3D

Oplettende lezertjes zullen misschien al weten dat ik een nieuw speeltje heb, namelijk een HTC Vive Virtual Reality-bril. Daar zitten diverse programma’s bij, waaronder Tilt Brush. Daarmee maak je virtuele kunst. Je schildert met diverse soorten kwasten en materialen letterlijk in de ruimte. Het is een mix tussen beeldhouwen en op het platte vlak schilderen, en biedt dus heel veel nieuwe mogelijkheden. Normaliter kun je het eindresultaat alleen maar zien wanneer je als toeschouwer ook zo’n bril hebt, maar er zijn wat trucjes om je werk te exporteren naar speciale viewers waardoor je in een browser, als je tenminste de goede hebt, ook kunt kijken. Een kwestie van op de afbeelding klikken met je muis, en vervolgens kun je alle kanten op draaien, in- en uitzoomen, etc.

In de bril is het reslutaat nog veel mooier, met animatie, lichtgevende objecten, sterretjes en langsdrijvende wolken, dus wil je dat een keertje zelf ervaren, dan moet je even een seintje geven.

Dansen tussen de Nazi’s

Soms krijg je op oudere leeftijd een bevlieging ( u kent dat ) en dan wil je weer eens iets wilds doen. In mijn geval had dat een salsa-cursus tot gevolg. Nu ben ik niet zo’n zwoel Zuidamerikaans typje wat met begerige blik zijn overhemd openrukt, met wild rondvliegende knoopjes en overvloedig borsthaar tonend. Ook ben ik niet zo van het macho op een stukje willoos vrouwvlees afstappen en dat vervolgens wat ritmisch heen en weer smijten, maar in de praktijk bleek een en ander toch wat anders uit te pakken, en zo komt het dat wij wekelijks naar Amersfoort afreizen om ons daar op gepaste muziek in het zweet te werken en zowaar veel plezier te bleven aan de warme klanken en passen. Had ik zoiets maar dertig jaar eerder gedaan, maar gelukkig is het publiek uiterst gemêleerd en heb ik op een van de salsa-feesten die wij nu ook geregeld bezoeken zelfs al een 86-jarige mogen aanschouwen, die nauwelijks meer kon lopen maar nog wél heel aardig salsa-passen kon plegen met iemand die zijn kleindochter had kunnen zijn. Kortom: een uiterst ontspannen en on-opgefokte sfeer, zoals je die op feesten nog maar zelden tegenkomt.

Afgelopen week stapten wij dus welgemoed ons danszaaltje binnen, in Café De Observant in Amersfoort. een van die etablissementen die gelukkig nog ruimte geven aan kunst, zowel op de dansvloer als aan de wand. Tot nu toe waren daar de wanden gesierd  met een serie fascinerende portretten. Daar was nu verandering in gekomen. Wij werden aangestaard door nazi’s van diverse pluimage, Oostfrontsoldaten, een Sturmbahnführer, geweerlopen, enkele Hitlers en een naakte Eva Braun, en tussen dat alles was ook een origineel lijkend ingelijst schrijven van de Führer zelf te bewonderen.  Een uitleg – al was het maar op een A4-tje bij de deur – was nergens te bespeuren, en dit alles riep bij mij uiterst unheimische gevoelens op, om maar even in de sfeer te blijven. Salsa dansen tussen de Nazi’s, daar wordt een mens niet vrolijk van.
Nu had ik diezelfde ochtend een aangrijpende documentaire gehoord over Loods 24 , de plek waar in de oorlog 686 Joodse kinderen werden afgevoerd om nooit meer terug te keren. Afgevoerd door lieden zoals die op die schilderijen te zien waren. Een tentoonstellingsplek voor de beulen tegenover een monument voor die 686 kinderen.

Zoiets blijft knagen, bij mij althans, en op Twitter uitte ik daarover mijn ongenoegen. Dat werd natuurlijk opgepikt door kunstenaar Nelle Boer, de maker van de schilderijen, die direct – uiterst correct trouwens – reageerde. Nu is Twitter geen ideale plek voor diepgaande discussies, dus ik hoop op een vervolg, bijvoorbeeld onder dit blog of eens in real life.  Zijn opvatting over kunst is trouwens een interessante, en naar ik meen hoogst verfrissende: het tot leven wekken van een fictief persoon of een fictieve zaak, op zo’n manier dat de kijker daardoor in verwarring wordt gebracht en de grens tussen waarheid en leugen vervaagt. In mijn geval is dat gelukt. Verwarring en boosheid hadden zich van mij meester gemaakt. Wie op de link bij Jelle klikt, leest ook zijn uitleg bij de tentoonstelling.

