Gehakt met jus

 

Geur. Een geur geeft altijd associaties. althans, zo ervaar ik dat. Van de week fietste ik ’s avonds rond etenstijd naar huis, het was windstil en knisperend koud. Je passeert dan een scala van geuren, zeker als je niet in een villawijk woont met bosrijke lanen maar wanneer je door een volgebouwd woonwijkje moet is dat in het algemeen een feest voor je neus. Elke geur heeft zijn herinnering, geuren vergeet je nooit.
Zo was ik eens na dertig jaar op een reünie van mijn middelbare school, het Marnix College in Haarlem. Ik was daar een uitermate irritant etterbakje, deed dus heel weinig tijdens de les, was snel afgeleid en had dus alle tijd om mij in de omgeving te verdiepen. Dus keek ik naar buiten, in de hoop een glimp op te vangen van de dochter van de conciërge, op wie ik meer dan hopeloos verliefd was. Geen schijn van kans natuurlijk, als lelijk pubertje met een bloempotkapsel en een stoere bomvrije jongensbril met dus-totaal-niet hip montuur. Maar toch, zij was het die er voor zorgde dat ik toch met plezier naar die school ging. De schoolavond, waar je eindeloos lang naar uitkeek. Het slot waarop je hoopte: slijpen met haar op “Samba pa ti” van Santana. Maar mooi dat zij dus met een ander danste. Weer een schoolavond verknald en een illusie armer. Na dertig jaar stond ik weer in dat lokaal, ik deed mijn ogen dicht en snoof de geuren in mij op, en daar, daar was zij weer: zij kwam aanzweven over dat plein, en ik was weer veertien en alles lag nog voor mij…..
De geur van schoollokalen is voor mij de geur van hopeloze verliefdheid.
Van de week dus – we zijn weer terug in de harde realiteit, stoppen met mijmeren graag – fietste ik naar huis en rook achtereenvolgens:

  • Het braden van vlees. Dat is vroeger, thuis, als kind onder de grote lamp, en buiten koud natuurlijk. Straks nog even met je lego spelen en dan naar bed.
  • De uitlaatgassen van een passerende opgevoerde brommer. Dat is vroeger, met mijn vader naar speedboatraces op het Zuider Buitenspaarne, op een stralende dag in de zomer. Het gekabbel van het water tegen de wallekant, de geur van brandstof, de sensatie van het snerpende geluid en het stuivende water, en je vader was daar weer als toen.
  • Verbrand loof: dat is een stille grijze namiddag in Varanasi in 1986, aan de oevers van de rivier, waar de brandstapels dag en nacht roken en waar de rook de ziel van de overledene meeneemt naar de hemel. Je zit daar op de trappen van de ghats en je laat je overweldigen door alles wat je ziet, je waant je in de middeleeuwen, op een andere planeet.
  • Een verpestende stank van rottend vlees. Het zou Varanasi kunnen zijn, maar het is het dorpje B., anno 2007, waar zojuist een vrachtwagen is gepasseerd vol met dode dieren die bij boerderijen zijn opgehaald, en die de stank nog zeker tien minuten laat hangen op de plek waar hij zojuist is gepasseerd. Je zal zo’n chauffeur thuis aan tafel bij de aardappelen met jus krijgen.
  • Een haardvuur. Dat is een dorpje hoog in de bergen, rond de kerst, de sneeuw ligt een meter hoog, je bent geheel geïsoleerd van de buitenwereld en je hoopt er nooit meer vandaan te hoeven. Je hebt alle tijd van de wereld, en voor je ligt de avond  met een glas Glühwein bij het vuur, je van het wandelen vermoeide voeten in je sokken wrijven tegen elkaar in het licht van de vlammen.

Wat je allemaal al niet ervaart in een fietstochtje van tien minuten. Heerlijk toch.

Eén antwoord op “Gehakt met jus”

  1. Beste Rein,
    Ja, dat zijn mooie herinneringen aan het Marnix en aan Yvonne de M. , de dochter van meneer De M.!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

zestien − zes =