Dagje Universiteit ( 1 )

Vandaag was ik een dagje op de Universiteit van
Utrecht
. Mijn dochter studeert daar namelijk eerste jaars psychologie, en
vandaag was het dus “Ouderdag”. Wij werden al vroeg verwelkomd op de Uithof
in – voor de kenners – het Martinus Langeveld gebouw , alwaar de sociale wetenschappen
zetelen, door in knallend roze gestoken studentes, die ons indeelden in groepjes
en van koffie en thee voorzagen.

Wij begonnen met een hoorcollege door o.a. Frans Verstraten ( hoogleraar psychonomie
) over: “Geheugen en aandacht”.
Nou, die aandacht was er wel, maar met mijn geheugen is het langzamerhand slecht
gesteld merk ik. U weet hoe Alzheimer van zijn voornaam heette? Nee? Nou, zo
begint het dus.

We kregen een aantal boeiende filmpjes en plaatjes voorgeschoteld, die ik
nu ijverig op het internet aan het zoeken ben, zodat u mee kunt genieten. Ik
heb de prof al aangeschreven in de hoop dat hij wat van zijn studiemateriaal
met ons wil delen. Een eerste aanzetje heb ik hier,
het is een programmaatje waarmee de verschillen tussen twee plaatjes binnen
een bepaalde tijd moeten worden opgespoord. Bij het eerste level strandde ik
al. Het is virusvrij, wijzigt bij het opstarten alleen een schermresolutie van
800×600 maar verspringt na afloop weer op de goede instelling.

Een ander leuk bewijs van hoe wij kijken is dit. Laadt het volgende filmpje,
kijk er 30 seconden naar en kijk vervolgens naar je rechterhand, die de computermuis
vast houdt. Wat zie je?


En deze is nog veel sterker: als je op het bovenstaande plaatje klikt opent
een webpagina waarop een filmpje wordt afgespeeld ( ’t is een Java-applet en
wel 7 mb groot, dus ga niet gelijk als een gek zitten klikken als er niets gebeurt.
). De bedoeling is als volgt: Kijk goed naar de spelers van witte team,
en tel goed hoeveel keer ze de bal naar elkaar overspelen
. Verder zeg
ik even niets…..

U hoort spoedig meer.

De bieb en het boekenweekgeschenk

We hebben weer een nieuw boekenweekgeschenk en we hebben een nieuwe Barneveldse
bieb. Het boekenweekgeschenk is dit jaar geschreven door ons aller Jan
Wolkers
, u weet wel. En wie wel eens werk van Jan Wolkers heeft gelezen weet:
het is soms een beetje viezig. Er komt soms SEX in voor. Er staan soms VIEZE WOORDEN
in. Er worden namen van GESLACHTSDELEN genoemd.
Ik lees wel eens een boek van Jan Wolkers, en die haal ik dan bijvoorbeeld ook
in de bibliotheek. “Terug naar Oegstgeest”is toch één
van mijn favoriete werken. Beetje ouderwets misschien, maar ik stam nu eenmaal
uit die tijd.

Nu gebeurt het wel eens, dat wanneer je een boek uit de bibliotheek
leent, dat daar soms een scheur in een bladzijde zit, of een koffievlek, of
een haar of andere onbestemde voorwerpen waarvan je niet wil weten wat het geweest
is. Soms zijn de woorden dan niet meer leesbaar. Je weet uit het zinsverband
dat er “ik” moet staan, maar zeker weet je dat niet. Het zou bijvoorbeeld
ook “pik” kunnen wezen. Maar dat is een VIES woord en dan heb je in
Barneveld een probleem. Er zijn namelijk lieden, die niet van VIEZE woorden
houden, en die vinden dat ook anderen deze VIEZE woorden niet mogen lezen.
Dus men neemt de pen ter hand en gaat ijverig aan het strepen, en wel zo fanatiek,
dat men soms dwars door de bladzijdes heen gaat.
Dat wordt straks met het nieuwe boekenweekgeschenk een probleem. Ook de voorkant
van dit boekwerkje is namelijk VIES. Er staat een blote juffrouw op. Het gaat
om dit plaatje.

