Ha! Open Dag!

Waar denk ik half Nederland, gedompeld in een stralende voorjaarszon, zich opmaakt om na de vele regen van de afgelopen winter nu eens heerlijk in de tuin te gaan werken, zit ik hier eenzaam in mijn computerlokaal een stukje te typen over de Open Dag, waaraan ik mag deelnemen op mijn vrije zaterdag.
De afgelopen dagen daalde het management af naar de leslokalen om een laatste spiedende blik te werpen op netheid, orde en regelmaat; scheikundige opstellingen komen na een jaar eenzame opsluiting weer uit de kast, de bak met kuikentjes krioelt weer van piepend leven, enkele enthousiaste docenten hebben zich zowaar gehuld in colbertje of rok, en ook het management is enigszins in pak gestoken; je moet je toch wat onderscheiden.
Wij mogen niet klagen. Zo’n duizend bezoekers komen er wel op deze opleiding dierverzorging. Wij schijnen nog ouderwets te zijn, dat doet het goed, tegenwoordig.
Ooit, toen ik nog op een huishoudschool in IJmuiden werkte, kwamen er op hoogtijdagen vijftig bezoekers binnen, voornamelijk leerlngen met hun vriendjes, om eens te kijken of er nog wat te snaaien viel. Een opengetrokken  blik wildschotel bijvoorbeeld, zo ’s ochtends om half elf veel te lang opgewarmd in een pannetje in het keukenlokaal.
Vorige week zaterdag was ik op een open dag van een ROC ergens in Nederland, waar men mogelijke interessante informatie voor de vervolgopleiding van mijn jongste dochter zou kunnen hebben.
In een kommervolle ruimte stonden daar twee collega’s – je herkent mede-docenten ook zonder dat ze een badge dragen – met elkaar de vakantieplannen te bespreken, lurkend uit een plastic koffiebekertje. Van mijn leeftijd, dus je kon nog een gefundeerd antwoord verwachten. Op mijn vraag of ook op deze school het competentieleren reeds was ingevoerd keken ze eerst schichtig om zich heen, waarna ze losbarstten met de verzekering dat er toch allereerst veel en degelijk ouderwets les werd gegeven. Ook in mij hadden ze natuurlijk direct een medelijder herkend, dus het werd een gezellig en herkenbaar gesprek over allerlei zaken die ook andere scholen spelen. Je hebt dat ook op de camping. De onderwijsgevenden haal je er zó uit.
Hier weer terug in mijn computerlokaal werpt een enkele ouder een schichtige blik naar binnen – het kind is reeds láng doorgelopen –  en denkt: “O, alweer computers. Die competentie bezit mijn dochter reeds.”
De open dag duurt nog vier uur.

Competentie: Een kip hanteren

Het is de week waarin onze nieuwe staatssecretaris van onderwijs, Sharon Dijksma, haar eerste brief in functie deed uitgaan. Daarin gelijk twee kolossale spelfouten.
In mijn postvakje lag vandaag een intrigerend schrijfsel: “De Contentmakelaarskrant”. Nu weet ik dat momenteel diverse makelaarssites met elkaar in de clinch liggen, dus ik verwachtte een nieuwe deelnemer aan dit gevecht, maar het bleek hier te gaan om een aanbieder van “Content”, wat vroeger gewoon “lesstof” heette, maar die term is zóóó 2006. Dat moet nu ook allemaal digitaal dus, en ook de steeds schaarser wordende gewone docent mag daar een bijdrage aan leveren door bijvoorbeeld te zoeken naar voorwerpjes ( voortaan te noemen “realia” ) die geschikt zijn om aan te passen aan het niveau van de leerling. Als voorbeeld wordt in de krant een steekkaartje met plantgegevens uit een tuincentrum genoemd. Aan mij dus de uitdagende taak om de daarop aanwezige informatie – die toch al vrij schaars en simpel is – aan te passen aan het blijkbaar nog simpeler niveau van de leerling: “zinnen korter maken, ingewikkelde vaktaal vereenvoudigen, illustraties toevoegen”.

Dat wordt nog een kleurrijke bedoening, al die stripverhalen in de bloempotten van het tuincentrum. Op die manier help ik mee om “kenniscirculatie” op gang te brengen, en dat alles via de contentmakelaar. Heeft die persoon ook weer iets nuttigs te doen. Er zijn ook al veel bedrijven die dankzij de makelaar meedoen: zo kan de competentiegericht lerende leerling online de “Chrysal Academy” ( u weet wel, van die potjes met plantenvoeding ) volgen, mocht hij tot de ontdekking komen dat zijn zelf geformuleerde leervraag daar een prangende behoefte aan heeft.
De Contentmakelaar neemt zijn taak serieus. Er is al een grote digitale catalogus met “een rijke verzameling leermateriaal”. Als voorbeeld neem ik even de in het krantje getoonde praktijkkaart “Een kip hanteren”. De leerling die op zoek is naar een praktijkgerichte opdracht vindt daar een handleiding voor het hanteren van een kip, met informatie vooraf: “Wat moet je weten?” ( bijvoorbeeld dat de vleugels en de poten van een kip kwetsbaar zijn ), praktische informatie: “Wat moet je doen?” ( “Laat de kip in je hand hangen als een handtasje”) en een lijstje van benodigdheden: “Wat heb je nodig? Antwoord: Kip ” Dat worden nog gezellige weekenden voor deze leerlingen.

Dag collega!

Zo’n tien jaar lang zit je samen op één kantoortje ( nou ja, hokje ) met dezelfde collega, en dan kom je vandaag daar binnen en is zijn plek, die altijd een enorme chaos was, ineens leeg. Andere baan, nieuwe uitdagingen, stukje jonger, dus nog kansen in het onderwijs.
Beetje onwennig wel, zo’n opgeruimde kale plek, en het is maar weer afwachten door wie die wordt ingenomen. In tien jaar leer je elkaar goed kennen, en heb je in allerlei situaties aan een half woord of een gebaar genoeg om te weten wat de ander bedoelt. Snel even een lesje van elkaar overnemen, omdat er boodschapjes moeten worden gedaan of gewoon een middagje vrij. Even gauw een toets kopiëren die de ander vergeten heeft te maken.
Een stuk rustiger dus nu. Ruim de helft minder telefoontjes, de helft minder storing. Ook veel minder in het leven teleurgestelde meisjes, die schuchter of geregeld in tranen eens even kwamen uithuilen. Elk jaar waren daar wel enkele treurige gevallen bij: een bijna blind meisje, met ernstig aangetast gezicht, waarvan de ouders niet de moeite namen om haar na het uitvallen van de treinverbinding even te komen halen. Een ander die schuchter over haar plannen voor het komend weekend kwam vertellen en over hoe lief haar paard, blijkbaar haar enige vriend, wel was.

Je zou ze stuk voor stuk in huis willen nemen en een veilige haven bieden. Ja, niet alle Nederlandse jeugd brengt het weekend door met jong en mooi wezen, feesten en beesten.
Het zal dus even wennen zijn nu… snel even wat spullen toegeëigend die anders toch maar door een andere collega zullen worden ingepikt: eindelijk een schaar in mijn bureau, een nietmachine. Plundra! En eindelijk mijn kopieerpasje weer boven water.

Maar toch had ik liever mijn collega hier weer terug gehad. Zo gaat dat in het onderwijs: het is komen en gaan.