Herfst

Een late namiddag in het bos, met stil, afwachtend weer. Tussen de groen bemoste eeuwenoude stammen drijft een lichte kille nevel langs je heen, en als je omhoog kijkt zie je, terwijl ritselende gele bladeren als donsveren omlaag cirkelen, een bleke zon door wolkenflarden tussen steeds kaler wordende takken.
Het is heel stil, zelfs geen vogel klinkt, alleen heel hoog, onzichtbaar in de lucht, hoor je het ijle zoemen van een vliegtuig op weg naar verre oorden. Er is geen wind….
Misschien straks als het schemer wordt, is daar beweging, steels en vlug. Een donkere stam wordt als een schaduw, van je af of naar je toe. Je hart kan bonzen, van blijdschap of van schrik. Kabouters, elfjes, er scherrelt iets. Een dwaallichtje in de nacht. Je zou daar zelf voor één keer tussen willen dwalen, in een wereld vol geheimen, vol verwondering. Weg! Vluchten in je fantasie….

Je voeten ruisen door de bladeren, en af en toe komt er een vleug van natte bosgrond in je neus. Een herinnering aan vroeger. Aan een wandeling samen door een ander bos, lang geleden, in een andere wereld lijkt wel. Aan glanzende kastanjes. 
Jaren zijn voorbij gegaan, vele herfsten heb je zien komen, in vele herfsten heb je terug gedacht. De tijd tikt door. Dat blad wat valt, het valt voorgoed . Het teert zacht en stil weg, net als een herinnering, Alles verdwijnt in diepe , donkere lagen. Steeds maar door als de seizoenen.
Tijd is als die bladeren, die alles bedekken.
Je zou weer kind willen zijn. Je weer willen verwonderen, misschien wel alles over doen, anders doen, beter doen. Het heeft geen zin, toch.Dat weet je. Kwel je er niet mee.
De bomen staan stil en roerloos, ze kijken, ze luisteren, ze oordelen niet en ze veroordelen niet, ze nemen alle jaren met zich mee. Steeds hoger groeien zij, steeds ouder, rijper worden zij. Jij groeit met hen mee…
Ook wij, net als bomen, met als voedsel onze herinnering. Een mens kan daar lang op teren. Zonder die seizoenen vallen er geen bladeren, zijn er geen herinneringen. Zonder tijd staat alles stil. Geen herinnering, geen fantasie….

En daarom, koester die herinnering, koester je fantasie. Verwonder je, verblijd je en blijf dwalen door dat bos. Want daar, tussen al dat neergevallen blad, daar woekert en daar groeit het, daar gist en bruist het, daar vind je vast een schat, die straks als het weer voorjaar wordt, zal glinsteren in al z’n pracht.

Please follow and like us:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

zeventien + zestien =