Dag collega!

Zo’n tien jaar lang zit je samen op één kantoortje ( nou ja, hokje ) met dezelfde collega, en dan kom je vandaag daar binnen en is zijn plek, die altijd een enorme chaos was, ineens leeg. Andere baan, nieuwe uitdagingen, stukje jonger, dus nog kansen in het onderwijs.
Beetje onwennig wel, zo’n opgeruimde kale plek, en het is maar weer afwachten door wie die wordt ingenomen. In tien jaar leer je elkaar goed kennen, en heb je in allerlei situaties aan een half woord of een gebaar genoeg om te weten wat de ander bedoelt. Snel even een lesje van elkaar overnemen, omdat er boodschapjes moeten worden gedaan of gewoon een middagje vrij. Even gauw een toets kopiëren die de ander vergeten heeft te maken.
Een stuk rustiger dus nu. Ruim de helft minder telefoontjes, de helft minder storing. Ook veel minder in het leven teleurgestelde meisjes, die schuchter of geregeld in tranen eens even kwamen uithuilen. Elk jaar waren daar wel enkele treurige gevallen bij: een bijna blind meisje, met ernstig aangetast gezicht, waarvan de ouders niet de moeite namen om haar na het uitvallen van de treinverbinding even te komen halen. Een ander die schuchter over haar plannen voor het komend weekend kwam vertellen en over hoe lief haar paard, blijkbaar haar enige vriend, wel was.

Je zou ze stuk voor stuk in huis willen nemen en een veilige haven bieden. Ja, niet alle Nederlandse jeugd brengt het weekend door met jong en mooi wezen, feesten en beesten.
Het zal dus even wennen zijn nu… snel even wat spullen toegeëigend die anders toch maar door een andere collega zullen worden ingepikt: eindelijk een schaar in mijn bureau, een nietmachine. Plundra! En eindelijk mijn kopieerpasje weer boven water.

Maar toch had ik liever mijn collega hier weer terug gehad. Zo gaat dat in het onderwijs: het is komen en gaan.

Naar Auschwitz

Ja dit is een heel ander stukje weer eens. Gisteren heb ik een reis geboekt voor over een paar weken naar Krakau, Polen. De bedoeling is dan dat ik Auschwitz weer bezoek. Jaren geleden ben ik daar in een snikhete zomer geweest, en nu wordt het dan winter met – vermoedelijk – een dik pak sneeuw. Onlangs stond in de krant dat het kamp aan het vervallen is, en dat men niet weet hoe of wat te restaureren. Voordat het te laat is, wil ik er dus weer een keer heen. Kijken, foto’s maken, nadenken en vooral niet vergeten. Het wordt geen vrolijke reis, dat weet ik nog van de vorige keer. Wat je ziet is met geen pen te beschrijven. Met gevoelens kan dat wel. En dat hoop ik te doen. Ik hou u op de hoogte

Gevulde kameel voor 400 personen

De tijd van gezellig binnenzitten, lekkere stamppotten, balkenbrei en copieuze maaltijden komt er weer aan. Daarom een nieuwe rubriek met als thema “Recepten”.
Onderstaand recept voor gevulde kameel voor 400 personen vond ik op een site van een aantal VU-studenten

Lekker voor de kerstdagen?

Gevulde Kameel (400 personen) ). Benodigdheden:  300 dadels, 200 pluviere-eieren, 20 karpers van 2 pond elk, 4 trapganzen (schoongemaakt en geplukt), 2 schapen, 1 grote kameel, kruiden.  

Graaf eenkuil. Laat een flink vuur laaien tot hete kolen, drie voet diep. Kook eieren apart hard. Ontschub de karpers en vul met gepelde eieren en dadels. Kruid de ganzen en vul met gevulde karpers.
Vul de schapen met de gevulde ganzen en vul de kameel met de gevulde schapen.
Wikkel in bladeren van de doum-palm ( kijk even bij Intratuin bij de doum-palmen aanbieding ) en begraaf in kuil. Twee dagen bakken. Serveer met rijst.
   

 

Steeds harder in het onderwijs ( 1 )

Op mijn werk zie je rare dingen. Nu geef ik al enige jaren les in een computerlokaal,
en dan kijk je in principe altijd de klas in en nooit achterom. Het is sowieso
niet goed om achterom te kijken, zegt men.
Afgelopen week attendeerde één van mijn leerlingen, pardon, studenten,
mij echter op een afgrijselijk plaatje wat achter mij aan de muur is bevestigd.
Dit plaatje:

Wat zien wij hier? Wel, wij zien een afbeelding van een docent,
die achter zijn bureau zit met de armen relaxed gespreid ( zo hoort dat in het
onderwijs ). Op de grond voor hem gebeurt iets afschuwelijks.

