De iPad-school. Dokt u maar.

Maurice de Hond heeft iets nieuws bedacht, nadat de aandacht voor zijn Newconomy en de Deventer moordzaak weer een beetje is verslapt. Maurice heefdt een dochtertje van drie, en vermoedelijk heeft het kind van vader een iPad cadeau gekregen, en dat heeft geleid tot een geheel nieuw onderwijsconcept wat mogelijk nog veel meer weerstanden gaat oproepen dan het idee wat ik afgelopen week op VK-Opinie lanceerde.  Ik heb ook een iPad. Beetje ouderwets, want dit is een iPad 2, en inmiddels is er een Nieuwe iPad, die om duistere redenen geen iPad 3 mag heten. Hiervoor ( nog geen jaar geleden) had ik een iPad 1, en dat illustreert mijns inziens precies mijn gevoel dat de iPad-school een vroege dood gaat sterven.

Een school opzetten die zich geheel afhankelijk verklaart van één bepaalde lesmethode uit één bepaald boekje, is geen toekomstbestendig initiatief, ook al noem je hem naar Steve Jobs, die de tand des tijds ook niet heeft doorstaan en aan wiens ideeën ook binnen Apple wordt geknaagd, getuige de toch wat tegenvallende reacties op de nieuwe iPad.   Hierna komt namelijk wèl de iPad 3, en daarna de iPad 4, en zo verder. Hoe mooi ook, in dit geval lijkt de iPad de functie over te nemen die vroeger ( en dat is nog maar kort geleden ) een computerlokaal had op een Open Dag: “Kijk ons eens mooie spullen hebben, het komt dus helemaal goed met ons onderwijs!” Je raakt de dure investering, in een tijd waar steeds meer scholen nadenken over het begrip “Bring Your Own Device” ( BYOD) aan de straatstenen niet meer kwijt. De iPad-school is eigenlijk een school die 25 jaar teruggaat in de tijd en die eigenlijk aan de weg timmert met de kreet: “Kom bij ons, want wij gebruiken als eerste de Commodore 64!”

Schoolbesturen, en ouders die zich laten verblinden door dure bling bling om daarmee de ultieme school neer te zetten, hebben blijkbaar geen visie op alle andere aspecten van onderwijs, en vergeten gemakshalve dat de wereld wordt overspoeld met soortgelijke apparaten die allemaal meer of minder hetzelfde doen, die allemaal in een steeds hoger tempo verouderen, maar die uiteindelijk niets meer dienen te zijn dan een hulpmiddel bij het geven van onderwijs aan een steeds diversere groep van afnemers met steeds diversere eisen.

Ik vind het een leuk ding, die iPad, ik ben er behoorlijk aan verslaafd, maar in het najaar wordt het er toch eentje met een heel ander besturingssysteem, namelijk Windows 8, om de eenvoudige reden dat daarmee ook nog een enorme hoeveelheid reeds lang bestaande onderwijsprogramma’s tot je beschikking komt, misschien zelfs wel uit de tijd van de Commodore 64. Niet alles wat oud is, is namelijk verkeerd. € 479 is voor veel kinderen en ouders toch een hoop geld voor iets wat in feite de functie heeft van een stukje schoolbordkrijt. Je kunt er trouwens wèl leuk mee tekenen, maar sommigen doen dat toch nog steeds liever op een echt stuk papier. Geef hun dan ook die ruimte.

Tel soms uw zegeningen ( van de ICT )

Een beetje school kan in deze barre tijden niet meer zonder overvloedig gebruik van ICT. De argeloze bezoeker die langs de diverse docentenwerkplekken – meestal gekenmerkt door chaotische bergen correctie- en registratieformulieren, oekazes uit Den Haag, stapels onderwijsvernieuwingen, een sanseveria op sterven, rondslingerende kartonnen koffiebekertjes, een kapstok met wat groezelige kleding, een bureau bezaaid met gummetjes, paperclips, afgepakte rommel, een stapeltje boterhammen in een plastic zakje, een merkstift die niet meer schrijft, een beduimelde CAO, een potje witsel, veertjes uit de balpen en een blokje Post It – wandelt, ontwaart daar de bewoner in slechtzittende houding achter een reutelende desktop-pc of een wat aftandse laptop, moedeloos starend naar Nu.nl, Vakantieveilingen.nl of een teletekstpagina met de aandelenkoersen. Soms ziet men op het beeldscherm ook een grote variëteit aan roosterprogramma’s, abesentieregistratieprogramma’s, leerlingvolgsystemen, elektronische leeromgevingen, schoolwebsites of andere didactisch verantwoorde applicaties, die er allemaal op gemaakt lijken te zijn om totaal niet, of op zijn minst slecht samen te werken.
Amechtig hollen lieden met verstand van de technische kant van ICT door het pand om hulpeloze gebruikers weer op de digitale snelweg te zetten, een snelweg vol files, opbrekingen en wegversmallingen, die gevuld lijken te zijn met rollators, scootmobielen, autowrakken en spookrijders.Wanneer we de vergelijking met auto’s nog even voortzetten,  worden scholen voortdurend gelokt door de ene na de andere autoshow, waar wulps geklede dames kronkelend over de motorkap van de nieuwste types de gapende toeschouwers kirrend uitnodigen om toch vooral niet achter te blijven met de aanschaf van een nieuw model. Het mag, het moet wat kosten.

