Dááág, meester!

otensienAmbieert u altijd al een loopbaan in het onderwijs? Nou, schei er maar mee uit. Het wordt niks meer. Vergeet het. Een docent, een schoolmeester of -juf voor de klas, het is allemaal zóóó 2014. Daar zitten de stakeholders ( voor de onderwijsleek: de leerlingen ) niet op te wachten, want je stoort ze in hun bezigheden op het mobieltje.

Waar overal beroepen als bosjes verdwijnen om nooit meer terug te keren, kan het beroep van docent, leerkracht niet achterblijven. De docent die nu nog dingen uitlegt voor de klas, schrijvend op het bord of smartboard, die dat doet van half negen tot vier aan een klas vol aandachtig luisterende kindertjes, die is te vergelijken met het beroep van turfsteker of molenaar. Tijdens het bezoek aan het museum voor oude ambachten kunnen we naast de klompenmaker en de rieten mandenvlechter straks ook een echte docent aan het werk zien, eentje die in de weekenden van achter de geraniums wordt weggehaald om te demonstreren hoe het ouderwetsch degelijke onderwijs er in 2015 aan toe ging, compleet met ordeproblemen, leerlingen met dyscalculie en dyslexie, met ADD, PDD-NOS, hoogbegaafdheid, Gilles de la Tourette, overspannen en onwetend management, dat alles samen in een echt nagebouwd schoolgebouw met echte computerlokalen en leerwerkruimtes en een schoolbel en noem het hele scala waar een gemiddelde leerkracht mee te maken kreeg maar op. De school oude stijl is als een eeuwen geleden bedolven mammoet, waar hier en daar nog een goed geconserveerd plukje haar boven het ontdooiende permafrost uitsteekt. Ga je verder graven en ontdooien, dan wordt het toch wel schrikken.

Niemand zit in de nieuwe tijd, we spreken 2032, meer op deze barre middeleeuwse toestanden te wachten. Een beetje een diploma halen en dingen leren die je later niet gaat toepassen, je zou wel gek zijn. Een beetje in een overvolle klas zitten op vaste tijden op een vaste plek en moeten luisteren naar een docent waar je niks mee hebt en waarvan je vindt dat die vent of dat wijf voor geen meter uit kan leggen, dat doe je toch zeker niet? Eentje die ook nog eens zegt dat je niet op je mobieltje of je smartwatch mag kijken, ja doeg! Docent worden? U bent echt knettergek.

Waarom zeg ik allemaal van deze nare dingen? Diverse trouwe lezers van mijn blog hebben mogelijk inmiddels het pand in totaal overspannen toestand verlaten. Wel, ik ben tot inzicht gekomen. Nu is dat op mijn leeftijd – ik ben 61 dus stokoud – een kunst op zich, zeker met mijn dwarsige en opstandige karaktertrekjes. Het werd dus hoog tijd, want het moment naakt dat het kabinet mij wegens te oud, en dus hinderlijk aanwezig en niet meer arbeidsproductief ten dienste van onze uit het dal opklimmende economie naar de jaarlijkse verplichte ouderenkeuring gaat sturen, om te kijken of ik al aan de pil van Drion toe bent ( direct na de uitslag van het keuringsrapport ter plekke toe te dienen ) of dat ik nog een jaartje uitstel krijg.

