Tits ’n Ass!

Heel oude pubers en lieden die al decennia in die tijd zijn blijven steken, zoals ik bijvoorbeeld, kunnen zich misschien nog de begintijd van de Golden Earring herinneren. De tijd  waarin we enkel nog zwart-wit televisies hadden en waarin muziek middels een viezig oortelefoontje uit een transistorradio kwam. Je lag dan gierend van de hormonen op het strand, en luisterde naar uitzendingen van Radio Veronica, vanaf het schip dat daar ergens verborgen in de verre zeedamp voor je lag. In gedachten was jij Barry Hay of Rinus Gerritsen en vielen alle meiden hysterisch in katzwijm aan je voeten, waar je ze dus voor het uitzoeken had. Tit’s ’n ass in overvloed, wat kan een puber zich nog meer wensen.

De vier heren hebben inmiddels een nieuwe plaat uitgebracht, om het anachronistische woord nog maar even te gebruiken, want net als velen in de popwereld is het natuurlijk lastig om dat fantastische leventje een keer achter te moeten laten, gekweld als je bent door stijve ledematen, een rochelende hoest, beginnende vergeetachtigheid, een flinke hoeveelheid vetschorten, enge vleesboompjes, een redelijk onwelriekende adem tussen je verkleurende kunstgebit door en tot overmaat van ramp drie keer per nacht naar de wc met lang nadruppelen toe. Je zou eeuwig willen leven, eeuwig aanbeden en toe gegild willen worden, eeuwig bekogeld met damesondergoed en eeuwig tits ’n ass in overvloed. Eeuwig stage-diven, met ernstig vergroot risico om de rest van je dagen met een slecht helende gebroken heup in een verzorgingstehuis te slijten.

Er zijn er meer die nog optreden. Laatst zag ik een opname van Blondie, zingend ( of wat daar voor door ging ) ergens in een feesttent op het Brabantse platteland, en dat was toch wel redelijk schokkend om te zien hoe iemand die je toch in aardige staat van opwinding placht te brengen weggezakt was tot het niveau van een met moeite in plooien overeind gehouden buikspreekpop. De Bee Gees hebben ook weer een poging gedaan, rond Tina Turner is het nu gelukkig wat stiller geworden en Cher zullen we ook niet meer op hoge leeftijd in een spartelpakje op de loop van een kanon van een oud oorlogsschip zien zitten.  Het houdt een keer op; was ik ooit een beroemde popster geweest, dan had ik het toch wat sneu gevonden je carrière te moeten eindigen met playbacken tijdens een schuurfeest voor Rock Oldies in Beetsterzwaag, tezamen met -om maar iemand te noemen- een playbackende George Baker en Dennie Christian. Mariska Veres, de ultieme droom van vele puberharten in vervlogen tijden verscheen ook nog eens een paar jaar geleden op de buis, kort voor haar dood, om iets ten gehore te brengen;  “Of je met een gewonde milva ligt te knarren”, zeiden de Cliché-mannetjes ooit.

Het aftakelingsproces grijpt bij vrouwen wat sterker in dan bij mannen denk ik. George Cloony-achtige types kunnen tot op hoge leeftijd op warme vrouwelijke belangstelling rekenen ( wat heeft zo’n vent wat wij niet hebben, mannen? ), en mijn eigen gade is bijvoorbeeld nog redelijk gecharmeerd van Twan Huys, die weer een beetje op die ene James Bond schijnt te lijken. Vrouwen vallen ook op geleefde types, zegt men, waar dat omgekeerd toch vaak niet het geval is. Een litteken schijnt het ook goed te doen, alleen komen die meestal niet meer van een gewonnen duel om de vrouwelijke eer te redden. De vier heren van Golden Earring menen dus nog enige indruk te maken om leden van de andere kunne, en een beetje moderne pubermeid die hun muziek nu hoort en de titel van de nieuwe plaat onder ogen krijgt denkt misschien: “Goh, vette shit, die wil ik wel eens even in levende lijve bewonderen!”