Kunst moet altijd prikkelen. Zonder kunstenaars zou deze wereld onvoorstelbaar saai en dor zijn, en zou het geestelijk leven functioneren op het niveau van een plant. Kunst is onontbeerlijk voedsel voor de geest, en moet uitdagen, tot nadenken stemmen. Kunst moet ook een boodschap uitdragen, maar kunst moet ook stelling nemen, en dat is in dit geval niet gebeurd. Mijn bezwaar wat ik tegen Nelle op Twitter heb geuit, was het kritiekloos tentoonstellen van iets wat ieder weldenkend mens kan associëren met ongeveer de wortel van alle kwaad. Nelle’s repliek was: “Ik geef geen kritiek, want dat is niet mijn taak in deze, en ik heb de oorlog immers ook niet meegemaakt. Ik breng trouwens ook geen lof”.
Ik vind: dergelijke voorstellingen kun je niet onberoerd tentoonstellen. Je bent ervóór, en dan schaar je je in de rijen van de Neo-Nazi’s die ik ooit eens bij Berchtesgaden gehuld een Duitse oorlogsvlag, zich haastig op de foto zag laten vastleggen bij de ruïnes van Hitlers Berghof.  Óf je bent er tegen, en dan schaar je je bij diegenen die opkomen tegen onrecht in de samenleving, tegen onderdrukking van minderheden, tegen alles waar de op de schilderijen afgebeelde personen voor stonden.
Een tentoonstelling, oké,  Oostfrontsoldaten op het doek, vooruit, en een scheel kijkende Hitler met een lelijke halfnaakte Eva Braun, allemaal goed. Maar niet zó maar, plompverloren zonder uitleg in een willekeurig zaaltje, ter gelegenheid van niks eigenlijk.  In een oorlogsmuseum was de tentoonstelling beter op zijn plaats geweest, en daardoor ook in een context.

Ik weet niet of Nelle ooit in Auschwitz is geweest, of in Majdanek, of in het vlakbij gelegen Kamp Amersfoort, waar de Nazi’s ook gruwelijk hebben huisgehouden.  Ik wel, en een meer desolate plek op aarde dan die ene overgebleven gaskamer in Auschwitz kan ik me niet herinneren.  Wanneer je daar in die donkere, gruwelijke ruimte staat, op een van de schaarse momenten dat er even geen toeristen zijn, in dat grauwgele licht, half onder de grond, word je door een onvoorstelbare wanhoop overvallen, wanhoop over wat mensen elkaar aan kunnen doen.
Na een bezoek aan het vernietigingskamp Majdanek, in oost-Polen, maakte ik onderstaand schilderij:

Je kúnt, wanneer het om dé oorlog gaat, wanneer het om een oorlog gaat, als kunstenaar niet kritiekloos, zeggingsloos iets uit die oorlog verbeelden. Je kunt niet aan de zijlijn blijven staan en zeggen: ik maakte daar geen deel van uit. Kunstenaars dienen stelling te nemen, dienen te uiten. Ik hoop op een reactie van Nelle hieronder, en volgende keer dans ik graag tussen een nieuwe tentoonstelling, dan gevuld met Zuid-Amerikaanse macho-types met open overhemden en dunne potloodsnorretjes, met bijbehorend willig vrouwvlees. Ook die kun je door een fictief personage tot leven wekken, en dat roept wat minder weerzin op.

