Nerd

Op elke school lopen  – onder het personeel –  wel een paar computernerds rond.  Die zitten bijvoorbeeld voortdurend tijdens de pauzes in de docentenkamer met hun mobieltje in de hand, een e-reader, of – het absolute toppunt – pronken met hun nieuwe iPad. Ze geven privé en tot wanhoop van hun partner kapitalen uit aan electronische hebbedingetjes, steken een flink deel van hun vrije tijd in de schoolwebsite of andere technische nieuwigheden en zijn altijd bereid de oververmoeide collega’s die nog in het digitale stenen tijdperk verkeren met raad en daad terzijde te staan.
Soms worden ze wat meesmuilend ontvangen; daar heb je hem of haar weer. En we hebben het al zo druk. Net een beetje Word 2003 onder de knie, is hij of zij al bezig met versie 2010. Terwijl wij razend trots zijn op onze met veel moeite in elkaar geknutselde Powerpoint-presentatie, waarin we alle animaties, tekst-effecten en geluidjes  hebben gestopt die we tegen kwamen ( niet wetende dat ons leerlingenpubliek daardoor met een stekende hoofdpijn amechtig achterover zakt ) , komt onze computernerd met iets als Prezi, waar we nog nooit van gehoord hebben maar wat er fantastisch uit ziet en wat we best zouden willen gebruiken als we toch maar een beetje tijd hadden en we er ook nog een beetje begeleiding bij kregen.

Het schoolmanagement dient die schaars aanwezige computernerds te koesteren. Ze hebben vaak een wat nuchterder kijk op ict-zaken die door dure bureaus en gladde vertegenwoordigers aan het management als het ei van Columbus worden gepresenteerd. Een duur ei, want  ict-ontwikkelingen die van boven af worden opgelegd, hebben vaak een averechts effect.
Docenten zijn vaak de meest behoudende lieden op aarde, murw gebeukt door allerlei als vernieuwing gebrachte veranderingen. Kom er dan ook nog een blije manager  vertellen dat “we nu toch een leerlingbegeleidings-systeem hebben wat alle problemen de wereld uit helpt”, dan is het tijd om de rode stormbal te hijsen.

Met het invoeren en toepassen van  ict moet je voorzichtig zijn. Veel directies en besturen  zien het als een wondermiddel, een middel om leerlingen mee te lokken  en toch vooral te laten slagen, en de docent wordt geacht daarin enthousiast mee te gaan.  De school wordt vol gehangen met digitale borden, waarbij een flink deel van het personeel  vermoedt met een wat uitgebreider white-board te maken te hebben, de school schreeuwt van de daken dat er voor leerlingen mooie laptop-projecten en leerwerkruimtes zijn, de school roept af en toe iets op Twitter, de school stuurt de diverse teams een middagje op een kostbare computer-training, en dan komt het allemaal verder wel goed, want het is ict en dat is een toverwoord binnen het onderwijs.

Een moderne onderwjsmanager

Op ict-congressen en -beurzen zie je eigenlijk nooit de doelgroep waar het eigenlijk om gaat. Veel grijze koppen, veel netwerkende en naborrelende  managers, veel vertegenwoordigers die bij elkaar op bezoek gaan in de diverse stands, maar docenten en leerlingen (!) zie je er niet. Die docenten hebben het veel te druk met overleven en lesgeven, durven ook geen middagje vrij te vragen bij hun teamleider, weten überhaupt nauwelijks dat er dergelijke bijeenkomsten zijn,  en de leerlingen, ja, die worden eigenlijk nooit betrokken bij het implementeren van nieuwe ict-voorzieningen.  Een groot deel van die leerlingen is, vergeleken met  hun docenten, enorm computer-nerd. De kloof is reusachtig. Hun generatie is opgegroeid met mobieltjes, Hyves, illegaal downloaden, en is eigenlijk continu online, waarbij de school een hinderlijke onderbreking van hun fascinerende bezigheden in de virtuele wereld is. Een gigantische bron van kennis op ict-gebied, waar we op school veel te weinig naar luisteren.  Ze lijken een beetje op de computer-nerds onder de docenten, ze weten van mekaar waar ze over praten en wat er leeft.  Ze weten alles van nieuwe software, en vinden het vooral “gewoon”, waarbij de beleidsmakers nog in alle staten van opwinding verkeren.
Hoe graag soft- en hardware-leveranciers  ons ook willen doen geloven dat we als school echt niet meer zonder het nieuwste van het nieuwste kunnen, laten we ons toch vooral de kop niet gek laten maken. Het blijft een hulpmiddel, leuk, maar verder voor onze leerlingen heel gewoon.

