Laatste loodjes

Een blogje terug, en inmiddels alweer een jaar geleden geloof ik, schreef ik dat ik dacht aan stoppen met werken op 1 september 2019. Inmiddels zitten we eind oktober 2019, en ondergetekende ploetert nog immer voort, want je wilt straks toch niet helemaal van de bedeling afhankelijk zijn, maar het einde is nu toch wel in zicht.

Een weekje of acht nog; dan resten mij slechts een langzaam maar zeker wegglijden in de vergetelheid, de dagelijkse koffietafel met andere oude mannetjes bij Albert Heijn, of het bankje naast de spoorwegovergang hier in het dorp, elke dag een trefpunt van lieden die, zittend op hun scootmobiel, het leven en alles wat verder voorbij komt van commentaar voorzien.
Thuis zal ik mij vermaken met legpuzzels, het verheugen op het jaarlijkse kerkuitje met koffie en gebak en een mooi verhaal van de dominee in de bus naar de Betuwe, of op het minutieus napluizen van gidsen waarin mooie Moezelcruises worden aangeboden.
Ook zal ik mijn natuurlijk dagelijks gaan verdiepen in aanbiedingen voor een traplift, een mooie sta-op-stoel ( met €700 inruilkorting voor uw oude stoel ), een seniorenbadkamer met veilige bad-instap die in één dag geplaatst wordt en ik koop waarschijnlijk een kanarie die af en toe “Tsjiep” zegt.
Onderuit hangend voor de tv en krabbend aan mijn kruis zal ik het nieuws en de uitzendingen van Omroep Max van commentaar voorzien, en ik zal pogen mee te deinen met het uitzinnige publiek bij André Rieu.
En ik wil een elektrische deken, en een lamp van 1000 watt om goed bij te kunnen lezen, en een leesbril met vergootglasogen van plus 12. En goed plakkende Kukident, en een genderneutrale Tena Lady. De huidige correcte en vooral niet kwetsende leefwijze heb zo z’n voordelen op dat gebied.

Maar goed, ik tel dus nog zo’n 8 weken mee en die besteed ik onder andere aan het opruimen van enorme bergen papier en aantekeningen die ik tijdens mijn werk – nu als decaan – door de jaren heen heb verzameld. Diploma’s, certificaten van honderdduizend nascholingen, notulen, plannen, rapportages, blokken vol aantekeningen, verslagen, toetsen en beoordelingen; het kan allemaal de prullenbak in. Vanaf 1 januari 2020 zijn ze zonder enige waarde, en dragen ze enkel nog bij aan de constatering dat ik gedurende mijn arbeidzame leven eigenlijk ongelooflijk veel dingen met meer of minder enthousiasme heb uitgevoerd, nog even los van de vraag of alles wel even zinvol is geweest.

Mijn laatste vakantie heb ik net achter de rug. Hierna nooit meer uitkijken naar vakantie, en niet meer het gevoel wat je had op de allereerste avond van het aankomende weekje vrij. De eerstkomende avond is geen avond van de eerste vakantiedag meer, maar de eerste avond van een hopelijk nog zeer langgerekte levensavond, die iemand, die zo geregeld in de puberteit is blijven steken als ik, wel op aangename wijze wil vullen.
Hoe zal dat straks gaan. Hoe zal dat afscheid van mijn werk voelen, de wandeling naar huis. Ik ben niet van de poespas en de schijnwerpers, dus niks geen receptie en genodigden, het liefst ga ik gewoon door tot een uur of vijf en wie mij per se een handje wil geven komt maar even langs in mijn kantoor. Mijn voorganger hield een compleet symposium met afgeladen ruimtes en hordes vreemde lieden in het pand. Ja doeg, ik deed gewoon mijn ding, en that’s it.
Nu wil het geval dat mijn laatste werkdag straks gaat samenvallen met het personeelskerstfeest, een gebeurtenis waar ik door de jaren heen met wisselend genoegen naar heb uitgekeken- ik ontkom dus niet aan wat plechtigheden-, net als het kerstfeest wat je met je leerlingen moest organiseren.
Ook daar nogal – hoe zeg je zoiets diplomatiek – wisselende ervaringen. Ooit was ik jong leraartje op een Huishoudschool annex School voor Lager Economisch en Administratief Onderwijs in IJmuiden, in een buurt die nu niet bepaald bekend stond om de fijngevoeligheid en teerbesnaardheid van de bewoners. De Elout van Soeterwoude LEAO, later het Kruispunt.
In de weekends werd er wel eens met een geweer dwars door de voordeur van de school geschoten, waarna het projectiel het pand aan de achterzijde weer verliet. Ik gaf daar een keur aan vakken aan een verzameling compleet door hormonen overmeesterde pubermeisjes: Nederlands, winkelinrichting, tekenen, handvaardigheid, maatschappijleer en godsdienst. Kom daar nu eens om.
Tijdens het kerstfeest vlogen de dames elkaar tijdens het kerstverhaal geregeld in de haren, totdat ik met bulderende stem de gemoederen weer kon bedaren door : “JA, ‘T IS KERSTSFEER, BEGREPEN!!!!” te brullen. Heel hard “Seks!!” roepen bracht ze overigens ook altijd tot direct ademloze en afwachtende stilte.
Toch had het wat, die kerstvieringen. “Last Christmas” van Wham keihard door de ruimte, de meiden op hun mooist uitgedost, ik was jong en de hele toekomst van nog minstens35 jaar werken lag nog voor mij.