Dat is inderdaad behoorlijk goor. Daarom heb ik het maar erg klein gemaakt.
Maar als u erop klikt, krijgt u een grotere versie.
Die Wolkers is gewoon een
viezerik: “Op een eiland in de Waddenzee ontmoet een fotograaf op het
naaktstrand een jonge vrouw, Kathleen. Wanneer hij haar later opzoekt in de
disco waar ze een zomerbaantje heeft, ziet hij dat ze wordt opgehaald door een
oude man. Niet veel later maakt de fotograaf kennis met Federici, die net als
hij onder de indruk blijkt van de mooie Kathleen. In de daaropvolgende dagen
ontstaat er een geheimzinnige band tussen de twee mannen. Ze vertellen elkaar
over hun leven en ervaringen, en volgen ondertussen de ontmoetingen tussen de
jonge vrouw en de oude man, die niet helemaal betrouwbaar lijkt. Wie is hij,
en wat doet hij eigenlijk op het eiland? En wie is de jonge man die hem en de
jonge vrouw vaak blijkt te vergezellen? Gaandeweg ontrafelen de twee mannen
de raadsels die de drie metgezellen omringen, waarbij ze stuiten op een levensgevaarlijk
en ingewikkeld complot” .

Zie je wel, dat vraagt om een stevige balpen. Wat gaat de bieb nu doen? Een
blanco kaft? Zwart streepje over de bilspleet? Broek aan, of beter nog, een
rok? Bieb, reageer eens? ( Kan onderaan door op “Reacties” te klikken.

Ik ga dus vrijdagavond naar de Bieb, om al het daar nog aanwezge
werk van Jan eens aan een streng onderzoek te onderwerpen. U hoort natuurlijk
nog van mijn bevindingen.

Sodom en Gomorra

Het dorpje B. op de Veluwe, is op religieus gebied de wereld in het klein. Ongeveer alle grote wereldgodsdiensten vind je hier terug, de één aanmerkelijk meer dan de ander en dan ook nog in allerlei variëteiten.
Op zondagmorgen culmineert deze smeltkroes tot een hoogtepunt van gelovigen die links en rechts langs en door elkaar heen rijden, ieder op weg om het heil van boven te mogen ontvangen, in de hoop zo het aardse slijk beneden te mogen ontstijgen.
Nergens zo druk in B. als op zondag. Het is dan ook goed oppassen geblazen, want wie de blik rotsvast op de eeuwigheid gericht houdt, dwaalt nogal eens af van de juiste weg.
Zo kon ik, na lange tijd in ernstige geloofstwijfel te hebben verkeerd, met enige moeite een fatale aanrijding voorkomen met een haastige volgeling, een herder uit een aanpalende gemeente nog wel, blijkbaar geheel verzonken in de voorbereiding op zijn preek, wat bijkans het vroegtijdig verscheiden van een wat uit de kudde afgedwaald schaap tot gevolg had.
Ja, je hoedt ze met strakke hand, tenslotte.

Tijdens de dienst werd ik geconfronteerd met de collecte ter bestrijding van één der schepselen Gods, namelijk de houtworm, klein en nietig maar toch blijkbaar een ernstige bedreiging van het voortbestaan der kerk. Gul gegeven dus maar, want zo na enkele maanden van afwezigheid is een kleine aflaat wel op zijn plaats. Waarna weer een pepermuntje, want de preek, die handelde over Sodom en Gomorra – een lot wat het dorpje B. nooit zal kunnen treffen – verdient altijd een moment van contemplatie en bezinning, en dat kan mooi tijdens de collecte onder het genot van een versnapering. Dat geeft een verfrissende kijk op de zaken, zelfs op Sodom en Gomorra.
Onvermijdelijk kom je dan toch terecht bij je eigen, persoonlijke Sodom en Gomorra, en onbewust verbaas je je er weer over dat je ook deze week niet in een hoop rokende sintels bent veranderd. Blijkbaar is er hoop voor je, niet onbelangrijk, zou ik zeggen.
Maar eens wat vaker komen buurten dus, want zelfs de herder blijkt dit logje al te lezen, zo biechtte hij mij op na afloop van de dienst.
Ach, men , Hij, houdt je in de gaten. Je kunt het slechter treffen.