Onlangs was ik op de bijeenkomst Apps en Educatie bij een vestiging van Seats2Meet in Utrecht. Sommigen beginnen al gelijk te gruwelen bij die ‘2’ in plaats van ‘to’; het is niet meer te stoppen. ‘To’ staat voor van klas naar klas volgens een van te voren bepaald traject een bepaalde schoolloopbaan doorlopen die opleidt voor een bepaald beroep op een bepaald niveau. ‘2’ staat voor: dat kan veel sneller en handiger. En zo gaat het ook worden. Bij één van de workshops werd aan de deelnmers gevraagd met welke verwachting of welk doel men naar de bijeenkomst was gekomen ( een voorstelrondje werd ons dit keer bespaard, dat kun je tenslotte ook ’s nachts om drie uur op iemands Facebook- of LinkedIn-profiel bekijken). Toen bedacht ik: “Ik kom hier voor contemplatie en bezinning”. Dat gaf wat gegniffel. Ik was dan ook een van de oudsten. Je komt ’s ochtends bij zoiets binnen waarbij je met grote vreze vreest niet hip of jong genoeg te zijn, want hier waren de app-ontwikkelaars, de game-makers en de whizzkids bijeen, allemaal driftig tikkend op hun MacBooks, knabbelend aan superfood-bagels, lurkend aan slowjuice, lepelend in bottenbouillon of nippend aan latte macchiato. Lange baarden, hoog dichtgeknoopte overhemden, dikke brilmonturen, skinny jeans en enorme tatoo’s. Hi guys! Het bleek mee te vallen. Er waren wel whizzkids, zéér whizz trouwens. Wanneer je als Nederlands knulletje van 12 wordt uitgenodigd om naar dé Apple-ontwikkelaarsconferentie in San Francisco te komen en daar met grote Apple-baas Tim Cook op de foto te mogen en nu al weten dat je straks ongeveer een beurs voor Stanford op zak hebt, dan heb je het aardig gedaan. Eén van deze kinderen, ik geloof 11 jaar oud, merkte tijdens de plenaire sessie op dat zijn leraar helemaal niets met mobieltjes en apps in de klas had en dat de lessen dus saai en vervelend waren. Applaus en gelach in de zaal. En gelijk hád de zaal overigens. Althans, grotendeels gelijk.

Ik loop in mijn omgeving jarenlang denk ik redelijk voorop wanneer het gaat om het onderzoeken en evalueren van alle mogelijke trends en ontwikkelingen op het gebied van social media en ict; dingen aangeschaft, uitgeprobeerd en gekeken wat je daar op scholen mee zou kunnen doen. Er zijn een miljard mogelijkheden. Er ligt een goudmijn voor het oprapen. Ik ben overal gelijk razend enthousiast over, en dat kan ik overbrengen. Heel goed zelfs. Als het maar ‘bliep’ zegt, of beweegt, of er knippert een lampje, dan ben ik er al voor te porren. Ik ben nét een inboorling uit de vijftiende eeuw die zijn eerste kraaltje of spiegeltje voorgehouden krijgt. Maar ik kan ook relativeren, en ik moet geregeld een flinke emmer azijn te pissen hebben, want anders leid ik geen vrolijk leven. Ik loop nog steeds ijverig te hoop tegen de iPadschool van Maurice de Hond  Ik word obstinaat van drammerige oproepen van allerlei instanties en duur betaalde clubs die ons vanaf de zijlijn toebrullen dat ICT het wondermiddel is en dat we ongeveer allemaal achterlijk zijn als we daar niet hard in meehollen. Ik ben allergisch voor adviseurs.

De pleitbezorgers van ICT en alles wat daarmee samenhangt, jaag ik geregeld boven op de kast, en ik mag graag in discussies op Twitter nog wat extra olie op het vuur gooien. Pubergedrag misschien. Waar het mij echter om gaat is dat we uit onze vaste ideeën en loopgraven vandaan komen. Relativeren. Uitproberen, weggooien en bewaren. De school zoals we die kennen is niet meer te handhaven. De school is één van de vele tv-zenders in ons Ziggo Royaal pakket waar de leerling ( want die blijft ) tijdens het zappen langskomt. Heeft hij er iets aan, dan blijft hij kijken, is het saai, dan zapt hij weg. Er is immers meer te doen, veel interessanter, of veel leuker (voor de voorstanders van leuk onderwijs).

