Uitgewerkt

Het is dan zover, trouwe lezertjes. Ik schrijf dit blogje aan de vooravond van mijn allerlaatste officiële werkzame dag in dit leven. Na morgen, donderdag 19 december 2019, rest mij nog het hinderlijk als geldvretend oudje aanwezig zijn, gebukt onder de priemende vingers van iedereen die lieden van onze leeftijd als terende profiteurs ziet, die een beetje vervelend ziek zitten te zijn en allerlei kwalen ontwikkelen waardoor een beetje hippe jongere op onvoorstelbare kosten wordt gejaagd,

Een blokkade van snelwegen en incontinentieluier-distrubutiecentra met behulp van rollators en scootmobielen zie ik er voorlopig niet van komen; we zouden ook ogenblikkelijk worden weggeknuppeld en gearresteerd. Voor straf geen ontbijtje met de minister-president, en voor straf nog maar één keer in de maand onder de douche in het verzorgingstehuis. En óók pap als straf tijdens het kerstdiner op Tweede Kerstdag.

Vanmiddag liet ik een uitgekleed kantoor achter mij, nadat mij vandaag al eerder was gevraagd om niet te vergeten morgen mijn schoolsleutel in te leveren. Plakkers op de muren waar eerst wervende posters hingen, die jongeren opriepen om te kiezen voor een uitdagende toekomst op die en die school. Ik ben nog één dagje decaan en mocht er morgen nog een hulpeloze puber met keuzestress zich bij mij aandienen, dan wordt dat gelijk mijn laatste officiële daad.
Iets leuker waarschijnlijk dan de zeurende mailwisseling die ik vandaag nog had met een raadsman van een ex-leerling, die meende nog wat kwijtschelding van studieschuld te goed te hebben. Iets waar mijn school al lang aan meegewerkt had. Dergelijke zaken vreten energie, en die energie heeft de laatste maanden toch wel te lijden gehad, merk ik nu. Maar altijd vriendelijk en beleefd blijven, met wat kleine prikjes, want de klant is tegenwoordig een veeleisende koning geworden, die gewend is op zijn wenken bediend te worden en als dat niet het geval is, volgen dwangbevelen.

Vanaf het moment dat ik besloot met pensioen te gaan, een besluit waar je toch lang tegen aanhikt, merkt ik dat de fut een beetje begon te verdwijnen. Nu is niets fnuikender ( voor mijn modern opgeleide lezertjes: google maar even wat dat betekent ) dan je uren af te gaan zitten tellen, maar onbewust heb ik dat wel een beetje gedaan.
En in die laatste dagen kom je dan weer tijd te kort; als je opschrijft en bijeen sprokkelt wat je opvolger allemaal moet gaan doen, besef je dat je in de loop der jaren toch wel een flinke duizendpoot bent geworden en dat je stapels werk hebt verzet.
Vanaf 1976 heb ik onafgebroken in het onderwijs gewerkt. Begonnen in letterlijk en figuurlijk een andere eeuw, want er is ongelooflijk veel veranderd, en ik kan niet anders constateren dat de kwaliteit en het niveau geen schim meer is van het onderwijs in de vorige eeuw. Jaar in jaar uit normen naar omlaag bijstellen, minder vragen, minder eisen, en waarbij het nu niet meer gaat om alles aan kennis wat je hebt over te brengen maar om alle overgebrachte kennis naar derden te kunnen verantwoorden, voorzien van een onvoorstelbare papierwinkel. Vertrouwen in een docent is omgeslagen in wantrouwen van een docent, en het voortdurend in twijfel trekken en ter discussie stellen van diens gezag en autoriteit, door zowel leerlingen, schoolbesturen en overheden, vergezeld door enorme groepen stuurlui aan wal.

