Het Koninkrijk Gods

Niet iedereen kan zeggen dat achter zijn of haar huis het Koninkrijk gods verrijst. Ik wel dus. Ik woon in Barneveld, een onbeduidend dorpje ergens op de Veluwe, waar een groot deel van de bevolking uit godvrezende lieden bestaat. Dit bevolkingsdeel heeft het idee opgevat dat het tijd werd voor enige nieuwe kerkgebouwen en daarbij het oog laten vallen op de weilanden achter mijn huis.

Dus wordt er nu zes dagen per week gearbeid in het zweet des aanschijns, vaak tot ’s avonds laat, en zie, reeds verrijzen de contouren van een kolossaal bouwsel waar straks niet minder dan 3000 gelovigen èn hun voertuigen zich een flink aantal malen per week zullen verzamelen. Zo zullen zij daar elke samenkomst een portie zwavel en as over zich uitgestort krijgen en er terdege aan herinnerd worden dat de hel nabij is als straf voor alle loos geploeter en najagen van wind. Of dat nog niet genoeg is, zal er àchter dit toonbeeld van gezelligheid en feestelijkheid nòg een kerkbouwsel verrijzen, maar dan van een ander kerkgenootschap, wat iets zwaarder of minder zwaar in de enige ware leer is. Maar ook weer plek voor zo’n 2500 zwart en duister geklede lieden. Van die bij elkaar 5500 gemeenteleden gaan er dus elke week wel een paar dood, in angstige afwachting van wat dan hun straf zal zijn, en de lezer zal begrijpen dat de parkeerplaats dagelijks gevuld zal zijn met kerk- en/of begrafenisgangers, er is daar niet veel verschil.

Toen ik tegen een buurvrouw in de straat opmerkte niet zo gelukkig met deze gang van zaken te zijn en dat ik mogelijk bezwaar zou aantekenen, werd mij geschokt te verstaan gegeven dat ik dan een belemmering zou opwerpen voor het Koninkrijk Gods. Ja, en welk weldenkend mens haalt het dan nog in zijn hoofd om dat tegen te willen houden? Dus bevind ik mij nu in de gelukkige omstandigheid dat ik met een select clubje straatbewoners kan stellen dat mijn uitzicht nu langzamerhand geheel gevuld wordt met het Koninrijk Gods. Wat kan men zich nog meer wensen, nu het zonlicht langzamerhand verduisterd wordt door de slagschaduwen die de bouwsels in mijn richting werpen. Lezers van de avonturen van Ollie B. Bommel zullen zich misschien de Zwarte Zwadderneel voor de geest kunnen halen: een geheel in het zwart gekleed mannetje dat altijd een parapluutje bij zich draagt om zich te beschermen tegen de regen uit een duister wolkje wat altijd boven zijn hoofd hangt. Straks achter mijn huis: 5500 Zwarte Zwaddernelen, met bijbehorende wolkjes en regen. De zondvloed lijkt nabij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie + 17 =