#Kutleraren

Het is in het algemeen niet mijn gewoonte om gevoelens van onvrede aan te duiden met namen van welk geslachtsdeel dan ook  ( ik las vandaag in de krant dat de Argentijnse Meereend er eentje van 40 centimeter heeft ), maar aangezien in de moderne media tegenwoordig de volledige intieme vleeswarenafdeling de wereld in wordt geslingerd heb ik toch maar bij hoge uitzondering voor de titel van dit blogje gekozen.

Wat is het geval. Onze beroepsgroep – die van leraar – blijkt behalve bij het kabinet ook bij onze doelgroep, de leerlingen, niet overal even geliefd te zijn. Er wordt danig over ons in negatieve bewoordingen getwitterd, en daarbij wordt dan gebruik gemaakt van hashtags als #kutleraren, #kutschool, noem maar op ( voor de Twitter-leken: een hashtag is een tekentje waar je op Twitter een herkenningswoord aan vast koppelt, zodat een en ander beter gevonden wordt. )

Nu bekt het ook niet als je het in plaats van over #kutleraren over #lulleraren of #lulschool zou twitteren, dan sta je op de een of andere manier voor #lul en dat is iets wat in de puberwereld angstvallig vermeden moeten worden. Vrouwen zijn dus weer eens het slachtoffer. Ze zeggen hele nare dingen over ons, die ook nog eens getuigen van een aparte logica en taalbeheersing:

“Boos zijn op dat mens van wiskunde : ze had me iPod afgepakt ):”
“Volgende week 4 so’s en 2 toetsen, daar weet ik niks van af.. Welke allemaal?”

” Er valt weer eens fucking niks uit”
” Kak school ook nog huiswerk opgeve”
” Fuck, laat je je hw ook even liggen op school. morgen maar even uurtje eerder heen, anders gaan ze weer zeiken”
” Naaaa, heb geen zin meer in huiswerk maken :S het is egt teveeel gewooon”
”  ik ga m’n boeken niet meenemen hoor, jammerdan !

Een snelle oogst, die de argeloze docent de moed in de schoenen zou doen zinken. Een beetje boeken mee laten nemen en huiswerk opgeven, waar háál je de lef vandaan?  En Nederlands geven lijkt ook al geen zin meer te hebben, want wanneer je op het wat meer in moderne spelling gebruikelijke #kutsgool zoekt, verschijnt er ook weer een hele waslijst aan opwekkende berichten, zoals deze:
eens een kutsgool, altijd een kutsgool! Sture ze een brief dat k me diploma kan ophalen. Ga k vndg, hebbe ze em ng niet klaar“, waarbij je je kunt afvragen of de cijfers voor taalvaardigheid zwaar meegewogen hebben bij het behalen van dat begeerde papiertje.

Je fantasie slaat dan natuurlijk op hol en je ziet dan een nieuwe hashtag #kutleerlingen ontstaan, waarbij docenten hun frustraties uiten in termen als: “Er waren weer fucking veel leerlingen aanwezig. Moest ik daar een beetje voor een volle klas staan les geven! Belachelijk! ” Kamervragen en verschrikte Colleges van Bestuur zouden ons deel zijn, woedende ouders die “dat ventje wel es effe in mekaar komen rammen”.

Collega’s, wanneer u morgen weer het lokaal betreedt, en daar het vertrouwde beeld van onderuitgezakte, met jassen aan/petjes op zover mogelijk achterin hangende groep leerlingen aanschouwt, weet dan dat u op een vulkaan danst en dat al uw doen en laten  voor dat u het weet onder de noemer #kutleraren voor heel de wereld is terug te vinden. En weet ook dat lieden die tevreden zijn, daar meestal niet over twitteren. Het klagen zit ons nu eenmaal een beetje in het bloed. En nog een geruststelling: de meerderheid van de leerlingen zit nog niet op twitter. We kunnen dus nog een tijdje ongegeneerd iPods afpakken, boeken mee laten nemen en huiswerk opgeven. Veel plezier morgen.

