Staakt, makkers!

Rellen op het dorpsplein

Het ondenkbare is dan toch gebeurd. Ook in het immer zo voortsluimerende dorpje B. op de Veluwe hebben zich vandaag tafrelen afgespeeeld die een weldenkend mens alleen maar in de achterbuurten van Amsterdam, die grote stad, zou hebben verwacht. Wat begon als weer een dag op het verstilde platteland ontaardde in een nachtmerrie van dolgeworden scholieren die ons zo geliefde gemeentehuis met EIEREN ( ja Barneveld, hè? ) bekogelden. Inderhaast opgetrommelde veldwachters zullen vermoedelijk met de blanke sabel de verhitte gemoederen uiteen hebben geslagen, en ik heb vernomen dat ook tanks uit de omliggende legerplaatsen zijn opgerukt om op het plein voor ons gemeentepaleis strategische posities in te nemen. Boven het dorp cirkelen helikopters en kolken donkere rookwolken van brandende autowrakken, schoolgebouwen en gemeentewerken, en uitzinnige bendes scholieren trekken plunderend en verkrachtend door de Dorpsstraat op weg naar de chips- en breezerafdeling bij Albert Heijn. Gelukkig bleek de directie van een  technische school alhier door krachtig en onvervaard optreden de woedende meute binnen de hekken te kunnen houden: men schijnt zichzelf aan de hekken te hebben geketend zodat deze niet konden worden geopend zonder enkele managementleden te vierendelen, en dat schijnt de bloeddorstige horde toch wat te machtig te zijn geweest, zeker als je net een kroketje uit de kantine op hebt.
De plaatselijke krant toont ons vanavond door een angstige verslaggever genomen wazige – want van grote afstand gekiekt – foto’s van  groepjes pubers die hevig overleggen over verder te ondernemen acties.  B. in rep en roer!

En dat alles over de 1040-urennorm van verplicht op school zitten, maar wat dat is, dat moet je de scholieren niet vragen. Zo’n lekker tussenuurtje en een beetje rellen moet kunnen. 1040 uur? Nooit van gehoord. Staken? Uitstekend, maar niet op vrijdagmiddag, want dan loop ik mijn krantenwijkje of moet ik indrinken of moet ik vakkenvullen.
Gelukkig wordt de norm een beetje aangepast. Er mogen ook wat uurtjes voor persoonlijke begeleiding in ondergebracht worden, en een aantal uren maatschappelijke stage, zoals vastgekoekte eieren verwijderen van de ramen van een gemeentehuis, erg leerzaam en vormend allemaal. Haast elke leerling heeft tegenwoordig ADHD, het syndroom van Asperger, Borderline, is autistisch, dyslectisch of dyscalculisch, is manisch depressief, vertoont tekenen van agressief gedrag, heeft papier-allergie of geregeld last van Gilles de la Tourette. Je maakt het allemaal mee tegenwoordig, in die 1040 uur dat je ze voor je neus hebt.
1040 uur is wel wat veel ja. Straks moet ik ook nog staken.

In de baas z’n tijd nog wel

Met dank aan Peter de Wit : http://www.sigmund.nl/ 

Bij het nagaan van wie er zo allemaal een bezoekje aan dit boeiende weblog van mij brengen, stuitte ik op de dag dat onderwijsminster Plassterk als een “vrolijk mens” in de krant stond, op een ernstige ongereimdheid in de arbeidsethiek van bepaalde collega’s.
Tot mijn verbijstering ontdekte ik dat om 12.53 uur, een collega van het Johannes Fontanus College in het plaatsje Barneveld op de Veluwe ( van die zwijnen, ja ) mijn site heeft bezocht en deze ook nog als bookmark heeft toegevoegd.
Dat kan een aantal oorzaken hebben:

  1. Deze collega heeft pauze. Tijdens de pauze hoort een docent beschikbaar te zijn om vragen van leerlingen of verontrustende ouders te beantwoorden. Als die vragen er niet zijn, dan is de docent gerechtigd om in de personeelskamer zijn of haar boterhammetje met tevredenheid te nuttigen. De pauze is zeker niet bedoeld om een beetje voor privé te gaan rondsurfen naar onbeduidende sites zoals deze en als daar vaak ook nog zulk ongunstig taalgebruik ten opzichte van allerlei mooie onderwijsvernieuwingen wordt gebezigd dan is het al helemaal mis.
  2. Deze collega is 52 jaar of ouder en heeft zojuist  uit de krant vernomen dat de Minister van Onderwijs heeft besloten de salarisverhoging van docenten te bekostigen uit het langer laten doorwerken van ouderen en het halveren van vrije dagen van deze groep. Deze persoon ziet zich dus op zeventigjarige leeftijd nog voor de klas staan of hangen, overeind gehouden door een infuus en allerlei kabels die via de door school verstrekte rollator naar zijn gehoorapparaat of wat voor vitaal lichaamsdeel dan ook lopen. Deze persoon is door dat denkbeeld dermate van streek geraakt, dat hij of zij besloten heeft de pijp terstond aan Maarten te geven, en opruiende websites te bezoeken in de baas z’n tijd, in de hoop dat zo een arbeidsconflict ontstaat waardoor hij of zij het tot zijn pensioen thuis achter de geraniums kan uitzingen.
  3. De collega is jonger dan 52 en gewoon bezig met de les volgens de methode waarbij leerlingen zelf hun leervraag bepalen. Maar aangezien het vrijdagmiddag is bezit de leerling naar alle waarschijnlijkheid geen enkele behoefte meer om wat voor leervraag dan ook te stellen, en is de leerling reeds lang vertrokken om de competentie “zelfredzaamheid in lastige maatschappelijke situaties” in de Mac Donalds uit te proberen. Gevolg is een lege leertuin annex uitdagende leeromgeving, waarin alleen de docent als coach nog een beetje zit te internetten  op zoek naar een zinvolle aanvulling op zijn Persoonlijk Ontwikkelings Plan. Een link naar Wauwel doet het daarin natuurlijk altijd goed. 
  4. De persoon is geen docent maar leerling die niet aan de 1040-urennorm voldoet en dus op vrijdagmiddag al vrij is maar die nog wat in de leerwerkruimte wil MSN-nen en nog wat Googlen op zoek naar een leuk kant-en-klaar werkstukje.

Maar goed, in alle gevallen draag ik de onverlaat voor schorsing voor en ik verzoek de persoon in kwestie dan ook eerlijk voor zijn of haar daad uit te komen middels het klikken op “Reacties”, en vervolgens te vermelden wat hij of zij hier eigenlijk zocht.  Ik zou trouwens van alle vaste bezoekers wel eens willen weten wie ze zijn en waarom ze hier komen. Reageren dus maar.

De gelukkige klas

Oplettende lezertjes zullen de afgelopen dagen kennis hebben genomen van de uitslag van een nieuw onderzoek, uitgevoerd door het Ministerie van Onderwijs onder ruim 5100 scholieren en – wat bevreemdend – 37 schoolleiders. Docenten zijn blijkbaar geen betrouwbare groep, maar dat terzijde.
Uit dit onderzoek bleek, dat bijna driekwart van de leerlingen tevreden is met de school waarop men zit. Vooral de manier waarop de lessen gegeven worden, scoort hoog: 80 % vermaakt zich daar kostelijk, inclusief de blijkbaar in vermomming in de les aanwezige schoolleider. Nu kunnen ook volwassenen zich tijdens les-achtige situaties uiterst jolig gedragen, dus in principe kan een klasje elkaar met propjes bekogelende schoolleiders op een management-bijscholingscursus de score positief hebben beïnvloed. Alles natuurlijk in blijde afwachting van de sherry en de golfclinic die ’s middags op het programma staat. Zoiets zal het wel geweest zijn dan.
Niet alle scholieren zijn echter tevreden en gelukkig, 22% moet zonodig weer de zuurpruim uithangen en vindt de lessen vervelend tot zelfs zeer vervelend. Bijna een kwart van de klas hangt er dus bij met een geïrriteerde blik, speelt met de mobieltjes, bedreigt de docent met messen, geeft de leerling vóór zich stiekume duwtjes, dat soort werk. Of komt gewoon niet opdagen, zodat alleen een groep gelukzalige types overblijft. Heerlijk toch.
Nu geef ik geloof ik les aan uitsluitend gelukkige klassen. Natuurlijk komt dat door mijn ontspannen, relaxte en gevatte manier van losjes doceren volgens de nieuwste competentie-technieken, maar, het komt denk ik nog meer door de school waarop ik zit.
Ik geef les op een agrarische school, waar voornamelijk leerlingen komen die “iets met dieren”, “iets met paarden” of “iets met váárkens en mòòje trekkers” willen doen. Ik geef dus les aan konijnenknuffelaars, pennymeisjes en boeren. Een zeer gemèleerd gezelschap dus, maar de leden hebben allemaal één ding gemeen: ze zijn allemaal erg tevreden, en denk ik ook redelijk gelukkig.  Méér nog dan het landelijk gemiddelde denk ik. Veel meer. Bij ons geen detectie-poortjes bij de ingang, geen vechtpartijen, geen treiterijen, geen diefstal, geen vernielingen. Vrijwel nooit gebeurt er eigenlijk iets. Vrij uniek in onderwijsland, denk ik. Wij zijn gewoon een goeie school: als de leerling zich gelukkig en tevreden voelt, komt de rest vanzelf. Theo Thijssen kon tevreden zijn met zijn gelukkige klas.  Wel, ik ben ook tevreden met mijn school. En met mij velen. En ik ben niet eens een schoolleider.

