Panniek in onderweislandt

Er is panniek in onderweislandt. Ontredering, gaos.
De eindexamennormen moeten worden aangescherpt. Wiskunde, Engels, Nederlands, het mag geen vijf meer zijn. “Kan niet” zegt de minister. De helft van alle eindexamenkandidaten zou dan zakken. De helft presteert nu dus qua basisvaardigheden onvoldoende. Die kan tot nu toe blijkbaar ongestoord door naar de universiteit. En hoe moet dat dan? Mag de leerling dan echt zijn eigen leervraag niet meer bepalen? Moet er dan echt weer wat geëist worden van de leerling? En hoe moet dat dan met al die onderwijs-adviesbureaus? Met al die prachtige instellingen, vol deskundigen, die allemaal zo goed weten hoe wij, leerkrachten, moeten coachen, assessen, tutoren?
Geef de docent meer geld, dan is het probleem opgelost. Ach, een grote groep vers opgeleide docenten zou met de beste wil van de wereld niet uit kunnen rekenen om welk bedrag het gaat als er gesproken wordt over een loonsverhoging van pakweg anderhalf procent.  
Ik was vandaag even bij de Dixons, kocht daar iets en zou daarbij wat geld terug krijgen. Men kwam er niet uit. De kassa gaf het terug te betalen bedrag aan. Toch ging het mis. Er werd een collega bij geroepen. Hevig overleg. Uiteindelijk, na geduldige uitleg mijnerzijds, werd een bedragje in mijn hand gestopt. Had ik het viervoudige voorgerekend, dan was het waarschijnlijk ook gelukt.

Voor de liefhebbers dus hier een linkje naar de Nationale Rekentoets, die test op het niveau van een groep 8 van de basisschool:  
http://extra.volkskrant.nl/qz/gen/nationalerekentoets/index.php

Trommelen op de studiedag

Met het nieuwe schooljaar in aantocht moet ook de onderwijs-manager zich weer eens het hoofd gaan breken over de vraag hoe het personeel een zinnige studiedag aan te kunnen bieden zonder dat een en ander ontaardt in vèrgaande joligheid achterin de zaal.
Het IsisQ5 Magazine ( ja ik heb die naam ook niet verzonnen ) voor onderwijsmanagers biedt daarvoor een handig uitneembaar katern met 75 tips voor een geslaagde studiedag. Geheel in de stijl van het competentieleren dienen de leervragen voor deze dag door de deelnemers zelf te worden geformuleerd, en er dient ook een extern deskundige te worden uitgenodigd. Vreemde ogen dwingen blijkbaar, maar niet altijd, want ik herinner mij nog een studiedag waar zo’n extern deskundige van een duur onderwijs-adviesbureau ( ‘ja ik heb toch zeker wel een half jaar voor de klas gestaan” ) ons allemaal een rieten boodschappenmandje verstrekte, waarin wij vervolgens onze leervragen moesten deponeren of iets dergelijks. Niet te veel aan terug denken, want anders zit ik zó weer bij de bedrijfsarts.
Ruim van te voren komen in de personeelskamer “flip-overvellen” te hangen, met een dikke viltstift aan een touwtje, en dan gaan we reageren op prikkelende teksten. Op de dag zelf zal er bij binnenkomst een muziekje te horen zijn, dat “geeft een welkom gevoel en stemt positief”. Er zal een café-opstelling zijn, en de tafels zullen zijn bekleed met wit horeca-papier. En: “een bakje pinda’s op tafel maakt het beeld compleet”! Dat wordt veel en copieus gratis vreten. Tussen twee haakjes: uit onderzoek is trouwens gebleken dat zich in zo’n bakje pinda’s na enkele uren gemiddeld vijftien verschillende soorten sporen van urine bevinden.

Vervolgens mogen we gekleurde rondjes plakken bij dingen die we leuk vinden. Waar ik me ook bijzonder op verheug is het kennismakingsrondje: “iedereen laten vertellen wanneer hij/zij welk laatste compliment heeft gekregen en van wie”. Even diep nadenken dus.

Er gaan op zo’n dag trouwens veel complimenten uitgedeeld worden door het management, ongeacht of het aangedragen idee nu zinvol is of niet. Zo adviseert ons het magazine. Er zal ook veel beweging zijn, buiten het gewone gewiebel en geschuifel met stoelen en het gespeel met mobieltjes om: “veel laten lopen”; zo hebben de deelnemers ook geen tijd om hun achterstallig correctiewerk af te handelen. Nog een fantastisch en vernieuwend idee: organiseer workshops! Na de lunch komt er een energizer. Leuk! Er komt, ter verhoging van het enthousiasme, ook een verbindende hart-activiteit: samen zingen en trommelen! Pak al je zorgen in je plunjezak en fluit, fluit, fluit! Jippie !