Hoe vreselijk zal de harde werkelijkheid zijn. Aanschouwe daar vier stramme heren, de jongste 64, de oudste bijna 66, die daar enigszins schril met hun laatste krachten Tits ’n Ass bezingen, toch vooral hopend dat het publiek, wat voornamelijk uit uitzinnige rijpere dames bestaat, niet de rollators zal wegwerpen, om vervolgens de vier iconen van weleer, die ook niet zo gemakkelijk meer kunnen wegkomen, te bekogelen met step-ins en met doordrenkte Tena-lady’s gevulde warme wollen onderbroeken, in een poging de idolen van weleer de kleren van het gerimpelde en uitgezakte lijf te trekken. Het sixpack is een biervat geworden, waar gelukkig dan nog alleszins redelijke muziek uit komt, dat moet je ze op hun leeftijd toch wel weer nageven. Maar om dat nu de titel “Tits ’n Ass” te geven, nee, want zoiets ga je dan weer voor je zien en wanneer die de zestig zijn gepasseerd, begint dat schoonheids-  en jeugdideaal toch wel een beetje aan slijtage en verval onderhevig te raken. Daar raken we niet meer heel erg opgewonden van, te gevaarlijk voor ons hart ook. Hooguit nog wat dover, maar dan zetten we ons gehoorapparaat gewoon een tandje harder.

Aan de andere kant, ze doen het toch maar weer. Zoiets geeft ons, mijn leeftijdsgenoten( 58),  hoop voor de toekomst in het verzorgingstehuis. En wanneer straks niemand het ziet, wanneer de gordijnen dicht zijn, dan kunnen we weer met de bezemsteel als microfoon of slaggitaar door de kamer springen, denken dat we Barry Hay zijn en zachtjes roepen: “Uitgezakte Tits ’n Ass!”  Je moet op onze leeftijd toch een beetje sublimeren. Go, guys, go!

Work that ass!

Dit is niet een kreet uit een of ander banga-lijstje, maar – en een beetje huisvrouw 2.0 weet dat – een schoonmaakterm. Trouwe lezertjes weten dat mijn gade de onhebbelijke gewoonte heeft om één keer per jaar een week op wintersport te gaan, en naarmate het moment van thuiskomst nadert, dient het huis ook weer in een staat gebracht te worden zoals die ongeveer bij vertrek was. Deze week sta ik er dus alleen voor, en mijn noodkreten op twitter hebben er toe geleid dat ik ineens door allerlei lieden werd gevolgd, die mij op grond van mijn tweets blijkbaar een ernstige staat van geestelijke en lichamelijke ontreddering en vervuiling toedichtten. Zo werd ik gevolgd door een bureau voor rechtshulp, door een instantie die zich bezig hield met crisisbeheersing, een makelaar, een verhuurbedrijf, een dating-site, een belastingadviesbedrijf, een aardige juffrouw die zich bezighoudt met het woest wegrukken van overvloedige lichaamsbeharing, de fanclub van Dokter Deen, en, schrikt u niet, een twitter-account wat zichzelf “Bescherm een wrak” noemt.

Alom leeft dus blijkbaar de idee dat ik mij hier in een deplorabele toestand bevind, te midden van bergen vuil, verwikkeld in rechtszaken, ongeschoren en gelijkenis vertonend met de verschrikkelijke sneeuwman, mij ongans etend aan Napoleonnetjes, kant-en-klaar Noodles en restanten kattevoer. Een wrak dus, wat tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Velen haken al snel weer teleurgesteld af, want waarschijnlijk valt aan mij toch niet veel eer meer te beleven.
Eigenlijk heb ik mij wel kostelijk vermaakt, deze week. Braaf elke ochtend mijn sinasappeltjes geperst, de afwasmachine in- en uitgeruimd, slechts één keer de afhaal-Chinees geconsumeerd, heul veul correctiewerk gedaan, naar salsales geweest, de vuilnisbak buiten en binnen gezet, de buurvrouw wegens verjaardag met bloemen overladen en mijn belasting betaald. Nu rest mij nog één dag om het huis wat aan kant te maken, en op het moment van schrijven draait dus was nummer 2, die bestaat uit een akelige hoeveelheid gruwelijk in elkaar gestrengelde miniscule dameslingerie. Niet dat ik in een vlaag van eenzame wanhoop tot het dragen daarvan ben over gegaan, maar zo af en toe is één der dochters nog in huis om hier de nodige rommel rond te laten slingeren, dus vandaar. Het allerergste van de was doen, vind ik dat je al die spullen ook weer uit elkaar moet pluizen en enigszins in model over zo’n droogrek heen wurmen. Nee, doe mij dan maar een lange flanellen Jansen en Tilanus., en daarvan tien of zo.

