(Elfsteden)koorts

Op mijn leeftijd komt je op een leeftijd waarin je de winter met de nodige angst en beven tegemoet moet zien. In het najaar werd ik al vriendelijk doch dringend uitgenodigd om met – naar het leek –  de voltallige bevolking van dorpje B. op de Veluwe een griepprik te komen halen, maar in het weekend werd pijnlijk duidelijk dat deze weer niet geholpen had. Wauwel is dus even geveld. Niet lang, want in het onderwijs moet je volgens bepaalde politici werken tot je er bij neervalt, dus morgen maar weer een nieuwe poging om niet al te ver achter te raken en mijn kindjes ter wille te zijn met het aanhoren van een aantal presentaties.
Ze hebben daar hard voor gewerkt, en daar het hier een opleiding in de dierverzorging betreft, komt een keur aan onderwerpen voorbij die iets met het vak te maken hebben. Zo heb ik ’s ochtends in alle vroegte, nèt na mijn eerste kopje thee van de dag, al eens een demonstratie mogen aanschouwen van het uitknijpen  van de anaalklieren van een voor dat doel speciaal meegenomen hond, die, opdat iedereen het goed kan zien, op mijn bureau had plaats genomen. De klas was vanzelfsprekend een en al aandacht, iets wat niet elke morgen voorkomt.  Je zou er dus haast ernstig naar verlangen voortaan elke les met flink wat anaalklieren te laten beginnen, succes en op tijd aanwezig zijn verzekerd!

Vandaag dus niet, en zwakjes voelend aan mijn eigen klieren ( die bij mij in mijn hals zitten, maar dan andere ) maar voorzichtig opgestart. Want als mannen ziek zijn, dan zijn ze ook echt ziek en dient iedereen dat te weten en  zich in overvloedig medelijden over de kwijnende patiënt te ontfermen.  Thee op bed dus, beschuitje, en een batterij aan Vicks-stiften, neussprays, keelpastilles en zakdoekjes binnen handbereik, en natuurlijk ook laptop en iPad, zonder welke speeltjes dit stukje nooit tot u zou zijn gekomen. De school gebeld en met verstikte stem het slechte nieuws meegedeeld. Koorts en zo. Grieperig. Morgen weer aanwezig.
Ooit ( dat is lang geleden ) was ik eens twee weken uit de running  en tegen het einde van die periode besloot ik weer een ommetje te maken, want voorzichtig boodschappen en zo. Op de hoek van de straat liep ik toen een leerling tegen het lijf, die onderweg was om de lijder met een fruitmandje wat op te beuren. Dat was even pijnlijk, want in zulke gevallen gaat op school al snel de mare dat je op wonderbare wijze genezen bent geconstateerd en je huppelend als een hinde door de straten dartelt, maar alles liep keurig netjes af en de leerling trok geen verkeerde conclusies.
Nu heb ik wel eens een collega gehad die met een hernia thuis zat, en die men vrolijk in zijn woonplaats met een kratje bier achterop de fiets zag rondfietsen. Dan ken je toch niet helemaal je verantwoordelijkheden.  Eén dagje ziek is nu toch wel zo’n beetje het maximum, want het werk wordt niet overgenomen, dus veel langer kun je ook niet missen.

Zo vernam ik dus dat vandaag een andere koorts, die van de Elfsteden, steeds meer slachtoffers maakt, en dat rayonhoofden in spoedzitting bijeen zijn om te bespreken of en waar er ijstransplantaties moeten worden uitgevoerd.  Dat moeten toch allemaal gepensioneerden of herstellende zieken zijn, want hoe kun je anders tijdens je werk rayonhoofd wezen en en passant nog wat wakken transplanteren? Er wordt bij de diverse hogescholen in Nederland nog geen opleiding Rayonhoofd of IJstransplanteur aangeboden, of het zou een bijvak van Vrijetijds-management moeten wezen. Overspannen Friese docenten die op therapeutische  basis gaatjes in het ijs boren en daar over vergaderen is misschien  ook nog een mogelijkheid. Straks giet het ôan, en dan gaat vermoedelijk half onderwijzend en onderwijs volgend Nederland spijbelen of ziek zijn.

Ik ben niet zo’n schaatser, helemaal niet zo van sport trouwens. Mijn schaatservaringen zou men voornamelijk als traumatisch kunnen omschrijven niet in het minst door zo’n vreselijk wollen mutsje wat ik altijd moest dragen en de beslagen glazen van mijn stoere jongensbrilletje. Het ergst waren echter die houten Friese doorlopers, die met veters om mijn rubberen laarzen waren gemangeld. zodat niet alleen de laarzen, maar ook mijn kindervoetjes in de meest gruwelijke plooien waren gewrongen, waarbij de schaatsen zelf al na tien slagen aan de zijkanten van mijn afgevroren voeten bungelden. ook nooit meer recht te krijgen trouwens, want die veters waren stijfbevroren en mijn wantjes aan een touwtje bungelden ook al in de weg bij het vastpulken. Een schaatstocht duurde bij mij dus in het algemeen niet langer dan een kwartiertje, en de rest van de tijd zat je sippig en door en door koud op een stuk karton langs de kant van de eendenvijver naar de cracks te kijken. Ik zou nu alleen al koorts krijgen bij het idee dat ik die dingen weer onder zou moeten binden, en mijn iets comfortabeler Noren hangen ook al weer jaren aan de wilgen.

Volgende week organiseert mijn school een skidag. Ook zo wat. Voor mij zie ik dan een rol weggelegd, warm onder een deken, de hele dag voortgereden in een arreslee, met iets van een fles Jägermeister of zo.  Toch ook behoorlijk sportief, al zeg ik het zelf, en behoorlijk gevaarlijk, want zo’n slee, nou, daar kan ook van alles mee gebeuren.  Stel je voor dat er een helling komt. Ik ski wel op de Wii Fit of zo. Ook zoiets wat is aangeschaft in een vlaag van sportiviteit.
Misschien heb ik dan wel weer koorts, of wordt nou uitgerekend op die dag de Elfstedentocht verreden. 38,2 gisteren, en vanmiddag weer 37,5.  Maar wie weet stijgt de temperatuur dusdanig, dat geen van beide evenementen doorgaat. Is de koorts voor niets geweest. En dat is dan eigenlijk ook wel weer jammer. Want leuk om naar te kijken is het in elk geval, ook al zit je aan de kant op een stuk karton.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

5 + veertien =