De laatste tip uit het blad is een beetje vreemd: “organiseer geen studiedagen meer, maar huur liever een trainer in voor een groep van 15 enthousiaste collega’s “. Dat schijnt beter te zijn dan een team waarbij de helft van de aanwezigen geen zin heeft in zo’n dag. Hoe kan dat nou toch? Flauw hoor.

Wachtgeld

’t Is toch wel sneu als je bijvoorbeeld wel vier jaar Kamerlid geweest bent en je baantje is afgelopen. Dan kom je in de wachtgeldregeling als je een beetje pech hebt. Uit onderzoek is gebleken – zo meldde ons vanochtend de Volkskrant – dat meer dan de helft van de vorig jaar afgetreden kamerleden gebruik maakt van deze regeling. Kommer en kwel dus na vier jaar hard werken, temeer daar deze treurige situatie wel zes jaar kan voortduren.

Zes jaar  bruto 6200 euro per maand; niet bepaald verbazingwekkend dat je dan niet snel op zoek gaat naar een ander baantje. Nu zit ik – zoals trouwe lezertjes wel weten – in het onderwijs. Al ruim dertig jaar probeer ik pubers iets bij te brengen. Iets over Nederlandse taal en letteren, iets over computers, iets over maatschappijleer, iets over godsdienst, iets over verkooptechniek, communicatievaardigheden, vergadertechineken, iets over presentatietechnieken, iets over het maken van een stageverslag, iets over foutloos je eigen naam leren schrijven, iets over portfolio’s, steeds meer over zaken waar ik tegenwoordig zelf totaal geen voeling meer mee heb, enzovoorts.

Als je de pech hebt om vroeger nog degelijk onderwijs genoten te hebben en een degelijke kweekschool bezocht te hebben, dan ben je tegenwoordig snel het haasje. Het rommelputje binnen de school. Nog wat uurtjes onvervuld? O, dat kan hij wel, het lijkt een beetje op Nederlands, dus doe hem maar….
Wel, het nieuwe schooljaar staat voor de deur, nog een klein weekje nagelbijten, en dan nog ruim tien jaar te gaan. Bruto maandsalaris  zo’n 4000 euro meen ik, tot dat ik dood voor de klas blijf. Mocht ik voor die tijd hysterisch schuimbekkend, stevig ingesnoerd in een dwangbuis, richting gekkenhuis worden afgevoerd, omdat ik in een vlaag van blinde razernij heb gepoogd het steeds maar afgaand mobieltje van een leerling te verpletteren, dan kom ik ook op wachtgeld. Ik geloof één jaar zeventig procent of zo, en daarna rest de WAO of de bijstand, ik weet niet precies.
Er zijn dus twee mogelijkheden:

  1. ik zorg dat ik nu vier jaar kamerlid word, met een specialisatie onderwijs, of dat is tegenwoordig eigenlijk helemaal niet nodig om over onderwijs mee te mogen praten. Daarna krijg ik dus zes jaar wachtgeld waarvan ik leuke dingen kan doen, bijvoorbeeld een onderwijs-adviesbureau opzetten of zo.
  2. Ik ploeter nog negen jaar door en daarna vergrijp ik me aan een mobieltje of de eigenaar. Er resteert dan nog een klein jaar wachtgeld.

Ach, het zal wel optie 2 worden.

Laatste Schooldag

 

