Neandertaal

Zo af en toe is het nodig om in de klas een horrorverhaal te vertellen, om de aandacht erbij te houden en de orde te herstellen, zeg maar. Er was een klas die net van een zware toets terugkwam, dus de aandacht was niet optimaal. Scholen zouden daar trouwens eens een beetje meer naar moeten kijken: hoe, waar en bij wie, waarvoor en wanneer rooster je een klas in? Dat aspect stroomt nogal eens onder, in een tijd waarin alleen nog maar belangrijk is dat de absenties zijn ingevuld,  ook al is de hele schoolbevolking absent, en dat het rooster klopt, ook al heefrt het gros van de leerlingen vaak een spanningsboog van niet langer van 15 minuten, waarna men in een geestelijk en kwijlend wrak verandert. Onderwijs is verworden tot het aan de inspectie en directie tonen van kloppende lijstjes met cijfertjes en statistieken.

Maar ik dwaal weer helemaal af. Het ging over een horrorverhaal, en dat was mijn constatering een alinea eerder ook wel, maar dat sloeg niet op de situatie van dat moment. Ook weer om de inspectie te gerieven was ik mijn klasje aan het voorbereiden op een zogenaamde “Kwalificerende toets lezen, niveau 2F”. Men krijgt daartoe een stapeltje teksten onder de neus ( zowaar niet digitaal, werkelijk een unicum)  plus een aantal blaadjes met multiple choice-vragen. Dat laatste is fijn, want uit de media konden we afgelopen dagen vernemen dat het handschrift van veel leerlingen is gedegradeerd tot een soort rudimentair gekras; dit alles veroorzaakt door het veelvuldig gebruik van mobieltje, tablet en – heel ouderwetsch – het toetsenbord. Komt daar dan ineens zo’n mastodont van een docent die zegt dat je een pen moet gaan pakken en een stuk op papier moet gaan schrijven, ja dat is vragen op problemen en vóór je het weet heb je dan woedende ouders of directie op je dak.

Nu hanteren veel pupillen hun schrijfgerei al alsof ze een kolenschop of een dood varken in de hand hebben, dus dat slechte handschrift is mij reeds tijden bekend. De trend is tegenwoordig ook een beetje van ‘als de bedoeling of de boodschap maar overkomt’ , dus je bent als docent snel geneigd het goede in de leerling te zoeken. Laatst moest ik een toets ‘brieven schrijven’ nakijken, waarin werd gesteld dat voor het onderdeel spelfouten maximaal 3 punten van het via uiterst ingewikkelde berekeningen te bepalen eindcijfer mochten worden afgetrokken. Gebruikt een leerling daar dus uitsluitend spijkerschrift, dan is het nog voldoende, als maar duidelijk is wat bedoeld wordt.

En wéér terug naar het horrorverhaal. Je hebt soms snel in de gaten of het toch niks meer wordt met de aandacht of niet, en soms ga je daar dan maar in mee. Ik vertelde van een documentaire die ik eens had gezien over een docent in Japan, maar het kan ook Korea geweest zijn. Hoe die man aan kwam wandelen door de gang, en een klas van een stuk of vijftien puberknapen hem netjes in een rijtje bij het lokaal opwachtte. De man naar binnen, na de nodige buigingen, en vervolgens gezeten achter het bureau. De jongens werden een voor een naar binnen geroepen – mijn eigen klas was nu een en al aandacht -, maakten bij de docent een buiging en kregen vervolgens stuk voor stuk een ongenadige mep met een stuk bamboe over hun achterwerk, waarna weer een buiging en de leerling zonder een spier te vertrekken ging zitten. Zo werd de hele klas afgehandeld en dat elke dag. Tucht en orde. Mijn klas verbijsterd,  jullie hebben het maar goed,  jongens.

Om de zaak nog wat gruwelijker te maken vervolgens de waargebeurde doch droevige geschiedenis van twee andere Japanse leerlingen, die door een wat kribbige collega op een slechte vrijdagmiddag in het kolenhok van de school werden opgesloten.
“Meneer, wat is een kolenhok?”, klonk het door de klas. Ja, daar heb je leerling 2.0. Wat is een kolenhok. Na de geduldige uitleg ging het verhaal verder.  Die leraar ging dus opgelucht naar huis en vergat verder volkomen de twee delinquenten in dat hok, die wel zó streng waren gedrild, dat ze het niet in hun hoofd haalden om een beetje tegen die deur te gaan schoppen of te schreeuwen.

Op maandagmorgen werden beide ongelukkigen dood gevonden. En wat kreeg de leraar voor straf? De leraar kreeg een berisping!”. Tja, en toen wist niemand wat een berisping was, waarna ik dit verving door “reprimande”, en, toen dat ook nietszeggende blikken opleverde, door “schrobbering”. Het hele intimiderende en orde-handhavende effect weg, en toen ik ‘schrobbering’  ook nog verving door ‘standje’ was de sfeer inmiddels licht uitbundig. Je eindigt dan als volleerd docent natuurlijk door met een stalen gezicht te zeggen: “Ja nu weer rustig dames en heren, want anders komen we nooit klaar!”.  Wanner je het maar over sex hebt, of ze laat denken dat het daarover gaat, is de spanningsboog ineens gegroeid tot zeker een volledig lesuur.

Wat leren we nu uit zo’n les die anders verliep dan volgens planning? Wel, dat je bijvoorbeeld nog steeds kunt dollen met je klas, en dat moet ook, ongeacht wat voor gruwelijk handelingsplan of prestatiegericht beleid jou en de leerlingen boven het hoofd hangt. Je moet de vrijheid kunnen nemen om eens een keer een les niets  of niet al te veel te doen. Aanhalen en weer vieren is de ideale combinatie.
Helaas leren we ook dat leerlingen – naast het feit dat ze niet meer leesbaar kunnen schrijven, ook qua leesniveau soms weer langzaam maar zeker afdalen tot het niveau van de Neanderthaler. Vertel je een verhaal; ze snappen de clou soms niet meer, lezen ze een tekst; geen idee waar het over gaat. Krijgen ze een vraag: ze snappen hem niet omdat ze sommige woorden te moeilijk vinden; het gaat dus al mis bij de vraag zelf, laat staan bij het antwoord.
De leerling die terug lijkt te gaan naar de Neanderthalers schrijft en spreekt al  een variant daarop: de Neandertaal, in maximaal 140 tekens. ‘As de bootsgap maar overkomp’. Taal wordt Twittertaal, Neandertaal. Maar goed, veel lager afzakken kan het niet, en uit de Neanderthalers van toen zijn wij weer opgeklommen. Er is dus hoop, zolang ze maar blijven lezen, te beginnen bij 140 tekens, en heel geleidelijk weer wat meer. Maar daar moeten we niet te lang mee wachten. En straks weer een rapportcijfer voor schoonschrijven misschien? Van een 1 naar een 6, dat is al een hele vooruitgang.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × 2 =