Goede vaart


nacht
Ik was op een begrafenis. De derde alweer in een half jaar tijd. Dat krijg je als je wat ouder wordt. Nu zijn begrafenissen nooit prettig, zelfs niet als je niet direct betrokken bent bij degene die daar op zijn of haar laatste reis wordt begeleid. Het zijn vaak de emoties van de mensen er om heen, die een gevoelige snaar kunnen raken. Een jankfilm op tv kan ik meestal nog wel hebben. Zien lachen doet lachen, zien huilen doet meestal ook huilen, hoewel mannen altijd geacht worden daar niet aan toe te geven. Lachen mag wel, huilen niet, want niet mannelijk en zo. Dat is eigenlijk wel vreemd. Waarom mogen vrouwen wel in hevig snikken uitbarsten en mannen niet. Misschien zijn mannen wel een stuk ongevoeliger. In dat geval komt het met ons niet goed, vrees ik.

Een begrafenis kan ik meestal ook met redelijk droge ogen bijwonen. Gisteren was dat lastig. Een neef van mij, een favoriete neef. Waarom favoriet? Omdat hij zich vanuit een underdog-positie omhoog had geknokt; geboren met een lage levensverwachting, gediagnosticeerd met epilepsie, dat allemaal glansrijk overwonnen en het nu zelfs geschopt tot stuurman op de grote vaart, een baan die niet aan teerhartigen is besteed. Een baan  waar ik altijd een beetje jaloers op ben geweest, rusteloos als ik ben: wegvaren naar het andere einde van de wereld, vanaf de stille, schemerige brug verre sterrenstelsels aanschouwen, weg van alles, zwervend over de altijd veranderende zee, starend en denkend in de nacht.

Maar, er was toch iets blijven hangen, van die geboorte die niet liep zoals gewenst, en ergens was er kans op kortsluiting. Op zeldzame momenten ging het mis, in kleine kring, en sloeg de stop soms door; nooit gevaarlijk voor anderen, maar op zulke momenten niet te remmen, een stuurloos schip in een kolkende tyfoon. Was dat voorbij, dan stuurde hij het schip weer verder, over kalme zee, de zwarte wolken in de verte achterlatend. De vriendelijkheid zelve, correct, altijd klaar om te helpen, maar toch: een eenzame stuurman op de brug.

En afgelopen week dan stak de storm in zijn hoofd weer op. Plotseling, hard en vernietigend. Zonder waarschuwing was hij daar, en overweldigd door gevoelens die hij niet meer kon controleren gooide hij voor de laatste maal zijn roer om, volle kracht vooruit, recht op een fatale klif in de vorm van een onwrikbare boom op een kaarsrechte autoweg..

Begrafenissen van kinderen en jongeren, 30 jaar in dit geval, zijn hard en wreed, want onnatuurlijk. Een moeder, die gebroken tegen de muur zakt wanneer zij de grijze wagen die zijn lichaam op de laatste reis zal gaan vervoeren, de straat in ziet draaien. Dat hakt er in. Het blijft altijd je kind, hoe oud ook. De laatste plek waar volwassenen nog echt kind zijn. En troosten kun je niet. Op sommige momenten bestaat troost voor een mens alleen nog uit een muur om even kort tegen te leunen.

Het graf. De zon schijnt, merels zingen. Een prachtige dag. Ruisende bomen, in frisgroen blad, in een kleur die je elke lente weer raakt in je ziel, tenminste, als je daar voor open staat. Ik hou mijzelf groot, want ik heb vier snikkende vrouwen aan mijn zijde. Daar zakt de kist. De reis begint.

Het geluid van de eerste schep zand op de kist, dat geluid dat ieder die dit heeft meegemaakt herkent. Vele mokerslagen kan een mens hebben, we leren klappen incasseren. Maar die klap, dát geluid dat ons leert dat dit afscheid definitief is, breekt het verzet, en daar zijn dan toch die tranen, niet veel, maar zilt als de zee, die nu een stuurman mist.

Goede vaart neef, over woelige baren, je hoeft niet meer te sturen. Ik wens je mooie kalme nachten met schitterende sterren boven een lichtende zee, vaar naar verre, voor ons onbereikbare en mysterieuze havens. Vaar wél.

Eén antwoord op “Goede vaart”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

19 − vijftien =