Was het dan een tranendal? Nee. Beslist niet. Ik ga straks de reuring en de jongeren missen. Dagelijks omgaan met jongeren is hét medicijn tegen ouder worden. Daarom ben ik ook altijd een beetje puber gebleven, een beetje rebellerend, dwarsig, de grenzen opzoekend van hoe je met taal nog iemand fijntjes dwars kunt zitten. Een haat-liefde verhouding met mijn diverse schoolbesturen, waarbij ik een van de ergste vertegenwoordigers daarvan ooit eens om zes uur in de ochtend onverwachts tegen het lijf liep midden in het Paul Kruger Park. Ga je daarheen om de Big Five te spotten, staat de gevaarlijkste nummer Six ineens pal voor je neus. “Bent u niet meneer Bijlsma?” is nu het meest gevreesde wilde-dierengeluid.

Goed, morgen dus nog wat zaken afhandelen, nog één keer door een mistroostig bedrijventerrein naar het instituut wandelen. Ik kom daar langs een kantoor van een metaalbouwbedrijf, waarvan de altijd verlaten ontvangstruimte gedompeld is in grijs neonlicht. In een hoek staat een enorm rond grijs namaakleren hoekbankstel, en daarnaast staat weer een levensgrote plastic kunstpalm, die inmiddels ook tot bijna grijs verkleurd is en het heeft gepresteerd bijna al zijn blaadjes te laten vallen. Je zal dáár toch 43 jaar van je leven moeten werken. Dan word je geen pensionado maar een soort vleesetende zombie.

Mijn laatste dag zal eindigen met de personeelskerstviering. Ik wil geen poespas, geen congres, geen receptie. Gewoon, het dankwoordje van de directeur tijdens de overige gezelligheden volstaat, en zelf zal ik nog vijf minuten wat anecdotes ophalen, waarbij ik de nodige zelfspot niet zal schuwen. Men zal je snel vergeten, je bent niet onmisbaar. Zo is het ook wel goed.

En dan is het klaar. Uitgewerkt. Thuis de kerstboom optuigen , de feestdagen met familie, geen nieuwjaarsbijeenkomstpersoneelstonggelebber meer en dan de enorme vakantie, het enorme gevoel van vrijheid, reizen, cruises, badende luxe , alle karakteristieken die men over potverterende ouderen uit de kast trekt ga ik aan voldoen. En veel kunst natuurlijk, schilderen in real live en in virtual reality. Los gaan in andere werelden, dingen achterlaten.
Geen onderwijsblogjes meer, maar oude mensen-blogjes. Met een puberale ondertoon. Lekker van me af schrijven en twitteren. Tot in het nieuw jaar mensen. Voor mij tot in een nieuw tijdperk.




Laatste loodjes

Een blogje terug, en inmiddels alweer een jaar geleden geloof ik, schreef ik dat ik dacht aan stoppen met werken op 1 september 2019. Inmiddels zitten we eind oktober 2019, en ondergetekende ploetert nog immer voort, want je wilt straks toch niet helemaal van de bedeling afhankelijk zijn, maar het einde is nu toch wel in zicht.

Een weekje of acht nog; dan resten mij slechts een langzaam maar zeker wegglijden in de vergetelheid, de dagelijkse koffietafel met andere oude mannetjes bij Albert Heijn, of het bankje naast de spoorwegovergang hier in het dorp, elke dag een trefpunt van lieden die, zittend op hun scootmobiel, het leven en alles wat verder voorbij komt van commentaar voorzien.
Thuis zal ik mij vermaken met legpuzzels, het verheugen op het jaarlijkse kerkuitje met koffie en gebak en een mooi verhaal van de dominee in de bus naar de Betuwe, of op het minutieus napluizen van gidsen waarin mooie Moezelcruises worden aangeboden.
Ook zal ik mijn natuurlijk dagelijks gaan verdiepen in aanbiedingen voor een traplift, een mooie sta-op-stoel ( met €700 inruilkorting voor uw oude stoel ), een seniorenbadkamer met veilige bad-instap die in één dag geplaatst wordt en ik koop waarschijnlijk een kanarie die af en toe “Tsjiep” zegt.
Onderuit hangend voor de tv en krabbend aan mijn kruis zal ik het nieuws en de uitzendingen van Omroep Max van commentaar voorzien, en ik zal pogen mee te deinen met het uitzinnige publiek bij André Rieu.
En ik wil een elektrische deken, en een lamp van 1000 watt om goed bij te kunnen lezen, en een leesbril met vergootglasogen van plus 12. En goed plakkende Kukident, en een genderneutrale Tena Lady. De huidige correcte en vooral niet kwetsende leefwijze heb zo z’n voordelen op dat gebied.

