Koud

Trevi Fountain - Rome, ItalyIk behoor tot de categorie mensen die het geregeld koud heeft; wat dat betreft lijk ik wel een vrouw ( fluistermodus: “Net een kikker, want altijd grote bek en koude poten” ).  Ik loop nu het risico dat dit mij op woedende reacties van vrouwelijke volgers komt te staan, maar dat is dan maar zo. Thuis, in de auto en op vakantieadressen stook ik de kachel dus geregeld tot astronomische hoogtes. Toch kon ik tot voor kort thuis stoken tot ik er bij neer viel, het hielp niet echt. Lieden die ons huis naderden zagen altijd grote rookwolken uit de schoorsteen komen, waar omliggende huizen slechts af en toe een kringeltje de lucht inbliezen. Kieren en gaten werden dicht gestopt, met als gevolg – naar onlangs bleek – optrekkend vocht langs de muren. Vóórdat het pand nu helemaal in een door zwammen en schimmels overwoekerde koude en tochtige ruïne veranderde, moest er dan toch maar worden ingegrepen.

Allereerst werd ander dubbel glas besteld en daar zaten ook roostertjes in die zorgden voor de ventilatie. De oude roosters had ik zó hard dicht gedraaid, dat die ook met grof geweld nooit meer open gingen. Daarnaast besloot ik de stoute klusschoenen maar weer eens aan te trekken door het vervangen van enkele radiatoren. Eentje gekocht op internet bij een vaag bedrijf in Engeland, en later nog eentje op Marktplaats, want die dingen bleken nog schrikbarend duur, en zwaar bovendien. Er volgden weer dagen gevuld met constant heen en weer rijden naar de Karwei, want ik maak nooit een plan en bereken altijd alles verkeerd. Zo’n bouwmarkt maakt er altijd een halszaak van om in de beschrijving van aangeschafte dubbele knietjes, knelkoppelingen, haakse aftapkranen termen te gebruiken die het voor de leek nog veel onbegrijpelijker maken, dus ik koop overal altijd maar veel te veel van, er is altijd wel iets dat wél past en de rest breng je gewoon terug. Als je dat tenminste niet laat verslonzen of dat je de bonnetjes kwijtraakt, wat mij ook geregeld gebeurt.

Je rekent een dag voor het vervangen van zo’n radiator. Da’s ruim, maar dan heb je ook wat. Op de oude bleek echter geen aftapkraan te zitten, dus ben ik in de vrieskou ongeveer de hele dag bezig geweest met het opendraaien van het ontluchtingskraantje, daar een klein leeg bakje van Hertogh IJs onder te wurmen en dat vervolgens weer leeg te kieperen in een hele serie om mij heen gedrapeerde grotere emmers en bakken. Na drie dagen bivakkeren in pooltemperatuur hingen de radiatoren dan eindelijk, waarbij ik ook nog een halve dag moest uittrekken om alle knelkoppelingen nóg knellender aan te draaien, want die dingen hebben een hekel aan mij. Her en der deden de nieuwe verbindingen ernstige pogingen om op de Treviaanse Fonteinen te lijken, en ook de aansluiting van de vulkraan bij de oude cv-ketel liet zich niet onbetuigd. Ook daar lag ik als een slangenmens in het halfduister in een plas water te klungelen met tangen en slangen die niet wilden passen.

Ik kan veel, maar niet alles, dat blijkt. En aangezien de nieuwe radiatoren groter waren en de 17 jaar oude cv-ketel nu wel heel erg zijn best moest doen om dit allemaal te behappen en enge borrelgeluiden produceerde, werd besloten om dit toestel dan maar uit zijn lijden te verlossen. Nu ben ik een gadgetfreak, dus ik was één van de eersten die een Toon aan de muur hadden hangen – voor de leek: een hippe thermostaat die elk aan/uit-lampje registreert en elk kuubje teveel aan gasverbruik haarfijn in grafiekjes laat zien. Een tablet aan de muur, die echter niet met alle kachels naadloos samen ging, ook niet met mijn oude Nefit. Dat moest de nieuwe ketel dus wel, en daar ik in het onderwijs zit en dus armlastig ben ging ik op internet op zoek naar een niet al te duur alternatief.

Het werd een Remeha. Eigenlijk zelden van gehoord, alleen bekend van een tv-reclame waarin een irritant koortje die naam door de kamer liet schallen. Maar, zoals dat op internet gaat, je leest ook ervaringen van gebruikers, en die waren allemaal positief. Dat is al vrij uniek, want meestal zoekt men het internet op om zijn gal te spuwen, iets waar ik ook nogal een handje van heb. Het bleek ook dat de firma Remeha al 80 jaar bestond en dus een soort van verjaardag vierde: bij aanschaf van een ketel kreeg je €80 terug. Verder zoeken en een bedrijf gevonden dat de boel vakkundig kon installeren.
Zo verschenen afgelopen week in de vroege ochtend, begeleid door een stalende zon, twee opgewekte types met een zwaar Twents accent die in een mum van tijd de oude loodzware ketel omlaag zeulden en de nieuwe lichtgewicht installeerden, die pijpen bogen zonder dat ze totaal scheef zaten of ergens binnen ‘krak’ zeiden, die klemkoppelingen in één keer losjes aandraaiden waarna geen druppeltje water te voorschijn kwam, en die géén koekje bij de koffie hoefden. Koffie die ze pas wilden nadat de klus geklaard was.