Het is diploma-uitreiking. De school is mooi versierd met zaken die je anders nooit ziet, maar die nu ergens achter uit de kast worden gehaald. Rijtjes stoelen in de aula, wij, als docenten, zijn enigszins op ons paasbest opgedirkt en wachten af wat komen gaat. En wat komen gaat is eigenlijk hetzelfde als al die voorgaande jaren. Een leerling is voor jou één van de vele, meestal tenminste, maar voor hèn ben jij die ene. Daar doe je het dus voor.
Ze komen binnen, met hun ouders. Mooi aangekleed, de meesten. De laatste schooldag misschien, en daarna het werk, de baan of misschien wel gelijk het gezin. Schooltijd, de mooiste tijd van je leven? Ik denk het wel, toch wel. Tenzij je gepest bent natuurlijk, dan is de school een hel. Later zie je dat goed, die hel. En later zie je ook dat het de mooiste tijd van je leven is geweest. Nu niet, want dat ga je natuurlijk niet toegeven tegenover je ouders of vriendinnen. Daar zitten ze dus, en ze wachten op dat belangrijke papiertje, het diploma. Ze kauwen kauwgum, kijken op het mobieltje, dat gaat niet uit natuurlijk…. Ze kijken om zich heen. Wat voor soort jurk of shirt heeft zij aan daar. Zou dat zijn vriendin zijn, dus toch een vriendin. Kijk die leraar, waar ik altijd zo tegen tekeer ging… Er zijn ouders. Soms ook met kauwgum, ook met mobieltjes, veel tattoes ook. Sommigen ook echt mooi aangekleed, anderen komen zó van het werk. Sommigen zijn voor het eerst in de school, voor het eerst in vier jaar….. Er zijn toespraken. Te lang natuurlijk. En dan het diploma, de hapjes en de drankjes.

En je praat met de leerlingen, die je vier jaar hebt gehad, en die je hebt gekend als schuchtere slungelige pubers toen ze voor het eerst als klas bijeen waren. Nu zijn ze dan klaar, en ze gaan de wijde wereld in, en soms kom je er nog eentje tegen, een sloofje geworden, of één die drie keer zoveel verdient als jij. Eh…. hoe heet jij ook al weer… o, al twee kinderen, en hoe oud ben je nu? 21 jaar, zo… En je pikt er in die hal vol met gezellige mensen nog eentje uit, die staat een beetje achteraf. Eigenlijk stond die al vier jaar lang een beetje achteraf. En je zegt: “Zo, dat heb je toch maar mooi voor elkaar, meisje. En waar zijn je ouders?” En dan zegt zij: “Ja, die hadden geen tijd vandaag……” Laatste schooldag, ja. Laatste schooldag.

De operatie

Wauwel leeft weer enigszins. Letterlijk, want een aantal weken geleden sloeg ik mij bij het gezellie hameren en beitelen enorm op mijn duim, wat een opmerkelijke bloedfontein tot gevolg had. Maar, stoere huisklusser als ik ben, enige omwikkelde lakens doen wonderen, alleen het typen ging en gaat wat minder.
Nu loop ik ook nog bij de bedrijfsarts, die mij verblijdde met de medeling dat ik begin juli op wonderbaarlijke wijze genezen zal zijn van mijn werkstress en burn-out, maar die mij ook vertelde dat het – na het beschouwen van mijn opgezwollen duim – wel verstandig zou zijn om even een röntgenfoto van dit lichaamsdeel te laten maken.
Naar het ziekenhuis dus. Dat gaf daar wat problemen, ik was uit eigener beweging naar spoedeisende hulp gegaan en dat leidde tot hevig overleg. Ik mocht in een wachtkamer gaan zitten waar allerlei personen in meer of mindere staat van ontbinding in en uit strompelden. Ik kreeg na een uur een kaartje in mijn hand geduwd, waarop was aangekruist dat ik “urgent’ was. Na nòg een uur mocht ik in een soort badkamertje gaan zitten ( er was geen andere plek ). Daar bevond zich ergens in een hoek een afvoerputje dat steeds harder ging borrelen en de ruimte met een ondraaglijke stank vervulde.
Personeel – van heinde en verre aangetrokken door de lucht – wierp af en toe verschrikte blik naar binnen. “Uw duim rot al behoorlijk”. Uiteindelijk vroeg ik maar op de gang te mogen blijven staan om niet al te zeer op te vallen.
Aan het eind van de middag was dan een foto gemaakt die toonde dat zich een stuk ijzer in mijn duim bevond en dat moest er uit. Zou gelijk kunnen. Maar op het moment suprème aarzelde de specialist toch, bang als hij was om mijn kunstenaarsduim, vanwege mijn bloedverdunners, tot de grootte van een ballon te doen opzwellen. Of ik woensdag maar terug wilde komen.

Wel, daar zat ik dan die woensdag met een inmiddels gevoelloze duimtop ( was zenuw doorgesneden ) te wachten op de operatie, die toch niet doorging omdat ze geen operatiekamer met röntgen-doorlichting hadden. Zou ik vrijdagmorgen om half tien dan kunnen komen, om tien uur geholpen, zou kwartiertje duren. Vooruit dan maar.

