Recept voor de eeuwige jeugd: onderwijs

Voor wie het nog niet wist: ik kan u een blijde mare verkondigen. Het middel om eeuwig – nou ja, een beetje eeuwig – jong te blijven bestaat en het heet onderwijs. Je moet het wel een beetje in de vingers hebben, want boze tongen beweren bijvoorbeeld dat je het op de lerarenopleidingen niet meer leert. Daar zit soms een kern van waarheid in, maar dat weegt allemaal niet op tegen de voordelen van het eeuwig jong zijn. Heb je zo’n opleiding eenmaal afgerond ( je bent geslaagd voor de reken- en taal-toelatingstesten, je hebt wat verdere theorie geleerd en wat dingen over lesgeven ) dan begint de eeuwige jeugd. Je moet dan nog een beetje orde leren houden en zo, en eigenlijk bijscholen tot in lengte van dagen – geen probleem bij eeuwig leven- ; je moet zorgen dat je het management niet teveel voor de voeten loopt, dat je op tijd je pip- pop- en pap-formuliertjes invult. Dat zijn wat hinderlijke bijkomstigheden.

Het eigenlijke recept krijg je elke dag toegediend op het moment dat je de klas in stapt: voor jou alziende docentenblik ontrolt zich een boeiend landschap gevuld met jongeren van allerlei pluimage, in mijn geval een doorsnee MBO-schoolbevolking: allemaal het mobieltje in of bij de hand, petjes, jassen aan, en allemaal in de bloei van hun leven en vaak ook nog eens in een wolk van gierende hormonen, waar elke puber vroeg of laat door heen gaat. Nu verkeer ik wel in de gelukkige omstandigheid dat ik op een school werk waar eigenlijk nooit narigheid in de vorm van vechten, diefstal en andere onbetamelijke zaken gebeurt. Het mag wel even een keer gezegd worden: het Groenhorst College in Barneveld   ( ik ben niet zo van de reclame, maar soms ontkom je er niet aan ). Bij ons geen beveiligingspoortjes, geen bewakers, geen bedreigingen en niet al te veel nare filmpjes op YouTube.

Gebeurt er dan helemaal niks? Natuurlijk wel; ook bij ons zitten leerlingen die hun portie narigheid met zich meenemen, net als op elke andere ROC of AOC. Vaak zit die narigheid echter vooral van binnen, en uit het zich niet in irritant gedrag. Ik hoef hier niet het hele scala aan problemen op te noemen waar een helaas toenemend aantal pubers onder te lijden heeft, maar in mijn onderwijsloopbaan sinds 1976 heb ik wel zo ongeveer alles wat je je kunt voorstellen zien langskomen, en je kunt je gelukkig prijzen dat jouw kinderen bepaalde dingen niet meegemaakt hebben. Jongeren lopen daar niet altijd mee te koop, de steeds hardere en ik-gerichte maatschappij laat dat niet toe, maar uiten doen ze het wel: bijvoorbeeld in de vorm van irritant gedrag in allerlei variaties.
Soms krijg je een grote mond van een leerling, soms is er eentje volledig onhandelbaar. Korte lontjes, niet in de hand houden, direct weggooien. Na de knal blijkt het eigenlijk vuur al lang ergens anders gesmeuld te hebben, soms heel lang, en dat hoor je dan via een omweg als zo’n woedeuitbarsting, of tijdens een presentatie over de gevaren van alcoholmisbruik, waarbij dan blijkt dat de beschreven verslaafde met Korsakov de vader van die leerling is.

Hoe naar ook: dat zijn de verborgen parels in de oesters van het onderwijs. Bij het dieper duiken kom je elke dag schatten tegen. Een grote,  vriendelijke slungel van een knaap die je tijdens het mee fietsen naar een andere locatie onbeholpen meedeelt dat hij eigenlijk gameverslaafd is, écht gameverslaafd, omdat hij anders zo gaat zitten nadenken en piekeren over alle spoken in de geest die op hem af komen, en dat hij daar niet echt met anderen over kan praten.  Op sommige monenten zou je al die leerlingen een knuffel willen geven of hen in je huis een veilig en vooral zorgeloos onderdak willen bieden.
Er zijn meer parels, ook wanneer het niet om persoonlijke narigheid gaat: dat bijdehante meisje, dat jou elke keer op een leuke manier gevat van repliek dient, zodat je soms met je mond vol tanden staat. Het spel met woorden en taal, en de ervaring dat ze toch allemaal graag iets willen leren en best wel hard werken voor een cijfer. Het figuurlijke schouderklopje wat je ze geregeld moet geven, niet uit gewoonte, maar omdat ze het verdienen. Je ziet ze glunderen en gloeien wanneer je iets leuks zegt over hun uiterlijk, wanneer je interesse toont in wat voor appjes ze op hun mobieltje hebben, en wanneer je weet wie er de finale van één van die vreselijke talentenshows waarmee we worden doodgegooid, heeft gewonnen.  Op schoolfeesten laat je een enorme geluidsbrij gelaten over je heen komen, en afhankelijk van je leeftijd – boven de dertig ben je hoogbejaard – dans je nog wat mee. “U was er gisteravond ook, hè, meneer!”

Je moet voortdurend op je tenen lopen, voortdurend alert zijn. Er wordt op jou gelet. Ze zien aan de naad van je spijkerbroek welk merk het is, en ze vragen onverbloemd waarom je dezelfde blouse als eergisteren aanhad. Het is dus voortdurend investeren, en zonder een goede duikuitrusting ga je die parels dus niet vinden.  Er zijn momenten waarop je je dodelijk vermoeid voelt. Eindeloze vergaderingen, onafzienbare bergen administratieve rompslomp, stompzinnige formulieren uit de koker van bureaus die op Mars lijken te staan.
Maar eenmaal voor die klas, én wanneer je het in je vingers hebt, laaf je je weer aan de jeugd en haal je er je deel vandaan.

Een redelijk lyrisch stukje, zie daar het effect van een dagje lesgeven 🙂  Het werkt dus. Werken in het onderwijs houdt je dus jong, alleen jammer dat onze regering dat maar steeds niet wil inzien, en de omstandigheden waaronder dat werken moet gebeuren, steeds verder verzwaart. Zeker nooit jong geweest, die lui.

Eén antwoord op “Recept voor de eeuwige jeugd: onderwijs”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twaalf − vijf =