoach te worden. Nu was ik in mijn huidige werkkring een tijdje ICT-coach, en dat stond ook op mijn twitter-account vermeld. Prompt werd ik gevolgd door een leger coaches, die blijkbaar allemaal hoopten een draai aan mijn loopbaan te geven of een collega te treffen. De nood in coach-land moet hoog zijn. In het boekje “Bullshit Management” las ik dat de ene heft van Nederland door de andere helft van Nederland wordt geadviseerd hoe zich te gedragen, voor een flink honorarium uiteraard.

De loopbaancoach in kwestie organiseert nu “bezinningsreizen” voor mensen ( managers ) die geen voldoening meer vinden in hun werk. Deze slachtoffers kunnen een 9-daagse reis boeken naar Ethiopië, a raison van maar liefst 3000 euro. Doel is om daar tot verhelderende inzichten te komen, te relativeren en – eenmaal thuisgekomen – mogelijk alle luxe overboord te gooien of juist nog meer luxe aan te schaffen, alles in elk geval met nieuw elan.

Negen dagen, 3000 euro, daar kun je jezelf toch goed van fêteren, zeker in een land als Ethiopië, waar het grootste deel van de bevolking ver onder de armoedegrens leeft. De loopbaancoach verdedigt zijn business door te stellen dat men niet naar zielige en arme mensen gaat kijken, maar dat men wel leert dat je ook met minder tevreden kunt zijn. Nu weet ik nog wel meer mensen die aan bezinning toe zijn, maar gezien hun financiële positie zal dat vermoedelijk bij een weekendje op de camping in Bakkum blijven.  Die vormen voor de loopbaancoaches natuurlijk geen interessante -lees lucratieve- markt.

Misschien moeten we allemaal maar eens een tijdje op bezinning, gewoon bij onszelf, in de achtertuin of op het balkon. Even de tijd stop zetten in de Per seconde wijzer quiz.  Echt eens even na gaan denken. Over waar we mee bezig zijn. Ons onderwijs bijvoorbeeld. Men zoekt voortdurend naar nieuwe uitdagingen, naar vernieuwingen, verbeteringen. Ik sprak laatst een collega Nederlands in den lande die notulen van een teamvergadering gevonden had. In anderhalf kantje stonden 52 taalfouten…
Onze regering maakt zich zorgen over de kwaliteit van ons onderwijs, de peiler waar onze maatschappij op rust. Het niveau van Nederlands en rekenen moet dringend omhoog. Kwalificerende toetsen op de computer. Zo stond ik dus in het onlangs weer begonnen schooljaar met een klas van 33 MBO-pubers in een ruimte waar 17 stokoude pc’s en tafeltjes gereed stonden. Geen bord, geen bureau. Ernstig verlangend naar een luchtverversingssysteem waarin ook een Ritalin-vernevelaar was geïntegreerd. Ik neem het mijn school niet kwalijk, want tegelijk met de kwaliteitsverbetering moet er in het onderwijs ook bezuinigd worden, en bijvoorbeeld de aanschaf van de JSF’s, de steun van de grote banken en bedrijven moet toch ergens uit bekostigd worden. Dus halen we dat geld weg bij onderwijs, chronisch zieken, bij zorg, bij cultuur en bij minder draagkrachtigen, bij hen bij wie een staking geen economisch effect heeft. In het onderwijs wordt niet gestaakt, in de zorg niet, en mensen zonder baan of in de WAO en AOW staken ook niet.

We voeren mensen als Wilders en bieden de ontevredenheid, het korte lontje, het kwetsen als norm, de totale geestelijke en intellectuele armoede en daardoor de tweedeling in de wereld een steeds breder platform.

We worden per seconde dommer, lijkt het wel. “Dat is typisch een opmerking voor een ouwe lul”, zullen sommigen denken. En wanneer ik het had gehad over een “oude penis” was ik helemaal voor gek versleten. Wie zegt nou zoiets. Dat hoort niet, in deze tijd.