Vrijdagmorgen, half tien: ik meldde mij bij de opname. Een dame begeleidde mij vervolgens naar een ziekenzaal waar ik een eigen bed bleek te hebben en waar ik mij mocht uitkleden en in een operatiehemd mocht hullen. Voor een splinter in de duim dus. Ik kreeg ook vast twee pillen toegediend en moest enorme formulieren invullen. “Gaat u nu maar even op het bed ligggen, hier is het knopje voor de radio, dat is voor de telefoon”. Ik overwoog nog om een televisie te huren, maar ja, een kwartier zonder kan nog nèt.
Na twee uur wachten verscheen een zuster aan mijn sponde: “U krijgt nu eerst een ruggeprik voor de operatie”. Dit gevaar kon gelukkig afgewend worden, en na nog een uur werd ik – liggend in mijn bed – naar een andere ruimte gereden, “ter voorbereiding” op de operatie, die in mijn ogen gezien alle voorbereidingen inmiddels niet anders kon leiden dan tot volledige amputatie van het gehele bovenlichaam. Ja, je neemt toch het zekere voor het onzekere.
Uiteindelijk bleek mijn arm wat te lang voor het naast de operatietafel gereden bijzettafeltje, en moest ik vervaarlijk balancerend op de rand van de tafel de ingreep ondergaan, die door vier mompelende specialisten werd verricht, waarbij ik onderwijl met de aenesthesist de toestand van het moderne onderwijs besprak.
Nog een uurtje op de recoverkamer ( “Ik schrijf u al weer uit terwijl u nog niet ingeschreven bent” ) en vervolgens kon ik met arm in mitella om drie uur ’s middags weer naar huis. En m’n duim is nog steeds gevoelloos.

“Dagboek van een gek”

is de titel van een novelle van Gogol en vertelt het verhaal van de kleine ambtenaar Axel Loopbaan, die langzaam waanzinnig wordt in de uitzichtloze papiermolen van de Russische bureaucratie. Nu hoort dit stukje in de categorie ”Onderwijs-avonturen”, maar langzamerhand krijg ik de indruk dat ik deze naam beter kan veranderen in “Onderwijs-verschrikkingen”. Het zal oplettende lezertjes opgevallen zijn dat de frequentie van mijn schrijfsels drastisch verlaagd is. Er komt blijkbaar een moment dat je een uur lang aan je bureau voor je uit zit te staren zonder dat er ook maar iets uit je vingers komt, terwijl toch stapels werk op je liggen te wachten. Gelukkig lijden mijn superieuren niet aan deze kwaal. Het management, waarbinnen momenteel wordt uitgebreid en geschoven met nieuwe leden op een manier die sterke overeenkomsten vertoont met een potje razendsnel geblinddoekt simultaan schaken, heeft een helder doel voor ogen en laat dat ook op blijmoedige toon aan de ondergeschikten weten.

Zo kreeg ik afgelopen vrijdag een mailtje van iemand die het op mijn werk ook al voor het zeggen heeft, waarin mij werd gevraagd een invulling te geven aan het “prestatie-dossier” : “A job in the animal world”. Het bijhouden van zo’n prestatiedossier is dan weer noodzakelijk om een zogenaamde “Proeve van Bekwaamheid” te mogen doen, met de naam -en ik citeer nu even- “Working with Annimals” ( wat dat dan ook moge zijn ). Graag vandaag inleveren. De leerlingen waarvoor al deze hippe termen bedoeld zijn functioneren met enige moeite op het niveau van wat men vroeger ZMLK noemde ( voor de nieuwe lichting: als je niet weet wat die afkorting betekent zoek je het maar op in Google ). Zo mag ik dus in enkele dagen beslissen over wat zo’n leerling voor mijn vakspecialisme allemaal moet beheersen om te kunnen “working with annimals”. Ik denk dat ik ze maar iets met computers laat doen, beetje MSN-nen of zo.

Inmiddels heb ik mijn eerste stripje Oxazepam achter de kiezen en wacht ik op een telefoontje van de psycholoog voor een oriënterend gesprek.

Ha! Open Dag! (2)

Nog een korte aanvulling naar aanleiding van mijn stukje over de open dag van gisteren.
Eén van de teamleiders vertelde na afloop dat er een moeder en dochter aan zijn tafeltje waren verschenen voor wat nadere informatie.
Moeder tegen dochter: “Nou vraag maar eens wat jij allemaal wilt weten!”
Dochter tegen moeder: “Ja hoor eens, JIJ wou persé dat we hier naar toe gingen!”