Straks staat dus nog een derde was op het programma, daarna de kattenbak schoonmaken, dweilen en stofzuigen. Er dient beslist een enorm standbeeld te worden opgericht voor alle huisvrouwen van de hele wereld, die het – net als mijn eigen vrouw meestal naast een gewone baan – op zich nemen om ’s avonds doodmoe thuis ook nog eens zonder al te veel morren op zich nemen om ’s mans troep op te ruimen. Ik las laatst trouwens, dat vrouwen ook nog eens gemiddels drie uur in de week kwijt zijn aan het herstellen van alle door hun man gemaakte fouten.

Nu word ik sinds deze week op twitter ook gevolgd door een dame die de met hoofddoek getooide en in sjofel peignoir en krulspelden gehulde ploeterende huisvrouw in één klap doet vergeten, en die ook de zwoegende huismannen waarvan de vrouw zo nodig op wintersport moet het perspectief op een schoon en opgewekt huis biedt, en hen daarnaast nog eens van alle overtollig lichaamsvet afhelpt (en misschien ook wel overtollioge beharing, wanneer je maar hard genoeg boent ). Een zorgvuldige bestudering van haar avatar laat zien dat we hier te maken hebben met een tattoo op haar rechterboezem en daarnaast met een soort Lara Croft, alias Tombraider, niet gewapend met pistolen maar met twee flessen Spic en Span om alle onreinheid in en om de woning met een afgetraind lijf te bestrijden. Nu ben ik niet zo van de tattoo’s, zelfs niet wanneer die op een boezem zit, maar ik ben wel een ernstig bewonderaar van Lara Croft, en vermoedelijk veel huismannen met mij zullen zich nog de aangename uren achter de computer herinneren, waarbij we Lara gedurende het spel van hot naar her konden sturen met een klik op de muisknop, bij vlagen gebiologeerd naar haar voorgevel starend. Zoiets wekt natuurlijk nieuwsgierigheid op, en een klik bracht mij dit keer naar de website van deze juffrouw, waar ons met behulp van instructieve filmpjes wordt uitgelegd hoe je huishouden 2.0 kunt aanpakken. Dat laat een gadgetman en techneut als ik zich geen twee keer zeggen.

 [youtube]YggwUIUbnJQ[/youtube]

Zo weet ik nu, dat waneer ik maar flink genoeg dweil volgens de instructies in het “Work that Ass” filmpje, volledig van mijn mogelijk te dikke achterwerk af raak, en dat ik met stofzuigen volgens de Muscle Definer mijn  buik geheid ga kwijtraken. Ik heb dat laatste geprobeerd, met – om het zwaarder te maken – de borstel uit; ze waarschuwde nog dat ik moest blijven ademen, maar dat laatste ontaardde bij mij in een gierend gefluit, dus dat vergt nog wat oefening. Wèl heb ik net zo’n houten vloer en zo’n schoonmaakdinges als in het Work that Ass-filmpje, dus daar verheug ik me straks al op.

Wanneer mijn vrouw dan zondag thuis komt, staat daar ineens net zo’n afgetrainde en gebruinde skileraar voor haar als in het echt daar in de Franse Alpen. Hoeft ze volgend jaar tenminste niet wéér die kant op. Met dank aan juffrouw Zamarra!

