Doceren tot je tachtigste

oudVoor veel docenten is de middagpauze even een welkom moment van contemplatie en bezinning gedurende de waanzin van alle dag. Men hokt knusjes bijeen aan het eigen tafeltje en ontmoet daar gelijkgestemden  qua leeftijd en opvattingen.  Zo heb je op veel scholen een hoekje met wat hautaine eerste graders, een hoekje met luidruchtig jong volk, een hoekje met hulpeloze zij-instromers, een hoekje zuurpruimen, een hoekje vakgekken ( die zitten 24 uur per dag te corrigeren of over hun vak te discussiëren ), een hoekje samenzweerders ( “Hoe werken wij die directrice de laan uit?”), een hoekje koffiemorsers ( in het keukentje, bezig met een doekje natte plekken uit hun kruis weg te deppen want dat staat zo raar ), een hoekje bijna-aan-hun-pensioen-toe-dus-nergens-meer-druk-om-makers. Managers zie je in het algemeen weinig, want die zijn op studiereis, vergaderen of doen alsof ze vergaderen.

Vandaag was bevond ik mij op mijn school ook even in een van deze hoekjes, waar met enige zorg de afkalving van de naderende pensioenen besproken werd.  Niet alleen zou er wel eens minder verdiend kunnen gaan worden ( dat wordt dus rondtoeren met een derde- in plaats van een tweedehands Kip-caravan ), maar – veel schrikbarender nog – zou het wel eens zó kunnen zijn dat je langer voor de klas moest staan, een enkele sombere crisis-doemdenker achtte een leeftijd van 80 jaar niet helemaal uitgesloten.  Stelt u zich eens voor, collega’s, op je tachtigste nog voor de klas. Hoe ziet zo’n school er dan uit? Fantaseert u even ongegeneerd mee.

Als de scheepshoorn loeit ( een bel wordt niet meer gehoord ) worden de lokaaldeuren open geworpen en stormen de leerlingen naar buiten. Ongeveer tien minuten later komt de opvoedkundige naar buiten schuifelen, steunend op een rollator en een infuus aan zo’n standaard op wieltjes met zich meevoerend.  Zo begeeft zich een stoet bejaarden in meer of mindere staat van ontbinding  al schommelend, slepend, trekkebenend, strompelend of rijdend ( rolstoel ), richting docentenkamer ,waar het bij de ingang even dringen wordt om alle vervoer- en hulpmiddelen te parkeren. Een enkele docent is verdwaasd de andere kant op geschuifeld en doolt door het rozenperkje voor de school, om daarna nooit meer gezien te worden.

Bij de koffieautomaat met extra grote knoppen bevindt zich ook een bakje met slabbetjes, en naast de koffiemachine hangt een nieuwe automaat, gevuld met Tena-Lady’s. De toiletten zijn trouwens allemaal verhoogd en voorzien van grote beugels en alarmknoppen. Op strategische plaatsen in de docentenkamer staan ook enkele po’s verdekt opgesteld. Als iedereen eenmaal zit, en nog een bodempje koffie tot zich heeft genomen ( de rest is er tijdens de gang naar de tafels uitgemorst ) , gilt weer de scheepshoorn en moet men de eventuele tractaties ( griesmeel- of gortepap ) laten voor wat ze zijn, en trekt de hele stoet weer naar de lokalen, maar eerst allen langs het toilet voor een kort verblijf en een evntuele verschoning. Na ongeveer een kwartier gaat de conciërge nog even de deuren langs met een bakje vergeten brillen, gebitten en gehoorapparaten, of om een tijdens het doceren in slaap gedommelde collega wakker te schudden of medicijnen toe te dienen.

Je blijft als docent toch altijd maar weer mooi doorgaan tot het bittere einde. Zo dragen wij ook ons steentje bij aan de oplossing van de crisis.