Maar goed, ik tel dus nog zo’n 8 weken mee en die besteed ik onder andere aan het opruimen van enorme bergen papier en aantekeningen die ik tijdens mijn werk – nu als decaan – door de jaren heen heb verzameld. Diploma’s, certificaten van honderdduizend nascholingen, notulen, plannen, rapportages, blokken vol aantekeningen, verslagen, toetsen en beoordelingen; het kan allemaal de prullenbak in. Vanaf 1 januari 2020 zijn ze zonder enige waarde, en dragen ze enkel nog bij aan de constatering dat ik gedurende mijn arbeidzame leven eigenlijk ongelooflijk veel dingen met meer of minder enthousiasme heb uitgevoerd, nog even los van de vraag of alles wel even zinvol is geweest.

Mijn laatste vakantie heb ik net achter de rug. Hierna nooit meer uitkijken naar vakantie, en niet meer het gevoel wat je had op de allereerste avond van het aankomende weekje vrij. De eerstkomende avond is geen avond van de eerste vakantiedag meer, maar de eerste avond van een hopelijk nog zeer langgerekte levensavond, die iemand, die zo geregeld in de puberteit is blijven steken als ik, wel op aangename wijze wil vullen.
Hoe zal dat straks gaan. Hoe zal dat afscheid van mijn werk voelen, de wandeling naar huis. Ik ben niet van de poespas en de schijnwerpers, dus niks geen receptie en genodigden, het liefst ga ik gewoon door tot een uur of vijf en wie mij per se een handje wil geven komt maar even langs in mijn kantoor. Mijn voorganger hield een compleet symposium met afgeladen ruimtes en hordes vreemde lieden in het pand. Ja doeg, ik deed gewoon mijn ding, en that’s it.
Nu wil het geval dat mijn laatste werkdag straks gaat samenvallen met het personeelskerstfeest, een gebeurtenis waar ik door de jaren heen met wisselend genoegen naar heb uitgekeken- ik ontkom dus niet aan wat plechtigheden-, net als het kerstfeest wat je met je leerlingen moest organiseren.
Ook daar nogal – hoe zeg je zoiets diplomatiek – wisselende ervaringen. Ooit was ik jong leraartje op een Huishoudschool annex School voor Lager Economisch en Administratief Onderwijs in IJmuiden, in een buurt die nu niet bepaald bekend stond om de fijngevoeligheid en teerbesnaardheid van de bewoners. De Elout van Soeterwoude LEAO, later het Kruispunt.
In de weekends werd er wel eens met een geweer dwars door de voordeur van de school geschoten, waarna het projectiel het pand aan de achterzijde weer verliet. Ik gaf daar een keur aan vakken aan een verzameling compleet door hormonen overmeesterde pubermeisjes: Nederlands, winkelinrichting, tekenen, handvaardigheid, maatschappijleer en godsdienst. Kom daar nu eens om.
Tijdens het kerstfeest vlogen de dames elkaar tijdens het kerstverhaal geregeld in de haren, totdat ik met bulderende stem de gemoederen weer kon bedaren door : “JA, ‘T IS KERSTSFEER, BEGREPEN!!!!” te brullen. Heel hard “Seks!!” roepen bracht ze overigens ook altijd tot direct ademloze en afwachtende stilte.
Toch had het wat, die kerstvieringen. “Last Christmas” van Wham keihard door de ruimte, de meiden op hun mooist uitgedost, ik was jong en de hele toekomst van nog minstens35 jaar werken lag nog voor mij.