Nu wordt er in onderwijsland nogal stevig bezuinigd, wat zich onder andere vertaalt in het massaal wegsturen van docenten, grotere klassen, gevuld met lastiger leerlingen en ook op ict-gebied vallen steeds grotere klappen. We moeten het dus steeds vaker met opgelapte Trabantjes doen.

Ook mijn eigen eerbiedwaardige college ontkomt niet aan het bezuinigingsspook. Waar vroeger een uitleenbalie was voor laptops, u weet wel, die onhandige dingen uit de tijd dat er nog geen tablets waren, is deze balie nu gesloten en vervangen door drie kasten gevuld met wat versteende apparatuur. Elke afdeling heeft zijn eigen kast, die voorzien is van wieltjes en een stevig slot. De sleutel te bevragen bij uw teamleider of bij die-en-die, zo heeft het management in zijn onuitsprekelijke wijsheid besloten.
Maar ja, hoe gaat zoiets. Je kunt geen duur lesboek meer openslaan zonder dat daarin verwezen wordt naar een bijbehorend duur computerprogramma waar de leerling met wéér een andere gebruikersnaam en wéér een ander wachtwoord moet inloggen, en wie als school in de vaart der volkeren wil meegaan, dient eigenlijk het gehele pand vol te stouwen met computerapparatuur.
Tien collega’s – ingeroosterd in lokalen zonder ict-voorzieningen –  slaan dus op het zelfde moment hun dure lesboeken open en worden daar onverbiddelijk gewezen op het noodzakelijke computergebruik. Er ontstaat een wedren in de gangen op zoek naar kasten en sleutels bij teamleiders of personen die-en-die, en die zijn op dat moment natuurlijk in vergadering of niet aanwezig. Ook blijkt de sleutel van de lift niet aanwezig te zijn, en wanneer alles toch nog mocht meezitten, blijken de laptops al in andere klassen te zijn uitgeleend, of is de accu leeg, of heeft een humoristisch type ijverig alle toetsjes een andere plek op het toetsenbord gegeven tijdens een saaie les Nederlands. Het kan natuurlijk ook zijn dat de laptopkast – vanwege de hinderlijk aanwezige wieltjes – volkomen in het luchtledige is opgelost.

Tegen de tijd dat iedereen van de schrik bekomen is, de computers eindelijk zijn opgestart en iedereen zijn of haar kwijtgeraakte of vergeten inloggegevens ( daar zijn ze wanneer dat zo uitkomt heel sterk in ) weer bij elkaar gesprokkeld heeft, kun je langzamerhand weer beginnen met afmelden omdat de les bijna voorbij is en er weer andere klassen en collega’s vol ongeduld staan te trappelen vcoor een herhaling van deze cyclus.

De lesgevende docent hangt tegen die tijd aan de zuurstof en dient zichzelf nog maar eens een flinke shot heroïne toe, vertwijfeld zoekend naar een moker of een kettingzaag om schuimbekkend de apparatuur te lijf te gaan of in machteloze woede stukken uit het tapijt te bijten ( Hitler deed dat tenslotte ook ) .