Ik wil ook een iPad

Als ik nu niet gauw een iPad krijg, word ik gek. Ik wil zo’n ding, ik lig er ’s nachts wakker van, door het gebrek aan iPad voel ik me minder man, ik word er humeurig van, volgens mij ook impotent, ik slaap er slechter door en ik krijg steken in mijn maag. Ik zou groen en geel van narigheid worden als één van mijn collega’s zo’n ding eerder heeft dan ik. Je kunt gewoon niet goed functioneren zonder zo’n ding, je leven is minder rijk en uitdagend. Mogelijk word je alcoholist en verdwijn je elk weekend naar de kroeg, of je gaat ergens de hele zondag in de regen onder zo’n groene paraplu in een meertje langs de A1 zitten vissen.

Er is echter een probleem, en dat is tamelijk groot: mijn vrouw. Niet dat zij groot en zwaar is natuurlijk, maar zij kent mij een beetje. Zij weet, dat wanneer ik over een nieuw hebbedingetje begin, en meestal is dat in afkeurende zin ( je moet nooit gelijk te hebberig lijken ), dat  object van mijn lusten er dan ook binnen no-time is.
Zo’n aankoop dient met enig beleid gepaard te gaan. Ik heb daar door de jaren de nodige ervaring mee opgedaan. Eén van mijn eerste computers was een  Commodore 64, waar ik toch zeker wel een jaar zoet mee was. Na verloop van tijd werd het summum van genot uitgebreid met een klein cassette-recordertje, wat nodig was om programma’s te installeren. Daarna kwam een externe diskdrive, een gevaarte met de grootte en het gewicht van een flinke baksteen, waarbij ook nog eens een gierende herrie werd geproduceerd, die het gebliep uit de computer bijkans overstemde.

Daarna kwamen nog een Atari 1024 en een eerste XT-computer voorbij; daarop speelde ik flight Simulator, wat een zwart scherm toonde waarop een samenspel van witte lijntjes schokkerig heen en weer bewoog: het vliegtuig naderde de landingsbaan van Chicago Meigs. Ik was ongeveer door ontroering overmand bij de aanblik van zoveel schoons, bij wat de realiteit ernstig leek te benaderen.  Ik hoor het mij nòg tegen mijn geduldig en meewarig toekijkende gade zeggen: “Nu hoef ik nooit meer een andere computer”.
Mannen blijven altijd grote kinderen, en ik heb dus een groot respect voor al die miljoenen echtgenotes op de wereld die er naast hun kroost nog een groot kind bij hebben, eentje die nooit volwassen wordt. Vroegâh, toen de HCC-dagen in Utrecht nog bestonden en tienduizenden begerige mannen trokken, zag je buiten bij de telefoons altijd rijen kerels staan, met naast hen grote dozen en pakken: die waren hun vrouw alvast geestelijk aan het voorbereiden. Voor de desbetreffende echtgenotes betekende dat: bij thuiskomst overdreven vriendelijk en lief doen, de aankoop achteloos in een hoekje schuiven, meehelpen met de afwas, de was, het dweilen, het strijken, het stof afnemen, het koken, het ramenlappen, het boodschappen doen, het kinderen naar bed brengen en noem maar op.
“Moet je niet de computer uitpakken? ” “Neuhh, dat heeft nog geen haast, is niet zo belangrijk” ( ondertussen helemaal gek van opwinding en alle nagels afgebeten van het wachten tot het moment dat het wel weer mooi geweest was en je als een haas naar boven kon verdwijnen om met de nieuwe aanwinst te gaan spelen. Nooit meer wat anders nodig, jaja.

Er is niet veel veranderd eigenlijk. Een keur aan gadgets en dure spullen is hier de revue gepasseerd. Voor tienduizenden euro’s aan apparatuur, die je nu hier en daar nog tegenkomt op een rommelmarkt van de kerk, alles in de graai-hier-voor-€ 2,- euro-maar-wat-uit-doos. Honderden smoezen en verzachtende omstandigheden liggen in zo’n doos, en honderden meewarige lachjes van de echtgenotes.  Mannen hebben nooit genoeg, vrouwen nemen vaak te veel genoegen met….

