Dag collega!

Zo’n tien jaar lang zit je samen op één kantoortje ( nou ja, hokje ) met dezelfde collega, en dan kom je vandaag daar binnen en is zijn plek, die altijd een enorme chaos was, ineens leeg. Andere baan, nieuwe uitdagingen, stukje jonger, dus nog kansen in het onderwijs.
Beetje onwennig wel, zo’n opgeruimde kale plek, en het is maar weer afwachten door wie die wordt ingenomen. In tien jaar leer je elkaar goed kennen, en heb je in allerlei situaties aan een half woord of een gebaar genoeg om te weten wat de ander bedoelt. Snel even een lesje van elkaar overnemen, omdat er boodschapjes moeten worden gedaan of gewoon een middagje vrij. Even gauw een toets kopiëren die de ander vergeten heeft te maken.
Een stuk rustiger dus nu. Ruim de helft minder telefoontjes, de helft minder storing. Ook veel minder in het leven teleurgestelde meisjes, die schuchter of geregeld in tranen eens even kwamen uithuilen. Elk jaar waren daar wel enkele treurige gevallen bij: een bijna blind meisje, met ernstig aangetast gezicht, waarvan de ouders niet de moeite namen om haar na het uitvallen van de treinverbinding even te komen halen. Een ander die schuchter over haar plannen voor het komend weekend kwam vertellen en over hoe lief haar paard, blijkbaar haar enige vriend, wel was.

Je zou ze stuk voor stuk in huis willen nemen en een veilige haven bieden. Ja, niet alle Nederlandse jeugd brengt het weekend door met jong en mooi wezen, feesten en beesten.
Het zal dus even wennen zijn nu… snel even wat spullen toegeëigend die anders toch maar door een andere collega zullen worden ingepikt: eindelijk een schaar in mijn bureau, een nietmachine. Plundra! En eindelijk mijn kopieerpasje weer boven water.

Maar toch had ik liever mijn collega hier weer terug gehad. Zo gaat dat in het onderwijs: het is komen en gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie × een =