Insomnia

Naarmate een mens ouder wordt, schijnt die mens minder behoefte te hebben aan slaap. Ik ben dus ook zo’n ouder wordend persoon, en op mijn zestigste gaat de aanname voor mij inderdaad op. Je krijgt op een gegeven moment iets hijgerigs over je, zo van dit wil ik nog en dat wil ik nog voordat ik in een verzorgingsgesticht voor hinderlijk in de maatschappij aanwezige ouderen wordt opgesloten. De nacht wordt dan ook een beetje een storende onderbreking van alles wat je nog wilt doen als je later groot bent.

Daar komt nog bij dat de moderne mens, zelfs de oudere, de beschikking heeft over andere middelen dan alleen maar een saai boek ( waar je dan weer snel door in slaap valt ) en een leeslampje. Beide zijn niet meer nodig, want we hebben immers ons mobieltje, onze nieuwe levensader, bij de hand. En daarop is licht, is nieuws, zijn boeken en zijn mensen, van wie er altijd wel enkele ook op datzelfde moment last hebben van slapeloosheid of die gewoon aan het werk zijn. Nu zit ik in het onderwijs, en het is opvallend hoe veel collega’s in het holst van de nacht op Twitter nog reppen van nakijkwerk, van boeiende docentenlectuur die ze aan het lezen zijn, van onderwijsvernieuwingen of onderwijsafbrekingen, en van hun afschuw over het huidige kabinet. Het heeft iets van helemaal aan het einde van de dag nog zorgen dat je even langs het kantoortje van een over jou gestelde onderwijsmeerdere loopt, in de hoop dat die zal opmerken en onthouden dat je nog heel laat aan het werk bent, in tegenstelling tot de vrijdagmiddagen, waar je op veel scholen een kanon kunt afschieten.

Nu ben ik dus van gevorderde datum, én man, en dat houdt in dat je er ’s nachts wel eens uit moet om aan bepaalde drang gevolg te geven, wil je tenminste niet het gevoel hebben wat je midden in de nacht in de tent op de camping wel eens hebt: zal ik nu wel of niet gaan pissen, en als ik dat wél doe is het weer zo’n enorm geheister met die slaapzak en die ritsen en moet ik me dan wel of niet helemaal aankleden en dan over dat koude gras met closetrol onder de arm ( die steevast in het bedauwde gras valt ) naar het pleegebouwtje of zal ik het maar achter de tent tegen de struikjes gaan doen met het risico dat een of andere oplettend type je met een Mag Light in het volle licht tentoonspreidt terwijl je daar in je blote togus niet snel genoeg kunt stoppen met plassen want je prostaat is immers als zestig.
Wanneer je dus eindelijk weer in je koud geworden bed ligt, ben je wél klaarwakker, en grijp je dus naar je mobiel.

De meeste nachtelijke tweets hebben een luchtig karakter – het hangt er ook een beetje van af wie je volgt natuurlijk – maar soms komt er eentje langs waar een wereld van narigheid of wanhoop achter lijkt te zitten, en dan vormen Facebook en Twitter wel een vrij treurige omgeving om daar uiting aan te geven.   Nu zoeken de mopperaars, de wereldverbeteraars en de lichtvoetigen van geest elkaar, net als in de echte wereld , wel op dus er zijn altijd lieden die troost of vermaak kunnen bieden. In 140 tekens, dat wel, dus je kiest je woorden ook nog eens met zorg. Ik reken mijzelf geregeld tot de mopperaars en de klagers ( volgens mijn vrouw altijd ) , dus kan ik heerlijk zwelgen in allerlei leed en tandengekners.

Elk mens heeft zelfbevestiging nodig, en dat is natuurlijk ook een van de redenen waarom men op twitter gaat en noestig volgers bijeen spaart. Vroeger speldjes en Flippo’s, nu draait het om volgers, en die sprokkel je bij elkaar door iets zinnigs te zeggen, in wat voor vorm dan ook. Bijna 1900 mensen vinden mij, oude zeur, brompot en mopperaar, blijkbaar zinnig, terwijl zij zelf gezien hun tweets vaak tot de groep met een wat opgewektere levenshouding behoren, iets wat ik mij natuurlijk nauwelijks kan voorstellen, dat begrijpt u wel.
nachtMensen gaan bij het zoeken naar contacten in eerste instantie voor het uiterlijk, ook al is dat vaak maar een indruk van niet meer dan enkele seconden. Nu zegt dat op Twitter en andere social media niet veel, want iedereen kan elke willekeurige identiteit met elk gewenst fantastisch uiterlijk aannemen, en je weet dus nooit helemaal zeker met wie je nu eigenlijk echt te doen hebt. Misschien ben ik wel een strakke jonge ge-tepelpiercte en getatoueerde  blondine met een IQ van 60 die is afgewezen voor het programma Utopia wegens té intellectueel. Je moet dus afgaan op de teksten en de eventuele foto’s die bij tweets geplaatst zijn. Daarin verraadt men zijn of haar persoonlijkheid.   Zo is Twitter een exacte kopie van de werkelijkheid, eentje met diverse sociale lagen waarbij we ons in ons eigen laagje het prettigst voelen, maar waarbij het meer dan in de werkelijkheid veel makkelijker is om eens een kijkje in bijvoorbeeld een tokkie-leven te nemen. Dat laatste kan voor sommigen nog wel eens een schok zijn. Docenten moeten voor de aardigheid eens zoeken op de hashtag #kutschool, waarbij je ook #kutsgool niet moet vergeten, want qua spelling hollen we nogal achteruit. Zij zullen zich vervolgens afvragen in wat voor levensgevaarlijke omgeving zij eigenlijk hun dagelijks werk doen, iets om werkelijk gehéé slapeloze nachten  van te krijgen.

Wat nog het meest zegt over de persoon op Twitter, wordt gevormd door de foto’s. Een beeld zegt meer dan woorden, en nu begeef ik mij op glad ijs, want bij vrouwen zie je dan vooral foto’s van kleding, de kinderen, bloemetjes en plantjes in en om de tuin, iets wat ze vandaag gekocht hebben ( een tas of zo ), een enge levende spin op het plafond, mooie plaatjes met mooie dichtregels en vooral: heel veel eten. Allerlei gerechten passeren de revue, ontelbare glazen wijn, liflafjes, de kerst- en paasdissen en de terrasjes met koffie en gebak in het zonnetje. Hoe zoet is het leven.
De mannen in mijn timeline gaan in het algemeen voor het ruigere en zwaardere en meestal saaiere werk: auto’s, politieke spotprenten, een kantooromgeving, een foto van de file waar ze in staan, eentje die heel veel ( meestal dikke ) damesbillen plaatst, statistieken uit de krant, en foto’s van computers, een platgeslagen spin op het plafond, mobieltjes of andere dingen met veel knopjes. Zélden plaatsen mannen een gevoelige tweet, er is opvallend weinig geklaag over exen of lichamelijke kwalen. Wel veel geneuzel over foebel, daar hoor je vrouwen gelukkig nou nooit over.  De zondag is met alle sport-tweets soms een bezoeking.
Wat mannen en vrouwen bindt, zijn de tv-programma’s. We zitten dan met z’n allen in de digitale kroeg naar de buis te staren, en spuien een stroom van commentaar.

Hoe veilig allemaal, want we kunnen ons mobieltje weg leggen wanneer we willen, tot we midden in de nacht ineens behoefte hebben om gehoord te worden, écht gehoord. En inderdaad, soms luistert er dan iemand, een echt persoon, en die geeft nog antwoord ook. Op internet ben je nooit alleen, ook niet midden in de nacht.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × 3 =