#FuckdeKoning

willemtattooVerstand komt met de jaren, maar bij mij niet altijd. Bepaalde puberale trekjes heb ik altijd meegedragen en zelfs gekoesterd. Een daarvan is mijn moeite met “hen die over mij gesteld zijn”. Besturen, directeuren, “direct leidinggevenden”, kortom, alles wat de baas over mij dreigt te spelen.  Dan gaan de hakken in het zand, heel kinderachtig allemaal, onvolwassen ook. Behept met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, of mogelijk daardoor nog meer voor onrechtvaardigheid en dingen als ‘oneerlijk’ beschouwen.

Dat heeft me geregeld in de problemen gebracht. Nu ben ik nooit door agenten gevankelijk opgebracht wegens insubordinatie, belediging van een ambtenaar in functie of dronken pissen tegen een standbeeld van van een onzer Oranjes, daar ben ik veel te schijterig voor, dus pleeg ik mijn daden van burgerlijke ongehoorzaamheid en heldhaftig verzet met behulp van woorden. Het machtigste wapen dat er bestaat. Mijn strafrechtelijk contact met de politie bestaat uit een enkele (!) bekeuring wegens een paar kilometer snelheidsovertreding of het op de fiets negeren van een éénrichtingsverbod. En één keer, dat was de kiem voor mijn ontzag voor de politie, het als klein kind fikkie stoken tegen de muur van mijn basisschool. Hup, de auto in jij! Kom jij maar eens mee naar het bureau!  Nooit zo in doodsnood gekrijst als toen, en door de wetsdienaren halverwege mijn huis ( want daar reden ze daadwerkelijk naar toe ) uit de auto gezet, hen met een gehoorbeschadiging achterlatend. Broekpoepertje. Elk klein kind zou als peuter één keer  door agenten achterin een politiewagen moeten worden gepropt.Daarna gegarandeerd nooit overlast door loslopende jeugd. De politie is dus mijn beste vriend.

De rest dus niet. Waren er gevangenissen geweest waar directeuren en besturen hun hinderlijk aanwezige werknemers hadden kunnen opsluiten, dan had ik niet ondergedaan voor Willem Holleeder. Een leven in en uit de bak. Wanneer je goed bent met woorden, en dat ben ik denk ik, kun je iemand subtiel met de grond gelijkmaken. In het onderwijs, waar ik werk, is dat een valkuil voor elke (beginnende) docent. De grootste etterbak kun je laten verschrompelen door met zorg gekozen zinnen, gewoon, omdat je nog een voorsprong hebt op hen qua taalontwikkeling en intelligentie. Dat trekt naderhand bij, en op enig moment kom je iemand tegen die je als je meerdere moet erkennen, maar dan zit je op een niveau waarop er geen ordeproblemen meer zijn. Dan wordt het meer een prettig subtiel spel van prikken en ontvangen. Wie is de sterkste.
Het vervelende is nu dat ik niet veel sterke tegenstanders heb gehad. Ik nam voortdurend het management op de hak in woord en geschrift, verpakt in humor, maar daar binnenin zat het venijn.Humor kan snel ontaarden in sarcasme, lachen ten koste van anderen die zich niet kunnen verdedigen. Daarom heb ik bijvoorbeeld een gru-we-lij-ke hekel aan Youp van ’t Hek en aan die andere lange kerel met z’n ongeschoren boevenkop. Met deze vorige zin schop ik al weer een hoop lezers hopeloos tegen de schenen, daar is mijn puberale trekje weer: dwars tegen wat gevestigd, wat als politiek correct ervaren wordt in. Wat iedereen leuk vind, vind ik niet leuk. “De wereld draait door”; vreselijk programma, vreselijke vent, die Matthijs. Eén grote Ster-spot van voortdurend dezelfde zich correct links gedragende lieden die elkaar dikke veren in de kont steken. Terwijl ik zelf ook links ben, correct links zelfs, dus ook een hekel aan Wilders en Rutte is een nare, groteske clown. Contradictio in Terminis dus, puberaal gedrag. Ben jij voor, ben ik tegen.

Twitter is een ideaal middel om opstandig te zijn en om anderen aan de digitale schandpaal te nagelen als je het in het echt niet durft. Ik schreef daar al eens over. Kijk ons eens lachen, je vele volgers lachen met je mee. In die zin ben ik dus toch een soort Youp van ’t Hek, maar dan in een voorstelling van 140 tekentjes. Gisteren ontstond dus ophef over de vervolging die het OM wil instellen tegen een opstandig persoon wegens het roepen van “Fuck de Koning”. Ha! Wanneer het koningshuis doelwit van spot is, sta ik natuurlijk direct vooraan. Driftig mee getwitterd dus, en bijgedragen aan het trending topic maken van #FuckdeKoning.  En dat is makkelijk, want de koning fuckt niet terug. Het land zou te klein zijn wanneer Willem eens even zijn koninklijke zelfbeheersing zou verliezen en mij en al die anderen ineens met “Fuck je zelf, domme lul! #fuckjullietwitteraars” van repliek gaf. Hij is de leerling in je klas die uiteindelijk op hetzelfde geestelijk niveau zit als jij, met dezelfde taalvaardigheid en dus dezelfde verdedigingswapens in de hand. Alleen: hij mág niks terugzeggen, want hij is koning. En dan is, inderdaad, voor mij de lol er wel weer een beetje af, besefte ik. En daarom is #fuckdekoning ook strafbaar, heb ik uit een tweet van een advocaat die mij volgt begrepen. Een klein kind kan zich tegen woorden niet verdedigen. De koning echter ook niet. Of je hem nou aardig vindt of niet, hij kan niks terug doen. Dus hou ik mij maar in, voortaan.

Een machteloze koning dus, dat stelt dan weer tevreden. Nou ja, hij kan toch wel macht tonen. Door de man die #FuckdeKoning roept, bijvoorbeeld koninklijk gratie te verlenen. Willem, die op twitter reageert: “Jongen, ik snap je frustratie, maar  doe even dimmen. Ik zal kijken wat ik voor je kan doen”.  Dan heeft -ie het geheid gemaakt. Zelfs bij mij.

fuckdekoning2a

Eén antwoord op “#FuckdeKoning”

  1. Ik zag vooral graag gevangenissen voor slechte managers (“Onze Jan is manager geworden”).

    Verder tweette ik: “Van mij mag iedereen die dat stomme #fuck voor van alles gebruikt wel in de bak. Zeg gewoon “lul” of “klootzak””

    Overigens is WimLex niet erg verbaal begaafd. Ik zal nog net niet zeggen “verbaal uitgedaagd”.

    Het wordt eens tijd voor een kop koffie als ik dit zo lees want je hebt beslist een links-rechts probleem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twintig − 4 =