Even weer wat kunst

Vroeger deed ik er op dit blog meer aan: in de weekends eens even wat heel anders om de onderwijsbeslommeringen en andere kwellingen des levens wat te vergeten: aandacht voor een stukje kunst, anders dan anders. Hier dus maar weer eentje. Dit maal kunstenaar Dain Fagerholm, die gewoon met balpen verbluffende 3d-tekeningen maakt. Dan krijg ik ook weer zo’n zin om de kwast ter hand te nemen 🙂

Schilderen is ook een kunst

In Neurenberg zijn wat aquarellen van Hitler geveild  (voor de hedendaagse moderne student/scholier : Hitler was een hele nare man en die leefde in Duitsland in een oorlog, en die was weer ergens in de vorige eeuw of zo).
De velingmesster had het over het niveau van een dorpsschilder, maar toch; voor de drie kunstwerken werd uiteindelijk nog € 42000 betaald. Alles bij elkaar schijnt hij ruim 700 schilderijen en schetsen te hebben gemaakt.  Wat doe je met zo’n aquarel? Hang je dat aan de muur boven de eetkamertafel?  “Mag ik even het vlees en wat vinden jullie van dit schilderij van Hitler?”. Het schijnt dat meer beruchte lieden uit de geschiedenis zich aan kunstwerkjes van het niveau “Ik kan schilderen” hebben schuldig gemaakt. Uit deze opmerking spreekt natuurlijk enige jaloezie, want ik schilder zelf ook.
Stalin schijnt geschilderd te hebben, ik heb horen fluisteren dat ook Balkenende zo nu en dan naar het penseel grijpt, Saddam Hoessein, Djengis Khan, en de Noord-Koreaanse leider Kim Yong Il, om maar eens wat te noemen.
Iedereen die meent een druk bezet leven te hebben, die meent bekend of beroemd te zijn grijpt ook maar naar het penseel. Dan maakt het ook niet meer uit of je talent hebt of niet. Het is zoiets als het verplicht feesten en partijen bezoeken en zorgen dat je in het Stan Huygens-Journaal of de Privé komt. Wil je echt meetellen als BN-er, dan dien je toch ook een paar maal geëxposeerd te hebben. Ben je dus acteur of zanger, dan is het slechts een kwestie van tijd of je opent je eerste overzichtstentoonstelling in een yuppen-galerie.  Vanaf volgende week de bekende en begenadigd kunstenaar/zanger Jan Smit met collages van palingresten, lijntjes  coke en verscheurd ondergoed van Yolanthe.

Het omgekeerde gebeurt echter zelden: een goede schilder wordt nooit een bekend zanger of acteur. Maar ja, die heeft ook niet zo veel connecties in het artiesten-wereldje. Het kan toch niet zo zijn dat goed kunnen zingen een kunst is, of is goed schilderen soms geen kunst?
Op tv wordt hersenloos Nederland momenteel onthaald op het programma Popstars. Daarin bepaalt een jury van uitgerangeerde trieste BN-ers wie wel en wie niet kan zingen, daarbij geholpen door het tokkie-deel van het Nederlandse volk, wat dan sms-jes stuurt, hoe meer hoe beter graag. Eén van de onderdelen, zo zag ik in de voor mij eerste en laatste aflevering, was een zogenaamde ‘Mystery Popstar’, en dat moet natuurlijk weer een kind van een bekende  Nederlander zijn. Die kan dus fantastisch zingen, want je wilt als jury zo’n bekende Nederlander natuurlijk niet tegen de schenen schoppen en aangezien je allang weet wie dat is  en je van je baas zo je opdrachten hebt gekregen speel je het spelletje mee; je zorgt er voor dat de Mystery Popstar wel elke keer een beetje kritiek krijgt, maar doorgaan moet ze natuurlijk wel. Ik weet honderd procent zeker dat dit de dochter van André Hazes moet zijn. Een patje-peeër-programma moet dergelijke lieden natuurlijk promoten en alles draait om de pegels. Gaat het toch niet lukken, dan gaat ze gewoon schilderen. 

Zo gaat dat dus: wanneer het niet meer zo vlot met je artiesten-loopbaan, dan pak je een kwast, je volgt wat oude afleveringen van Bob Ross en vervolgens begin je wat te klodderen, succes verzekerd. Dikke prijzen voor je werkjes, en je mag aanschuiven in de rij van Hitler, Saddam Hoessein en Stalin.

Ik kan niet zingen, maar ik kan wel goed schilderen. Het klopt dus helemaal. Om weer even terug te komen bij Hitler en zijn denkbeelden: hieronder een afbeelding van een schilderij wat ik ooit eens aan het Herinneringscentrum Westerbork heb geschonken ( voor de moderne student/scholier : Westerbork is een alleraardigst dorpje in Drenthe ). Het is gebaseerd op wat ik zag in een barak van hetvoormalig concentratiekamp Majdanek in Polen. Ik geloof niet dat ze het hebben opgehangen, trouwens. Gelukkig weet ik wel hoe je bepaalde gevoelens op doek kunt verbeelden.

