Dagje Teambuilding….

Wij hadden vandaag een dagje teambuilding. Elk zichzelf respecterend onderwijsmanagement zorgt er voor dat tenminste één keer per jaar de diverse docententeams in het kader van teambuilding een potje kunnen ontspannen. Zo is hen dat door dure adviesbureaus op het hart gedrukt, en de wil van onderwijs-adviesbureaus is wet, dus zo geschiedde. Dat builden kan op allerlei manieren.  Je kunt ergens in het pand een leegstaand lokaaltje betrekken en met je personeel de zaligheden van het competentie-onderwijs bespreken, afhaal-chinees toe, of  je reist af naar een – heel trendy –  kookstudio in den lande, in dit geval ergens op een industrie-terreintje in Nunspeet. Doel van deze dag: tapas maken, en vervolgens gezellig consumeren.

Nu had ik gruwelijke herinneringen aan een soortgelijke activiteit die wij ooit eens tijdens de jaarlijkse personeelsdag mochten plegen. Na een aantal zware uren op een veel te kleine waterfiets door de Zwolse grachten ploeteren, mochten wij ons vervoegen bij een soort kookcafé. Eind van de middag, dus de stemming was reeds tot ongekend jolige hoogte gestegen – zeker bij onderwijsgevenden gaat het er dan bijzonder lollig aan toe –  en het aanwezige restaurantpersoneel deed daar nog een schepje bovenop. Zo strompelde ik dodelijk vermoeid met mijn geschaafde waterfiets-knieën een duister trapje af, nog onwetend van de verrassing die het organiserend comité ons bereid had, om te belanden in een soort keuken waar enkele blije koks ons in vol ornaat opwachtten. We mochten met z’n allen gaan koken, een mededeling die in het toenemend rumoer -men had reeds diverse terrassen gefrequenteerd – bijna verloren ging.
De koks waren van het type gangmaker-op-feesten-en-partijen. Wij mochten ons dus hullen in een schort en kregen ook een enorme koksmuts op het hoofd geperst. Daarna mocht uw blogger zich samen met de andere collega’s in een grote kring om de fornuizen opstellen, een pollepel in de hand nemen, een diepe buiging voor het kookgerei maken, de armen heffen en hard “Hoezeee!” roepen. En dat dan drie keer achter elkaar……
Was er maar een polonaise gevolgd ( die kwam pas later ), en had Wauwel maar achteraan in de rij gestaan, om zodoende stilletjes in staat van totale ontreddering het pand te kunnen verlaten om haastig naar huis af te kunnen reizen. Maar nee, ontsnappen was onmogelijk, en de feestavond, waar geen einde aan leek te komen, ontaardde in een luidruchtige kook- en schranspartij waarbij La Grande Bouffe tot een droog crackertje verbleekte.  Het restaurant in kwestie schijnt enkele maanden later door de bliksem getroffen te zijn en is tot de grond toe afgebrand. God bestaat dus, zij het soms wat laat.

Ik schrijf die gebeurtenissen nu maar toe aan een ontlading van spanning, die – en dat weet iedereen die in het onderwijs werkt – volgt op de momenten dat je de dagelijkse onderwijspraktijk even achter je kunt laten.  Het voornemen om ons bij een tapas-studio te droppen vervulde mij dus met angst en beven, en zorgvuldig hield ik dan ook de gastheren in de gaten, wachtend op het moment dat de koksmutsen en de pollepels weer tevoorschijn zouden worden getrokken.
Het viel mee. Je wilt je meerderen ook niet al te zeer teleurstellen, dus toog Wauwel aan de bereiding van paëlla – waarin onbestemde brokjes kip en garnaal-achtige dingen verwerkt moesten worden – wèl in schort, maar gelukkig zonder koksmuts. Zo zaten wij dus rond het middaguur de laatste roddels en nieuwtjes rond het management door te nemen ( een uitermate belangrijke vorm van teambuilding ) , onder het genot van wat voorzichtige hapjes tapas. Voorzichtig, want op de opleiding dierverzorging waar ik werk, kan het voorkomen dat een collega bij wijze van demonstratie in de les de anaal-klieren van een speciaal voor dat doel meegebrachte hond uitknijpt, en daarvan wil je de restanten toch niet in je sausje terugvinden.
De sfeer bleef beschaafd en hartelijk, men barstte niet in brallend gezang uit, er werd slechts beperkt over voetbal gesproken en men was over het algemeen aardig nuchter. Om half vier waren de festiviteiten weer ten einde, en kon men kiezen tussen afreizen naar ergens een terrasje of  gewoon naar huis. Wauwel koos wijselijk voor het laatste.
Nu snel naar de Appie, want ik heb zin in patat met vissticks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twintig − een =