Toch een mooie dag

Gister, gewoon tijdens de les, je maakt een praatje met een leerling hier en een praatje met een leerling daar.
“Hoe gaat het nu met je?”
“Nou iedereen staat op instorten. Mijn moeder heeft borstkanker en we gaan er bijna allemaal aan onderdoor, maar het gaat nu wel vooruit”. 
En dan volgt de rest van het verhaal. Van angst en wanhoop, maar gelukkig zicht op verbetering. En toch, zoiets hakt er in, en je neemt je voor die leerling goed in de gaten te houden en je zegt “Bel me maar als je het niet meer trekt, je kunt altijd bellen”. Een schrale troost.
En nog geen vijf minuten later een andere leerling: tranen springen te voorschijn. En in de rust van een spreekkamer komt daar een gruwelijk verhaal op tafel en je krijgt zin om een potje mee te janken met de nu in een hoopje ellende veranderde, net nog zo stoere en coole puber, die hartvertscheurend zit te snikken om een klein broertje van tien, dat van de ene op de andere dag uit huis is geplaatst, dat blind gaat worden, dat autistisch is, dat nog een hele hoop andere andere kwalen had en dat door zijn gedrag het hele gezin terroriseerde en het iedereen erg moeilijk maakte om nog van hem te houden, terwijl men dat toch zo graag wilde. Zo triest, zo triest.
Je zou zo’n leerling in huis willen nemen en de kans en de mogelijkheid willen geven weer eens een tijdje onbezorgd puber te kunnen zijn. Een tijdje rustig vaarwater. Dat gaat natuurlijk niet. Dus geef je troost zo goed en zo kwaad als het kan.
En als je thuis komt, dan is het toch een mooie dag geweest, want je hebt ze misschien niet altijd iets geleerd, maar je hebt wel wat kunnen betekenen.

Nederlandse taal…. nou ja…

We kregen laatst een mailtje van een leerling ( mail versturen gaat de meesten nog goed af ). Deze leerling heeft géén dyslexie, is niet van buitenlandse komaf, maar wilde niet al te lang op de examen-uitslag wachten en gewoon gezellig snel al vast op vakantie.

“hallo, de 25 ga ik naar turkije tot 9 mei als ik terug ben wil ik graag alles reglenwat nog gereglt moet worden so dat ik meschien weer 20 mei naar turkije kan, waar en wanneer kan ik dan de hantekening zetten (als ik het gereet heb) en waar, voor de diploma. groetjes.”

Wel, de leerling heeft het inderdaad “gereet”  ( voor diegenen die hier verbijsterd achterover zijn gestort: ze bedoelt “gered” ), heeft dus haar MBO-diploma en zou in principe zó door kunnen stromen naar de PABO.  Hoe komt het toch dat het zo hard achteruit gaat met de kwaliteit van het Nederlands onderwijs? Maar misschien valt het allemaal wel mee eigenlijk. We snappen toch allemaal wat deze leerling wil? En daar gaat het tegenwoordig om: als de boodschap maar over komt. Och ja.