Maar pas wel op: wanneer u als computernerd een ander iets uit moet leggen over een computerprobleem, begin dan vooral niet met “Nou, gewoon”. Dan zijn de rapen zuur.

Deze column is ook gepubliceerd in SLB-berichten, september 2010

De leefwereld van de leerling

Dit ben ik, in een tijd waarin de wereld nog klein was, en waarin die wereld enkel nog tot je kwam via de radio, een kostbaar apparaat wat na lang sparen en veel wikken en wegen werd aangeschaft ( natuurlijk door je vader, want moeder deed de huishouding ): twee knoppen, eentje voor het aan en uit zetten en het geluid, en de andere voor dat wonderlijke zoeken naar de zenders, die fluitend en tikkend langs je oor streelden. Zenders met wonderlijke namen: Beromünster, Lahti, Bayreuth, Budapest, en natuurlijk Hilversum. Dat was de wereld buiten de straat waar je woonde, buiten de Jan Bontelaan in Overveen. Een tochtje naar oma in Zwolle was een enorme reis, een vakantie naar Texel een regelrechte expeditie. De toestand in de wereld werd je uitgelegd door meester G.B.J.Hilterman en de onlangs overleden commentator Henk Neuman. Een commentator; wie luistert er nog naar een commentator? Wij becommentariëren de wereld tegenwoordig zelf. Direct, á la minute, bijvoorbeeld via Twitter.

Die wereld zonder twitter, die wereld van Hilterman en Neuman, was een kleine wereld, als een warme deken om je heen, ondanks dreiging van Koude Oorlog. Die wereld was jouw kleuterschool, jouw basisschool en jouw HBS of MULO of Middelbare Meisjesschool, ik noem maar wat.  Eerst via de radio, later via de televisie, een enorme lompe kast waar op woensdagmiddag alle kinderen uit de buurt op dat ene uitverkoren adres om heen geschaard zaten, ademloos luisterend en kijkend naar de Verrekijker, die ons een blik gunde op de wereld die al wat verder dan ons eigen stad of dorp lag. Wij kregen die wereld van de volwassenen, en namen hem gretig tot ons. Lessen op het schoolbord, het schoolreisje naar Artis, met de Spido door de haven van Rotterdam en uitkijkend vanaf de Euromast. Tienertoer.  In je vrije tijd las je een spannend boek,  je bestudeerde het album met ansichtkaarten van je moeder uit verre landen ( Duitsland, België , Luxemburg ) voor de zoveelste keer, en als je tot de kapitaalkrachtige gezinnen behoorde keek je op zaterdagavond naar die ene zender op TV.

Binnenkort mag ik een presentatie ( over Twitter ) verzorgen op een conferentie over onderwijsvernieuwing en ICT. Het thema van die bijeenkomst is: “De leefwereld van de leerling”.  Die wereld is drastisch veranderd sinds de tijd dat ik zelf leerling was. Een jongere nu krijgt in één dag van z’n leven meer informatie te verwerken dan een middeleeuwer in zijn hele leven. In de tijd waarin de bovenstaande foto werd genomen, kreeg je denk ik per dag net zoveel informatie binnen als een middeleeuwer in een week te verwerken kreeg. Vooral via de enkele zender op de radio. Via de ene krant die ’s avonds op de deurmat lag. En na een tijdje via het NTS-journaal. Vijftien minuten per dag. Altijd via een trechter, altijd een selectie. Een wereld die voor ons door volwassenen geschapen was. Daarna weer rust, tijd voor lezen en spelen.

De leerling nu moet een expert zijn in filteren van nieuws wat steeds meer ongefilterd binnenkomt. De leerling leeft in een voortdurend informatiebombardement, waar hij zich zappend, vierentwintig uur per dag, schijnbaar met luchtig gemak door heen baant. Steeds meer informatie, steeds sneller, steeds heftiger en steeds indringender, binnenkort ook nog in 3-D.
Die leerling nu leeft in een wereld die de hele aardbol omvat, hij vliegt er in razende vaart rondjes om heen via Google en sociale netwerken, en naast onze wereld leeft die leerling ook nog eens in diverse andere werelden, de Cyberwerelden van World of Wacraft en andere buitenaardse omgevingen. Hij maakt nu zèlf zijn wereld en richt die in met wat voor het grijpen ligt en met wat aangeboden wordt. De nieuwe wereld kent geen grenzen meer, en bestaat uit een steeds verder samensmeltende reële en virtuele wereld. De school, vroeger toch naast de huiselijke omgeving het belangrijkste deel van je leven, is nu haast verworden tot een hinderlijke onderbreking van de echte wereld. De leefwereld van de leerling is steeds meer een BELEEFwereld geworden

