Pijn

Mannen zijn de kleinzerigste lieden op aarde. Dat uit zich vooral op plekken waar mannen geen controle kunnen uitoefenen over de loop der gebeurtenissen; iets wat de meeste mannen toch zo graag doen.

Zo’n plek is bijvoorbeeld de stoel van de tandarts of de mondhygiëniste. In beide stoelen word ik geacht aanstaande woensdag plaats te nemen. Het kan niet op dus. Nu is de mondhygiëniste een in het algemeen aardige juffrouw, die zich – meestal onder toeziend oog van een stagiaire , die het allemaal nog moet leren en waarvan je beslist niet wilt dat die je ook maar met één vinger aanraakt  –  wellustig aan je tandsteen vergrijpt. Dat gebeurt met allerlei geniepige martelwerktuigjes die je de indruk geven dat al het zorgvuldig opgebouwde glazuur op gruwelijke wijze vernield wordt, naast een hoop andere onderdelen ( vullingen, kronen, stukken ivoor ).  
Meestal begin je enkele dagen vóór het geplande bezoek wat serieuzer te poetsen, en je hoort  de instructies omtrent het op de juiste wijze flossen en tandstokeren dan ook gelaten en met bebloede bek aan. Na afloop, wanneer het heerlijke polijsten met dat lekker smakende goedje begint, krijg je weer wat van je ernstig aangetaste kapsones terug, je neemt je voor weer een tijdje goed te poetsen en te flossen.

Een andere plek waar mannen heel erg  zielig zijn ligt een deur verder, bij de tandarts zelf, die opgewekt een gesprek aanknoopt terwijl je amechtig met je mond vol schroeven en bouten verstijfd achterover hangt en alleen maar rauwe kreten kunt slaken of in het ergste geval slechts met je ogen kunt knipperen.
Ik laat me bij de tandarts in principe altijd verdoven als er kans is op méér dan alleen maar even wat voelen en trekken aan de diverse restanten die mijn gebit vormen. Ooit heb ik als puber een trauma opgelopen: een zenuwontsteking die in het weekend wel even behandeld kon worden door een buurman een paar huizen verderop, namelijk een tandarts in ruste, die bij wijze van hobby nog wat apparatuur op een zolderkamertje had uitgestald. Dat betekende dus een soort trapboor, aangedreven door zo’n draad waar de flarden aan hingen, en een martelende pijn en wegzinken in zwarte duisternis toen de boor de zenuw raakte.

Sindsdien lig ik niet voor mijn plezier in die stoel. Hoé ik me ook voorneem om toch maar vooral ontspannen te blijven liggen, na vijf minuten betrap ik mij er op dat ik wéér gespannen als een plank in die stoel lig met een hemd doordrenkt van angstzweet.
Woensdag wordt mij een kroontje aangemeten. Behalve dat mannen kleinzerig zijn, zijn ze ook een beetje ijdel. Waar ooit nog een achtergebleven melkhoektandje huisde, gaapt nu sinds een paar jaar een zwart gat, en dat kon het gezeur van het gezin niet langer weerstaan, ondanks het prijskaartje van achttienhonderd euro. Blijkbaar ben ik nog op een leeftijd dat uiterlijk er toch nog een héél klein beetje toe doet, ondanks dat je daar een aardige vakantie naar een mooi en tropisch land voor moet opofferen, want het geld is dan wel zo’n beetje op.

Maar goed, ik kan er dan om lachen als een boer die geen kiespijn meer heeft.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=edX813T7-Dg[/youtube]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × vier =