Wij als fanatieke ICT-voorhoedelopers willen in ons enthousiasme nog wel eens vergeten dat een flinke groep docenten iets minder warme gevoelens voor de zegeningen van de ICT kan opbrengen, en dat veel dingen – ook voor onze leerlingen! – lang niet zo vanzelfsprekend en fijn werkend zijn als wij denken. Moet er dan toch bezuinigd worden, gooi dan als eerste al die computers en laptops de school uit, ook die kasten, en laat leerlingen zelf een tablet ( geen toetsjes meer om te verwisselen!) of iets kleins en lichts aanschaffen, en zet al je lesmateriaal en leerboeken op het netwerk.  Geef de docent ook zo’n mooie iPad of Galaxy Tablet – met een mooi rustgevend en hypnotiserend achtergrondje – en de hele schoolbevolking schrijdt met een hemelse blik door het pand, niet meer gehinderd door zware tassen gevuld met boeken en andere ballast.

Tot slot: u bent niet de enige bij wie de ICT niet altijd mee werkt. Als alles werkt is het leuk, zaligmakend, uitdagend ( beetje eng woord ) en kan het behoorlijk toegevoegde waarde hebben aan ons kommervol onderwijskundig bestaan. Maar zaligmakend is het niet, en het mag ook niet te veel kosten. Letterlijk en figuurlijk.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=IzBy6agXKoA&feature=fvsr[/youtube]

 

Ik wil ook een iPad

Als ik nu niet gauw een iPad krijg, word ik gek. Ik wil zo’n ding, ik lig er ’s nachts wakker van, door het gebrek aan iPad voel ik me minder man, ik word er humeurig van, volgens mij ook impotent, ik slaap er slechter door en ik krijg steken in mijn maag. Ik zou groen en geel van narigheid worden als één van mijn collega’s zo’n ding eerder heeft dan ik. Je kunt gewoon niet goed functioneren zonder zo’n ding, je leven is minder rijk en uitdagend. Mogelijk word je alcoholist en verdwijn je elk weekend naar de kroeg, of je gaat ergens de hele zondag in de regen onder zo’n groene paraplu in een meertje langs de A1 zitten vissen.

Er is echter een probleem, en dat is tamelijk groot: mijn vrouw. Niet dat zij groot en zwaar is natuurlijk, maar zij kent mij een beetje. Zij weet, dat wanneer ik over een nieuw hebbedingetje begin, en meestal is dat in afkeurende zin ( je moet nooit gelijk te hebberig lijken ), dat  object van mijn lusten er dan ook binnen no-time is.
Zo’n aankoop dient met enig beleid gepaard te gaan. Ik heb daar door de jaren de nodige ervaring mee opgedaan. Eén van mijn eerste computers was een  Commodore 64, waar ik toch zeker wel een jaar zoet mee was. Na verloop van tijd werd het summum van genot uitgebreid met een klein cassette-recordertje, wat nodig was om programma’s te installeren. Daarna kwam een externe diskdrive, een gevaarte met de grootte en het gewicht van een flinke baksteen, waarbij ook nog eens een gierende herrie werd geproduceerd, die het gebliep uit de computer bijkans overstemde.

Daarna kwamen nog een Atari 1024 en een eerste XT-computer voorbij; daarop speelde ik flight Simulator, wat een zwart scherm toonde waarop een samenspel van witte lijntjes schokkerig heen en weer bewoog: het vliegtuig naderde de landingsbaan van Chicago Meigs. Ik was ongeveer door ontroering overmand bij de aanblik van zoveel schoons, bij wat de realiteit ernstig leek te benaderen.  Ik hoor het mij nòg tegen mijn geduldig en meewarig toekijkende gade zeggen: “Nu hoef ik nooit meer een andere computer”.
Mannen blijven altijd grote kinderen, en ik heb dus een groot respect voor al die miljoenen echtgenotes op de wereld die er naast hun kroost nog een groot kind bij hebben, eentje die nooit volwassen wordt. Vroegâh, toen de HCC-dagen in Utrecht nog bestonden en tienduizenden begerige mannen trokken, zag je buiten bij de telefoons altijd rijen kerels staan, met naast hen grote dozen en pakken: die waren hun vrouw alvast geestelijk aan het voorbereiden. Voor de desbetreffende echtgenotes betekende dat: bij thuiskomst overdreven vriendelijk en lief doen, de aankoop achteloos in een hoekje schuiven, meehelpen met de afwas, de was, het dweilen, het strijken, het stof afnemen, het koken, het ramenlappen, het boodschappen doen, het kinderen naar bed brengen en noem maar op.
“Moet je niet de computer uitpakken? ” “Neuhh, dat heeft nog geen haast, is niet zo belangrijk” ( ondertussen helemaal gek van opwinding en alle nagels afgebeten van het wachten tot het moment dat het wel weer mooi geweest was en je als een haas naar boven kon verdwijnen om met de nieuwe aanwinst te gaan spelen. Nooit meer wat anders nodig, jaja.