Nu mag ik binnenkort een weekje afreizen voor een studiereis naar Anaheim in de VS, het mekka van goedkope electronische spulletjes. Om een beetje fatsoenlijk met het thuisfront te communiceren, heb ik dus zo’n  iPad nodig, want op mijn iPhone kan ik het gewoon niet goed genoeg meer zien. Bovendien te dikke vingers voor het kleine schermpje en zo, en het thuis eenzaam achtergebleven gezin wil toch zeker volledig op de hoogte blijven van mijn wedervaren? En alle medereizigers hebben waarschijnlijk ook al lang zo’n ding ( de mannen dan ). In mijn onuitsprekelijke goedheid zal ik dan nu nog even wachten met de aanschaf  van mijn ultieme levensdoel tot ik in Amerika ben.  En weet je wat nou zo fijn is? Door hem dààr te kopen bespaar ik ook nog eens een slordige tweehonderd euro aan huishoudgeld. Je zou dus wel gek zijn als je dat niet deed.  Juist, als dàt dus geen goed argument is, dan weet ik het ook niet meer.  Weet je wat, ik koop er ook een voor mijn vrouw. Dan zal ze helemaal zielsgelukkig zijn en kan ze mij niet kwalijk nemen dat ik er dan ook een voor mezelf heb gekocht

Kleine kindjes worden groot….

Eén van de vreselijkste dagen die je als ouder mee moet maken is de dag waarop je kinderen het huis uit gaan. Vind ik dan. Mij overkwam dat afgelopen weekend. Het is een dubbel gevoel. Aan de ene kant vind je het fantastisch voor je kind, maar aan de andere kant voel je je ineens tien jaar ouder.  Zoiets laat je natuurlijk niet merken.  Je helpt ijverig en opgewekt mee met het leegruimen van de meisjeskamer;  je schildert en je boort in haar nieuwe optrek dat het een lieve lust is, en je speelt een hoofdrol in het blijspel van haar leven waar dat voor jou een treurspel, om niet te zeggen een tragedie is. 
Weken lang heb je tegen dat moment op gezien, terwijl je weet dat het eens onherroepelijk gaat komen, en je hebt eeuwige spijt dat je niet meer met haar hebt opgetrokken op de momenten dat ze thuis was.  Het hoort er allemaal bij, hoewel je je zelf wijs maakt dat het niet erg zou zijn wanneer ze de rest van je leven veilig en beschermd bij je thuis zouden blijven wonen. Ineens voel je wel wat voor die patriarchale gezinsconstructies, waarbij de hele familie gedurende het hele leven knusjes bijeen in de hut blijft wonen.

Het was niet de eerste die vertrok. De oudste woont al een tijdje v rij en blij met vriend ergens in het midden des lands, gelukkig niet meer dan dertig kilometer verwijderd. Maar dan waren er nog altijd twee thuis, met aanloop van vrienden en vriendinnnen en alle reuring die daar bij hoort. Rekening houden met eten, toch zorgen maken wanneer ze nog niet thuis zijn en pas rustig slapen op het moment dat je in het holst van de nacht heel zacht de voordeur open en dicht hoort gaan. Zakgeld, kleedgeld, schoolgeld, het kost je een vermogen maar je betaalt het met liefde. Ruzies aan tafel, commentaar op het eten, opmerkingen over je bankhang- en je zapgedrag.

Het is allemaal voorbij.  Je voelt je ineens tien jaar ouder. Met je kind verdwijnt ook een stukje van de huiselijke sfeer. Je bent vrijer, je hoeft minder rekening te houden met, je hebt meer geld uit te geven, en je bent meer op je partner aangewezen. Langzaam ga je weer terug naar af, terug naar het begin, en ligt er een nieuwe toekomst voor je zonder kinderen.  Een nieuwe fase dus, die je als een uitdaging moet zien; dat maak je je maar wijs.