Er is een leerling, die heeft blijkbaar een onvoldoende gehaald
voor een repetitie, en die is het er niet mee eens. De leerling heeft een klacht
ingediend, en in het algemeen krijgt de leraar dan de schuld, want die heeft
zich niet goed genoeg in de leerling verplaatst, en had moeten weten dat de
leerling in een moeilijke periode zit, dyslectisch is, lijdt aan dyscalculie
en ADHD en allergisch is voor papier. Je maakt het allemaal mee, ja..

In dit geval heeft de leerling niet gelijk gekregen, hij valt
op de knieën voor de docent, overgiet zich met benzine en steekt zichzelf
in brand. Kan ook zijn dat het mobieltje van de leerling, nadat hij naar huis
heeft gebeld om een knokploeg aan te laten rukken om die docent eens even af
te rossen en respect te eisen, tot zelfontbranding in de broekzak is gekomen.
Dat schijnt tegenwoordig te gebeuren.
Smekend heft de leerling de armen omhoog naar de docent die onbewogen voor zich
uit blijft kijken. Hoe het afloopt blijft ongewis.
Ik wil maar zeggen, het wordt steeds harder in het onderwijs.

 

Is het zwaarder dan een eend?

Ik ben gek op elektronische hebbedingetjes. Zo heb ik al allerlei nutteloze
frutsels aangeschaft, en nu heb ik weer iets nieuws op mijn verlanglijstje staan.
De Mindreader. Een balletje dat je gedachten kan raden. Het bevat een aantal
knopjes en een schermpje, waarin een tekst voorbij scrolt. Je neemt iets in
gedachten ( moet wel een bepaald voorwerp zijn ) en het ding stelt jou een aantal
vragen, die je kunt beantwoorden d.m.v. het indrukken van een aantal knopjes.

Vervolgens weet het apparaat in het algemeen binnen 20 vragen welk voorwerp
je in gedachten hebt. Op het internet was een online
versie
beschikbaar, en die moest natuurlijk uitgeprobeerd worden. Zo dacht
ik bijvoorbeeld aan een digitale camera ( ook een hebbedingetje ), en de vierde
vraag was of het voorwerp zwaarder was dan een eend. “Dat gaat niet goed”
dacht ik, maar na vraag 18 wist de mindreader mijn gedachten te raden.

Op mijn leeftijd moet je het niet meer hebben van je uiterlijk om indruk te
maken, dus dat wordt sparen maar!

Hoe detecteer je berengeur?

Bij mij op het werk hing onlangs op het prikbord een kopietje van een artikel
uit het blad “Oogst”, met de
cryptische titel “Vakgroep wil studie naar detectie berengeur”.

Nu weet ik zo langzamerhand dat hier met “beren” mannetjesvarkens worden bedoeld.

De vakgroep ziet “het ontwikkelen van een detectiemethode voor berengeur als
meest kansrijke oplossing van het castratieprobleem. Het aantal beren met berengeur
moet zo klein mogelijk worden gehouden.” Men overweegt tevens “immunoneutralistatie”
. Het is maar dat u het weet.

U
begrijpt dat mij na het lezen van dit boeiende artikeltje de schellen van de
ogen zijn gevallen. Ik kijk nu beslist anders tegen het leven aan.
Als ik het goed begrijp stinkt of ruikt een varken, of dat nou een mannetje
of een vrouwtje is op de een of andere manier naar beren. Tijdens het wachten
voor het stoplicht passeert mij nog wel eens een veewagen. Je hoeft de inhoud
niet te zien om te weten wat er in zit, want deze vrachtwagen wordt nog lange
tijd gevolgd door een werkelijk adembenemde geur van dus blijkbaar beren. Ik
hoop tenminste dat dit beren zijn, want stel dat de inhoud enkel uit vrouwtjes
bestaat, dan wil je toch niet weten hoe een tot de nok toe gevulde wagen met
beren ruikt. Die moet dan wel een spoor van vernieling, veroorzaakt door bewusteloos
geraakte verkeersdeelnemers achter zich laten. Waarom is dan eigenlijk nog een
detectiemethode voor berengeur nodig, “bij voorkeur aan de slachtlijn” ?

Ik begrijp dus dat de personen die dagelijks met varkens omgaan de geur niet ( meer ) herkennen? Ongetwijfeld mis ik iets.

Ik bied mij hierbij dan ook spontaan aan om in geval van schaarste en grote nood, tegen betaling van natuurlijk een redelijke vergoeding, als detecteeerder van berengeur te functioneren. Dat lukt bij mij al op zeer grote afstand. Heb ik toch een streepje voor op de vakgroep.