Nu nog 8 weken dan. Nog één kerstfeest in het verschiet. Geen krijsende en gillende meiden op die avond. Geen Wham. Wel een Last Christmas. U hoort nog wel hoe verder.

Doceren tot je tachtigste

oudVoor veel docenten is de middagpauze even een welkom moment van contemplatie en bezinning gedurende de waanzin van alle dag. Men hokt knusjes bijeen aan het eigen tafeltje en ontmoet daar gelijkgestemden  qua leeftijd en opvattingen.  Zo heb je op veel scholen een hoekje met wat hautaine eerste graders, een hoekje met luidruchtig jong volk, een hoekje met hulpeloze zij-instromers, een hoekje zuurpruimen, een hoekje vakgekken ( die zitten 24 uur per dag te corrigeren of over hun vak te discussiëren ), een hoekje samenzweerders ( “Hoe werken wij die directrice de laan uit?”), een hoekje koffiemorsers ( in het keukentje, bezig met een doekje natte plekken uit hun kruis weg te deppen want dat staat zo raar ), een hoekje bijna-aan-hun-pensioen-toe-dus-nergens-meer-druk-om-makers. Managers zie je in het algemeen weinig, want die zijn op studiereis, vergaderen of doen alsof ze vergaderen.

Vandaag was bevond ik mij op mijn school ook even in een van deze hoekjes, waar met enige zorg de afkalving van de naderende pensioenen besproken werd.  Niet alleen zou er wel eens minder verdiend kunnen gaan worden ( dat wordt dus rondtoeren met een derde- in plaats van een tweedehands Kip-caravan ), maar – veel schrikbarender nog – zou het wel eens zó kunnen zijn dat je langer voor de klas moest staan, een enkele sombere crisis-doemdenker achtte een leeftijd van 80 jaar niet helemaal uitgesloten.  Stelt u zich eens voor, collega’s, op je tachtigste nog voor de klas. Hoe ziet zo’n school er dan uit? Fantaseert u even ongegeneerd mee.

Als de scheepshoorn loeit ( een bel wordt niet meer gehoord ) worden de lokaaldeuren open geworpen en stormen de leerlingen naar buiten. Ongeveer tien minuten later komt de opvoedkundige naar buiten schuifelen, steunend op een rollator en een infuus aan zo’n standaard op wieltjes met zich meevoerend.  Zo begeeft zich een stoet bejaarden in meer of mindere staat van ontbinding  al schommelend, slepend, trekkebenend, strompelend of rijdend ( rolstoel ), richting docentenkamer ,waar het bij de ingang even dringen wordt om alle vervoer- en hulpmiddelen te parkeren. Een enkele docent is verdwaasd de andere kant op geschuifeld en doolt door het rozenperkje voor de school, om daarna nooit meer gezien te worden.

Bij de koffieautomaat met extra grote knoppen bevindt zich ook een bakje met slabbetjes, en naast de koffiemachine hangt een nieuwe automaat, gevuld met Tena-Lady’s. De toiletten zijn trouwens allemaal verhoogd en voorzien van grote beugels en alarmknoppen. Op strategische plaatsen in de docentenkamer staan ook enkele po’s verdekt opgesteld. Als iedereen eenmaal zit, en nog een bodempje koffie tot zich heeft genomen ( de rest is er tijdens de gang naar de tafels uitgemorst ) , gilt weer de scheepshoorn en moet men de eventuele tractaties ( griesmeel- of gortepap ) laten voor wat ze zijn, en trekt de hele stoet weer naar de lokalen, maar eerst allen langs het toilet voor een kort verblijf en een evntuele verschoning. Na ongeveer een kwartier gaat de conciërge nog even de deuren langs met een bakje vergeten brillen, gebitten en gehoorapparaten, of om een tijdens het doceren in slaap gedommelde collega wakker te schudden of medicijnen toe te dienen.

Je blijft als docent toch altijd maar weer mooi doorgaan tot het bittere einde. Zo dragen wij ook ons steentje bij aan de oplossing van de crisis.