Nu nog 8 weken dan. Nog één kerstfeest in het verschiet. Geen krijsende en gillende meiden op die avond. Geen Wham. Wel een Last Christmas. U hoort nog wel hoe verder.

Doceren tot je tachtigste

oudVoor veel docenten is de middagpauze even een welkom moment van contemplatie en bezinning gedurende de waanzin van alle dag. Men hokt knusjes bijeen aan het eigen tafeltje en ontmoet daar gelijkgestemden  qua leeftijd en opvattingen.  Zo heb je op veel scholen een hoekje met wat hautaine eerste graders, een hoekje met luidruchtig jong volk, een hoekje met hulpeloze zij-instromers, een hoekje zuurpruimen, een hoekje vakgekken ( die zitten 24 uur per dag te corrigeren of over hun vak te discussiëren ), een hoekje samenzweerders ( “Hoe werken wij die directrice de laan uit?”), een hoekje koffiemorsers ( in het keukentje, bezig met een doekje natte plekken uit hun kruis weg te deppen want dat staat zo raar ), een hoekje bijna-aan-hun-pensioen-toe-dus-nergens-meer-druk-om-makers. Managers zie je in het algemeen weinig, want die zijn op studiereis, vergaderen of doen alsof ze vergaderen.

Vandaag was bevond ik mij op mijn school ook even in een van deze hoekjes, waar met enige zorg de afkalving van de naderende pensioenen besproken werd.  Niet alleen zou er wel eens minder verdiend kunnen gaan worden ( dat wordt dus rondtoeren met een derde- in plaats van een tweedehands Kip-caravan ), maar – veel schrikbarender nog – zou het wel eens zó kunnen zijn dat je langer voor de klas moest staan, een enkele sombere crisis-doemdenker achtte een leeftijd van 80 jaar niet helemaal uitgesloten.  Stelt u zich eens voor, collega’s, op je tachtigste nog voor de klas. Hoe ziet zo’n school er dan uit? Fantaseert u even ongegeneerd mee.

Als de scheepshoorn loeit ( een bel wordt niet meer gehoord ) worden de lokaaldeuren open geworpen en stormen de leerlingen naar buiten. Ongeveer tien minuten later komt de opvoedkundige naar buiten schuifelen, steunend op een rollator en een infuus aan zo’n standaard op wieltjes met zich meevoerend.  Zo begeeft zich een stoet bejaarden in meer of mindere staat van ontbinding  al schommelend, slepend, trekkebenend, strompelend of rijdend ( rolstoel ), richting docentenkamer ,waar het bij de ingang even dringen wordt om alle vervoer- en hulpmiddelen te parkeren. Een enkele docent is verdwaasd de andere kant op geschuifeld en doolt door het rozenperkje voor de school, om daarna nooit meer gezien te worden.

Bij de koffieautomaat met extra grote knoppen bevindt zich ook een bakje met slabbetjes, en naast de koffiemachine hangt een nieuwe automaat, gevuld met Tena-Lady’s. De toiletten zijn trouwens allemaal verhoogd en voorzien van grote beugels en alarmknoppen. Op strategische plaatsen in de docentenkamer staan ook enkele po’s verdekt opgesteld. Als iedereen eenmaal zit, en nog een bodempje koffie tot zich heeft genomen ( de rest is er tijdens de gang naar de tafels uitgemorst ) , gilt weer de scheepshoorn en moet men de eventuele tractaties ( griesmeel- of gortepap ) laten voor wat ze zijn, en trekt de hele stoet weer naar de lokalen, maar eerst allen langs het toilet voor een kort verblijf en een evntuele verschoning. Na ongeveer een kwartier gaat de conciërge nog even de deuren langs met een bakje vergeten brillen, gebitten en gehoorapparaten, of om een tijdens het doceren in slaap gedommelde collega wakker te schudden of medicijnen toe te dienen.

Je blijft als docent toch altijd maar weer mooi doorgaan tot het bittere einde. Zo dragen wij ook ons steentje bij aan de oplossing van de crisis.