Majdanek

The Order Electrus

Nog niet eerder in de geschiedenis denk ik, heeft een ontwikkeling zoveel bijgedragen aan creatieve uitingen als het internet. Dankzij dat internet kan ongeveer elke creatieve geest op aarde – en dat zijn er miljoenen – zijn of haar creaties aan de wereld tonen. Was je vroeger als would-be kunstenaar gedoemd tot een triesterig galerietje, waarbij je dan ook nog afhankelijk was van de luimen van de eigenaar, nu heeft elk individu zijn eigen galerie met een latent miljoenenpubliek.
Niet elke creatieve uiting zal een vernieuwende of verfrissende uiting zijn; die verdwijnt vanzelf weer in de anonimiteit. Maar dankzij internet hoeft er maar één gezaghebbend persoon, al surfend vanuit zijn luie stoel jouw galerie met een bezoek te vereren – en reclame is dankzij wat slimme keywords super gemakkelijk -, en je kostje is gekocht; binnen enkele dagen tijd stroomt het publiek langs, en ook die feedback kan weer een enorme stimulans zijn voor nieuwe creatieve uitingen!

Een heerlijke wereld kan het internet zijn, een lust voor het oog. Kàn. Zo kwam ik dankzij mijn nieuwe iPhone ( ik kan nu al niet meer zonder ) bij onderstaand filmpje terecht, waarin – geheel in de stijl van Richard Attenborough – een nieuwe diersoort wordt besproken, tot en met het paringsgedrag aan toe: The Order Electrus. Eén van de ontelbare uitingen in het enorme museum van het internet, waar je ogen en oren te kort komt en waar dagelijks nieuwe zalen en vleugels aan worden toegevoegd, en waar je kunt dwalen en verdwalen tot in de eeuwigheid. Ja, ik word een beetje lyrisch. Een fascinerend en ook beklemmend filmpje, wat anders nooit het massapubliek zou bereiken dan wat het nu verdient.

Ook een filmpje om over na te denken in het licht van de door de opwarming met uitsterven bedreigde aardse fauna: die zal zich aanpassen en door-evolueren, tot een wellicht gruwelijke nieuwe soort: The Order Electrus

Naaktdeskundige

http://www.youtube.com/watch?v=MNGBa26nJGM

Even een waarschuwing vooraf: in bovenstaand filmpje is BLOOT te zien. Het is dan wel een stukje uit het journaal, maar dat is tegenwoordig ook al één grote vieze linkse zooi. Vooral niet klikken dus. En onderaan staat een schilderij van mij met BLOOT ( voor de gelegenheid maar even afgeplakt want het internet is een openbare ruimte. O ja, het is ook onafgeplakt te koop )

