Druk

Bijsterveldt zal ons leiden op de smalle weg omhoogMijn vrouw zei vanochtend, twee dagen naar haar terugkomst van een week wintersport en na de eerste dag van de nieuwe werkweek: “Eigenlijk heb ik helemaal geen zin meer in het werk” ( onderwijs aan een combinatieklas van drie verschillende groepen leerlingen ).
Hoe kan zoiets. Heeft het onderwijs daar een patent op of zo. Zijn docenten zich massaal over de kop aan het werken.

Ik denk het eigenlijk wel. Wij worden om de oren geslagen met berichten over onze kelderende positie op de Pisa-ranglijst  ( voor de niet-kenners: dat is een soort zwarte lijst van landen met scholen waar de meest hysterische docenten en studenten rondlopen in hun jacht naar hoge prestaties.). Haal je daar als leerling minder dan een negen, dan kun je het de rest van je leven wel schudden. In die landen wordt ook niet gestaakt, wanneer de werkdruk in het onderwijs te hoog wordt. Stel je voor dat de leerlingen de dupe worden. Nee, dan werken we liever onszelf over de kop. We plannen onze vergadermomenten, ouderavonden, personeelsdagjes, bezoekjes aan de NOT, verplichte nascholingen en noem maar op zoveel mogelijk buiten schooltijd en de eerste weken van de natuurlijk veel te lange zomervakantie zitten we met een knallende hoofdpijn bij de pakken neer, als voorbereiding op de laatste weken waarin we ons weer helemaal op het in orde maken van al het lesmateriaal storten.
In de weekends geregeld nog even snel naar school: even dit klaarzetten, dat klaarzetten, dan is dat maar weer gedaan. In de klas van mijn vrouw zitten leerlingen die behoefte hebben aan rust, leerlingen die prikkels nodig hebben, leerlingen die denken dat ze drie leerlingen zijn, leerlingen die zich alleen in volstrekte afzondering kunnen concentreren en leerlingen die stijf staan van de Ritalin, de Borderline, de Asperger en noem maar op, gezellig in een veel te klein lokaaltje bijeen en dan ook nog eens uit drie verschillende leerjaren. 
De school waar ik werk wordt bezocht – en dat woord is voor beide betekenissen vatbaar – door een stoet van lieden met dikke aktetassen die ons de laatste wijzigingen en verplichtingen op het gebied van het onderwijs vriendelijk doch dringend door de strot komen duwen.
Eindtermen heetten eerst competenties ( een ander woord voor ‘de heilige graal van de onderwijsvernieuwing’ ) en moeten volgens de laatste berichten nu weer ‘eindtermen’  genoemd worden, waarbij het pak papier met de beschrijving van dit alles is vervangen door een nieuw pak papier met de zelfde inhoud maar waarbij wel de correcte terminologie gebruikt wordt. Zo wordt het gewenste eindniveau van een leerling die hier 1 dag in de week zichzelf even van de trekker in de klei losrukt om met lichte tegenzin in de schoolbanken plaats te nemen, beschreven in een pak papier met de dikte van de Statenbijbel. Of je dat als docent dan ook nog even in drievoud naar de inspectie wilt verantwoorden, vergezeld van bewijsstuk A tot en met Z.

Voor mij ligt een artikel uit de Trouw, mij aangereikt door een dankbare collega, met als opbeurende kop: “Beginnende MBO’ers vaak onder niveau basisschool” . De helft haalt met rekenen het eindniveau van de basisschool niet. Of we dat dan maar even met een paar uurtjes in de week in orde willen maken zodat men weer door kan stromen naar het HBO en vanzelfsprekend de universiteit, want we moeten toch echt weer een beetje opklimmen in die Pisa-lijst. Een volgende onderwijsvernieuwing zal bestaan uit het afschaffen van taal en rekenen, omdat beide onderdelen voor te lage scores zorgen en het niveau van HAVO , HBO  en universiteit daaronder lijdt. Vorig jaar zag ik een dure advertentiecampagne , waarmee een MBO-school de wat intelligentere leerling probeerde te lokken. De slogan, groot op reclame-posters verspreid: “Het MBO-lyceum, jou keuze!” ( ik heb de naam uit piëteitsverwegingen even aangepast )

Langzamerhand zijn we allemaal dol aan het worden. Er zou een aantal wettelijk toegestane stakingsdagen moeten komen. Een dag waarop je tot je verbazing bemerkt dat alle schoolmuren ineens doorzichtig worden, dat je in een warreling van correctiemodellen, competentiemetingen, papers en lesschema’s opstijgt onder de verbaasde ogen van je leerlingen met een gelukzalige glimlach op je lippen. Ontsnapt aan de regeldruk, stoned als een garnaal, de boel de boel latend en je weer twintig in plaats van tachtig voelend. Zwevend door maagdelijk witte en roze wolkjes, door de nevelstralen van een mistig zomerbos, langs een verlaten kust met een donderende oceaan onder een kobaltblauwe lucht, of dobberend op een bootje in een lauw voortstromende rivier die wijder en wijder wordt. Een meeuw over de eindeloze zee. Vrij van alles, niets wat je nog tegenhoudt of remt. Geen regels, geen normen en niemand waar je iets aan moet verantwoorden. De tijd lijkt stil te staan, en je proeft elke seconde die eindeloos terug lijkt te komen. Je lichaam is verdwenen, er zijn alleen nog je wervelende gedachten.

En dan, op de toppen van ons genot, dan verschijnt daar het summum van zaligheid, een engel gelijk, in de gedaante van Minister van Onderwijs Van Bijsterveldt, omgeven door een stralenkrans van ondersteunende diensten. En zij ziet dat het goed is en nog beter wordt. Zij zal “zorgvuldig” de vernieuwingen doorvoeren. Er is dus hoop. Alles komt goed. Dus nu weer snel afdalen en aan de slag. Hup, les! Want we blijven toch wonderbaarlijk veel van ons vak en onze leerlingen  ( nou ja, de meeste dan ) houden. Gelukkig maar.

Eén antwoord op “Druk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vier × drie =