Is er geen praatgroep voor ontredderde ouders, vraag je je af. Een soort rouwverwerking weaar helemaal geen rouw hoort te zijn. Je wilt gelijk gaan bellen van hoe gaat het daar nu, en dan liefst nog elke dag. Je bedenkt allerlei strategieën voor familieweekends, waarbij ze al op vrijdag komen logeren en pas zondagavond laat weer naar hun eigen huis mogen vertrekken.  Hun eigen huis wat ineens niet meer jouw huis is, waar jij nu voortaan op bezoek gaat komen, maar niet te vaak en niet te lang, want zo hoort dat nu eenmaal.  Langzaam verandert jouw functie in hun leven. Je hoeft niet meer te zorgen voor, ook al zou je dat nog zo graag willen. Je moet maar aannemen dat ze nu voor zich zelf zorgen, en je zou nu een stuk rustiger moeten slapen in de late weekend-nachten.
Voorzichtig begin je straks aan het wat leegruimen van hun kamertje. De spulletjes die niet meer nodig zijn. Frutsels, knuffels, roze meisjesdingetjes voor meisjes die nu vrouw zijn geworden. Je moet er nu nog even niet aan denken. Daar gaan nog wel een paar weken over heen, voordat je zoiets redelijk onbevangen kunt doen.

Misschien overdrijf ik wel een beetje, misschien ben ik overbezorgd, misschien zwelg ik wel in zelfmedelijden.  Het is niet meer dan normaal, het is deel van je leven, roep ik mezelf tien keer per dag in gedachten toe.  Tien jaar ouder, en de grote vakantie is ineens geen leuk vooruitzicht meer.

Eentje is er nu nog over hier, en die heeft stageplannen voor Australië. Ik hoor het me nog luchtig en opgewekt zeggen: “Al willen ze naar de andere kant van de wereld emigreren, ik zal het van harte ondersteunen als ze daar een fijne toekomst hebben!” . Nu vind ik Hilversum, een half uur rijden hier vandaan, al een drama.

Ach, kleine kindjes worden groot, en ouders worden ouder. Dat gaat veel sneller dan gedacht. Het gaat allemaal wel weer wennen.  Nu maar even genieten dus, en uitkijken naar het eerstvolgende bezoekje…..niets aan de hand. “No worries, mate. ”  Ja ja….

Joggen (2)

Enkele lezertjes maakten zich in hun commentaar op mijn vorige post al enigszins druk over het feit dat zij zo lang op ‘morgen’ moesten wachten. Misschien hadden sommigen al visioenen van een aftandse vijftiger die in de hartbewaking aan allerlei enge monitoren ligt te vegeteren na een uiterste krachtsinspanning om het heuveltje bij de Lunterse Berg te bedwingen, maar zo ver is het dus nog niet.

Dit kan dus écht niet

Ik jog dus nu, en dat houd ik wonder boven wonder al bijna drie weken vol. Zoiets kan natuurlijk een uiting van verlate midlife-crisis of vervroegde seniliteit zijn, maar nadat ik laatst op televisie een groepje ouderen in een verzorgingstehuis bij wijze van sportuurtje een grote Medizin-bal zag doorgeven, waarbij ze zich stevig aan hun in een kringetje opgestelde stoelen vasthielden, heb ik besloten dat dit niet mijn voorland mag zijn. Nu ben ik nog niet zó diep gezakt dat ik mij ook al aan het dagelijkse fitness-uurtje op de televisie waag – je ziet daar een groepje slank afgeklede lieden onder begeleiding van een hysterische Adonis aan een idyllische gelegen meertje  op plankiertjes huppelen, maar mijn conditie is duidelijk verbeterd. Mijn eerder aangeschafte trainingsbroek voldeed na twee keer al niet meer aan de eisen van de heersende jog-mode, dus heb ik onder het mom van ‘die oude broek is veel te warm’ nu zo’n strak zittend majoo-geval aangeschaft, zo eentje waar je zaakje zich wel heel erg nadrukkelijk in af tekent ( ‘een walgelijk gezicht’, volgens mijn dochters ). Dus heb ik wat geëxperimenteerd met daarover heen weer een kort sportbroekje , maar dat ziet er helemáál niet uit, dus voorlopig maar langs de dreven hobbelen  met zo’n wielrennersbult.