Het dorpje B. op de Veluwe staat in den lande nu niet bepaald bekend als een bolwerk van progressitviteit en modernistische denkbeelden. Een groot deel van de bevolking hecht nog aan oude, degelijke normen en waarden zoals men die ook in de tijd van Calvijn koesterde. De grote boze wereld houdt men maar het liefst vèr buiten de deur, en men ziet graag dat de jeugd zich bezig houdt met onschuldig vermaak zoals het zich tot zaterdagavond 24.00 uur klemzuipen in “drankketen”, die ergens op een steelse plek op het erf achter de boerderie zijn neergeplempt, of met nuttige denksporten. Zo organiseert een lokaal kerkgemeenschap in een der buurdorpen binnenkort weer een verkoopmarkt, met kraampjes waar men knutselarijen voor naast de voordeur en echte boeken kan kopen, en – ik citeer even –  “de jongelui kunnen daar gezellig een potje dammen, schaken of sjoelen” als ze even geen zin hebben om de kleurplaat af te maken.
Ik zou zeggen: zet daar een stel X-Boxen neer zodat de jongelui even vèt buitenaardse monsters kunnen afknallen, maar nee, dat is blijkbaar wat àl te heftig vermaak.
Men houdt hier niet zo van te veel opwinding, de hele week is al heftig genoeg en op zondag heerst hier dus een nadrukkelijke rust.
Zo af en toe halen wij het nieuws als een verlopen tv-persoonlijkheid op het dorpsplein ten overstaan van snorrende camera’s en likkebaardende toezichthouders een stukje bikini laat zien. Maar niet met de “wereld-eidagen”, een aanstaand lokaal evenement waar de gehele bevolking zich blijkbaar buitengewoon op moet verheugen en waarvoor hele schoolklassen worden gecharterd om “eierkunst” te produceren. Zo werden op het schooltje waar mijn vrouw werkt maar liefst 1400 plastic eieren gedropt  die door het ontredderde kindervolkje tot een eikunstwerk moesten worden omgesmeed. Ik voorzie daar een door gloeiend hete klodders uit het lijmpistool aanééngekoekte massa kinderen en eieren, tentoongesteld in een lokaal kippenmuseum.
Nee, B. en kunst, dat bijt mekaar een beetje, terwijl alles wat ook maar enigszins aan huisvlijt doet denken hier tot kunst wordt verheven. Een grote houten stoel, eerst reclame-uiting van een failliete meubelzaak, heet nu kunst. Een rotsblok, afschuwelijk beschenen door gekleurde lampen en veilig geplaatst naast een bejaardenhuis, is ook kunst. Een beschilderde plastic kip is omgedoopt tot kunst. Een beeld van een vent in een ridderkostuum die van pure narigheid van de toren sprong is kunst. Het lokale museum toont een fikse verzameling kantkloskunst. Erg heftig allemaal. De gehele bevolking lijkt de donkere maanden van het jaar televisieloos door te brengen met figuurzagen en het snijden van pijpekoppen tot in de late uurtjes.

Eén keer per jaar vindt in het dorp een “kunstmanifestatie” plaats, waar voornamelijk huisvrouwen met dubbele achternamen hun emoties van zich af plakken, schilderen, knippen en kleien, resulterend in tientallen beschilderde dakpannen, melkbussen, lepelrekjes, macramé-werkjes, boekenleggers en brooddeegfiguurtjes. Het loopt storm daar.

Zo af en toe worden er echter initiatieven ontwikkeld die iets dieper pogen te gaan. Eén daarvan bestaat uit een serie bijeenkomsten waarin voor- en tegenstanders van een bepaalde stelling met elkaar in discussie kunnen. De eerstvolgende avond gaat over “Bloot in de kunst”, in het bijzonder als dit in een publieke ruimte wordt tentoongesteld. Men heeft daar een begenadigd spreker uitgenodigd die tegen dit soort perverse uitingen is. Maar- nu komt het – er moest ook iemand gevonden worden die er wel pap van schijnt te lusten. En hierbij dacht het organiserend comité om ondoorgrondelijke redenen aan de auteur van Wauwel. Nu schilder ik wel eens wat, en ook wel eens iets bloots, maar om mij nu gelijk tot de Spencer Tunick van het dorpje B. te bombarderen, dat was toch wel even een schok. Voor hèn, die niet weten dat er ook wel eens iets bloots in de kunst wordt getoond en dat dat bijvoorbeeld wordt gedaan door Spencer Tunick, hier even een linkje naar een recent project gewoon op straat in Amsterdam, maar ja dat is dan ook wel het Sodom en Gomorra van de wereld. Wat dààr kan, is hier de eerstkomende paar honderd jaar nog uitgesloten. Wat dat betreft, leeft men hier dus nog in de middeleeuwen.

Ik moet mij dus nog even ernstig beramen op de uitnodiging; ik geef mij nog niet bloot, want vòòr je het weet roep je hier een volksgericht met gierwagens, pek en rondvliegende veren over je af. Ook wat dàt betreft, houdt men zich aan oude normen en waarden. Op 17 november weten we meer. Komt allen. Degelijke kleding graag.

P.S. Dit stukje gaat weer een hoop hits op leveren op Google. Want op bloot wordt toch nog het meest gezocht.

Opgerolde krantenkunst

Ene Nick uit New York maakt uit opgerolde kranten kunst. En dat slaat aan. Op de een of andere manier kom ik nooit eens op zo’n idee, maar wie weet. Zo doe je nog wat leuks met je oud papier, waarvan ik toch dagelijks flinke hoeveelheden door de brievenbus krijg, ondanks mijn sticker. Wie meer van Nicks kunst wil zien moet maar even hier klikken.