Er is niet veel veranderd eigenlijk. Een keur aan gadgets en dure spullen is hier de revue gepasseerd. Voor tienduizenden euro’s aan apparatuur, die je nu hier en daar nog tegenkomt op een rommelmarkt van de kerk, alles in de graai-hier-voor-€ 2,- euro-maar-wat-uit-doos. Honderden smoezen en verzachtende omstandigheden liggen in zo’n doos, en honderden meewarige lachjes van de echtgenotes.  Mannen hebben nooit genoeg, vrouwen nemen vaak te veel genoegen met….

Nu mag ik binnenkort een weekje afreizen voor een studiereis naar Anaheim in de VS, het mekka van goedkope electronische spulletjes. Om een beetje fatsoenlijk met het thuisfront te communiceren, heb ik dus zo’n  iPad nodig, want op mijn iPhone kan ik het gewoon niet goed genoeg meer zien. Bovendien te dikke vingers voor het kleine schermpje en zo, en het thuis eenzaam achtergebleven gezin wil toch zeker volledig op de hoogte blijven van mijn wedervaren? En alle medereizigers hebben waarschijnlijk ook al lang zo’n ding ( de mannen dan ). In mijn onuitsprekelijke goedheid zal ik dan nu nog even wachten met de aanschaf  van mijn ultieme levensdoel tot ik in Amerika ben.  En weet je wat nou zo fijn is? Door hem dààr te kopen bespaar ik ook nog eens een slordige tweehonderd euro aan huishoudgeld. Je zou dus wel gek zijn als je dat niet deed.  Juist, als dàt dus geen goed argument is, dan weet ik het ook niet meer.  Weet je wat, ik koop er ook een voor mijn vrouw. Dan zal ze helemaal zielsgelukkig zijn en kan ze mij niet kwalijk nemen dat ik er dan ook een voor mezelf heb gekocht

Nooit meer naar school?

Bill Gates heeft gesproken. De school zoals wij hem nu kennen, bestaat over vijf jaar niet meer, of heeft in elk geval geen bestaansrecht meer. Over vijf jaar halen leerlingen en studenten meer kennis van het internet dan van hun school. Nou zijn de voorspellingen van Gates niet altijd even betrouwbaar. Twitteraar @wphaver herinnerde mij aan een uitspraak van onze Microsoft-directeur, gedaan in 1981: “640k  geheugen zou genoeg voor iedereen moeten zijn”.

Toch denk ik dat Gates dit keer een heel eind in de richting komt, en dat scholen die dit niet in zien, ernstig de boot zullen missen in de slag om de consument. Ik zeg bewust “consument”, want de leerling is een soort klant geworden die bij diverse educatieve winkels kennis consumeert. En net zoals er steeds meer op internet gewinkeld wordt, zo winkelt de kennisconsument ook steeds meer op internet, daarbij zoekend naar de mooiste en goedkoopste aanbiedingen, waarbij afstanden er dus niet meer toe doen, maar kwaliteit en prijs wel.

De school moet dus een kenniswinkel worden, waar je voortdurend vernieuwd en actueel aanbod kunt vinden tegen zo min mogelijk moeite.  Net als gewone winkels kun je je afvragen of je je moet specialiseren in één bepaald aanbod, of dat je een soort grootgrutter van algemene kennis wordt.  Je zorgt er als onderwijsinstelling in elk geval voor dat je zo min mogelijk gesloten bent, te allen tijde bereikbaar en dat je ook nog eens de beste service biedt.  Een groot gebouw, waar van heinde en verre je publiek naar toe dient te komen, is natuurlijk hopelijk uit de tijd in deze tijd van internet-consumeren. Gooi al die prestigieuze en dure bouwplannen dus in de prullenbak  en kom zelf naar je publiek toe, op de plek waar je voor de leerling altijd te vinden bent: het mobieltje, de iPad (of een equivalent daarvan ) . Bezuinigen doe je ook door de helft van je dure personeel te ontslaan ( het moet maar eens gezegd worden ) of door hen op te leiden voor een functie waarbinnen ze wèl tot hun recht komen. En dat opleiden of omscholen kan weer voor een groot deel digitaal. Bezuinigen doe je ook door een groot gedeelte van je dure computerapparatuur weg te schenken aan een goed doel of op Marktplaats te verpatsen. Waarom elke keer pronken met mooie laptop-projecten, chique ingerichte computerlokalen, grote beamers en digiborden wanner de klant qua uitrusting en digitale vaardigheden  je tóch altijd een stap voor is?  Bovendien is men er nog zuiniger op ook. Het enige waar je op hardware-gebied nog fatsoenlijk in zou moeten investeren als school, is in een snel draadloos netwerk, wat zonder al te veel moeite toegankelijk moet zijn.