Op het moment dat ik de vorige regels schreef, kwam er een appje op mijn mobiel binnen: “Meester S. is overleden”. U zou nu eigenlijk even een pauze in dit stuk moeten inlassen. Ik kende Meester S. Ben op de ouderspreekmomenten geweest. Hij was een Meester. Een collega, van mijn leeftijd, denk ik. Eentje die vertelde, eentje die dingen op het bord liet zien, met een luisterende klas. Een Meester in zijn vak. Eentje van de oude stempel, eigenlijk. Zo’n meester die je je later als je zelf oud bent, nog zult herinneren. Iedereen kent wel zo’n meester S, die voor een stukje van je leven, groot of klein, vormend en bepalend is geweest. Zo zijn er velen in onderwijsland.

Gaan wij deze meesters dan niet meer gebruiken, niet meer nodig hebben? Het antwoord is – en nu kom ik weer bij het begin van mijn betoog- : Nee, integendeel, wij gaan ze nog zéker nodig hebben. Niet meer allemaal in dezelfde hoedanigheid. Een klein gedeelte nog. Meesters in hun vak: spannende verhalen vertellen, kinderen kluisteren aan je lippen. Doceren, uitleggen, strafwerk geven, voorbeelden geven, dingen ontwikkelen en dingen laten zien. Maar er komen andere meesters bij: meesters die geen echte meester zijn, omdat ze geen opleiding in die richting hebben gehad. Of meesters die wel die opleiding hebben gehad, en alles kunnen met ICT, als ware tovenaars. Welk kind luistert en kijkt daar niet graag naar, of wil zélf een ware ICT-tovenaar nadoen? Er komen meesters bij, die zelfs niet meer menselijk zijn, of die ingeblikt zijn. Hadden we Meester S. nog maar tijdens zijn lessen gefilmd, en op YouTube gezet, zoals bij vele andere meesters nu gebeurt. Eindeloos luisteren naar je meester, eindeloos terugspoelen, eindeloos herhalen, pauzeren, nog eens luisteren, waar je ook ter wereld bent en hoe oud je ook bent. Omdat dat bij jou past, omdat jij daarvoor het juiste type leerling bent, met dié specifieke zorgvraag of geestelijke rugzak of beperking of juist voorsprong op alle anderen.

De school van de platen van Ot en Sien is weg, is alleen nog maar na moeizaam zoeken op het internet als klein plaatje te vinden. Nu moet ook de school waar geen platen meer van zijn er aan geloven. Ik en vele anderen  kunnen azijn plassen tot we erbij neervallen, maar het huidige systeem is voorbij. Diploma’s halen? Voorbij. Een vaste lijst met vakken? Gaat het niet meer worden. De rest van je leven een vast beroep trouwens ook niet meer. De leerling loopt met zijn mandje door de supermarkt: hij koopt wat hier, hij koopt wat daar, en is het produkt niet leverbaar, dan gaat hij naar een andere supermarkt. Je hele leven lang, al naar wat het recept van de dag voorschrijft. Zó stil je je honger. De ene keer met een kant en klaar pakket, de andere keer moet je stevig kokkerellen. En je eet het vaker als iets lekker is, en wat je niet lust gebruik je nooit meer.

Nu richt ik mij even specifiek tot de Sander Dekkers, de Bussemakers, de Colleges van Bestuur en de directies, want van jullie moeten tenslotte de uren en de centen komen: Stap eens even uit jullie starre denkpatronen. Focus je eens even niet op rendementsdenken, op de inspectie, op wat Kennisnet zegt, op wat de BON zegt, denk eens even niet aan dure gebouwen, smartboards, excellente leraren en leerlingen, handelingsplannen, dure adviesbureaus, zwakke scholen, zwakke leerlingen, hoge en lage niveaus. Er zijn geen zwakke scholen en er zijn geen beste leerlingen. Alles en ieder is uniek in zijn soort: de vervallen school in de achterstandswijk, Ot en Sien, Meester S, de iPadschool, de Whizzkid die straks naar Stanford gaat, het kind met een zware achterstand door PDD-NOS en het pubermeisje dat in mijn kantoor hartverscheurend zit te huilen omdat er thuis écht geen geld meer is voor boeken en voor doorleren op een ander niveau.

