Slow down, follow your heart ( Wauwel in Indonesië, deel 1 )

’t Is crisis, en geheel indachtig de wensen van onze geliefde minister president, boekte Wauwel, ondanks al jaren onderwijs-nullijn, een redelijk prijzige rondreis voor 2 personen naar de gordel van smaragd, in dit geval bestaande uit Java, Bali, Lombok en het tropische Bounty-eilandje Gili Meno. Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, tijdens de Ramadan nog wel, dat was volgens sommige ongeruste lieden in de kennissenkring geen verstandige keuze.   Nunspeet is veel veiliger inderdaad, camping ‘De Rimboe’ in Lunteren wat minder rimboe en ook geen malaria-pillen nodig, dus wat zoek je daar tussen die haatbaarden.

Reizen is natuurlijk heerlijk, en hoe verder weg hoe beter. Hoe verder weg hoe beter ook even weg van het onderwijsbestaan, hoewel we bij elk schooltje wat we passeerden de rug strekten om er toch maar zoveel mogelijk van te zien. Ruim drie weken, met nog een paar dagen extra bijgeboekt om uit te blazen en te laven aan het lauwwarme water van de Java Zee trokken we rond.
Met een groep. Dat is altijd even afwachten; wat voor lieden zitten daar in, en hoeveel van hen zitten er nu weer in het onderwijs. Nu stonden bekende toeristenoorden als Kuta Beach gelukkig niet op het programma, en dat scheelt enorm in het tokkie-gehalte, het soort lieden dat je er gelijk in het vliegtuig al uit haalt, en dat zich 2 of 3 weken lang laat roosteren in een all-inclusive omgeving en daar ook niet vandaan komt. In het vliegtuig heb je eigenlijk nog geen idee wie er bij jou in de groep zitten, wie de mensen zijn met wie je de komende weken behoorlijk intens zult optrekken. Je leert na vele reizen wel een beetje inschatten en inderdaad blijken er uiteindelijk een paar goed gegokte lieden bij te horen.
Een tussenlanding in Abu Dhabi breekt de reis. Door een grauwgele mist daal je over een uitgestrekt niemandsland, eindeloze stratenplannen zonder huizen en zonder auto’s glijden steeds dichter onder je voorbij, en vervolgens is het twee uur rondslenteren en kijken naar een mix van veel Arabieren in lange witte gewaden, daartussen volledig zwart gesluierde vrouwen en groepen westerse toeristen. De eerste contacten met andere groepsleden worden gelegd, En ja hoor, onderwijsmensen. Ook een gesprek met een doodzieke, angstige en breekbare jonge vrouw, die geheel alleen na jaren onderweg is naar Oost Timor, waar ze ooit vandaan vluchtte, en die al 14 uur op de luchthaven heeft gewacht na een vlucht vanuit Brussel. Zo’n transit-lounge is een afspiegeling in detail van alles wat er in de wereld gebeurt.
We gaan verder, de korte nacht in. De geserveerde maaltijden worden op krankzinnige tijdstippen door de voortdurende wisseling van tijdzones naar binnen geslagen. Jakarta doemt onder ons op in een grijzer smog. Er is heel veel met bruin water overstroomd land te zien. Hier een overstaptijd van een uur of vier. Ideaal, want tot ongenoegen van mevrouw Wauwel is ondergetekende een rusteloos type dat niets liever doet dan voortdurend de hort op zijn, vooral op allerlei terminals, want daar is veel te zien. In de vele restaurantjes eet men verdekt opgesteld achter allerlei kamerschermpjes, want de Ramadan is in volle hevigheid bezig. Ook een zoektocht naar pinautomaten, want we hadden te horen gekregen dat er nergens met Europese passen geld opgenomen kon worden door een ruzie tussen Indonesië en internationale banken. Indonesiërs zijn vriendelijke mensen, maar ook Aziaten, en dat betekent dat ze je nooit ‘nee’ zullen verkopen maar je altijd van het kastje naar de muur zullen verwijzen. Nog steeds geen roepiah’s dus, dan maar hopen op ergens een wèl betalende automaat op de eerste bestemming, Yogyakarta . Een vlucht door wind en regen dit keer, bij aankomst onder aan de vliegtuigtrap de warme deken van tropenhitte en Indische geuren vermengd met kerosine.  En daar wachtte ons de gids, en ontmoetten we de rest van de groep. Een bus, gebouwd op Indische reizigers, bracht ons in een soort slangenmenshouding naar ons eerste hotel, waar we in de schemering aankwamen, na een reis van alles bij elkaar zo’n 24 uur. In vliegtuigen doe ik nooit een oog dicht, maar aan een jetlag moet je nooit toegeven en de beste bestrijding is gewoon direct de dagindeling van het te bezoeken land overnemen, dus na onze eerste lokale kennismaking met het fantastische Indische eten en het voorstelrondje met de groep de stad in, onderdompelen in een hectische variant van Tempo Doeloe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vier × 3 =