De leerling van nu zal nooit meer lijken op de leerling van toen, en zal veel meer weten dan de leerling van toen, maar weten en ook nog eens tòt je nemen zijn wèl twee verschillende dingen. Daar heb je namelijk tijd voor nodig. Dáár moeten we ons op school maar eens op gaan focussen.
Eigenlijk ben ik vijftig jaar te vroeg geboren. Dan had ik zéker anders op de foto gestaan:

De school van de toekomst

schoolbordDe meester tegen de kindertjes op de eerste schooldag na de vakantie: “Zo kinderen, twitteren jullie maar eens in maximaal 140 tekens wat jullie allemaal de afgelopen vakantie hebben gedaan!”
Nu ook voor Wauwel de karig bedeelde zomervakantie ( even wat ogen uitsteken ) bijna voorbij is, breekt de tijd aan voor wat ideeën over de toekomst van het onderwijs. Trouwe lezertjes weten dat ik daar wel wat gedachten bij heb, waarvan ik er nu weer beknopt wat zal ventileren.

De school van de toekomst kent geen vakantie meer, en is 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend, het hele jaar door. Jaloerse lieden die ons onze vakantie niet gunnen, zijn hier gelijk mee tevreden gesteld.
Vroegâh had je voor leerlingen twee dingen: de vrije tijd en de school. De school begon om half negen, eindigde om een uur of drie en daarna was het thuis huiswerk maken en voor de rest vrije tijd voor bijvoorbeeld een beetje tv-kijken, de sjoelcub, de sigarenbandjesverzamelclub, de voetbalclub, de Arendsoog-boekenleesclub, de knutselclub of voor mijn de kantklos-club. Internet nog nooit van gehoord, mobieltjes nog nooit van gehoord.
Een school die nu nog steeds aan deze traditie vast houdt, is wel zóóó 2008. Jongeren willen nu 24 uur per dag online zijn. Statistieken tonen dat ook aan, en in de grafieken zie je tijdens dat online zijn een enorme dip: die is niet ’s nachts, wat je zou verwachten, maar juist op de momenten dat ze op school zitten. De school is dus blijkbaar een hinderlijke onderbreking van hun dagelijks leven, wat zich tegenwoordig ook voor een belangrijk deel virtueel afspeelt, en wat bovendien nog eens oneindig veel meer bezigheden kent dan 20 jaar geleden. De huidige scholier verwerkt op één dag meer informatie dan een middeleeuwer gedurende zijn hele leven.
Logisch dan ook dat zo’n middeleeuws instituut als de school, met z’n vaste lestijden en leermomenten, steeds meer een anachronisme wordt in het drukbezette leven van de moderne jongere. Daar lopen nog docenten rond die een computercursus moeten volgen, om op de hoogte te geraken van al die nieuwerwetse technieken. Er zijn er bij die het verschil tussen MSN en SMS niet weten. Of die het hebben over een “webside” in plaats van een “website“. Het lijken wel ouders. Er zijn scholen die de levensader van jongeren willen afsnijden: die verbieden het gebruik van mobieltjes binnen de school.  Vraag een jongere of hij of zij een dagje zonder mobieltje kan, en je weet van te voren wat het antwoord is.  als ik aan mijn dochters voorzichtig voorstel of het misschien handig zou zijn om hun mobieltje ’s nachts uit te zetten, want waar heb je dat nu ’s nachts voor nodig en zo, dan wordt ik aangekeken of ik helemaal gek geworden ben. Stel je voor dat je ’s nachts een berichtje mist. Berichtjes, die inderdaad op de meest krankzinnige tijden binnenkomen.

