Mooi, maar niet op 4 mei

Een collega van siebe Dirk in actie..
Een collega van Siebe Dirk in actie...

In een onbegrijpelijk streven naar correctheid heeft het Comité 4 en 5 mei besloten om tijdens de komende Dodenherdenking op de Dam een gedicht te laten uitspreken waarin een zielige SS’er centraal staat. Zielig, omdat hij de verkeerde keuze had gemaakt, zielig omdat hij bang was voor de Russen  die door diezelfde SS’ers bij miljoenen waren afgeslacht, en zielig, omdat hij nooit meer terug is gekomen van het oostfront. Hij hoopte toch zo op een beter leven; ja, dat deden zijn slachtoffers ook. Of deze zielige SS’er daadwerkelijk slachtoffers heeft gemaakt, zullen we nooit weten. Misschien heeft hij de ongeruste familie in Nederland wel leuke kiekjes gestuurd van doodsbange mannen en vrouwen, de handen radeloos in de lucht, aan de rand van de greppel waarin zij rücksichtlos, Befehl ist Befehl, zouden worden afgeknald, opdat SS’er Dirk Siebe later een beter leven zou hebben. Zulke foto’s bestaan. Er zijn er duizenden, allemaal gemaakt door lieden die een verkeerde keuze hadden gemaakt, en die graag het thuisfront op de hoogte hielden van hun wederwaardigheden.

Moet je medelijden hebben met dergelijke figuren? Tja, dat zou kunnen. Misschien wisten ze niet beter, misschien voelden ze zich gedwongen om hun vaderland te verraden en een beter leven te zoeken door in dienst te treden van een leger wat het uitroeien van Joden tot hoofddoel had gesteld. Als ik dan mag kiezen voor wie ik medelijden heb, en ik leef in een wereld waarin ik mag kiezen, dan weet ik wel dat er een groep is die oneindig veel meer recht op medelijden en gedichten heeft dan figuren als Dirk Siebe, namelijk hun slachtoffers. Die hadden niets te kiezen, hun werd niks gevraagd, en ook hun mening over het oplezen van het gedicht zo veel jaren later kan niet gevraagd worden door het Comité 4 en 5 mei. Het antwoord zal echter duidelijk zijn: hoe haal je het in je hoofd????  Is het comité 4 en 5 mei wel eens in Auschwitz of Majdanek of Mauthausen geweest? Of, veel kleiner: is het comité wel eens wezen kijken bij dat hele kleine monumentje in de stille bossen bij Vierhouten, waar het 6-jarige Joodse jongetje John Roelof Meijers samen met zijn vader door SS’ers werd doodgeschoten omdat hij geen keus had doordat hij Joods was? Ik ben bang dat het Comité zich onder politieke druk heeft laten verleiden zich niet te veel te verbinden met het huidige Israël waar beslist dingen gebeuren waarbij je de wenkbrauwen mag fronsen. Maar we hebben het nu over een andere tijd, en bij de dodenherdenking doen we niet aan politiek. Ook het huidige Israël heeft trouwens niet gekozen voor de situatie waarin het zich nu bevindt.

Er is in Nederland een toenemende onverschilligheid jegens de medemens, en wanneer die medemens al 70 jaar dood is, en wanneer die ook nog eens verbonden wordt met de huidige staat Israël, die toch al op minder en minder sympathie kan rekenen, dan is het blijkbaar niet meer correct om je al te openlijk en te nadrukkelijk te verbinden met miljoenen Joodse oorlogsslachtoffers. Het ceremonieel op de Dam is in mijn ogen toch al jaren verworden tot een plichtmatige en kille gebeurtenis, waarbij alle aandacht uitgaat naar bobo’s, VIPS en andere BN’ers, met 2 minuten stilte waarna weer gauw overgeschakeld wordt naar alle luchtige inhoudsloze prietpraat en kulprogramma’s op tv, en waarna alle verkeer wat enigszins de moeite heeft genomen om met frisse tegenzin stil te staan, weer net zo hard los gaat.  Die 2 minuten kunnen er eigenlijk niet meer af, er worden nu nog eens verontreinigd doordat we in die stille momenten ook met nadruk op die ene SS’er en zijn soortgenoten worden gewezen.

