Voorover uitduikelen

flexible_fattyDe meest traumatische herinneringen aan mijn schooltijd worden gevormd door de gymlessen. Vandaag bleek uit onderzoek dat het aantal ongelukken tijdens de gymles tussen 2003 en 2007  met 47 procent is gestegen. Waarom ze trouwens na 2007 nog twee jaar nodig hadden om tot dat getal te komen is mij een raadsel, maar goed. Omgerekend werden er ongeveer 70 leerlingen per dag met gillende sirene naar het hospitaal vervoerd, uitgaande van 40 schoolweken per jaar ( ja, ja, toen men nog ouderwets les had ). Er kan veel over het Nieuwe Leren gezegd worden, maar het gaat er toch maar mooi toe bijdragen dat de ongevallenstatistieken mogelijk tot nul gereduceerd zullen worden.

Had men in de tijd toen ik de middelbare school bevolkte ook al gemeten, dat had ik ongetwijfeld voor flinke uitschieters in de peilingen gezorgd. Ik was zo iemand die nooit gekozen werd, en ook niks durfde, met alle gevolgen vandien. Vreselijke bezigheden als kastiebal, waarbij het de bedoeling was de tegenstander met een leren kogel zo snel mogelijk dood te gooien, oefeningen op de bok en het paard of de kast, waarbij ik het geregeld presteerde om met de halve bovenkant van dit toestel onder donderend geraas ter aarde te storten, maar de twee allerergste martelwerktuigen waren toch wel het wandrek en de ringen. Dan kwam je vanuit de naar angstzweet ruikende jongenskleedkamer de zaal binnen en dan zag je het al: het wandrek uitgetrokken, de bovenkant op toch zeker duizend meter hoogte over je heen hellend, of de ringen die als een dodelijke strop zachtjes heen en weer zwaaiden, wachtend op het moment dat ik als allerlaaste, mijn voeten er door heen moest steken ter voorbereiding op de doodsmak die zou volgen op het voorover uitduikelen.

In mijn ogen was de gymleraar een harteloze sadist, die er op uit was mijn jonge leventje voorgoed te verpesten.  De gymlessen van vroeger hebben ongetwijfeld de kiem gelegd voor mijn  afkeer van sport. Een bekentenis die vele Wauwel-lezers mogelijk op de ziel zal trappen, maar het is niet anders.  Hoe veranderd zijn de tijden nu, en hoeveel gevaarlijker, maar toch blijkbnaar leuker, zijn de gymlessen nu. “Niet te grote groepen”, wordt er gezegd, en “niet te veel achter de computer”, om het aantal val-en smakpartijen wat terug te dringen. De leerlingen zijn wat onrustiger, de ADHD-atomen gieren hen door het lijf en zoeken een uitweg. Een collega gaf eens gymnastiekles aan  een groep kinderen in een achterstandsbuurt, zo’n Vogelaarwijk. Die kinderen die speelden niet tijdens de les, nee, die stortten zich van bovenuit het wandrek of de ringen plompverloren naar beneden, en klommen dan vervolgens weer haastig omhoog om op het knopje Replay te drukken. De gymles als computerspel. Een enkeling weet zich misschien nog de Commodore 64 te herinneren, met daarop het computerspel “Olympics”. Als een bezetene moest je met de joystick heen en weer bewegen om de hardlopers of de baanwielrenners over de streep te krijgen, met totaal verzuurde armspieren tot gevolg. Als dat geen topsport is, dan weet ik het niet. En ik kan het weten, want ik ben net genezen van zweepslag die ik heb opgelopen  tijdens het joggen op de Wii Fit.

Ook computergymen is dus al niet meer zonder gevaar.