Betoog

De gemiddelde puber heeft het maar zwaar. Een druk bezet leven wat geregeld bestaat uit hevig uitgaan, feesten en beesten, apatisch op de bank hangen en met wezenloze bewegingen van kanaal naar kanaal zappen, razend van woede en met deuren smijtend naar de kamer stormen, subtiel de gezellige maaltijd verpesten, hopeloos verliefd zijn of bedroefd zijn omdat verkering nummer zoveel uit is, eindeloze discussies met ouders over het tijdstip van uiterlijk naar huis komen, ruzie omdat dat ene veel te laag uitgesneden truitje niet gedragen mag worden “omdat je er dan bij loopt als een slet”, beetje irritant in groepjes rondhangen in winkelcentra en dan is er ook nog zoiets als school.

Het vervelende van die school is, dat je daar dingen moet doen. Wie verzint zoiets. Terwijl je het al zo druk hebt, dus waarom snappen ze dat daar niet. Zo moet de gemiddelde puber op mijn school, ergens in het midden des lands, gedurende mijn lessen een betoog houden. Dat is modern en zo, de inspectie en de onderwijsvernieuwers willen het graag, en aangezien je als docent natuurlijk totáál geen verstand van onderwijs hebt worden er door diverse instanties ergens hogerop allerlei modellen en theorieën bedacht waardoor je je lessen zo vooruitstrevend mogelijk kunt geven, en daar hoort natuurlijk ook een door de zelfwerkzame leerling te houden serie betogen bij.

Wel, die vallen eigenlijk nog niet tegen. Ze gaan serieus aan de slag, pluizen het internet af, maken mooie en flitsende presentaties met powerpoint en staan als een volleerd docent met de bijbehorende mimiek een fraai verhaal te houden. Er kan veel van het competentie-leren gezegd worden maar sommige dingen zijn beslist zinvol. Gisteren had ik een lange dag van negen uur les, grotendeels gevuld met deze betogen. Je hoort het aan, je denkt af en toe volslagen geschokt aan de ellenlange formulierbrij die je per betoog nog in dient te vullen maar in het algemeen zijn zulke lessen leuk en leerzaam bovendien.
Het één na laatste uur: een gehalveerd klasje dames verschijnt – we hebben een damesoverschot op school – , de rest van de klas vond twee tussenuren wachten toch wat lang en was vertrokken. Kopje thee erbij, de regen kletterde tegen de ramen, het werd al donker; gezellig dus.
Meisje X is aan de beurt. Rustig in de les, vriendelijk, nooit last van, kortom de ideale leerling. Ze mogen allemaal zelf een onderwerp kiezen en dit betoog van zes minuten gaat over “Euthanasie moet aan minder regels gebonden zijn”. Er zijn er bij, die stijf van de zenuwen, met enorme rode vlekken in de nek en zich aan alle kanten krabbend voor de klas verschijnen. Die gun je natuurlijk tijd, je praat wat op ze in en probeert ze op hun gemak te stellen, want ze hebben er allemaal op hun manier hard aan gewerkt. Meisje X heeft nergens last van en steekt professioneel van wal. Schema’s, getallen, een mooie presentatie. En dan ineens, na een paar minuten, waarin zij stelt dat het soms erg moeilijk is voor mensen om euthanasie te ondergaan terwijl het lijden zo hevig is,  barst zij in hartverscheurend huilen uit en vallen wij allemaal stil. Dit gaat dus over haar moeder.

Ik heb in mijn loopbaan in het onderwijs al heel wat huilende meisjes bij mijn bureau gehad en daar praat je dan mee en je voelt met ze mee en je denkt er aan als je naar huis fietst en dan ben je het wel redelijk kwijt. Je hebt snel je oprecht troostende woorden klaar en meestal gaat zo’n meisje dan enigszins opgeklaard en met ernstig uitgelopen make-up en wat papieren zakdoekjes de deur weer uit. Voor de klas ben je weer de gevatte docent en hou je je emoties toch wel grotendeels verborgen. Voorbeeldfunctie en zo.