Regen en Viagra

 

Wat heeft dat nu weer met elkaar te maken. Nou, eigenlijk niets, maar beide hebben weer te maken met mijn heftige midlife-crisis. Het eerste gedeelte van dit logje mag gelezen worden door mannen in de midlife-crisis en door dames in de menopauze. Het tweede, langere gedeelte alleen door echte mannen met een sterk hart.
Voor alles wat jonger is: dit stukje is totááál niet interessant.’

Eerste gedeelte:
Nu verkeer ik – 53 jaar oud – sinds enige weken ( of jaren ) in een ernstige midlife-crisis. Dat uit zich in puberaal gedrag, dwarsigheid, het nalezen van motorblaadjes, ineens stil blijven staan voor de etalage van een tattoo-shop of een piercing-winkel, te laat naar bed gaan terwijl dat eigenlijk niet meer kan, foute ( te glimmende volgens mijn dochters) leren jasjes willen dragen. Het liefst zou ik trouwens een slangenleren jasje ergens op de kop tikken, maar dan kom ik thuis helemaal niet meer binnen.
Je haar dus bijna zwart laten verven, zoals ik afgelopen week dan heb gedaan, en op mijn werk zei bijna niemand er wat van, da’s ook zo balen. Verder het idee hebben dat je nog ongelooflijk indruk kunt maken op een mooie meid van 20 of zo, en dat ze jou bijzonder grappig en gevat vinden.
Met ontbloot bovenlijf als een idioot door de kamer springen, tot afgrijzen van je kinderen en denken dat je Anthony Kiedis ( die is ook al niet meer de jongste, dus wat veiliger ) van de Red Hot Chili Peppers bent en dan ontdekken dat de buren voor de ramen staan te kijken.
En, het aller, allerbelangrijkste voor een man: denken dat je nog een godheid bent in bed.

En nu het tweede gedeelte.
De dames mogen hier niet verder lezen. Weg dus.
Mannen, vrienden, op een zwarte dag ontdek je ( misschien wel tijdens het stiekum rukken voor de buis ), dat het allemaal wat langer duurt, en toch wel erg vermoeiend is. En, verdraaid, ’t lijkt wel of-ie kleiner is!
Het moet dan maar gebeuren. Het taboe doorbroken. De coming out. Ik dus vanochtend vroeg de dokter opgebeld, vanaf mijn werk, nadat ik eerst even had gekeken of de kantoortjes links en rechts van mij wel leeg waren.
Kreeg ik een assistente aan de lijn! Gelijk de hoorn weer neergelegd. Mijn collega kwam weer binnen, net op tijd. Gelijk ging de telefoon.
“Had u net gebeld, meneer?” De assistente weer. “Waarmee kan ik u van dienst zijn?”
“Ja ik had even de dokter willen spreken.”
“Waar gaat het over?”
“Eh… dat is wat lastig uit te leggen, zo op mijn leeftijd”
“Oh, u wilt Viagra?” ( Men kent mij daar wel goed, en dollen kan dan wel )
Maar goed, de dokter was ernstig meelevend. “Niet meer dan één op een dag!” Hij schatte mij blijkbaar nogal hoog in. Vanmiddag was dan het grote moment daar. Met kloppend hart en zwaar gemoed, want ook in die apotheek weer allemaal dames achter de toonbank. Ik kon toch moeilijk temidden van de aandachtig luisterende klandizie gaan vragen of de grootverpakking Viagra voor meneer B. ( “Jah, ik ben het niet hoor! Het is mijn buurman!”) al klaar lag. En buiten stortregende het, mijn volkomen doorweekte binnenkomst zou toch al opzien genoeg baren. Raar genoeg keek men mij inderdaad wat bevreemd aan, maar dat leg ik straks wel uit.
Weer buiten, het regende nog harder, maar het doosje in discrete verpakking veilig in mijn zak. Opluchting alom. Snel naar huis door een nu werkelijk grijs gordijn van regen.
Druipend, het doosje weggeborgen, trad ik de kamer binnen, waar mijn dochters mij dezelfde vreemde blikken toewierpen als de dames in de apotheek.
“Pap, wat ziet je gezicht eruit! Je lijkt wel een zombie! “ gevolgd door gillend gelach.. Ik keek ontredderd in de spiegel: mijn zwarte haarverf was ernstig uitgelopen over mijn gezicht……