Mijn jog-programmaatje op de iPhone bezit de mogelijkheid om direct na afloop mijn prestaties geheel automatisch de wereld in te twitteren, maar dat is ook zo sneu, als al je volgelingen moeten lezen dat je vandaag al wel anderhalve minuut achter elkaar hebt hard gelopen ( waarbij zie dan gelukkig geen beelden van het paars aangelopen pioenhoofd voorgeschoteld krijgen ).  Ik zit dus nu op inmiddels op drafjes van drie minuten, onderbroken door wandelingetjes van anderhalve minuut, en dat dan gedurende ruim een half uur. Enorm interessant natuurlijk wanneer je daarbij andere joggers tegenkomt, en je groet mekaar. Of je bij een geheim verbond hoort.. nou ja, als ik net in mijn wandelperiode tussen het rennen door zit, dan doe ik wel of ik even met een ‘cool down’ bezig ben. Verder plan ik het altijd zó, dat de buren allemaal uitgebreid aan tafel zitten wanneer ik geheel aangesterkt en vers gespierd weer thuis kom. De aardappelen met jus blijven elke keer weer halverwege de open hangende monden steken.  Kijk die Wauwel eens, we wisten niet dat hij óók al zo’n fanatiek sportman was! Wonder-Wauwel!

Gelukkig weten ze niet van de doodsangsten wanneer je zo’n smerige waakhond tegen komt, waar ze er hier op het plattelaân heel wat van hebben, en gelukkig weten ze ook niet van de martelende pijnen in mijn kuit, de tubes srl-gelei die ik er door heen jaag en de urenlange massages om de gekwelde spieren weer wat rust te geven. Lopen is afzien, is strijd om het bestaan, is luctor et emergo, is jezelf overwinnen, is VOC-mentaliteit, om onze ex-premier te citeren. Nou nog hopen dat het niet weer bevlieging nummer zoveel is.

Volgende week moet ik al vijf minuten achter elkaar lopen, zo voorspelt mijn programmaatje mij dreigend. We zullen zien….

Zo, tevreden, Erica?  😉

Relatie-crisis

Mijn personal coach ontwijkt mij. Zij is boos omdat ik 371 dagen niet op haar gereageerd heb, en haar adviezen in de wind heb geslagen. Het is dan ook haar schuld dat ik maanden hinkepinkend door het leven heb moeten gaan. Ik heb het over die bleekgrijze dame van de Wii Fit, die altijd zo nauwkeurig bijhield hoeveel ik was AFgevallen, en die mij voortdurend complimentjes gaf waardoor mijn dag niet meer stuk kon en die mij het idee gaven er uit te zien als Arnold Schwarzenegger.

Was mijn trainer een man geweest, dan had ik toen al veel eerder het bijltje er bij neer gegooid, maar uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen voor de vrouwelijke trainer kiezen en de meeste vrouwen voor een man.

Zo heb ik op mijn nieuwe TomTom natuurlijk zonder aarzelen gekozen voor de zoetgevooisde stem van de Vlaamse Eva.  Mannen hebben dus blijkbaar  iemand van de andere sexe nodig om zich voor uit te sloven of zich te gedragen. Kom je tijdens het joggen op de Wii Fit een vrouwlijke hardloopster tegen, dan hou je blijkbaar onbewust je buik in. Gelukkig heb ik mij daar niet op kunnen betrappen, in het echt zou het mogelijk anders geweest zijn. Vlaamse Eva zou er voor kunnen zorgen dat mannen rustig over de weg gaan tuffen. Ze staat dan ook op nummer 1 in de TomTom-stemmen toptien. Op nummer 2 staat trouwens geloof ik Kim Holland, een derderangs porno-ster, die mannen ook weer op ontspannen wijze door het verkeer zou moeten loodsen met haar stem. Dat is dan wel weer typerend voor het op uiterlijk gericht zijn van mannen. Het feit dat u zojuist op het linkje van Kim heeft geklikt, geeft aan dat u een man bent. Vrouwen klikken er niet op ( denk ik )

Mijn personal coach heeft er echter voor gezorgd heeft dat ik tijdens het joggen voor de beeldbuis een enorme zweepslag opliep. Bij elke stap in de weken die volgden, werd ik door stekende pijn weer herinnerd aan haar onaangedane blik in haar leikleurige gezicht ( je gaat haar in zo’n situatie steeds afstotender vinden ). De zin om je voor haar uit te sloven was dan ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Vandaar onze langdurige scheiding.