Google-assistent

Ik werk al bijna 30 jaar in het onderwijs.
Eerst als schoolmeester op een lagere school in Katwijk, toen een tiental jaren als tekenleraar, godsdienstleraar, maatschappijleerleraar en winkelpraktijkleraar aan een school voor ernstig puberende 12 tot 17-jarige meisjes in IJmuiden, daarna als leraar Nederlands in Alkmaar en dan nu alweer ruim tien jaar als voornamelijk leraar informatica op een school ( waarvan ik de naam nu even niet zal noemen ) in deze contreien.
Het onderwijs is een uiterst boeiend en dynamisch werkterrein, waarin elke dag weer een nieuwe uitdaging bevat, en waar je het als een onuitsprekelijke eer ervaart om aan zo’n mooi instituut als het mijne les te mogen geven en kennis aan jonge mensen te mogen overdragen.

In de ideale situatie vormt deze groep een soort spons, die jouw kennis met slurpende geluiden in zich opzuigt. Dat houd ik mijn pupillen althans geregeld voor.

In het algemeen bevindt deze groep – dat wil zeggen, zij die van de groep aanwezig zijn – zich zo ver mogelijk achter in het lokaal, ontspannen onderuitgezakt en gehuld in dikke jassen, ongeacht de binnen- of buitentemperatuur. Binnen handbereik is het mobieltje, want SMS-jes kunnen natuurlijk belangrijke informatie bevatten. Ook heeft men meestal één oordopje van de walkman in, het andere deelt men met de buurman of -vrouw.

Het onderwijs is dus in beweging. Ik werk op een school waar men o.a. MBO-opleidingen geeft. En daar zit men niet stil, want wat gaan wij allemaal voor vernieuwingen – en dus verbeteringen – tegemoet zien?

  • Er wordt een nieuwe competentie gerichte kwalificatiestructuur gerealiseerd.
  • Er komen procesmanagers herontwerp groen MBO
  • We krijgen een kwalificatieprofiel met uitstroomdifferentiaties en vrije ruimte.
  • We krijgen globalere competenties.
  • Er worden geen certificeerbare eenheden meer beschreven.
  • Het onderwijs wordt niet langer gestuurd door het curriculum en de docent wordt coach,
  • Dit zijn slechts enkele regeltjes uit een artikeltje in het vakblad “Groen Onderwijs” van december 2004. U wist waarschijnlijk niet dat het onderwijs al zo verschrikkelijk groen was, zelfs het groene onderwijs. Een leerling haalt geen rapportcijfers meer, maar ‘Eindtermen’.
    Je mag trouwens niet meer over ‘leerling’ spreken, maar enkel nog over ‘student’, ongeacht of deze persoon nu op de basisschool, de MULO, de Middelbare Meisjesschool, of op het VMBO-T zit.
    Studenten krijgen geen rapport meer, maar vullen zelf hun ‘portfolio’, het nieuwe toverwoord in het onderwijs. In het portfolio staan een fotootje van de student, een leuk opstel, behaalde cijfertjes, wat de student later denkt te gaan doen, een van het internet geplukt recept voor het draaien van de ideale joint, een foto van de aanstaande schoonmoeder en een verslag van hoe je in het weekend in de aanpalende disco even vet uit je dak bent gegaan.
    Ik noem zo maar wat, want je moet de student natuurlijk in alles stimuleren en coachen, vraag maar aan Iederwijs, want daar weten ze het helemaal:

    Waar ze leren, spelen en leven
    Omdat iedereen zijn eigen tijd, manier en kleur kan kiezen.
    Omdat kinderen gezien en gehoord worden.
    Omdat vertrouwd wordt op hun vermogen.
    Omdat ze mogen stralen.
    Omdat ze zich veilig en verbonden voelen.
    Omdat ze mogen zijn zoals ze zijn.

    Had jij dat ook gewild?

    Dat soort scholen heeft mooie namen als Aventurijn, en daar vind je begeleiders die het kind ondersteunen bij de wilskracht om de angst voor het onbekende te overwinnen.

    Nu krijg ik op de vroege maandagmorgen bepaald de indruk dat het mijn studenten totaal ontbreekt aan wat voor wilskracht dan ook, maar gelukkig kan ik dan in mijn functie als coach hen ondersteunen en begeleiden bij hun zoektocht naar MSN-buddies.

    De docent, sorry coach, is tegenwoordig verworden tot een Google-assistent.
    Natuurlijk word ik in dit proces hevig begeleid door het management op ons boeiende instituut, middels interessante workshops, seminars en studieochtenden, tegen een fiks bedrag verzorgd door onderwijskundige bureaus met chique consultants. Maar daarover later meer….

    WORDT VERVOLGD