Tot slot nog even over die Viagra , mannen. Die bijsluiter is heel eng. Je kunt er blind van worden, en ja wat is dan het laatste wat je ziet: een langdurige en pijnlijke erectie van 4 uur of meer bijvoorbeeld. Bloeddoorlopen ogen, dat kun je je partner ook al niet aan doen. Alsof ze met Frankenstein himself daar ligt te knarren. En je kunt dood neervallen. Mocht u niets meer van mij horen na het schrijven van dit stukje, ja, nou, dan weet u wel hoe laat het is.
En nu moet ik stoppen, want dat ding begint te werken.

En dames, het valt me ernstig van jullie tegen dat jullie ook dit gedeelte gelezen hebben.

Update: The day after.
Alleen het idee al dat er zo’n doosje in mijn nachtkastje stond bleek al voldoende te werken….

Naar Auschwitz (2)

Wellicht zullen trouwe lezertjes wat ongerust zijn geworden over het feit dat hier zó lang geen nieuw schrijfsel van mijn hand te vinden was. Wel, alles heeft zo z’n redenen, en ook ik kan wel eens last hebben van een writers block. Soms zijn er van die perioden in je leven waarop je een aantal zaken opnieuw moet ordenen, en dit reisje droeg daar ernstig aan bij.

In de voorjaarsvakantie ben ik dus afgereisd naar Krakow, Polen om mij daar in een appartementje in de oude Joods wijk voor te bereiden op mijn tweede trip naar Auschwitz. Krakow is een middeleeuwse stad en ademt nog de sfeer van de jaren vijftig, zeker als je daar op zo’n stille, afwachtende, grijze namiddag door de oude straten wandelt in een wijk die eens bruiste van leven. Bij vlagen drong nog de geur van stoken op steenkolen of bruinkool door, die sterk aan de tijd toen je nog kind was deed denken, toen je nog een onbezorgd en beschermd leventje leidde waarbij de avonden luisterend naar de radio werden doorgebracht. Polen heeft inmiddels niet stilgestaan sinds mijn laatste bezoek een jaar of vijftien geleden. Moderne winkels, dure auto’s, chique geklede mensen, mobieltjes alom. Gelukkig zijn de prijzen wel achtergebleven en betaal je in ouderwets degelijke zloty’s een belachelijk lage prijs voor een uitgebreide maaltijd in een uiterst trendy ingericht etablissement, waar Krakow zich in gespecialiseerd lijkt te hebben. Krakow is echt een stad om verliefd op en in te wezen. Je kunt je in een koetsje onder lantaarnlicht door de middeleeuwse binnenstad laten rijden en de sfeer over je heen laten komen.

