Leegruimen

 

Het is een regenachtige zondagnamiddag en ik ben in de flat van mijn moeder, op dezelfde plek waar ik een aantal weken geleden nog indringende gesprekken met haar heb gehad. Het bed is uit elkaar gehaald, de fotootjes en de tekeningen van de kinderen en kleinkinderen worden gewogen, nog niet te licht bevonden en opgeborgen in een doos. Aan de muur de groezelige omtrekken waar eerst de lijstjes hingen. Leek alles eerst schoon en smetteloos, nu valt het oog op lang verborgen stof en verkleuringen. Met haar ziel is ook de glans verdwenen.
Ik laat de luxaflex omlaag, dan herinnert het minder aan vroeger, en de stoelen, te zwaar om alleen in de container te gooien, worden voorlopig anders opgesteld, zodat het lijkt of je bij een vreemde bent, minder vertrouwd. Haar stoel verschuif ik niet, het kussentje onaangeroerd, misschien ligt daaronder nog haar zakdoek. Nog niet.
De kopjes in de kast, daar heeft zij nog uit gedronken, nog niet weggooien maar. Boeken, met Sinterklaas gegeven, het gedicht er nog in, soms ongelezen. Blijkbaar hield zij meer lichamelijke gebreken verborgen dan wij wisten. Hier en daar haar naam voorin. Die bladzijden scheur ik weg, een ander mag dat niet zien. Zij is niet zomaar een naam tenslotte.

In de vensterbank, in de slaapkamer, staan drie potjes bellenblaas. Half leeg. Daarmee stonden mijn dochters op het balkon. Straks wat lekkers van oma, maar eerst bellenblazen.

Als alles leeg is, als alles weg is, dan zijn alleen die potjes daar nog. Voordat we de deur voor de laatste keer in het slot trekken, gaan we nog één keer bellen blazen….voor haar.

Eén antwoord op “Leegruimen”

  1. Rein,

    dit verhaal doet heel erg denken aan een “gedicht” uit “Bouwen met puin” van Jos Brink. Het wordt overigens ook gebruikt in de laatste theater-tour van PURPER. Google maar eens op “dode dingen”. Net als jouw stukje, erg mooi!
    Gecondoleerd,
    Gert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf × 3 =