Hippe scholen begeven zich hier en daar voorzichtig op de Twitter-markt. Voorlopig is dat zinloos, totdat elke jongere een mobieltje heeft met internet-verbinding.  Maar de school die zich nu in het aanbod van de lessen en het lesmateriaal niet gaat oriënteren op de mogelijkheden van het mobieltje, die gaat de boot missen. En dan bedoel ik niet het mobieltje waar veel docenten mee rondlopen, dus eentje waar je mee kunt bellen en waar hier en daar nog een antenne op zit. De nieuwe mobieltjes hebben allemaal snel internet, audio-visuele mogelijkheden en zijn rechtstreeks verbonden met schoolnetwerk, met de digitale schoolborden, met de docent, de klasgenoten, de laptop thuis en de e-reader in de klas en met de hele wereld.  Het nieuwe mobieltje is een soort uitbreiding op onze hersenen geworden, een nieuw lichaamsdeel.

De school van de toekomst blikt zijn beste docenten en zijn beste lessen in, is reëel èn virtueel 24 uur per dag open, en staat klaar voor de leerling op het moment dat het hem of haar uitkomt, dus niet wanneer het de school uitkomt. Dat ook nog onafhankelijk van de plek waar leerling, docent of school zich bevindt. Klassikale lessen op vaste tijden verdwijnen, en wat daar voor in de plaats komt bestaat uit hapklare, direct toepasbare informatie die wordt aangeboden wanneer daar op dat moment vraag naar is. En die informatie dient dan ook nog eens eindeloos via internet herhaald te kunnen worden.

De nieuwe school heeft vier knoppen: “PLAY-FAST BACKWARD-FAST FORWARD-STOP/PAUSE”. Daar kun je eindeloos op drukken, en zolang iets knopjes heeft, geluid maakt en licht geeft, dan is aandacht verzekerd.  De school van de toekomst draagt de leerling altijd met zich mee, in de vorm van het mobieltje in de broekzak.

Helemaal in: “Defrienden”

4_61_second_life_beach_girls2Wie een beetje bij de tijd wil blijven, is in 2009 hevig aan het ‘defrienden’ ( op z’n Engels uit te spreken ) geslagen. Tis dat nu weer? Wel, dat is het wissen van vrienden op sociale netwerken als Hyves en Facebook. Waar je als scholier in 2008 helemaal meetelde als je 300 of meer vrienden had, is dat nu hopeloos ouderwets, en gaat het er nu om al die vrienden waar je eigenlijk nog nooit wat van had gehoord en geen contact mee had, snel en kundig met een druk op de knop te wissen. Een selecte groep intimi blijft over, en het is natuurlijk een onuitsprekelijke eer als je daar bij mag horen. Zo niet, dan ben je al snel een outcast in je digitale bestaan.

Moest je vroeger jezelf in allerlei bochten wringen om een einde aan een vriendschap te maken, tegenwoordig druk je op de delete-toets en klaar is kees. Vrienden delete je. Zo gaat dat in 2009. Dat is wel een beetje sneu voor een flink aantal eenzame pubers, die juist aan het hebben van 300 digitale vriendjes nog een beetje positief zelfbeeld ontlenen, heel prettig als je niet echt tevreden bent met bijvoorbeeld je uiterlijk en als anderen dat ook laten merken, dat je een beetje buiten de groep ligt, dat ze liever niet met je gezien worden op feesten, omdat je bijvoorbeeld niet aan het onbereikbare ideaalbeeld van America’s next Topmodel voldoet.  Een puber is daar vreselijk gevoelig voor: er bij horen, of juist niet.

Hoe veilig kan je je op internet verschuilen, achter een foto van een mooi meisje of een mooie jongen. Je verzint gewoon een compleet nieuwe identiteit, eentje die je graag altijd had willen hebben. En dan daar vrienden krijgen: in Second Life, op Hyves, ” Wil je alsjeblieft mijn vriendje worden?” Zoiets durfde je vroeger natuurlijk niet te vragen, lelijk als je was. Hoe makkelijk nu. Please, add me.

Laatst las ik een artikel over een groep pubers die een lichamelijke afwijking hadden: bochels, horrelvoeten, enorme jampotglazen, vergroeide ruggen. Gedwongen tot een sociaal isolement, en dat op een leeftijd waarop pubers zich juist zo aan elkaar willen optrekken en met elkaar willen meten. In de wereld van het online gamen en Second Life kunen deze jongeren zijn wat ze altijd hadden willen zijn: de stoere, aantrekkelijke gespierde held of heldin met het droomlichaam, onoverwinnelijk en het leven lacht je toe. Het digitale leven dan, maar voor hen is dat steeds meer hun enige leven. Hun personages stralen hun dromen uit.

