Bedank je leraar. Dank je stichtelijk

Het is bijna Dag van de Leraar. Mijn vrouw en ik in juichstemming, want beiden docent. Na weer een jaar lang door Den Haag als het kneusje en het afvoerputje van de maatschappij te zijn weggezet, mogen we op de Dag van de Leraar weer van ons One Day Moment of Fame genieten, en worden we in de aanloop daar naar toe bestookt met tweets van het Ministerie van Onderwijs:
bedankjeleraarAl 1400 Nederlanders, op een bevolking van ruim 16 miljoen, en bij die 1400 natuurlijk ook een stoetje politici en BN-ers die allemaal het vriendelijke doch dringende verzoekje hebben gekregen om iets zinnigs over hun oude ( maar vooral niet té oude want niet hip) leraar te zeggen.

Terwijl ik dit schrijf is mijn vrouw, twee dagen per week werkzaam in het basisonderwijs, bezig een nieuw computerprogramma te doorgronden. Ga naar de site van BlaBla, vul je gebruikersgegevens in, en bewerk de leerlingenkaarten. Twintig minuten per leerlingenkaart, maar goed, dat zal de gewenning zijn.. Daarna de lesvoorbereiding voor maandag, de gegevens op het klasse-intranet aanpassen en op de schoolsite met weer andere inloggegevens, dan de correctie , dan de overlegmail voor de collega die de andere dagen van de week werkt, en vandaag dan maar niet naar de theatervoorstelling waar de school bij betrokken is, en afgelopen week op de vrije dagen maar eens niet naar het schoolkorfbaltournooi in de avonduren want op de andere vrije dag al weer naar een instructie van nóg een ander computerprogramma waar schoolbesturen zo graag mee lijken te pronken geweest.  Volgt u me nog? ’t Is soms wat warrig ja, in het onderwijs.

Gelukkig kunnen we ons in onze vrije tijd helemaal suf vermaken met lesjes in elkaar knutselen voor het digibord, of congressen bezoeken met inspirerende sprekers, of kunnen we ons nascholen middels een overvloed aan cursussen zoals bijvoorbeeld de cursus “Informeel Partnerschap met Ouders van Schoolgaande Kinderen”, waarbij ook de “Vijfstappendans” besproken en geoefend zal worden.
Zelf zou ik – als ik mij verveel- om de twee jaar voor de herhalingscursus voor gecertificeerde assessoren kunnen opdraven, want hoe je met behulp van een aftekenlijst met daarop 80 punten  moet leren hoe je een leerling moet beoordelen die voor zijn of haar Criterium Gerichte Interview  op de juiste ergonomisch verantwoorde wijze een paaltje in de grond slaat, zoiets is natuurlijk steeds aan verandering onderhevig.

Gelukkig kom ik daar niet aan toe. Ik geef namelijk Nederlands op een MBO, en een examenklas krijgt dat vak 18 weken lang gedurende twee uur per week. Van de inspectie moet ik in die 18 weken 5 toetsen afnemen en beoordelen, natuurlijk ook weer aan de hand van uitgebreide lijsten. Ze krijgen Kwalificerende toetsen Schrijven ( “Trek  per onderdeel niet meer dan 5 punten voor schrijffouten af”). Verder mogen ze gedurende de toets “Gesprekken voeren” 20 minuten met elkaar over koetjes en kalfjes praten, waarbij ik beoordeel , en ze mogen ook een praatje alleen houden, in de toets “Spreken”. Ter verhoging van de feestvreugde moet daarna ook nog getoetst worden op “Lezen” en “Luisteren”. Op de computer natuurlijk, en de avond ervoor maar een rituele dans uitvoeren om de computergoden gunstig te stemmen in de hoop dat de boel niet wéér uit valt.

Zo’n druk toetsschema is wel handig, want aan gewoon lesgeven en theorie behandelen kom je eigenlijk niet meer toe. De uitleg van het Kofschip -“Huh? Nog nooit van gehoord meneer! “-  aan de eindexamenleerlingen  komt er dus wat bekaaid van af. Alle resultaten moet ik vervolgens invoeren in computerprogramma nummer zoveel ( een beetje docent werkt tegenwoordig met vijf verschillende systemen waar iets ingevoerd moet worden ) .
invoerenIk log in, zoek naar cohort, prestatiedossier, bekijk de relaties, de resultaatstructuren, beheer de signalen, check de signaleringsgroepen, controleer de signaleringsdeelnemers, bekijk de toetsfilters en voor de zekerheid werp ik nog een blik op de homepage settings.

Buiten de lessen om hebben we dan nog gesprekjes met onze leerlingen: “Juf, ik moet iets heel ergs vertellen; mijn ouders zeggen dat als ik me zo blijf gedragen, dat ik dan naar een pleeggezin moet en dat gezin is heel erg streng. Wat moet ik nu?”  en “Meneer, ik ben vanmorgen door mijn ouders het huis uit geschopt en mijn boeken liggen nog thuis en ik zie het allemaal dus echt niet meer zitten”. Ondertussen moet je eigenlijk naar een vergadering.

We worden dus bedankt. We krijgen misschien een gebakje, en op dat moment van grenzeloos genot vind je misschien even tijd om met de ambulant begeleider van rugzakleerling nummer 21 te praten, want die leerling heeft in de les veel prikkels nodig, en dat wordt een beetje lastig als die leerling naast een andere leerling zit die absoluut niet te veel prikkels kan verdragen.

Misschien blijft er aan het einde van de dag nog een momentje over om in de media te lezen dat we het helemaal niet goed doen, dat we ouderwets bezig zijn, dat we altijd maar zeuren, dat we een hekel hebben aan vernieuwingen, dat we onze targets niet halen, dat we te lange vakanties hebben, dat we ongeveer achterlijk zijn omdat we niet juichend met een iPad door de klas lopen te zwaaien. Dat we veel meer naar hippe onderwijsadviseurs en -vernieuwers moeten luisteren, dat we ‘quick wins’  moeten creëren, dat we meer aan brainstormsessies en met-de-benen-op-tafel-sessies mee moeten doen, dat we koplopers moeten zijn, dat we visie moeten hebben en inspiratie moeten opdoen, dat we kansen en uitdagingen in plaats van bedreigingen moeten zien.

Zeur ik nu? Vermoedelijk wel. Zo af en toe is dat gewoon even nodig. Maar maandag, op de Dag van de Leraar, als ik mijn gebakje naar binnen heb gewerkt, en weer eenmaal voor de klas sta en  dan ben ik weer in mijn element. Tussen mijn leerlingen, ver weg van alle rompslomp. Gewoon lekker lesgeven en lekker werken. En dat doen ze eigenlijk best wel graag.

Eén antwoord op “Bedank je leraar. Dank je stichtelijk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × een =