Een aantal enthousiast begonnen lezers van dit blog zal nu inmiddels verstijfd van schrik amechtig achterover zijn gekanteld. Wat een gruwelijkheden worden hier verkondigd. Ik chargeer natuurlijk wat. De docent in zijn ruitjescolbert voor een klas met ongeïnteresseerde pubers gaat niet verdwijnen. Misschien heeft die man wel vreselijk interessante en boeiende dingen te vertellen.  Dan ben je echter toch gek wanneer je als schoolbestuur zo’n man of vrouw enkel zichtbaar maakt binnen de stoffige en vergeelde muren van een klaslokaal op één specifieke fysieke plek op aarde. Zo’n figuur moet met zijn kennis het internet op! Dáár zitten je consumenten! Op een beeldscherm komt zo iemand pas echt tot leven, kan eindeloos herhaald worden, kan harder en zachter worden gezet, lichter of donkerder, kan worden opgeslagen, geroteerd, uitvergroot, verkleind, kan middels touchscreens worden aangeraakt in interactieve toepassingen, kortom, alles wat een leerling dagelijks buiten de schooltijd om doet en waar hij of zij zo geïntrigeerd door is, dat kan nu ook binnen de school. Wat maakt het internet zo fascinerend? De gebruiker heeft controle, heeft onbeperkt toegang tot een schat aan informatie, en kan met behulp van scholen die informatie op een zinnige, boeiende en vooral leuke manier tot zich nemen en gebruiken!

Scholen die dus niet investeren in hun onderwijskundige visie op de mogelijkheden van internet en alles wat daar mee samenhangt, gaan de boot dus missen. Dan heeft Gates gelijk. Eigenlijk heeft hij dat al. Een school die krampachtig vasthoudt aan enkele locaties in een bepaalde regio is zóóó vreselijk 2009.  Hoog tijd dus om eens serieus na te denken over de toekomst.  Dat hoeft niet altijd direct zinnig te zijn of resultaat op te leveren. Dat mag best af en toe een beetje luchtfietserij zijn. Als het maar prikkelt, maar aanzet tot.  En dat heeft Gates met zijn recente uitspraak natuurlijk wel gedaan. Wie zich laat steken door een mug zonder er een klap op te geven, is wel een beetje masochist.

Er moet dus iets aan gedaan worden. En doe dat nou eens vanuit het onderwijs zelf, vanuit de docenten, en niet uitsluitend onder begeleiding van allerlei dure onderwijsadviesbureau’s  die graag een duur graantje vanuit de begrotingsruif meepikken. Zoiets vergroot de acceptatie enorm, wanneer iets niet van bovenaf wordt opgelegd. Laat je docenten eens kennismaken met al die mogelijkheden, op een beurs ( waar je tot nu toe alleen maar de techneuten en het management ziet ) of op de school. Geef al die docenten eens een iPad in plaats van zo’n hopeloos ouderwetsche laptop, en laat ze zich verbazen over toepassingen als “The Elements”. Duur? Welnee, een schijntje vergeleken bij het rendement. Wat kun je als management nu meer wensen: een docent die in zijn vrije tijd, hangend in zijn luie stoel of op vakantie in de verregende tent voor zijn lol dingen voor de school gaat uitzoeken op de Ipad die hij van die school gekregen heeft?  Die ’s avonds laat nog even z’n mail doorleest omdat het allemaal zo makkelijk en intuïtief is. Die ’s ochtends vanuit de trein al z’n leerlingen laat weten dat hij wat vertraging heeft maar dat dat geen probleem is omdat al het interactieve lesmateriaal ergens online te vinden is. Ik noem maar wat.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=opcyYWSJ8ng[/youtube]

Gezien? En zo is er oneindig veel meer om van te genieten. Die school over vijf jaar, dat gaat nog eens een vreselijk leuke school worden! Reacties natuurlijk welkom!