Maar dit hakte er toch wel eventjes in, en ik betrapte mij er op dat ik ook wat nattigs in mijn ooghoek voelde in deze klas die nu ineens bestond uit hevig verschrikte en snotterende meisjes en we voelden allemaal een enorme behoefte om de armen om dat trieste en ontredderde kind voor de klas te slaan. Het gebeurt niet snel, maar ook ik kwam niet uit mijn woorden. “Zou je dit jezelf nu wel aan doen meisje, je kwelt je zelf zo op deze manier” was wat ik hakkelend en slikkend uit kon brengen. Ja, het was inmiddels drie jaar geleden, ze dacht dat ze het wel kon, huilde ze. We hebben haar betoog niet afgemaakt en ik heb haar toch een negen gegeven. Soms moet je wat sjoemelen met je cijfers. Omdat je in het onderwijs met mensen te maken hebt en niet altijd met te behalen eindtermen en -doelen.

De rest van de les verliep in een wat onwerkelijke sfeer, waarin we allemaal diep adem haalden en de draad weer zo goed en zo kwaad als het ging oppakten. Zelden zo’n band met m’n leerlingen gevoeld.

Tongzoenen en de Top 2000

Het is weer Top 2000-tijd en zoiets brengt bij de gemiddelde midlife-crisislijder de nodige herinneringen boven. Men grijpt dan bijvoorbeeld naar een denkbeeldige gitaar of de afwasborstel ter vervanging van de microfoon, en danst dan hopelijk onbespied door het pand, want muziek doet de tijd stil staan en roept het beste ( of het minst gruwelijke ) in de mens naar boven. Meestal ligt dat beste ergens in de puberteit; sommigen blijven daar met genoegen nog lang of zelfs eeuwig in hangen, tot wanhoop van hun omgeving.
Het nummer waar ik op hoopte staat dit jaar niet in de lijst. Op de tonen van “Spirit in the Sky”van Norman Greenbaum onderging ik in bar disco “De Kop”aan het Bloemendaalse strand begin jaren ’70 mijn eerste tongzoen.  Ik zeg “onderging”, want wist ik veel: het lelijkste jongetje van de klas was blijkbaar slachtoffer geworden van een weddenschap van twee lieftallige klasgenotes, wier namen ik nu even niet zal noemen maar die wel in mijn geschokte geheugen gegrift staan, om te kijken wie van hen beiden dat slungelige monster tot zoenen kon krijgen. Vrouwen kunnen vreselijk zijn, ook al op hun zestiende. Zo kwam het dus dat ik die avond, nadat wij met de klas op opgevoerde Mobylettes en Puchs vanuit Bloemendaal naar onze stamkroeg waren gescheurd, werd ingewijd in dat wonderbaarlijke moment waarop iemand van het vrouwelijke geslacht een vochtig en kronkelend stuk vlees tussen je lippen door probeert te persen. Zo was dat dus, onder de dreunende klanken van Spirit in the Sky, en de hemelpoort opende zich letterlijk en toonde zich in de door black light  paars oplichtende haren van meisje M. , die de weddenschap met vriendin H. had gewonnen. Ik was dus blijkbaar toch aantrekkelijk, meende ik in mijn  argeloosheid, en om er nog een schepje bovenop te doen, deelde ik haar tussen het lebberen door dat wij nu dus blijkbaar verliefd op elkaar waren en dat ik dat nooit van haar verwacht had. Hoe wreed was de harde werkelijkheid de maandagmorgen daarop volgend.  Dat is het aardige aan de puberteit: die toppen van genot  en die diepe dalen van ellende. In beide heb ik met genoegen gezwolgen.

Er kwamen nog vele hits en zo is zo’n Top 2000 voor menigeen een aaneenschakeling van hopeloze en iets minder hopeloze liefdes, al moet ik de eerste nog tegenkomen die er 2000 heeft gehad, ook al had je in die jaren soms wel dat idee. Muziek is herinnering. Wanneer de saaist mogelijke lesstof in de vorm van tophits en videoclips zou worden gebracht, zou Nederland tot ongekende hoogte stijgen in de Pisa-lijsten. Niets blijft zó bij als een situatie gekoppeld aan een bepaald nummer. Spirit in the sky, in extase lopend langs het donkere strand, de lichtende zee, een vage parfumgeur in je neus en steeds maar die sensatie van die kronkelende en hongerende tong voor de geest. De volmaakte combinatie.