Ga eens zoeken naar die individuen en kijk wat hun vaardigheden zijn. Geef de ouderwetse docent die niks met ict heeft een ouderwets klaslokaal met leerlingen die ook niks met ICT hebben. Geef de zieners in elke school, en die zijn er, de ruimte in tijd, plaats en geld om dingen te onderzoeken, uit te proberen en weer weg te gooien als het niks blijkt te zijn. Laat ze vér vooruit kijken. Geef leerlingen die een enorme behoefte hebben aan individuele begeleiding ook daadwerkelijk die begeleiding in de vorm van docenten die je vrij kunt maken doordat andere specialisten binnen je school klussen kunnen overnemen. Blik je topdocenten in op het web. Sluit lokalen, of stel ze juist open buiten de reguliere schooltijden om. Geef een docent en zijn leerlingen eens overdag of buiten de vakanties om vrij, en laat ze ’s avonds maar vanuit hun eigen omgeving en in hun eigen tempo elkaar ontmoeten op allerlei gratis initiatieven op social media. Schuif met geld, met vakken, met lestijden, met diploma’s, met docenten, leerlingen en locaties. Laat je school een ongekende bron van creativiteit en flexibiliteit worden. Want die potentie heeft elke school in zich. Laat los, laat los. Laat groeien en bloeien. En laat dat snoeien nu eens achterwege. Koester nieuwe technieken, social media, apps en smatphones. Maar koester ook je Meester S.

 

 

The Silence of the Laptops

Schrijver dezes
Schrijver dezes

Op het afnemen van toetsen en tests per computer rust op ons hoog aangeprezen instituut geen merkbare zegen. Deze regel is een beetje een verbastering van een commentaar van Simon Carmiggelt bij de film “Alleman”, van Bert Haanstra, uit de tijd dat de wereldbevolking nog niet leed onder de gevolgen van ict. Cholera en builenpest volstonden als plaag.

De tijden zijn veranderd, de wereld is verhard, en er zijn veel pestilentiën bij gekomen; het gebruik van computers en aanverwante zaken binnen het onderwijs is er eentje van. Nou ja, bij vlagen dan. Ik schreef daar drie jaar geleden (!) al eens eerder over in dit stukje.

Inmiddels verpozen we niet meer in Onderwijs 2.0, maar proeven we al aan 3.0, en inmiddels ben ik enige tientallen congressen op dit gebied verder. Ook wijzer? Mwah… een beetje. De ontwikkelingen staan niet stil, je wordt als school gebombardeerd met spectaculaire voorbeelden van hoe het allemaal nóg mooier, gelikter en minder middeleeuws kan. Maurice de Hond heeft tussen zijn bedrijven door eens naar zijn op de iPad spelende peuter gekeken en daar een heel onderwijssysteem bij bedacht. Alle leerlingen en studenten hebben er naast eten en drinken een primaire levensbehoefte bijgekregen die bestaat uit het dwangmatig vasthouden en bestuderen van hun mobieltje; neem je dat af, dan staat dat ongeveer gelijk aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, compleet met naar de school stormende schuimbekkende ouders, een overspannen directie, stukken op Geen Stijl en gerechtelijke dwangbevelen.