Hoe anders dan de sfeer in Auschwitz. Na een eerder bezoek ben je wel wat gewend, maar nu toch ook weer een flinke schok na al het moois van Krakow. Grijs, een snijdende koude wind en dan ronddwalen op de denk ik verdrietigste, eenzaamste, zwartste plek op aarde in de geschiedenis van de mensheid…. Ook nu grote groepen toeristen, die ik als het even kan probeer te vermijden, maar ook in een grote groep kun je je toch enorm eenzaam voelen als je in duistere gewelven staat bij de “Stehzelle”, hokjes van negentig bij negentig centimeter, waarin zo’n acht gevangenen ’s nachts werden opgesloten bij temperaturen tot twintig graden onder nul, omdat ze de regels hadden overtreden, of als je staat bij de executiemuur in het dodenblok, of in de door een zwak peertje verlichte gaskamer van Auschwitz I, een ruimte die de verpersoonlijking is van de hel op aarde, die dus echt bleek te bestaan. Vervolgens de wandeling naar Birkenau, zo mogelijk nòg desolater, kouder, somberder en gruwelijker. Kunstenaar Armando bedacht het begrip “schuldig landschap”; wel, schuldiger kunnen bomen, struiken en stille vijvers gevuld met as en botten niet zijn. Wie zich nu hier ’s nachts zou laten insluiten moet de kreten en stemmen van de slachtoffers wel horen…….

Kortom, opnieuw een uiterst gedenkwaardige reis, en nu ik er weer over nadenk, niet de laatste deze kant op. Het leert je weer een hoop dingen in het leven relativeren.

Dag collega!

Zo’n tien jaar lang zit je samen op één kantoortje ( nou ja, hokje ) met dezelfde collega, en dan kom je vandaag daar binnen en is zijn plek, die altijd een enorme chaos was, ineens leeg. Andere baan, nieuwe uitdagingen, stukje jonger, dus nog kansen in het onderwijs.
Beetje onwennig wel, zo’n opgeruimde kale plek, en het is maar weer afwachten door wie die wordt ingenomen. In tien jaar leer je elkaar goed kennen, en heb je in allerlei situaties aan een half woord of een gebaar genoeg om te weten wat de ander bedoelt. Snel even een lesje van elkaar overnemen, omdat er boodschapjes moeten worden gedaan of gewoon een middagje vrij. Even gauw een toets kopiëren die de ander vergeten heeft te maken.
Een stuk rustiger dus nu. Ruim de helft minder telefoontjes, de helft minder storing. Ook veel minder in het leven teleurgestelde meisjes, die schuchter of geregeld in tranen eens even kwamen uithuilen. Elk jaar waren daar wel enkele treurige gevallen bij: een bijna blind meisje, met ernstig aangetast gezicht, waarvan de ouders niet de moeite namen om haar na het uitvallen van de treinverbinding even te komen halen. Een ander die schuchter over haar plannen voor het komend weekend kwam vertellen en over hoe lief haar paard, blijkbaar haar enige vriend, wel was.

Je zou ze stuk voor stuk in huis willen nemen en een veilige haven bieden. Ja, niet alle Nederlandse jeugd brengt het weekend door met jong en mooi wezen, feesten en beesten.
Het zal dus even wennen zijn nu… snel even wat spullen toegeëigend die anders toch maar door een andere collega zullen worden ingepikt: eindelijk een schaar in mijn bureau, een nietmachine. Plundra! En eindelijk mijn kopieerpasje weer boven water.

Maar toch had ik liever mijn collega hier weer terug gehad. Zo gaat dat in het onderwijs: het is komen en gaan.

Naar Auschwitz

Ja dit is een heel ander stukje weer eens. Gisteren heb ik een reis geboekt voor over een paar weken naar Krakau, Polen. De bedoeling is dan dat ik Auschwitz weer bezoek. Jaren geleden ben ik daar in een snikhete zomer geweest, en nu wordt het dan winter met – vermoedelijk – een dik pak sneeuw. Onlangs stond in de krant dat het kamp aan het vervallen is, en dat men niet weet hoe of wat te restaureren. Voordat het te laat is, wil ik er dus weer een keer heen. Kijken, foto’s maken, nadenken en vooral niet vergeten. Het wordt geen vrolijke reis, dat weet ik nog van de vorige keer. Wat je ziet is met geen pen te beschrijven. Met gevoelens kan dat wel. En dat hoop ik te doen. Ik hou u op de hoogte