Top 2000

Het leven zou je kunnen vergelijken met een grote verzameling wisselend gevormde stenen en steentjes van wisselende samenstelling. Er zitten bakstenen tussen, kiezels, grint, en – een beetje afhankelijk van wat je zo hebt meegemaakt en uitgespookt – edelstenen of lelijke brokken puin. Dat alles bij elkaar vormt een fundament waar je op verder bouwt, waarbij je hopelijk niet te veel te lijden hebt van verzakkingen, aardbevingen of andere zaken die verstorend werken. het zijn niet alleen stenen; er zijn ook geuren, beelden en geluiden die het huis maken zoals het er nu uit ziet. Het ene kan niet zonder het andere, bij mij althans. De bouwstenen associeer ik met geuren, met beelden, met muziek. Vooral dat laatste is aan het einde van het jaar een waar genoegen, wanneer de Top 2000 tot Nieuwjaarsdag aan het oor voorbij trekt. Nu zijn er mensen die niet tegen geluid kunnen, en al helemaal niet tegen popmuziek.
Nu is Wauwel op een leeftijd gekomen dat zo’n beetje alle nummers uit die Top 2000 wel meer of minder bekend klinken, en het is verbazingwekkend hoe je tekst van sommige liedjes nog woordelijk kunt meezingen. Onderwijs zou eigenlijk zingend gegeven moeten worden: we zouden met sprongen op de Pisa-ranglijst stijgen. Die Top 2000 is eigenlijk niets anders dan het openen van een doos gevuld met herinneringen, die je meevoeren naar de diamanten in je leven. Bordewijk kon het in Karakter niet mooier zeggen: “Want wat de edelstenen van het zieleleven betreft, is de mens een vrek: hij bekijkt ze eenzaam in de bankkluis van zijn hart, bij het licht van zijn herinnering”

Een zomer op het Bloemendaalse strand, begin jaren ’70, Radio Veronica maakt reclame met vliegtuigjes in de lucht, je luistert op een transistorradio naar “Riders on the Storm” van  The Doors, naar “Cecilia” van Simon and Garfunkel, de toekomst lijkt eindeloos ver weg maar o zo lonkend. Op de schoolavond staar je wanhopig  verliefd en machteloos naar die afschuwelijke gozer die op de klanken van “Samba Pati” van Santana het object van jouw hopeloze puberdromen in z’n smerige klauwen sluit.
’s Nachts scheur je door de duinen op je aftandse en zwaar opgevoerde, paarse Mobylette met hoog chopperstuur ( een Puch kon ik niet betalen ) , met in je hoofd “Spirit in the sky”, van Norman Greenbaum, na je allereerste tongzoen, die onvergetelijk in mijn geheugen gegrift staat.  Tijdens je eerste jaren voor de klas klinkt tegen de Kerst in het lokaal waar de kerstviering plaats vindt: “Last Christmas” van Wham; een afschuwelijk nummer eigenlijk, maar het brengt je elke keer weer terug naar die intense beginjaren van je onderwijscarrière die toen nog een carrière kon zijn en dus een vèt nummer.  En bij het oplopen van het Malieveld echoode uit de luidsprekers “Human Nature”, een stralende zaterdag in Den Haag waar je met honderdduizenden demonstreerde tegen de kruisraketten.

Dat soort herinneringen, daar lenen zich geen Bach of Mozart voor, niet bij mij tenminste. Die leveren ook associaties, maar op de een of andere manier hebben die niet die intensiteit die popmuziek bij je oproept, terwijl het toch bijzonder aangenaam en vooral rustgevend kan zijn om daarnaar te luisteren. Alles op zijn tijd.

Nu zijn er ook lieden, die tot het hoogste cultureel erfgoed de muzikale oprispingen van bijvoorbeeld  Zanger Rinus rekenen, en die dan genieten van gruwelijkheden als “Met Romana op de scooter“. De herinneringen, voor zover je daar met dat soort klanken last van kunt hebben – beperken zich dan vermoedelijk tot – ik citeer even – “de bloedmooie Romana die met haar sensuele dans de show steelt. Onvergetelijk!” Vergeet vooral niet te kijken. Gezien het grote aantal PVV-stemmers moet een flink deel van de Nederlandse bevolking zich hier intens gelukkig bij voelen, hetgeen weer een hevig verlangen bij mij oproept om de rest van mijn leven bij de aboriginals en hun indringende muziek door te brengen.