Maar zoals het in het echte leven ook zou moeten kunnen: je kunt in een wispelturige bui of een vlaag van midlife-crisis een nieuw profiel aanmaken, een nieuw slank  uiterlijk kiezen, en met een schone lei beginnen. Straks dus maar weer eens op de Wii Fit om te beginnen. Ik doe gewoon net of ik haar niet ken.

Chaoot

Ik weet nu zeker dat ik een chaoot ben. Het is vanochtend definitief bewezen. Ook staat het vast dat kabouters bestaan; ook daar ben ik vanochtend achter gekomen. Een enerverend begin van de dag dus.

Er zijn mensen die trekken chaos aan, net als een koeienvlaai vliegjes. Geregeld ruim ik bijvoorbeeld mijn bureau op, zowel op mijn werk als thuis. Op de een of andere manier echter heeft zo’n redelijk leeg blad een enorme aantrekkingskracht op papieren, paperclips, cd-rommetjes zonder opschrift of doosje, twintig verschillende verbindings-snoertjes voor allerlei apparaten die alleen maar op dat ene aparaat werken , diverse adapters die in kleine lettertjes allemaal verschillende voltages en spanningen aangeven, en als je die in het verkeerde toestel stopt dan volgt er een ontploffing of zoiets.
Allerlei pennen met vreselijke opschriften ( Kalverstal-inrichting van Maanen ), en laatst vond ik een pen van de Freunde Deutscher Kriegsgrabe. Joost mag weten hoe zich dit allemaal rond mij heen heeft kunnen verzamelen; ik heb niet de indruk dat ik zelf ooit iets pak, zo’n Duitse pen, hoe kom ik daar aan?

Waar ik allerlei dingen aantrek, raak ik tegelijkertijd ook van alles kwijt. Blijkbaar is er een soort ruilhandel gaande buiten mijn medeweten om. Vanochtend had ik haast, dat is op zich al een veeg voorteken, want dan weet je dat er dingen fout gaan. Bij het opstaan tastte ik al vergeefs naar mijn leesbrilletje, wat ik op had toen ik mij naar de echtelijke sponde begaf, want ’s avonds lezen in bijvoorbeeld de avonturen van Bommel kan heel rustgevend zijn na een doorwaakte dag vol onderwijsvernieuwingen. Op de tast naar beneden dus, want het licht mag niet aan want alles slaapt nog, op zoek naar mijn andere brilletje om zodoende genoeg zicht te hebben om mijn verdwenen brilletje weer te vinden.

Een half uur verder, en inmiddels het hele huis in rep en roer, nog steeds niets gevonden, waarbij mijn humeur werkelijk tot ver beneden het nulpunt is gedaald en waarbij ik ernstig de behoefte gevoel om het brilletje – als het ooit nog gevonden wordt – met een bijl te lijf te gaan. Het is dus weg, voorgoed. In mijn huis wonen kabouters die dingen meenemen, en andere dingen daarvoor in de plaats terug leggen, want midden op een traptrede  vond ik tijdens mijn zoektocht een fietssleutel die ik al  anderhalf jaar kwijt was. Niemand weet hier ooit van iets.

Die zelfde kabouters zorgen er ook voor dat de tv-gids van deze week eeuwig weg is, en dat – nu we toch met tv bezig zijn – ook de afstandsbediening chronisch weg is. Die vind ik dan bijvoorbeeld terug in het kruidenkastje of onder het dekentje van het kattenmandje. Zelf maak ik nooit iets weg in ons gezin, het zijn altijd anderen, want ik ruim altijd alles keurig op. Tijdens het typen ontdek ik trouwens dat ook letters lijken te verdwijnen, terwijl ik die toetsen toch echt aan sla.

Ooit heb ik op mijn werk een prijzige cursus PEP gevolgd, wat staat voor: “Personal Efficiency Program” : hoe orden je je bureau, je email, je taken en vergadermomenten, dat soort dingen. Na afloop kregen wij een mooi goud-op-snee certificaat. Dat had ik even willen inscannen als plaatje bij deze overpeinzing, maar ik moet u de afbeelding schuldig blijven. Ik ben dat ding namelijk kwijt.