Vrouwen en computers

mouse_womenIk moet nu heel voorzichtig zijn met wat ik allemaal ga zeggen, zeker met de titel van dit blog. Er zijn dingen in het leven die niet goed samen gaan. In het algemeen hebben vrouwen denk ik minder met computers dan mannen. Dénk ik dus, hè? Mannen functioneren op een vrij rudimentair niveau, en zijn snel onder de indruk van díngen waar zij iets mee kunnen dóen. Op drukken, aan knopjes draaien, besturen, macht over kunnen uitoefenen. Wanneer het gaat vervelen, zetten ze het úit. Mannen bedienen de radio, de tv, kiezen en besturen de auto, schieten met geweren, zijn  heerser over alle afstandsbedieningen en spelen urenlang stompzinnige oorlogs- of vliegspellen achter de computer. Mannen zijn als een kind zo blij met cadeaus die minimaal “bliep” zeggen, waar licht uitkomt en waar een stekker aan zit. Mannen sturen met hun iPhone een drone met een cameraatje de lucht in en laten hem rondjes vliegen om de Dom, of bij gebrek aan toren, hun eigen auto. Keer op keer. Mannen staren een nacht lang, gehuld in camouflage-kledij, naar een electronische verklikker die aangeeft of er soms een visje aan hun hengels hangt. We staan op een autoshow te gapen naar sportwagens die we van zijn levensdagen niet kunnen betalen.

Mannen slaken oerwoudgeluiden en slaan mekaar met plezier de koppen in op de tribune bij een voetbalwedstrijd. Mannen zijn van “de ideale vrouw verandert ná het wippen in een krat bier en een stel goede vrienden”.

We geven onze verworvenheden op dat gebied dus niet graag uit handen, en als het écht niet anders kan, dan toch met grote tegenzin en groeiende ongerustheid. Wij vinden al die techniek “gewoon”. Vraagt mijn vrouw om uitleg bij één of ander computerprobleem, dan begin ik mijn reactie vaak met “Nou, gewoon, je doet dit of dat”. Kwaaier kan ik haar niet maken. Zij is tevreden met een zwart wit-tv en een transistor radio. Onbegrijpelijk, hoe kan iemand zó leven?

Nu heb ik mijn woning ongeveer zó ingericht dat ik bijna alles wat ook maar enigszins met techniek te maken heeft kan bedienen met mijn mobieltje. De radio, de tv, de verwarming, het gaat op afstand aan en uit. Ik heb een aparte afstandsbediening om al mijn afstandsbedieningen te bedienen.  Wanneer men ( lees: mijn gade ) thuis niet snel genoeg reageert op een WhatsAppje, zou ik de verlichting afwisselend rood of groen kunnen laten knipperen, of zou ik de verwarming op 0 graden kunnen zetten. Nood breekt wet. Het dringt niet altijd snel genoeg tot mijn botte kop door dat mijn vrouw ook wel eens iets anders aan het doen is dan eeuwig op haar mobieltje kijken en dat sommige dingen gewoon niet ‘gewoon’ zijn.

We kregen dus laatst nieuw internet. Een andere provider, nieuwe ( dus betere ) techniek, en dan ben ik al reddeloos gezwicht. Een monteur zou alles aanleggen. Groot probleem: ik zat op die dag voor een congres in Berlijn. Congres afzeggen dan maar? Want ik sta met mijn ik-wil-alles-weten-snufferd overal boven op en geef niets uit handen.  Dat was geen optie, én het was een congres waar ook veel nieuwe gadgets te zien waren. Ik typte dus een heel epistel voor de internet-meneer: dit is verbonden met die en die router, onder de tv zit nog een accesspoint, die een UTP-verbinding heeft met een switch waarvan het wachtwoord zus en zo is. Om alle beeld- en geluidzaken te bedienen hebben zich her en der in mijn huis enorme ondoordringbare kabelkluwens gevormd.
In Berlijn, de hele dag in angst en beven doorgebracht en s avonds gelijk gebeld. U kunt zich -als vrouwelijke lezer – het gelukzalige gevoel niet voorstellen bij de mededeling dat alles werkte als een tierelier, haarscherp beeld, feilloze verbinding. De volgende morgen vroeg een telefoontje: Alle lichtjes zijn uit, de radio doet het niet meer, er is geen internet. Blinde paniek! Rennies! Radeloos op zoek naar de defibrillator. De KPN-webcare getwitterd en overspoeld met noodkreten. Hoogspanning op het kantoor daar. Ik zag een zwarte toekomst zonder internet en alle daarbij horende geneugten des levens voor mij. Alles leek verder zinloos. De hele dag vlogen de suggesties tussen mij, de KPN en mijn gade heen en weer. Een rekening van €1000 aan extra kosten voor internet- en telefoniegebruik in het buitenland lag in het verschiet.

’s Avonds een berichtje op mijn Whatsapp. “Beloof me dat je niet gaat lachen” Mijn vrouw had dus de vorige avond bij het slapen gaan de stekker uit het modem getrokken want op die manier ging ook het spotje boven de tv uit.

Het leven zou een stuk saaier zijn zonder vrouwen en computers.  Was ik maar een vrouw, dan had ik eens rust in mijn kop en was ik eens tevreden met wat ik had.