Het afnemen van toetsen op een schoollaptop is dan een beetje .. tja.. old style, maar veilig, meent men.  Ik moest invallen, begeleid door ettelijke volgeschreven vellen met instructies; we leven in een tijd van excellente leerlingen en excellente leraren, dus vóór alles dient het niveau van wat je in huis haalt bepaald te worden. Een en ander vond plaats in een high-tech lokaal met groot touchscreen, in zomerse temperaturen die nóg zomerser werden omdat al die laptops een hoop warmte produceren, en omdat het zonnescherm niet meer omlaag kan als je ook de ramen open wilt doen. Er is geen lichtschakelaar meer, dus af en toe moet ik spastische bewegingen maken om licht te laten schijnen. Een schoollaptop moet redelijk hufterproof zijn en dient ook een aantal jaren mee te gaan, toch zeker wel een jaar of vier. Ze worden bewaard in een laptopkast met voeding en zo.
Op mijn begeleidend schrijven stond ook dat de docent moest controleren of hij de laptopkast wel kon openen middels een sleutel die op een bepaalde plek in het pand bewaard wordt. Nu was het mij al vaak overkomen dat iemand vergeten was die sleutel terug te leggen, dus – zorgvuldig als ik ben – had ik dat tijdig gecheckt.
In het lokaal bleek door een ijverig persoon echter een andere activiteit gepland, en ook de leerlingen arriveerden niet allemaal op de tijd die van hen verwacht werd. Zo’n toets wordt van te voren klaargezet, en begint automatisch op het ingestelde tijdstip, waarna de teller afloopt. Ik wil bij deze plechtig voorstellen de tijdsduur voor computertoetsen voortaan op tenminste één jaar te zetten.

Het waren nieuwe leerlingen , dus schuchter, braaf en alles vergevend; dat is dan weer een voordeel. Nadat ik hun diverse stickers met diverse inlognamen en diverse volslagen ingewikkelde wachtwoorden had overhandigd, en nadat ik bosjes leerlingen weer naar de ict-afdeling had gestuurd omdat op sommige stickers geen wachtwoorden bleken te staan en omdat de meeste laptops geheel leeg bleken te zijn omdat ze in de computerkast niet op de voeding waren aangesloten en omdat bij diverse leerlingen het wachtwoord wél op het papiertje stond maar niet door het systeem werd herkend en omdat er veel te weinig stekkerdozen waren om alles op aan te sluiten omdat men besloten had dat dat niet nodig was omdat laptops op accu’s werken en omdat sommige leerlingen de Mozilla (!)-browser waar in de handleiding naar verwezen werd niet op hun computer konden vinden en omdat de browser de af te spelen audio-formaten niet herkende en omdat de systeembeheerders overbezet waren en omdat ik inmiddels een compleet spinnenweb van snoeren en stekkerdozen in het lokaal had aangelegd en leerlingen inclusief de docent daar als slangenmensen in verstrikkeld raakten en omdat andere collega’s die weer kwamen weghalen omdat ze in hún lokaal óók met een computertoets bezig waren waar ze tegen de zelfde problemen aanliepen als ik, ging voor de laatste leerling de toets pas na één uur van start…..

Inmiddels was ik in een toestand beland waarbij geüniformeerde personen mij vastgesjord in een dwangbuis wederrechtelijk naar de dichtstbijzijnde gesloten psychiatrische inrichting mochten vervoeren, om daar de rest van mijn leven vredig eendjes te voeren en te wachten op een lieftallige en vooral rondborstige zuster die mij mijn middagpap tussen het Hannibal Lecter-masker door zou proppen.

Dit stukje komt dus nu tot u vanuit mijn hel verlichte en zwaarbewaakte cel in het Pieter Baancentrum of waar ik ook zit opgesloten. Ik droom daar van scholen waar leerlingen hun eigen hardware meenemen, of dat nu een iPad, een Chromebook, een Smartwatch, een Google Glass of een oude Commodore 64 is ( ik heb compleet geestverruimende ervaring met alle genoemde apparaten ), áls ze maar een niveautest op ouderwets papier of desnoods een griffel en een lei mogen maken. Ik droom ook van onderwijs- en ict-adviseurs, die in hun argeloze onschuld mij in mijn cel durven te benaderen, met uitgestoken hand door de tralies. Ik droom verder nog van de volgende zomervakantie, vanaf heden nog 42 weken 😉

Voor een bezoekregeling met mij of voor vragen over dit stukje, of voor mijn onderwijs- en ict-adviezen ( want het kan écht veel mooier, beter en vooral: voordeliger ), dient u contact op te nemen met mijn geestelijk begeleidster, mevrouw Clarice Starling. Verder mag ik hier ook twitteren, dus dan blijft u op de hoogte. Mét een korrel zout graag.