Op mijn school loopt ook een aantal pubers rond, waarvan je weet en ziet: die hebben weinig vrienden en vriendinnen. Juist zij zijn het meest actief op internet, hebben enorme aantallen vrienden. Loop je ’s ochtends vroeg nog vóór de lessen door de gangen, dan zie je ze vaak al op de diverse werkplekken zitten, eenzaam achter een laptop. Ga je tegen zessen naar huis, dan zitten ze er wéér. Wat moeten ze anders.

Defrienden, er bijft hen ook weinig bespaard.

Ook maar weer eens: Beoordeel je leraar

Collega edu-blogger Helikon heeft een artikel gewijd aan wat nieuwe ontwikkelingen rond de site “Beoordeelmijnleraar.nl“, waarover ik net als hij ook al eerder het een en ander geschreven heb. Wat is het geval: enkele “beoordeelde” leraren hebben een klacht ingediend bij het College Bescherming Persoonsgegevens omdat zij zich door de site in hun privacy aangetast voelden. Leraren staan namelijk geregeld met naam en toenaam te kijk met slechte beoordelingen en negatieve kritieken.

Wanneer beoordeelt een leerling een leraar? In het algemeen denk ik toch vooral nadat er lage cijfers zijn uitgedeeld. Het aantal leerlingen wat bijvoorbeeld bij mij is komen klagen over een te hoog cijfer, is op de vingers van één hand te tellen, maar zodra er laag wordt becijferd steken al snel gevoelens van overdreven sterk ontwikkeld eergevoel en gekrenkte trots de kop op. Kritiek geven gaat helaas altijd makkelijker dan een pluimpje. Beoordeelmijnleraar is dus een mooie uitlaatklep als je weet dat je eigenlijk geen bal aan je werk hebt gedaan, als je weet dat je veel te veel thuis aan je competenties hebt gewerkt ( lees “MSN-nen”) en als je weet dat je de schaarse keren dat je wèl in de les aanwezig was, niet hebt opgelet of de lolbroek hebt uitgehangen. Het is altijd makkelijker de schuld bij een ander te leggen dan bij je zelf, zo zit de mens nu eenmaal in elkaar.

Als scholier kun je een en ander ook nog redelijk anoniem doen, en als je ook nog een afspraak maakt met wat mede-klasgenoten is het snel gedaan met de goede naam en eer van de docent in kwestie.  Een ruziënd echtpaar gaat in het algemeen de vuile was niet op internet zetten, dus waarom zou Beoordeelmijnleraar als mand voor vuile was moeten dienen? Wat schiet een leerling in Maastricht op met een boze leerling in Groningen? Komt er nu ook een site genaamd “Beoordeelmijnleerling.nl”? Een soort publieke rapportenvergadering? “Nou, die Jantje in klas 4 van het Ronald Plassterk College, die krijgt een drie, want in de les is het een etterbak, hij hangt er bij als een zoutzak, is hondsbrutaal, heeft nooit z’n boeken bij zich, komt altijd te laat, en z’n ouders zijn een stel Tokkies. Collega’s, doen jullie ook nog even een duit in het zakje?”

Het LAKS zou woorden te kort komen, er zouden kamervragen gesteld worden, colleges van bestuur zouden ontredderd met de handen in het haar massaal ineen zijgen.

Nee, ik vind Beoordeelmijnleraar.nl nog steeds een verwerpelijk initiatief van een aantal gehaaide zakenjongens die onder het mom van “kijk ons eens begaan zijn met de kwakkelende kwaliteit van het onderwijs”een leuk centje willen verdienen ( die hebben in elk geval wél goed economie-onderwijs gehad ). Geheel passend in de ook in 2009 heersende trend van alles over iedereen moeten kunnen zeggen en als je commentaar hebt dan kun je een dreun krijgen.

Wie kritiek heeft op z’n leraar, die praat dat met de leraar persoonlijk uit, desnoods met iemand van het management erbij. Een goede leraar kan tegen kritiek. We zijn er tenslotte niet op uit om leerlingen te pakken, maar om ze iets te leren. En dat dan als het even kan nog te belonen met een goed cijfer ook.

Hallo Kenya!