Per seconde dommer. Dat is natuurlijk niet zo. Die hersencapaciteit wordt echt niet minder. We zetten hem alleen verkeerd in. En dat levert foute antwoorden op. Dat kost ons de overwinning. Wat meer tijd nemen dus, weer eens even goed nadenken over onze antwoorden op de volgende lastige vraag in Per Seconde Wijzer: “Komt het allemaal nog goed?”

 

4 antwoorden op “Per seconde dommer”

  1. Hear hear!
    Alleen heb je de verkeerde naam bij de verkeerde quiz, dat is een beetje jammer, zeker omdat het een goed stuk is en je zo’n leuke titel hebt! Je bedoelt 2 voor 12.
    Groet, Marion

  2. Nee hoor, er is hoop (even een knuppeltje tussen de hoenders smijten).
    Na het generaal pardon zijn er veel jonge medelanders met spoed gaan studeren. Ze hebben geen zin of tijd om zich vol te laten lopen met alcohol, zoals veel Nederlandse studenten (en dertig en veertig en vijftigplussers trouwens ook), normaal lijken te vinden. Hun hersens werken prima. Vooral veel vrouwen maken een inhaalslag. Het onderwijs wordt uitgekleed, maar over tien jaar zijn het de hardwerkende medelanders die onze doktoren, rechters en, hopelijk ook, de beleidsmakers zullen zijn. Zij kennen uit eigen ervaring de manco’s van het onderwijs. Laat al die coaches en loopbaanadviseurs maar door blijven gaan met rondpompen van geld (of het uitgeven in landen waar het de economie aldaar wat oppept). Het past geheel in deze tijd. ‘Ik weet het even niet, los jij het maar op’. Maar degene die ècht kennis wil vergaren, die weet die kennis heus wel te vinden. En of hij of zij die kennis dan ook onthoudt, zal me eerlijk gezegd een worst zijn. Want wat historici en artsen vroeger ‘wisten’ was ook toen maar een beperkte selectie van alle kennis die er is (en die kennis is, in vergelijking met vijftig jaar terug, enorm). Dus kritisch zijn en weten wáár de nodige kennis te halen, is een groot goed. Evenals het inzicht dat niemand ‘de waarheid’ in pacht heeft. Er zijn altijd meerdere kanten aan een zaak. Dat ik wel de slag bij Nieuwpoort maar niks over het afzetten van de vorst van Timboektoe weet of wat er in 1850 in Peru gebeurde, maakt mij geen wijzer of beter mens. Tweedeling?, Korte lontje? We voeren helemaal niemand. We worden ingehaald door de tijd. Dus over welk overwinning heb je het? Het komt allemaal echt goed. Alleen niet op de manier die ons oude lullen de meest logische lijkt of de manier waarop sommige politici ons willen laten geloven. Ik ken goed gemotiveerde nieuwe leraren, die het compleet anders doen mijn generatie en ik sprak onlangs iemand die bij een hulpverleningsorganisatie werkte voor en door (hoogopgeleide) Marokkaanse vrouwen. Overhead? 10% procent! Hulde! Ik zegde die sector vaarwel omdat ik geen zin had 80% van mijn tijd te rapporteren over jongeren die ik zelden zou zien. Maar het tij gaat keren. De nieuwe generatie is niet dom. Wel anders. dan wij…als ons…. 🙂

    Tot slot, het is fijn dat Tomtoms soms uitvallen. Dan kunnen mensen weer eens ouderwets verdwalen. En dat leidt (lijdt?) dan vaak weer tot verrassende (ja ja, twee keer ‘r’ weer en ‘s’) ontmoetingen. Maar dat ik nu ook virtueel kan verdwalen tot de mogelijkheden behoort, vind ik fantastisch. Anders had ik nooit kennis kunnen nemen van dit mooi geschreven stuk van Wauwel. Dank. Ik zet de knuppel weer netjes bij de deur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 × 3 =