Piet Schoolekster

 

Lichte beroering heerst op het eerbiedwaardige onderwijs-instituut waar ik werk. Wij hebben daar een naam hoog te houden, en dat is lastig tegenwoordig, met al die concurrentie. Het blijkt namelijk dat de gemiddelde MBO-leerling door zijn of haar drukbezette leven niet meer geheel in staat is om het hoofd van de juiste docent bij de juiste naam te plakken, laat staan welk vak men doceert. Nu, dat laatste, daar kan ik wel inkomen, als je bijvoorbeeld het vak “vz1iop” moet geven . Ik weet soms zelf nauwelijks waar dat nog helemaal over gaat. Ook kan ik mij wel voorstellen dat het wat moeilijk is namen en gezichten te onthouden, als je een klas maar 10 weken hebt en dan ook nog maar 1 uur per week. Wie is die man…
Men heeft daar iets op gevonden: al enkele maanden  werd ik op steeds dringender wijze herinnerd aan het feit dat ik nog geen recente portretfoto voor mijn schoolpasje had aangeleverd; ook het over mij gestelde gezag kan blijkbaar het snel veranderend uiterlijk van iemand in de midlife-crisis niet meer bijbenen. Hoe meer druk van boven af, hoe dwarser ik dan word: ook typisch iets voor iemand die zich weer graag als puber wil gedragen.
Uiteindelijk, om onder de langzamerhand verstikkende druk van boven af te komen, ben ik even op Google wezen zoeken naar een geschikte pasfoto, en uiteindelijk vond ik een afbeelding van mijn lievelingsdier: de scholekster. Een luidruchtig, brutaal en kleurrijk diertje, wat met uitsterven wordt bedreigd. Deze foto heb ik dus naar de drukker gestuurd, en zie, tot mijn grote blijdschap bleek men niet geheel gespeend van humor en prijkt de beeldtenis van deze alleraardigste vogel nu pontificaal op mijn pasje, zodat ik nu ook onder de verbasterde schuilnaam van “Schoolekster” door het leven zou kunnen gaan.
Maar even terug naar het onderwerp van mijn verhaal: hoe blijf je als docent herken- en vindbaar voor de competente leerling, mocht die je een keer nodig hebben voor een coachingtraject of een snelle blik op het portfolio. Als je haast niet meer voor de klas staat ben je tenslotte snel geneigd je van pure narigheid in je kantoortje te verschuilen, jezelf omringend met hoge kasten en stapels toetsen uit de tijd dat je die nog onbezorgd kon geven.
Een personeelslid is nu bezig alle kantoortjes van docenten te voorzien van met geschoolde hand vervaardigde bordjes, waarop de dolende leerling, naast de afbeelding van de docent, ook diens achternaam en – nog veel erger –  de voornaam kan ontwaren. Een gruwel zij het. “Hallo Rein, heb je effe?”. Hurken naar de leerling zal je. Geen afstand.

Bij mij hangt nog niets. Men aarzelt blijkbaar over de foto en de naam. Doe maar Piet, van Bonte Piet, zoals de scholekster ook wel genoemd wordt. En doe dan ook die foto van dat dier maar. Piet Schoolekster. Dan kan ik mezelf nog eens van de domme houden….

Live vanuit de les!

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=BwcbiWX-qvM[/youtube] 

En daar sta je dan op YouTube. Drie leerlingen van het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen moeten een dagje thuis hun zonden overdenken. De school schorste de drie nadat ze een filmpje op internet plaatsten waarin te zien is hoe vijftien leerlingen tijdens een les ongemerkt via het raam ontsnappen. Hoofdrolspeelster in de film: een reddeloze of radeloze collega, die onverstoorbaar verder op het bord blijft schrijven terwijl de ene na de andere professor in spé uit het raam duikt, op de tonen van “I want to be free” van Queen. De cineast filmt er met zijn mobieltje lustig op los, en upload het één en ander nog tijdens de les naar YouTube, waar de hele wereld vervolgens commentaar kan leveren. Met naam en toenaam wordt ze daar genoemd. Een populaire en ongetwijfeld moderne vader: “Zeker goed, als mijn zoon het zou doen zal ik ook dubbel liggen…. RESPECT “.  Ook zo’n totaal gedegradeerd mode-woord….
De rector doet nog een extra schepje op deze publiekelijke vernedering door in de lokale krant te melden dat “de lerares een coachingstraject zal volgen om in de toekomst beter orde te kunnen houden”.  Als je door je drukke managersbaan inderdaad geen flauw benul hebt van wat er op de werkvloer speelt, dan kom je tot dit soort steunbetuigingen aan je personeel.
Maar misschien is dit wel een fantastische docent, laat maar ophoepelen, die leerlingen die je les verzieken en daarmee RESPECT van popi-ouders oogsten. Desnoods door het raam, als ze te belabberd zijn om naar de deur te lopen. Ze maakt zich niet druk, wordt niet kwaad. Respect hoor.

Tot slot nog een andere leraar hieronder:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=91OO2BeZRkY[/youtube]