Elke dag krijg ik wel een bezoekje van iemand uit Nairobi, Kenia, die mij in zijn bookmark-lijstje heeft gezet. Nu kan het natuurlijk zijn dan één of andere bende mij binnenkort weer een wervend mailtje stuurt namens de weduwe van de late mr. Samuel Oboedongo, former president of the Sambal Badjak Oil Company, met het verzoek een grote som geld een tijdje voor haar te bewaren, en dat zal mij dan zo’n slordige 3 miljoen dollar opleveren. Nu komen al deze lieden meestal uit Nigeria, dus heeft Wauwel op de een of andere manier nu ook aanhangers in Kenya gekregen. Misschien wordt er wel een enorme spam-aanval voorbereid, met argeloos Wauwel als spin in het Europese web.
Wekelijks krijg ik tientallen spam-mailtjes binnen, die in veel gevallen uitgaan van een sterk-afnemende sexuele potentie en mij dus allerlei pillen willen aansmeren. Ook zijn er veel Amerikaanse banken die mij allemaal smeken om even mijn rekeningnummer en mijn wachtwoord nog een keertje bij hen in te komen voeren.

Spam loont blijkbaar nog steeds. De Nigeriaanse spam bracht vorig jaar 22 miljoen op. Daar wil je wel een paar zielige mailtjes voor versturen.  Porno-spam genereert een jaaromzet van 3 miljard euro. Er is onderzoek gedaan. Wetenschappers verstuurden zo’n 350 miljoen mailtjes namens namaak farmacie-winkels, die weer namaak farmacie-producten aanprezen. Er is dus nu ook al namaak-spam. Daaruit bleek dat wanneer slechts één op de 12,5 miljoen ontvangers reageerde en iets bestelde, er al winst gemaakt werd. Lees hier het hele verhaal.

Het heeft allemaal veel weg van die irritante lieden die je ’s avonds tijdens het avondeten komen storen met een interessant pensioen- of energieaanbod. Een tip: zeg “Ik zal even iemand voor u roepen”, leg de hoorn naast de haak en ga gezellig verder met eten. Werkt geheid.

Terwijl ik dit stukje schreef, kreeg ik twee spam-mailtjes binnen.

O ja, wil die persoon uit Kenya even reageren? Ben wel benieuwd wie hij of zij is.

Chocoladekoekjes

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=TyRVHxFACyw[/youtube]

Het allerleukste en meest veelbelovende internet-initiatief van dit jaar is zonder twijfel het YouTube Symfonie-orkest. (Amateur)-musici uit de hele wereld kunnen op de site van YouTube de bladmuziek voor hun instrument downloaden en vervolgens helemaal losgaan in een zelf opgenomen filmpje. Dat zetten ze online en iedereen kan vervolgens stemmen. Het resultaat zal een orkest zijn, samengesteld uit spelers met de meeste stemmen.

Zo krijg je dus straks in Carnegie Hall een orkest van wereldspelers bijeen, waar niks geen sms-jes voor verstuurd zijn, niks geen dure betaalnummers en niks geen omhoog gevallen jury van het niveau van Henk Jan Smits. Nee, nu beslissen wij eens echt! Wij stemmen op spelers die ongedwongen, niet gehinderd door zenuwen, in de veilige intimiteit van hun huiskamer de sterren van de hemel spelen, en die uiteindelijk hun meest geslaagde opname op het internet hebben gezet. 

Wauwel zal niet mee doen. Als ik al een filmpje van mijn muzikale vaardigheden op internet gezet zou hebben, dan zou dat hooguit scoren op een niveau van lachwekkendheid en triestigheid. Hier in mijn dorpje heb ik  op de lokale muziekschool enkele jaren pianoles gehad van een juffrouw die doceerde volgens de methode Suzuki, wat inhield dat je de toetsen moest afvegen in plaats van aanslaan, en waarbij tevens een zeer langzame groei in moeilijkheid plaats vond. Voor mij was het echter nog een zeer steile leercurve, waardoor ik eigenlijk nooit verder kwam dan het liedje “Chocolade-koekjes”, wat dan ook nog op een uitvoering van alle deelnemers van de muziekschool ten gehore moest worden gebracht. 
” Na het Tweede Pianoconcert van Rachmaninov, uitgevoerd op de vleugel door Pietje Puk, zal nu worden gespeeld het nummer ‘Chocoladekoekjes’  door muziekschool-leerling Wauwel”. Beleefd applaus uit de zaal, nog beleefder achteraf, waarna ik badend van het zweet en uiterst opgelucht mijn plekje weer mocht opzoeken. 
Dankzij mij zal het YouTube-orkest straks nóg voortreffelijker klinken!