Heel zachtjes zoemt nu, een bescheiden plekje innemend, mijn nieuwe Remeha; de Toon laat nu al een sterk dalend verbruik zien. Ik krijg straks €80 euro terug. Dat mág ook wel, want afgelopen week deed ik – ook zo’n vreselijke tegen-op-zie-klus – mijn belastingopgave. Waar ik eerst altijd iets van €500 terugkreeg, mag ik nu plotseling €1700 bijbetalen. En die ketel was toen al besteld. Maar er is nog hoop. Wanneer ik de ketelfabrikant maar op een aardige manier feliciteer met de 80-ste verjaardag, maak ik kans om het aankoopbedrag weer terug te krijgen. Bij deze dus: heb meelij met mij, Remeha, en gefeliciteerd met uw verjaardag.

Gamma, de ultieme sex

Vandaag was ik bij de Gamma. Ik ben zo’n klusser die volkomen onplanmatig in een opwelling aan iets begint, met als gevolg dat je honderdduizend keer terug naar de bouwmarkt moet omdat nét dat ene boortje breekt, of dat je verkeerd de plaat opgemeten hebt, of omdat je de 5 liter pot paarse  “laat ik eens wat aparts doen” muurverf bij het openmaken over het hoogpolige tapijt hebt gedonderd. Ik stap ook altijd achteruit op een deksel waar verse verf aan zit, en wandel daarna het halve huis door, en ik ben natuurlijk altijd van alles kwijt, terwijl ik toch écht absoluut zeker weet dat ik die centimeter daar en daar heb neergelegd. Die kabouters doen hun verdwijnwerk uitstekend.

Nu is de Gamma, net als alle andere bouwmarkten niet echt behept met een aansprekend interieur. De trend in living en huisinrichting is tot overmaat van ramp ook nog eens grijs, in alles, en al jaren, lijkt het wel. Het behang moet in beton-look, aan het plafond graag industriële lampen, met veel buizen, het tuinmeubilair is atoombom-bestendig gemaakt van dikke steigerplanken waar je gruwelijk je vingers aan open haalt. In deze tijd van het jaar komt daar ook nog de verplichte kerstafdeling bij, die bestaat uit een – naar het lijkt – van grote hoogte neergestorte verzameling kunstkerstbomen, waar een geblinddoekt persoon vervolgens van enige afstand wat slingers, ballen en een verlicht led-rendier in heeft gesmeten. Dat is dan wél in de aanbieding, trouwens. Nee, dán de Intratuin. Dáar mogen we de kerstafdeling al ongeveer sinds het einde van de zomer bewonderen, en als je dus €5000 te besteden hebt kun je het gehele meubilair aan kant schuiven en de woonkamer van top tot teen inrichten met een hysterisch in alle kleuren van de regenboog flikkerend, besneeuwd berglandschap, volgebouwd met opper-kitsch kersthuizen, kerkjes, bierbrouwerijen, skihellingen, Tiroler Stüblern, en overal komt zoetgevooisde speeldoosmuziek uit. Je gooit vervolgens de kinderen er tussen, zet de kerst-cd van Zanger Rinus of de Toppers op, steekt een shaggie aan en je bent verzekerd van een ADHD-festijn waar tot in lengte van dagen geen einde meer aan lijkt te komen.

Maar terug naar de Gamma, daar is het voor de doorsnee man vét kicken, een soort ultieme sex, zeg maar. Ik kan daar eindeloos ronddolen, terwijl ik eigenlijk kwam voor een doosje plugjes omdat de vorige dwars door de gipsplaat in het zwarte gat verdwenen. Al je andere behoeftes verdwijnen als sneeuw voor de zon, bij de aanblik van gasbetonblokken, verzinkboren, winkelhaken, douchecabines, schroeven en moeren, slijptollen, touwen en kettingen op een rol, met als orgasmisch hoogte punt toch wel een stel groen rubberen laarzen, maat 46 of 47. Je hebt ze tegenwoordig ook met stalen neuzen.

Er komt ook een bepaald soort mannen: aannemers en hun personeel bijvoorbeeld, maar die zijn saai. Komen in gevlekte werkkleding even snel iets halen, op rekening, en weg zijn ze weer in hun busje met bouwmaterialen. Er komen ook types – hier in Barneveld dan – op klompen binnenklossen. Bodywarmer aan ( altijd groen ), ruitjesoverhemd, en wanneer ze bukken om een zak betonmortel in de kar te werpen hebben ze altijd een gruwelijk bouwvakkers-decolleté. Thuis wacht hun vrouw op bijvoorbeeld oranje Crocs.

Verder zijn er mannen zoals ik. Glazig rondzoekend, want het briefje met alles wat nodig is hebben ze thuis op tafel laten liggen, en zich vergapend aan al het moois voor mannen. De Kamasutra-beurs voor klussend Nederland, zeg maar. Je denkt alleen nog maar aan boren, hakken, breken, lijmen en schilderen. Scheppend bezig zijn, om zo een uitstekend excuus te hebben om niet allerlei andere stompzinnige klusjes als wc schoonmaken of dweilen te hoeven doen; “Ik heb die vloer met veel inspanning gelegd, nu mag jij hem verder dweilen!” In gedachten bouwen wij ons droomhuis van top tot teen zelf, wij zien het glanzende toilet dat achter die grijze rioolbuis straks tevoorschijn zal komen, wij dóen dat wel even voor het vrouwtje thuis. Een enorme tevredenheid maakt zich van ons meester, een verzaligd gevoel overmant ons. Het is zaterdag, we mogen naar de bouwmarkt, we mogen klussen. en vanavond wacht de beloning. Hopelijk houdt het vers gemetselde gipsblokken muurtje achter het bed een beetje stand.