Hadden we op dat moment echter het gekweel van Jan Smit – waar de Top 2000 momenteel nogal onder lijdt – aan moeten horen, dan was de poging tot tongzoenen mogelijk ontaard in een kille moordpartij, het afzweren van alle toekomstige verliefdheden en een levenslange retraite in een klooster ergens hoog in de Pyreneeën. Toch ook wel weer een beetje Spirit in the Sky dus.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=utLrYEWhaXM[/youtube]

Leerwerkruimte

Een kijkje in de leerwerkruimte
Een kijkje in de leerwerkruimte

Elke zichzelf respecterende school dient -naast een groot aantal digiboards – te beschikken over een leerwerkruimte. Zoiets doet het altijd goed in de mailings naar buiten en wanneer je als manager een clubje hoge gasten rond leidt. In zo’n leerwerkruimte worden leerlingen geacht te leren en te werken, veelal met behulp van de computer. Een beetje leerwerkruimte is ook nog eens multifunctioneel. Je mag er ook lessen geven. Die eer viel mij vandaag ten deel. Hoe gaat zo iets.
Vóórdat de leerwerktoestand begint, zorg je natuurlijk dat je als docent al aanwezig bent. Ik moest iets met een beamer doen, die er niet was. Nu ja, dat kon gelukkig bij de systeembeheerders geregeld worden. Koffertje mee, snoertjes en kabeltjes, niet vergeten het speciale verloopstukje van mijn MacBook aan te sluiten want het hele schoolsysteem is nogal windows-minded, wat inhoudt dat ik ook maar windows op mijn Macje heb geïnstalleerd.
De leerwerkruimte is vrij modern, aan alle kanten voorzien van glas zodat je vrijelijk uitzicht hebt op andere lokalen, waar men weer vrijelijk uitzicht op jou eigen pedagogisch handelen heeft. De moderne leerling heeft tenslotte op zijn tijd wat afleiding nodig.  Eerst stonden er ook hippe en kekke bankstellen, maar dat ontaardde teveel in een speelhangruimte, en zoiets valt tegenwoordig naar de inspectie toe niet meer te verantwoorden.  Nu zijn de vrijgekomen plekken dus opgevuld met computertafels in kringen, en stoelen op wieltjes die alle kanten op kunnen draaien en rijden.
Het gevolg is dat zich voor de verdwaasde ogen van de docent een draaiende, heen en weer bewegende, spelletjes op de computer spelende massa ontrolt, waarbij aan twee kanten andere soortgelijke massa’s je door de ruiten aanstaren en aanhoren, en waarbij voortdurend ook nog groepen leerlingen uit andere klassen door je les heen trekken, op weg naar de lokalen achter de glazen wanden. De toegang kan wel afgesloten worden, maar dan zie je vanuit een ooghoek voortdurend groepjes lieden die pogen de poorten te rammeien , omdat ze anders bij leraar die-en-die te laat komen en ze wáren al een kwartier te laat, dus of meneer Wauwel maar snel even z’n les wil onderbreken en de deur open wil komen doen. Vervolgens kun je verder gaan met je presentatie die de beamer op een glanzend en te klein verrijdbaar whiteboardje projecteert. En dan even niet te veel aandacht schenken aan leerlingen die toch weer de Hyves open zetten, de Webmessenger, de pagina met spelletjes, de pagina met zuipfoto’s van afgelopen weekend in de kroeg. Nu even niet. 

Doceren is tegenwoordig vaak acteren, improviseren, incasseren, conformeren, je nergens meer over verbazen en toch vooral zorgen dat je bij vlagen niet knettergek wordt. ’t Is dat de leerlingen zelf zo leuk zijn om mee te werken, dat geeft je dan wel weer houvast. Sommigen zeggen “Meester” tegen je, dan schieten de scheuten Ot-en-Sien-weemoed door je heen.  Ik kan het dus nog steeds aanraden, wanneer je nog een baantje zoekt.