Computertoets

Vandaag had ik de eer onverwachts te zijn ingeroosterd bij een proeftoets van het Cito, waarbij de kennis van Nederlands op het MBO wordt getest. Enkele lieden ergens in de top van ons onderwijsinstituut hadden gemeend dat het wel aardig zou zijn als onze leerlingen daar ook aan mee deden, want de beheersing van de Nederlandse taal is op het MBO enigszins twijfelachtig, laat ik me maar voorzichtig uitdrukken. Enkele dagen van te voren werden  de leerlingen en ik dus verblijd met mailtjes waarin een en ander werd aangekondigd, en voor verdere uitleg kon men zich wenden “tot je docent”. Gelukkig kreeg ik gistermiddag nog een mailtje – na enig aandringen – waarin iets meer uitleg stond, dus welgemoed toog ik vanochtend naar het computerlokaal.

Nu kunnen digitaal toetsen en de apparatuur waarop dat moet worden uitgevoerd elkaar op menig school behoorlijk slecht verdragen; iedereen die in het onderwijs hiermee te maken krijgt, zal dit kunnen beamen. Bij mij was het vandaag dus al niet anders. Terwijl het bevoegd gezag  zich ijverig op ander heel belangrijk werk stortte en de verdere uitvoering van de test aan de surveillant overliet, kreeg ik te maken met een grote variëteit aan technische en logistieke problemen. Nu heb ik gelukkig de nodige kennis van ict, maar ik vrees met grote vreze voor  de gemoedsrust van enkele collega’s die iets minder vaardig op dat gebied zijn, en voor wie het surveilleren nog op de rol staat.

Allereerst was  een redelijk gedeelte van de klas niet aanwezig, want geen mail gelezen en zo. Van de overige leerlingen konden er een stuk of drie niet inloggen op het netwerk, “terwijl dat vroeger altijd wel ging”.
Dan hadden enkele kwaadwillende lieden in de dag ervóór gemeend op slinkse wijze de toetsjes van de toetsenborden te moeten verwisselen, zodat voortdurend bij een vijftal leerlingen de gebruikersnamen en wachtwoorden niet werden geaccepteerd. Vóórdat je zoiets in de gaten hebt, ben je ook weer vijf minuten verder. Tot overmaat van ramp bleken drie leerlingen helemaal geen toegang tot de Cito-toets te hebben, omdat degene die de gegevens had ingevoerd hen blijkbaar had vergeten of verkeerde lettercombinaties had gebruikt.
Zo was het dus op een gegeven moment een komen en gaan van zenuwachtige onderwijsbeambten, die allemaal meenden dat de fout bij een ander lag en die zich al bellend en turend in lijsten ernstig zorgen maakten over de voortgang van het digitale onderwijsleerproces.
Gelukkig kon ik alles met een minzaam lachje van een afstand aanschouwen, de handen wassend in onschuld, want vandaag was ik slechts een simpel uitvoerend instrument  in deze digitale rampspoed. Je moet op zo’n moment natuurlijk vooral geen leedvermaak tonen naar de bedenkers van dit alles, want dat komt je op verhitte blikken en mogelijk een functioneringsgesprek te staan. En het resultaat daarvan wordt dan ook weer ergens in een of ander digitaal zwartboek opgeslagen.

Vroegâh, ja , toen was het leven nog simpel. Een eenvoudig proefwerkje op papier , waarbij de cijfertjes nauwgezet in de docentenagenda werden genoteerd en bij de rapportenvergadering  ( die ook vrijwel uitsluitend over cijfers ging )  werden besproken. Nooit gehoord van systeem- of internetuitval tijdens cruciale toetsen, lappen tekst werden toen nog gewoon van papier gelezen in plaats van 120 minuten naar een beeldscherm turend. Er was voor het afnemen van de toets geen begeleidend schrijven van 120 kantjes uit Den Haag.
Je kon nog ouderwetsch spieken. Ooit heb ik eens net zo lang met een passer in een tafel zitten boren tot ik een gat had gefabriceerd waar doorheen ik naar een spiekbriefje op mijn knieën kon turen. Of – wanneer je het geluk had naast de luxaflex te zitten- je schoof je boek gewoon open op de vensterbank en gluurde door de lamellen naar de tekst. De langs lopende docent had door het hoogteverschil niets in de gaten.  Het meisje voor je trok haar schouders naar voren, zodat ineens het spiekbriefje onder haar wat doorschijnende blouse zichtbaar werd.

De leerling van tegenwoordig heeft het zwaar met al die digitale toetsen. Mobieltjes mogen niet aan in de les, rekenmachines met handige kijkvensters zijn niet toegestaan en met een druk op de knop worden de digitale vragen van je buurman in een totaal andere volgorde getoond. Bovendien toont de ingebouwde plagiaatcontrole genadeloos van welke klasgenoot of website je je tekst hebt gejat. Het enige voordeel: wanneer je in vroeger tijden klaar was en je mocht het lokaal nog niet verlaten, dan moest je maar een beetje stommig voor je uit gaan zitten kijken. Nu doe je gewoon je MSN, of je speelt een van de honderden spelletjes die er online te vinden zijn. Vervelen is er niet meer bij. Afraffelen van de eigenlijke toets daarentegen wel, want het internet lokt.

De toetsweek anno 2011 is er nog steeds eentje om met angst en beven naar uit te kijken. Angst over de vraag of de stof nu wel beheerst wordt of niet. Maar nog veel meer beven en bijna wanhoop bij de vraag of de techniek je niet in de steek laat. Aan Onderwijs 2.0 zal nog heel wat gesleuteld moeten worden.

2 antwoorden op “Computertoets”

  1. Mooie blog uit het dagelijkse onderwijsleven gegrepen.Ongelofelijk dat dit anno 2011 nog steeds kan gebeuren. Ik wens je nog vele onderwijs 2.0 momenten toe. Of het onderwijs er beter van wordt is de vraag, maar mijn avond in ieder geval wel 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie × 4 =