Een ongehoorde slag in het gezicht van alle nabestaanden, van mensen die generaties later nog steeds lijden door het onrecht wat is aangedaan door mensen die foute keuzes maakten. Een ongehoord foute keuze van het Comité 4 en 5 mei bovendien, waarbij een nieuw slachtoffer is gecreëerd, namelijk de scholier die het met de beste bedoelingen maar wèl uit een zekere onwetendheid heeft geschreven. Een mooi gedicht, maar niet voor deze gelegenheid.
Gisteren was ik even op ziekenbezoek bij de stokoude vriend van mijn overleden moeder: 92 jaar, oud-verzetsman, z’n hele leven strijdend tegen onrecht, eentje die destijds de goede keuze voor verzet maakte en daarmee levens heeft gered, in tegenstelling tot Siebe Dirk, die levens nam.  Hij kan eigenlijk niet meer praten, kan niet meer bewegen, zit daar hijgend en steunend te wachten op z’n dood. Het enige wat nog door zijn hoofd speelt, zoals in al die jaren dat ik hem ken, is die oorlog. Nu alleen nog maar, iets anders is er niet meer. We praatten er vaak over, over de oorlog. We hadden het ook vaak over de dodenherdenking. De huidige plannen durf ik hem echter niet te vertellen. Ik zou me er voor schamen.

UPDATE: Het Comité 4 en 5 mei heeft na alle ophef besloten het gedicht terug te trekken. Hopelijk komt er nu op 6 mei een discussie op gang over hoe in de toekomst verder.

Westerbork

Dit wordt weer een serieus stukje. Mijn hele leven al heb ik een – volgens mijn vrouw – morbide belangstelling voor alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. Zo bezoek ik, bij voorkeur in mijn eentje en liefst bij koud, somber weer, voormalige concentratiekampen in heel Europa en lees ik ongeveer alles wat los en vast zit over het onderwerp. Nachtmerries heb ik er van gehad, het heeft mijn humeur en optimistische kijk op de mensheid geregeld verpest en toch gaat het maar door, elk jaar weer culminerend in de Dodenherdenking op 4 mei. Het is me met de paplepel door mijn ouders in gegoten en ik ben ze daar niet ondankbaar voor. “Wat lees je daar?” hoor ik ’s avonds in bed, nadat ik naar een interessante documentaire over Raoul Wallenberg gekeken heb. “O, ik lees nu ‘Nazi-Duitsland en de Joden’, een standaardwerk van Saul Friendländer, 857 pagina’s dik”.  Bedlectuur. Van de zomer in Tunesië hing ik gedurende een rit door de woestijn zeker een half uur scheef verdraaid voor het busraampje om een foto te kunnen maken van één van de overgebleven bunkers uit de slag bij Kasserine. In het najaar dwaalde ik door de onderaardse krochten van het Adelaarsnest. En ga zo maar door. Gezellig, zo’n man. Je zal er mee getrouwd zijn. Straks, lekker vlak voor het slapen gaan, deel 1 van een documentaire over de Slag Bij Stalingrad. Iets om me de komende twee weken op te verheugen.
Toch heb ik totaal geen hekel aan de Moffen, om even mijn ouders te citeren. Aardige mensen, mooie taal ook wel. Fijn vakantieland, en – groot voordeel – veel dingen uit de oorlog nog. Die ik nooit heb meegemaakt. Ook geen omgekomen familie of zo. Maar toch…
Ik draag ook al jaren demonstratief een klein zilveren Davidssterretje om mijn nek. “Bent u Joods, meneer?” “Nee, maar ik mag die Palestijnen niet zo erg”. Zoiets is natuurlijk ongelooflijk fout om te zeggen tegenwoordig. Vòòr je het weet zit je aan tafel bij Wilders. Nee, ’t is politiek totaal niet correct. 
Enkele jaren geleden bestond men het bij mij in de kerk op kerstavond een collecte te houden voor arme Palestijnse kindertjes op de bezette Jordaanoever. Met dodelijke blikken bezwoer ik de rest van mijn gezin toch vooral niets in het zakje te doen. De hele mooie kerstgedachte was gelijk verpest. Ik overwoog standrechtelijke excommunicatie van mijzelf. Beetje geld geven aan Palestijnse kinderen. En dan maar Kalashnikovs kopen zeker. Ja ja. Nee, dan maar wat extra overmaken naar Westerbork, waar ik begunstiger van ben, en waar ik ooit nog eens een schilderij aan geschonken heb ( plaatje ), maar ik geloof dat ze het eigenlijk niet mooi vonden want ik heb het er nooit meer gezien. Maar goed, het paste allemaal mooi in mijn oorlogsfascinatie.

Wat een afschuwelijke man ben ik eigenlijk. Die Palestijnse kindertjes kunnen er natuurlijk ook niks aan doen. Kinderen zijn het toch. Altijd de dupe, of het nou in 1943 of in 2008 is. Ik ga denk ik toch nog maar wat over maken, zoiets is nooit te laat. En hoe dat nou weer ineens komt? Wel, dat komt door een klein gedichtje van Ida Vos op een circulaire over Holocaust Memorial Day, 28 januari van 19.00 tot 21.00 uur, op het terrein van Kamp Westerbork. Een paar regels slechts, die het lot van zes miljoen slachtoffers niet beter kunnen illustreren. Ze hakten er in als mokerslagen. Prachtig wat je met taal kunt bereiken:

Aardrijkskunde

zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag

héél even maar