Verloren dromen

hairPubers hebben een enorm grote mond en dito stoerdoenerig gedrag, maar vaak zijn het heel kwetsbare wezens met een klein hartje. Er lopen er 1700 rond op de school waar ik werk. En er willen er ook nog velen bij, want in tegenstelling tot veel andere scholen doen wij het heel aardig. Ze moeten er wel wat voor doen, er moeten hindernissen overwonnen worden. Eén van die hindernissen ben ik soms. De luxe – of de last – van een school in de groei is dat je streng kunt zijn bij wie je toe laat. De luxe is dan dat je alleen de besten inschrijft. Geheel naar de wens van onze geachte onderwijsminister.  De last is dat je anderen soms moet weigeren. En die anderen, die vormen een heel gevarieerd gezelschap. Van leerling tot ouders en zorgbegeleiders. Van jong tot oud.

Een  telefoontje van een vrouw van mijn leeftijd, ruim boven de vijftig, met een mooie baan. Of wij een plekje hebben voor haar, als leerling. ‘Ik wil een andere invulling aan mijn leven geven’. Eigenlijk vind ik dat heel treurig; niet dat zij dat wil, maar dat ik haar dan teleur moet stellen, wat ik dan ook direct doe, want je moet mensen geen mooie verhalen die je niet waar kunt maken, voorschotelen. “Mevrouw, u bent te oud. U komt nergens meer aan een baan.” En dan zegt zij dat zij dat eigenlijk ook wel weet, maar dan weet ik weer dat daar vermoedelijk een heel verhaal achter schuil gaat, van verloren dromen , gemiste laatste kansen en schaamte dat je om een gunst moet bedelen. En dan praten we door, en we tutoyeren elkaar, en dan blijkt dat het allemaal klopt. Dan kun je zo’n gesprek toch nog een beetje met een goed gevoel voor beide partijen afsluiten, maar toch knaagt het. Waarom kun je zo iemand niet helpen.

Een meisje aan mijn tafel, haar begeleidster komt mee. Deze geeft haar pupil de ruimte, en dat is een verademing. Vaak zit de leerling er maar een beetje verloren bij, en voeren de ouders of begeleiders het hoogste woord. Het meisje heeft een verleden van mislukte opleidingen en verkeerde beslissingen, haar uiterlijk is ook niet dat van de doorsnee pubermeid. Uiterlijk speelt – helaas – een grote rol bij de kansen van leerlingen straks. Ik had eens een gesprek met een andere leerling, die voortdurend haar gezicht wat weggedraaid hield. Een schoonheid om te zien, maar draaide zij haar hele gezicht naar je toe, dan zag je dat de andere kant misvormd was: een wat verwrongen zijkant van haar mond, er zaten dingen scheef. Eén oog blind. En toch, op haar manier uniek en juist die combinatie maakte haar toch mooi om te zien: schoonheid en het onvolmaakte, zoiets intrigeert. “Schaam je je daarvoor?” vroeg ik. En, zo triest, dat deed zij. Zij had geleerd voortdurend haar gezicht te verbergen, lopend dicht langs de muur, slierten haar erover heen.  Ga er maar eens aan staan. “Dat moet je niet doen, want dát maakt jou juist apart. En dat kan ook in positieve zin”. Ik denk niet dat zij er wat aan had, maar ik zeg zoiets toch. En het was een fijn gesprek, en ze had zakdoekjes nodig. Maar ze ging blij weg. En misschien herinnert ze het zich later nog eens.
Terug naar het eerste meisje en haar begeleidster. Een volkomen verkeerd beeld van onze school, honderduit praten van de zenuwen, en daardoor fout op fout stapelen. Ik wissel een blik met de begeleidster, en ook zij weet: dit gaat het niet worden. Maar ik wil niet opgeven: “Weet je wat, je geeft je eerst eens op voor een meeloopdag, dan kijken we hoe het bevalt en dan praten we daarna nog even na”. Inmiddels is dat gebeurd, en we gaan het tóch proberen, op een wat lager niveau, want niveau’s zijn niét zaligmakend, en je veilig en prettig voelen is dat wél.

Straks een nieuw gesprek. Een hoogbegaafd meisje met vwo-diploma, wil terug naar één van de lagere niveau’s bij ons op het mbo, want is niet gelukkig met haar mogelijkheden straks. Ik leg de zakdoekjes klaar. Ik heb een fijne baan, en dat meen ik. Maar de maatschappij zit wreed in elkaar.