Klusjesman

Op een boze koude winternacht – Sinterklaas was net klaar met het pakjes verspreiden in huize Wauwel- werden wij enkele maanden geleden opgeschrikt door luid geraas en gesis. “Maakt de CV nou z o’n lawaai?” mompelde mevrouw Wauwel, nog half in slaap. Ja geen idee, je houdt je dan nog een beetje slapend want je hebt weinig zin om midden in de nacht uit bed te klauteren om de thermostaat lager te zetten. Het lawaai leek echter ook van buiten te komen, uit de achtertuin. Een blik uit het raam, en daar toonde zich in de sneeuw een snel groeiend zwart en glinsterend meer: de waterleiding was met de invallende dooi gesprongen.
Spiernaakt omlaag, de schuifpui open – waardoor natuurlijk direct een kat ontsnapte – en ja hoor, de Trevi-fontein viel er bij in het niet. Er schoot me te binnen dat er in de garage een luik met daaronder een kraantje zat, wat we dus nog nóóit dicht hoefden te draaien want een gesprongen waterleiding, dat is toch zo iets uit de vorige eeuw. Op dat luik stonden dus fietsen, tuinstoelen, ongeveer alle scheppen en harken en nadat die allemaal onder gemopper en gescheld verwijderd waren, bleek dat luik ook nog eens muurvast te zitten. Omhoog maar weer naar de eerste verdieping, waar deze klusjesman al zijn gereedschap in chaos bewaart. En gelijk maar een ochtendjas aangetrokken, want er waren ook nog logerende kinderen met aanhang in huis en die zouden toch lichtelijk geschokt kunnen raken bij de aanblik van het blote achterwerk van Wauwel, om drie uur ’s nachts dubbelgevouwen over een luik in de grond.

Onder de vloer had zich inmiddels ook al een aardige binnenzee gevormd en uiteindelijk lukte het de kraan naar buiten dicht te draaien. De volgende ochtend zouden we wel zien of het parket tot aan het plafond was krom getrokken. Dat bleek mee te vallen en aangezien we voorlopig toch de tuin niet hoefden te sproeien, trad de rust weer in. De verzekering betaalt wel.  Lastige klussen stel je graag uit, dus afgelopen week maar eens de Univé gebeld waar een blijde juffrouw mij vertelde dat er geen aantoonbare schade aan het huis was en dat er dus geen vergoeding plaats zou vinden.

Waar ik al ideeën had om dan maar de halve tuin- en buitenmuur te slopen bekeek mijn vrouw het buitenkraantje eens en zij ontdekte dat het lek bij de aansluiting zat. Gistermorgen aan de slag dus, met frisse tegenzin, maar fluitje van een cent.  Nu vind ik klussen leuk, maar dan moet alles aanwezig zijn, vindbaar zijn en ook nog eens achter mijn kont worden opgeruimd. En daar tussendoor dient veel rust genomen te worden en veel koffie gedronken te worden.
Stoer aan de slag. Spijkerbroek met sexy gaten aan. Voor het solderen van een waterleiding heb je nodig: een soldeerbrander, wat tangen, soldeer, S39 ( een gemeen bijtend goedje wat je op de te solderen stukken dient te smeren ) , schuurlinnen ( om de verbindingen mooi glad te schuren ) en enige ruimte.
Nu zat het kraantje helemaal verstrikkeld in de vuurdoorn, en zo’n struik heeft nare stekels. Na een kwartier gemodder en geworstel had ik de boel los en een paar bloedende schrammen op mijn hand.  Vervolgens eindeloos op zoek naar mijn soldeerbrander die natuurlijk nergens te vinden was, net als de S39, die ik bij stom toeval ontdekte achter een stel lege flessen op een plank in de schuur.  Maar goed, ook de brander kwam te voorschijn en ik toog aan de slag, om na een minuut te ontdekken dat het vlammetje tot de sterkte van een waxinelichtje werd gereduceerd: gas op. Aan de onderkant van de brander zit een handeige klem die je makkelijk los kunt draaien om het tankje te verwisselen, maar die zat dus hopeloos verankerd en vastgeroest of zoiets. Het hele kreng razend van woede in een bankschroef geklemd en aan de slag met tangen en schroevendraaiers, die daar niet voor bedoeld zijn.
Op zulke momenten moet je dus beslist geen echtgenote hebben die aan je vraagt: “Is het al bijna klaar? Het is toch alleen maar even weer vastsolderen?”  Na een tiental minuten ploeteren, waarbij de hele brander definitief ontzet en verbogen raakte, heb ik het rotding in de vuilnisbak gesmeten  en ben ik verhit naar de Karwei-markt afgereisd. Op zaterdag moet je daar eigenlijk niet zijn: kerels die ernstig naar zweet stinken, kinderen die je met houten strippen een oog proberen uit te steken, en een vent voor je aan de kassa die honderdduizend dingen af moet rekenen.

Thuis. De nieuwe brander aan. Een vlam van een meter waarmee je een hetelucht-ballon kunt doen opstijgen. Hoe ik ook draai en schuif, enorme vlammen blijven het gevolg. Ik zie de brandweer al de straat in draaien, waar Wauwel een buitenkraantje aan het monteren is. Volksoploop, want zaterdagmiddag en alle andere buurtbewoners zijn al lang uitgeklust en dus wel in the mood voor een verzetje als een brandend pand. Ik ben inmiddels zó witheet, dat een soldeerbrander haast niet meer nodig is.
Op de een of andere manier wordt de vlam plots normaal en kan ik mij uitleven op de aansluiting, die enigszins scheef en uit het lood uiteindelijk muurvast blijft zitten, in stand gehouden door dikke klodders extra soldeer.  Het gebruikte gereedschap, wat inmiddels is uitgegegroeid tot een aardige stapel, zal nog enkele weken door het huis blijven slingeren op hinderlijk zichtbare plaatsen, en geleidelijk traptree voor traptree weer naar de berging verhuizen, om daar ogenblikkelijk zoek te raken voor een volgend gebruik.  Volgende keer maar een vakman bellen.

Eén antwoord op “Klusjesman”

  1. LOL. Dit verhaaltje is ook oud. In april zie ik. Vroor het toen nog? Gezien de vorst deze dagen wel weer toepasselijk. Eh, …kraantje wel afgesloten? 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × 1 =