Bach en Mozart beleef je vanuit je luie stoel, ( Bij zanger Rinus-liefhebbers is die denkelijk bekleed met hysterisch bloemmotief met schroeiplekken van ontelbare sigarettepeuken en van een automatisch opsta-mechanisme voorzien ) of beschaafd luisterend in een concertgebouw. Ze brengen je niet in een tijdmachine terug, waarbij je met gesloten ogen alles weer opnieuw beleeft waar je vroeger eigenlijk de tijd niet voor nam. Bij Bach en Mozart heb ik niet de neiging om stiekem, wanneer niemand dat ziet en er geen gezinsleden met zet-gelijk-op-You-Tube-mobieltjes in de buurt zijn, als een bezetene door de kamer te springen, playbackend met de afstandsbediening. Toch stiekum een popster, alle hopeloze verliefdheden uit de puberteit sublimerend. Muziek, de Top 2000, maakt je weer een beetje kind, of kinds, zo kritische lezertjes willen. Misschien heb ik die puberteit wel nooit afgeleerd eigenlijk. Deze week dus heerlijk zwelgen, en in het nieuwe jaar weer precies weten hoe je leerlingen zich voelen, wanneer ze met hun oordopjes wezenloos vergroeid lijken te zijn. Dat is toch wel een van de grote voordelen van het onderwijs: je blijft altijd een beetje in die sfeer, en je wordt er beslist niet ouder bij.

Straks om 12 uur dus Queen, niet mijn groep en niet mijn nummer. Ook geen herinneringen bij en dan blijft zo’n nummer een grof stuk steen, hoewel een ander daar weer een diamant in ziet. Dat is het aardige en het fascinerende van muziek. Nee, doe mij dan maar een flonkerend kristal als dit:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=1jZ8bxghB9E[/youtube]

Tongzoenen en de Top 2000

Het is weer Top 2000-tijd en zoiets brengt bij de gemiddelde midlife-crisislijder de nodige herinneringen boven. Men grijpt dan bijvoorbeeld naar een denkbeeldige gitaar of de afwasborstel ter vervanging van de microfoon, en danst dan hopelijk onbespied door het pand, want muziek doet de tijd stil staan en roept het beste ( of het minst gruwelijke ) in de mens naar boven. Meestal ligt dat beste ergens in de puberteit; sommigen blijven daar met genoegen nog lang of zelfs eeuwig in hangen, tot wanhoop van hun omgeving.
Het nummer waar ik op hoopte staat dit jaar niet in de lijst. Op de tonen van “Spirit in the Sky”van Norman Greenbaum onderging ik in bar disco “De Kop”aan het Bloemendaalse strand begin jaren ’70 mijn eerste tongzoen.  Ik zeg “onderging”, want wist ik veel: het lelijkste jongetje van de klas was blijkbaar slachtoffer geworden van een weddenschap van twee lieftallige klasgenotes, wier namen ik nu even niet zal noemen maar die wel in mijn geschokte geheugen gegrift staan, om te kijken wie van hen beiden dat slungelige monster tot zoenen kon krijgen. Vrouwen kunnen vreselijk zijn, ook al op hun zestiende. Zo kwam het dus dat ik die avond, nadat wij met de klas op opgevoerde Mobylettes en Puchs vanuit Bloemendaal naar onze stamkroeg waren gescheurd, werd ingewijd in dat wonderbaarlijke moment waarop iemand van het vrouwelijke geslacht een vochtig en kronkelend stuk vlees tussen je lippen door probeert te persen. Zo was dat dus, onder de dreunende klanken van Spirit in the Sky, en de hemelpoort opende zich letterlijk en toonde zich in de door black light  paars oplichtende haren van meisje M. , die de weddenschap met vriendin H. had gewonnen. Ik was dus blijkbaar toch aantrekkelijk, meende ik in mijn  argeloosheid, en om er nog een schepje bovenop te doen, deelde ik haar tussen het lebberen door dat wij nu dus blijkbaar verliefd op elkaar waren en dat ik dat nooit van haar verwacht had. Hoe wreed was de harde werkelijkheid de maandagmorgen daarop volgend.  Dat is het aardige aan de puberteit: die toppen van genot  en die diepe dalen van ellende. In beide heb ik met genoegen gezwolgen.

Er kwamen nog vele hits en zo is zo’n Top 2000 voor menigeen een aaneenschakeling van hopeloze en iets minder hopeloze liefdes, al moet ik de eerste nog tegenkomen die er 2000 heeft gehad, ook al had je in die jaren soms wel dat idee. Muziek is herinnering. Wanneer de saaist mogelijke lesstof in de vorm van tophits en videoclips zou worden gebracht, zou Nederland tot ongekende hoogte stijgen in de Pisa-lijsten. Niets blijft zó bij als een situatie gekoppeld aan een bepaald nummer. Spirit in the sky, in extase lopend langs het donkere strand, de lichtende zee, een vage parfumgeur in je neus en steeds maar die sensatie van die kronkelende en hongerende tong voor de geest. De volmaakte combinatie.

Hadden we op dat moment echter het gekweel van Jan Smit – waar de Top 2000 momenteel nogal onder lijdt – aan moeten horen, dan was de poging tot tongzoenen mogelijk ontaard in een kille moordpartij, het afzweren van alle toekomstige verliefdheden en een levenslange retraite in een klooster ergens hoog in de Pyreneeën. Toch ook wel weer een beetje Spirit in the Sky dus.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=utLrYEWhaXM[/youtube]